31 augustus 2022

Nummer 1.177

Godsdienstonderwijs in evolutie

Het onderwijs is al enkele jaren het pad van de samenwerking tussen levensbeschouwingen ingeslagen. Sinds 2013-2014 maken interlevensbeschouwelijke competenties deel uit van de leerplannen. In het gemeenschapsonderwijs (GO!) lopen sinds vorig schooljaar proefprojecten om een van de twee uur van de gekozen levensbeschouwing te besteden aan interlevensbeschouwelijke dialoog (ILD). Vijf inspecteurs delen hun eerste bevindingen.

Liza Cortois

cover Nummer 1.177
Afbeelding
Godsdienstonderwijs in evolutie
In het GO! loopt het proefproject interlevensbeschouwelijke dialoog (ILD), waarbij de leerkrachten van alle levensbeschouwelijke vakken samen lesgeven. © Unsplash

Het is in een gepolariseerde samenleving geen overbodige luxe om van jongs af aan te leren dialogeren met andere levensbeschouwingen. In het onderwijs worden al langer stappen in die richting gezet. Sinds het schooljaar 2013-2014 organiseren de leraren van de verschillende levensbeschouwelijke vakken projectwerk rond interlevensbeschouwelijke competenties (ILC) gedurende maximaal 6 lesuren per jaar. “ILC zijn 24 competenties die verbonden zijn met vaardigheden die nodig zijn om in gesprek te kunnen gaan met iemand van een andere levensovertuiging, alsook om die uitwisseling te toetsen aan de eigen overtuiging en de verschillende stemmen binnen de samenleving”, vinden we terug in de leerplannen van alle levensbeschouwelijke vakken (LBV). Drie overkoepelende thema’s komen gespreid over de verschillende graden van het secundair onderwijs aan bod: ik en mijn levensbeschouwing; ik, mijn levensbeschouwing en die van de ander; ik, mijn levensbeschouwing en de samenleving.

Meerwaarde aantonen

Het GO! ging nog een stap verder. In het regeerakkoord van 2019 werd aan het gemeenschapsonderwijs de mogelijkheid gegeven om in de derde graad van het secundair onderwijs een van de twee lesuren levensbeschouwing te besteden aan interlevensbeschouwelijke dialoog (ILD). De leerkrachten van de LBV geven dat uur tezamen en beoordelen het ook samen. Dat vraagt een grondige hervorming van de leerplannen. In het schooljaar 2020-2021 werden voorlopige leerplannen geschreven voor die ILD en het voorbije schooljaar gingen de eerste proefprojecten in twee scholengroepen van start. Die proefprojecten worden dit schooljaar voortgezet. De bedoeling is dat ILD over heel het GO! wordt uitgerold vanaf 2023-2024. “Het GO! heeft het voordeel dat het een diversiteit aan leerkrachten levensbeschouwing in huis heeft. We moeten die maximaal benutten. Dat is een meerwaarde, geen probleem”, geeft inspecteur niet-confessionele zedenleer Jan Van Vaek aan. Peter De Burghgraeve, inspecteur rooms-katholieke godsdienst, vult aan: “We hebben dat onmiddellijk als een kans gezien om de meerwaarde van de LBV te laten zien. We willen die vakken dieper verankeren in het opvoedingsproces van het GO!”.

Co-teaching

ILD zoekt een evenwicht tussen interlevensbeschouwelijke competenties en de eindtermen burgerschap. In het gezamenlijke lesuur met leerlingen van alle levensovertuigingen staat de dialoog tussen levensbeschouwingen centraal. “Leerlingen leren zelf in dialoog te gaan”, stelt Van Vaek. “We zien het niet als een uitwisseling om over elkaar te leren, maar om met elkaar te leren leven”, gaat inspecteur orthodoxe godsdienst Philippe De Bruyn verder. Het is de bedoeling dat de verschillende LBV-leerkrachten de ILD gezamenlijk geven in co-teaching. “Een dialoog vraagt minstens twee partijen. De LBV hebben samen het eigenaarschap gekregen over die dialoog. Wil je uitwisseling tussen leerlingen stimuleren, dan moeten de leerkrachten dat vanuit hun voorbeeldfunctie ook doen”, meent Van Vaek.

