31 augustus 2022

Nummer 1.177

“De toekomst ligt in kleine groepen Emmaüsgangers, niet in de massakerk”

Het had ongetwijfeld eerder gekund, een afscheid – de wereld zit vol boeiende opdrachten – , maar keer op keer kruiste een niet te versmaden Tertio-uitdaging het pad van hoofdredacteur Emmanuel Van Lierde. En plots stond de teller op 16 jaargangen. Niemand belichaamt meer het geheugen en de continuïteit van dit blad dan de man die uitgroeide tot journalist-hoofdredacteur-huisvaticanist van Tertio. Vandaag neemt hij afscheid.

Sylvie Walraevens

cover Nummer 1.177
Afbeelding
“De toekomst ligt in kleine groepen Emmaüsgangers, niet in de massakerk”
Flickr

Emmanuel Van Lierde valt niet te vangen onder de hoed van één strekking, beweging of spiritualiteit. Hoewel hij tijdens zijn studententijd nader kennismaakte met de benedictijnen en de dominicanen, is sinds zijn kindertijd de parochie zijn natuurlijke biotoop. “Daar groeide ik op, daar ging ik naar de wekelijkse zondagsmis, daar ontmoette ik priesters wier engagement mij inspireerde, net zoals op het Sint-Gregoriuscollege in Ledeberg. Maar hoe belangrijk ik die parochiale omgeving ook vind, nooit heb ik mij erin willen opsluiten, daarvoor is onze traditie te rijk en te divers. Van jongs af was de verbondenheid met de wereldkerk voor mij erg belangrijk.”

Als u zich niet bekent tot één bepaalde spiritualiteit, uit welke bron put u dan als gelovige?

“De Bijbel voedt mij al een leven lang en ik kan hem gerust mijn eerste inspiratiebron noemen. Ik ben een boekenmens en via die weg kwamen heel wat spirituele figuren op mijn pad. Ik denk aan Dietrich Bonhoeffer, Gerhard Lohfink of Tomáš Halík. Onze job als Tertio-journalist is een permanente bijscholing, mede door de ontmoetingen met de grote profeten van onze tijd en met de ‘kleine heiligen’ die we laten getuigen in onze Achterkrant. Allemaal verdiepten zij mijn geloof.”

Welke plaats heeft dat geloof in uw leven?

“Beroepsmatig kan ik er natuurlijk niet omheen. Elke christen moet een persoonlijk evenwicht vinden tussen de verschillende pijlers van het geloof – de liturgie, de diaconie en de verkondiging. In mijn leven lag de klemtoon altijd op het intellectuele en dus op de verkondiging. Zo past Tertio goed in mijn christelijk engagement. Maar ook in mijn persoonlijke leven is het geloof belangrijk. Het is permanent aanwezig, al besef ik soms niet hoe sterk ik ervan doordrongen ben. Vergelijk het met de vis die zich niet bewust is van het water waarin hij zwemt. Je geloof wordt pas bevraagd als anderen je erop aanspreken, wat de media en de politiek dagelijks doen. Die confrontatie ervaar ik niet als een storm en ze ondergraaft mijn geloof niet. Al erken ik dat de permanente verdedigingspositie waarin gelovigen vandaag worden geduwd, best vermoeiend is.”

Met de jaren heeft u zich ontwikkeld tot Vaticanist. Vanwaar die interesse voor het kerkelijk instituut en zijn personages?

“In de jaren 2009-2012 verdiepte ik mij vooral in het seksueel misbruik binnen de kerk, eerst in het buitenland, daarna hoofdzakelijk bij ons. Die gitzwarte bladzijden uit onze geschiedenis wogen na verloop van tijd erg zwaar op mij. Ik wilde dat thema geenszins ontlopen, ik bleef er altijd over schrijven, maar er mocht weer wat evenwicht komen in de onderwerpen. Dat gebeurde onder toenmalig hoofdredacteur Geert De Kerpel die me in 2014 vroeg Vaticanist Jan De Volder tijdelijk te vervangen. Het waren de beginjaren van paus Franciscus en er waaide een nieuwe wind. Mijn interesse voor het Vaticaan nam steeds toe en uiteindelijk kon ik het topic volledig overnemen. Wie naar Rome trekt, is onder de indruk van, of in het slechtste geval gedegouteerd door de pracht en de praal. Een courant gezegde luidt dat er in Rome veel geloof te vinden is omdat iedereen er wat van het zijne achterlaat. Maar ik leerde daar doorheen te kijken. Achter de stenen van die kerken en paleizen zitten mensen die het echt goed voorhebben met het geloof. Ik ontdekte de inspiratie die van hen uitging. Het op het eerste gezicht logge apparaat maakt dat we als katholieken bij elkaar blijven en een wereldkerk vormen.”

“In Rome fascineert ook het universele van de kerk mij. De hele wereld komt er samen, van een professor uit Oost-Timor tot een bisschop uit de Amazone. De Vlaamse kerk zit in een krimpfase door de vergrijzing en de secularisatie. In die context is het voor een gelovige interessant elders zuurstof op te doen. Ik hecht veel belang aan de internationale blik en de dialoog met de wereld omdat zij vermijden dat we als krimpende kerk een sekte worden. Mensen van elders wekken een nieuw elan en die ontmoetingen zijn momenten van geloofsverdieping. De warme nabijheid van een parochie en de rijke diversiteit van de wereldkerk in Rome voelen na al die jaren even vertrouwd. De liturgie is overal herkenbaar, waardoor ik overal kan thuiskomen. Het gevaar bestaat dat onze parochies kleine clubjes worden waar buitenstaanders niet echt welkom zijn. Je thuisplek hebben is gezond, afzondering is dat niet.”

