Wim Weren: “Meneer, wat mooi, maar ik geloof er niks van”

Wim Weren, emeritus hoogleraar Bijbelwetenschappen (Tilburg University), noemt de Bijbel springlevend en een onmisbare bron van zingeving. “De teksten bevatten minstens een millennium aan levenswijsheid en ervaring. Ze zitten niet vastgebakken in de tijd van toen, maar zijn toepasbaar voor onze tijd.”  Waarmee hij niet wil zeggen dat we alles uit de Bijbel maar moeten herhalen. “Geef gerust kritiek op bijvoorbeeld geweldsteksten.”

Je kan onze geschiedenis en cultuur niet begrijpen als je de Bijbel niet kent. Die evidente waarheid is voor Wim Weren evenwel niet de belangrijkste reden om de Bijbel te blijven lezen.  “Er is een grote vervlakking, we leven in het hier en nu en voelen ons daar schijnbaar prettig bij. Tegelijk strijden allerhande vormen van zingeving om voorrang. Maar bijna nergens vind ik zulke inspirerende toekomstvisies als in de Bijbelse geschriften.”  

Schoonheid

De exegeet is niet pessimistisch over de toekomst van de Bijbel.  “Hij heeft voldoende kracht in zichzelf en is voldoende open geformuleerd om te overleven”, klinkt het stellig. Dat is geen theoretische aanname:  “Door fusieprocessen aan de universiteit gaf ik de laatste zeven jaar als hoogleraar les aan de faculteit Geesteswetenschappen. Meer dan voorheen kwam ik er in contact met studenten die niet met de Bijbel waren opgegroeid. Jonge, intelligente mensen die ongelooflijk aanspreekbaar waren als het daarover ging. Eens rees midden in de les een van de beste studenten overeind en riep:  ‘Meneer, wat mooi, wat mooi, maar ik geloof er niks van’. Ik had mijn doel dus grotendeels bereikt, want ik wilde inderdaad dat ze het op zijn minst mooi vonden. Schoonheid kan immers een brug zijn naar het religieuze”.

Geweld

Schoonheid, ja, maar wat met elementen in de Bijbel die heuse struikelblokken vormen, zoals geweld?  “Dat is een heel groot probleem”, beaamt Weren.  “Als we roepen dat de Koran een bron van geweld is, ontdekken we van lieverlee dat onze traditie op dat punt evenmin brandschoon is. Mijn standpunt is: hou dergelijke teksten er in ieder geval bij en begin niet willekeurig te schrappen, want met een ‘canon binnen de canon’  weet je niet waaraan je begint. Je gooit met het badwater een hele hoop kinderen weg. Ik vind – en dat is tegelijk de remedie – dat het hele proces van betekenisgeving telkens hernomen moet worden. De brandhaarden in de Bijbel moet je niet weginterpreteren of wegwuiven. Geef er veeleer theologische kritiek op. Ik ben steeds meer van mening dat exegeten ook behoren te zeggen wat er tegen een tekst kan spreken.”
Die visie heeft consequenties voor het gezag van de Bijbel.  “Ik zou erg gedifferentieerd durven te denken over het gewicht van onderdelen van de Bijbel. Sommige daarvan hebben ons op dit moment weinig te zeggen. Van een dogmaticus leerde ik dat bepaalde teksten waar we nu niet veel aan hebben, soms zelfs een tijdje naar de kelder moeten”, geeft Weren aan.
 “Je houdt ze in depot voor toekomstige generaties maar stelt ze nu niet tentoon. In de joodse exegetische traditie werkt het ook zo: de Talmoed en de Misjna zijn vergaarbakken waarin de standpunten die op een bepaald moment niet acceptabel zijn, toch worden opgeslagen, omdat ook die tot de traditie behoren.”

Gist

“Ik heb al lang afgeleerd de Bijbelse teksten voor kerkelijke karretjes te spannen. Veeleer omgekeerd probeer ik die teksten in kerkelijke kringen binnen te brengen als een soort gist, een ferment, iets wat ons versteld kan doen staan. Over de positie van vrouwen bijvoorbeeld. Niet omdat ik de beste feminist ter wereld ben, maar omdat ik denk dat ik mijn vak niet goed doe als ik de creatieve rol van Bijbelse vrouwen niet uit de verf laat komen.”  

Crème de la crème

Ook schrijven voor een breed publiek behoort volgens Weren tot zijn taak.  “Als je, zoals de universiteit verwacht, alleen maar voor de crème de la crème publiceert, verwaarloos je grotendeels je opdracht. Dan worden de kerken niet bediend zoals ze van de theologie zouden mogen verwachten.”  Met zijn jongste boek doet Weren alvast zijn duit in het zakje. In Rode draden in de evangeliën reikt hij lezers een heldere leesmethode aan.
Vier stappen dienen te worden gezet, gaande van de relaties binnen een tekst of binnen één boek, over relaties met teksten uit andere boeken, tot relaties met de wereld van toen en ten slotte met de wereld van nu.

Eigen ervaring

Wanneer we polsen of eigen ervaringen ook rechtstreeks, zonder dat klavertjevier, een licht kunnen werpen op de betekenis van een tekst, reageert Weren opvallend heftig:  “Dat laatste doet bijna iedereen, ook pastores. Ze nemen enkele zinnen uit de Bijbeltekst, gaan ermee aan de haal en springen er onmiddellijk mee naar deze tijd. Als je in een preek de wonderbaarlijke brooddeling vergelijkt met de buurtbarbecue, nou, platter kan het niet. Dat vind ik maar niets. Zo sla je de tekst helemaal dood. Zonder een reconstructie van de wereld van toen en van de oorspronkelijke betekenis van de tekst weet je niet wat je er voor vandaag mee moet. Doch, exegeten die het daarbij houden en de rest aan dogmatici en sociologen overlaten, zijn meer classici dan dat ze vertolkers zijn van Gods  Woord”, vindt Weren.  “Je moet dus uitkijken. Je hebt lezers die de neiging hebben al te snel op deze tijd af te stormen, terwijl exegeten soms in de wereld van toen blijven hangen. Ik denk dat beide opties eenzijdig zijn en de tekst tekortdoen. In mijn boek help ik een brug te slaan tussen toen en nu, door bij de vierde stap open vragen en opdrachten te formuleren die de lezers in die zoektocht houvast bieden.”  

Luther

“Ik sta misschien wel erg dicht bij wat Maarten Luther schrijft over de Bijbel als vernieuwende kracht voor theologie en kerk. Tussen jou en de Bijbel moet je niet te veel leergezag plaatsen, zegt hij. Leer zelf lezen, wees mondig, vertrouw op jezelf. En in die zin hebben mensen gelijk die zeggen  ‘lees maar, en haal eruit wat je wil en kan’. Laat mensen inderdaad hun koudwatervrees overwinnen en iets durven.”  

Daarmee lijkt Weren zijn kritiek op tekstinterpretaties  “vanuit het eigen leven”  te nuanceren.  “Ja, alleen zou ik zelf niet zo ervaringsgericht te werk kunnen gaan. Daar ligt niet mijn talent. En mijn wereld is ook niet zo groot. Misschien heb ik de Bijbel wel nodig om mijn wereld te vergroten in plaats van de tekst te verkleinen tot hij in mijn leven past. In de Bijbel kom ik in contact met bepaalde diepe ervaringen die ik zelf nooit zal hebben. Om de hoogten en diepten van het mens-zijn te peilen heb ik dat soort boeken nodig die de neerslag vormen van een eeuwenlang proces van telkens weer interpreteren en steeds verder uitzuiveren van levenswijsheid en ervaring”, concludeert hij.