Niet neutraal

Er gaan in het onderwijs stemmen op voor een neutraal vak Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie (LEF). In tegenstellling tot de gezamenlijke aanpak van de verschillende levensbeschouwingen in ILD, zou dan één leraar één overkoepelend vak geven. De twee inspecteurs niet-confessionele zedenleer zijn ervan overtuigd dat je levensbeschouwing niet neutraal kan geven. “Een neutrale levensbeschouwing is een contradictie. Iedereen die levensbeschouwing geeft, zou in aanmerking komen om LEF te geven. Maar ze zullen daar allemaal een andere invulling aan geven die past bij hun benadering. Dat is eigen aan mensen. Een wasmiddel kan een neutrale pH-waarde hebben, maar voor levensbeschouwing, religie en zingeving is dat onmogelijk”, stelt Stefan Deldime, inspecteur niet-confessionele zedenleer. Van Vaek beschrijft drie mogelijke toekomstvisies voor de LBV: “Ofwel geef je de materie neutraal, maar dan wordt het heel academisch. Ofwel kies je voor de Franse laïcité en zeg je dat levensbeschouwingen op school niet thuishoren. Maar dan ban je een stuk realiteit. Het is niet omdat je daar niet aan mee wil doen, dat je leerlingen en leerkrachten geen levensbeschouwingen meebrengen. De derde weg is een vorm van actief pluralisme. Dat is ILD. Je empowert de verschillende erkende levensbeschouwingen en geeft ze de ruimte.”

Eigen identiteit

In het leerplan staat dat ILD de doelstelling heeft om naast dialoog de eigen identiteit van de leerlingen te ontwikkelen. De Burghgraeve benadrukt dat dat zeker niet mag ontbreken: “Het is geen vaag pluralisme. De eigen identiteit moet ook voldoende aan bod komen, het mag niet alleen het verkennen van de andere levensbeschouwingen zijn. We zien dat als drie bewegingen: starting home, crossing over en coming back. Eerst bereiden ze zich voor op de ontvangst van de ander in het eigen levensbeschouwelijk vak door de visie van de eigen levensbeschouwing op een bepaald thema te verkennen, dan betreden ze de levensbeschouwelijke ruimte van de ander en tot slot reflecteren ze opnieuw op de eigen identiteit. Ze onderzoeken daarbij in welke mate een perspectiefwissel plaatsvond die de eigen identiteit versterkt, verruimt of bevraagt. Het is essentieel dat de drie aspecten aan bod komen. Ze zijn te gast geweest bij een andere traditie, maar worden er daarom nog geen lid van.”  Voor het uur ILD wordt een uur van de eigen LBV geschrapt. Dat doet de vraag rijzen of er dan minder inhoud gezien kan worden in de eigen LBV.

“Er kan natuurlijk minder leerstof behandeld worden als de uren plots gehalveerd zijn”, antwoordt De Bruyn eerlijkheidshalve, “maar tevoren draaide veel rond dialoog in abstracto, terwijl de leerlingen dat nu in de praktijk kunnen meemaken. Ik kan vertellen over Pasen in het christendom, maar als een collega rooms-katholieke godsdienst vertelt wat Pasen voor hem betekent, is dat veel waardevoller”, stelt de inspecteur orthodoxe godsdienst.

Geen consensus

In de ILD worden de gevoelige thema’s niet geschuwd. “Het kan soms botsen, maar daar is niets mis mee, zolang een leerkracht als moderator optreedt en hij ‘de kerk in het midden kan houden’”, zegt De Bruyn met een glimlach. “Consensus is niet het doel van de uitwisseling”, valt Van Vaek hem bij, maar de inspecteur niet-confessionele zedenleer vindt het wel belangrijk een kader te scheppen waarin de verschillende levensbeschouwingen hun eigenheid kunnen bewaren. “Een ILD-project rond abortus of euthanasie zal door een gelovige collega niet altijd positief ontvangen worden. En wij staan dan weer niet te springen voor een project rond ‘de zin van het lijden’. Een oplossing kan dan zijn om het thema breder te kaderen, bijvoorbeeld ‘het begin en het einde van het leven’. In de onderwerpskeuze moet iedereen zich kunnen vinden.” In dialoog gaan over levensbeschouwelijke thema’s zien de inspecteurs als een must in de samenleving van vandaag. “Het zou van hybris getuigen te denken dat wij het probleem van de polarisering in de samenleving kunnen oplossen. Maar we hebben een morele plicht om daartegenin te gaan”, stelt Van Vaek. Het klaslokaal is immers geen beschermde microkosmos, maar wordt doorkruist door de internationale actualiteit. “Als er morgen geschoten wordt in de Gazastrook, dan is dat een realiteit die doorsijpelt naar de scholen in Borgerhout en Molenbeek. Dat leeft onder de jongeren. Wij hebben de belangrijke taak om daarover in dialoog te gaan.”

Praktische uitdagingen

Tijdens het eerste pilootjaar van de ILD waren de uitdagingen vooral praktisch van aard, geven de inspecteurs aan: grote groepen, voldoende grote lokalen, de juiste werkvormen vinden, de verschillende leerkrachten samenbrengen op hetzelfde moment… Co-teaching was voor de leerkrachten in het begin een zoektocht. “Het was een leerproces om goede werkvormen te vinden voor grote groepen”, geeft inspecteur rooms-katholieke godsdienst Bernadette Wittoek aan. Deldime, die jaren niet-confessionele zedenleer gaf alvorens inspecteur te worden, is evenwel van mening dat in de klassen waar de ILC al goed verworven waren, dat op termijn ook het geval zal zijn met de ILD: “In het GO! is co-teaching niet zo uitzonderlijk. De meeste scholen hebben al meer dan 10 jaar ervaring met ILC. ILD is daar een verlengstuk van. Het nieuwe gegeven is dat het 1 uur per week is”. Van Vaek roept op tot een flexibele houding: “We moeten ILD niet met een kruideniersmentaliteit benaderen. Klassen op dezelfde gang kunnen een doorschuifsysteem hanteren of hoekenwerk organiseren, dat is ook co-teaching. En soms kan het beter zijn in perioden te werken, bijvoorbeeld enkele maanden alleen de eigen levensbeschouwing en vervolgens enkele maanden alleen ILD”. In iedere school is er ook een andere verhouding tussen de levensbeschouwingen, wat telkens een andere soort dialoog oplevert. “Meng de klassen. Zorg dat ze niet bij vriendjes of vriendinnetjes van dezelfde levensbeschouwing gaan zitten”, raadt de inspecteur aan.

Ouders betrekken

Een belangrijk punt dat de inspecteurs meenemen naar volgend jaar, is om de leerlingen en hun ouders goed te informeren over het nieuwe vak. “Bij de leerlingen moet het ook ingroeien”, geeft Wittoek aan. “Sommige leerlingen vroegen zich af wat ze te zoeken hadden bij een leraar van een andere levensbeschouwing. Als je hen kan meenemen in het verhaal en vertelt dat het gaat over dialoog en gastvrijheid voor elkaar, maak je een opening naar hen”, bemerkt de inspecteur rooms-katholieke godsdienst. Ook voor de ouders ziet ze een belangrijke rol weggelegd in de dialoog: “Door de dialoog gaan we in tegen de veronderstelling dat levensbeschouwingen een scheiding in de maatschappij brengen. ILD toont dat we mensen in hun diversiteit kunnen verbinden. Het is mijn droom dat we in de toekomst de ouders actiever kunnen betrekken”.

Positief gevoel

De inspecteurs kijken met een positief gevoel terug op de eerste proefprojecten. “De leerkrachten gaven aan dat het soms zoeken was naar goede werkvormen, maar op het einde zeiden ze dat ze goesting hadden om ermee verder te gaan”, bemerkt Wittoek. De inspectie is nauw betrokken bij de ontwikkeling van de ILD en ook bij hen kwam er meer samenwerking en dialoog: “Er zijn regelmatig vormingsmomenten waar we als inspectie actief aan deelnemen. De inspecteurs van de LBV gaan samen naar die projecten. Ook achteraf gaan we in gesprek met de leerkrachten. We verzamelen vragen en antwoorden digitaal zodat de mensen die starten na het proefproject iets hebben om op terug te vallen, een soort vademecum”, legt De Burghgraeve uit. Vanaf september wordt ook de website ilcild.be gelanceerd waarop leerkrachten en geïnteresseerden meer informatie kunnen vinden over de leerplannen ILC en ILD, de achterliggende context, de gehanteerde methodes, didactische werkvormen en good practices. “Veel scholen hebben goud in handen. Het is onze taak om de goede projecten bekend te maken”, besluit Deldime.  III

www.ilcild.be

Lees meteen verder

Ga naar archief