U bent ook kunstliefhebber. Welke betekenis heeft kunst voor u?

“De esthetische en de religieuze ervaring hebben veel gelijkenissen. Net zoals een religieus ritueel kan ook kunst troost, heling en hoop bieden. Dat is uiterst waardevol, maar geloof en kunst moeten niet alleen soelaas brengen. Kunst mag ook schurend zijn, net zoals het subversieve en het revolutionaire van het christendom ons uitdagen. We willen die harde kant vaak wegpolijsten, terwijl de Bergrede oproept je vijand te beminnen, niet één maar twee mijlen mee te gaan of niet alleen je onderkleed maar ook je bovenkleed te schenken. Dat excessieve en weerbarstige nodigt ons uit anders te leven. Ik hecht veel belang aan dat aspect van kunst en geloof en dat mag best wat meer in de verf worden gezet. Christenen horen geen braaf, burgerlijk clubje te zijn. Het christendom roept ons op tot bekering en tot reflectie over de uitdagingen van de wereld. Op dezelfde wijze moet ook kunst provoceren. Illustratieve plaatjes zijn te goedkoop, net zoals nodeloos choqueren trouwens.”

Hoe kijkt u naar de huidige evoluties binnen de kerk? Wat verontrust u en wat geeft u hoop?

“De crisis van de kerk in het Westen is zeer groot en corona was daarbij een openbarende factor. Wat we al langer wisten, kwam toen in volle scherpte aan het licht en versterkte de zaken nog. Wie dacht dat mensen in crisis naar het geloof zouden teruggrijpen, zat goed fout. Voeg daar de secularisering en de schandalen aan toe en het geeft geen vrolijk beeld. In 40 jaar tijd werd het katholieke geloof van mainstream tot uitzonderlijk. De kloosterwereld verdampte bijna en de parochies kennen een uitdunnend priester- en lekenbestand. Met de vele kerkgebouwen slepen we de last van het verleden mee en tegelijk hebben we behoefte aan lokale verankering en nabijheid, waardoor we onze parochiekerk in de buurt liefst niet zien verdwijnen. We zitten in een overgangsfase van meerderheids- naar keuzekerk en die krimp brengt onvermijdelijk verlies teweeg. We weten nog niet wat de toekomst brengt en of er iets nieuws geboren wordt. Er is tegelijk stervens- en geboortepijn. De toekomst van het geloof ligt voor mij in de geestelijke begeleiding van kleine groepen, zoals eertijds de gezinsgroepen. Niet in de massakerk, maar in het samen op weg gaan zoals de Emmaüsgangers. Ouderen worstelen met ‘wat ze ons toch allemaal hebben wijsgemaakt’. Jongeren stammen dan weer uit een cultuur van religieuze ontbossing. Kan aan al die zoekenden de essentie van het christendom worden aangeboden en zo ja, hoe? Daarbij gaat het niet over typisch christelijke waarden, want die bestaan niet – iedereen kan die waarden aanhangen. Onze eigenheid ligt in de navolging van Christus. Waar krijgt die gestalte en hoe wordt die gevoed? Waar kunnen jongvolwassenen terecht voor geloofsverdieping? Hoe bereiken we wie niet naar de kerk komt? Preken we niet te veel voor eigen kerk? Tegelijk blijf ik hoopvol, want onze boodschap is krachtig genoeg om staande te blijven. Altijd zullen er mensen zijn voor wie God tot leven komt doorheen de Bijbel of door ontmoetingen met inspirerende geloofsgetuigen.”

Waar moet de wereldkerk absoluut prioriteit van maken om relevant te blijven?

“De weerbarstigheid en de maatschappelijke relevantie van het christendom moeten in de kijker worden gezet. De kerk is er niet voor zichzelf, maar moet een voortrekker zijn in de wereld, zoals paus Franciscus. In Laudato Si’ roept hij ons op tot goed rentmeesterschap, tot zorg voor ons gemeenschappelijk huis; in Fratelli Tutti schuift hij broederlijkheid naar voren als antigif tegen polarisering. En terwijl de wereld de blik afwendt van de migrant en de arme, roept hij ons op hen niet als profiteurs te zien, maar als broeders wier leven wordt bedreigd. Er zijn drie soorten reizigers: toeristen die ontspanning zoeken, vluchtelingen in nood en pelgrims die meestal een bestemming voor ogen hebben, maar voor wie de weg ernaartoe vaak belangrijker blijkt te zijn. Laat ons in het leven minder toerist en meer pelgrim zijn, minder onverschillige buitenstaander en meer betrokken naaste. Christenen moeten zich engageren voor de grote noden van hun tijd.”

Welke geopolitieke en kerkhistorische betekenis dicht u Franciscus toe?

“Voor mij is hij een echte profeet die vanuit de radicaliteit van het evangelie een kompas aanreikt voor onze tijd. Zijn bezoeken aan Lampedusa, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Irak en hopelijk toch ook nog Congo en Zuid-Soedan zijn geen pastorale reizen om het lokale geloof te versterken, maar politieke reizen die de wereld wakker schudden. Franciscus gaat niet naar de machtscentra, maar naar de periferie. Hij is het morele geweten van de wereld. Hij richt de blik op de wonden van de mensheid, op alles en iedereen waar we liever van wegkijken. Diplomatie is een van de sterktes van de kerk. Soms komt ze daarmee in een lastig parket. Zo veroordeelt de paus wel de invasie in Oekraïne, maar niet de agressor en hij noemt Vladimir Poetin niet bij naam omdat hij alle deuren voor de dialoog wil openhouden. Het is goed dat er een instantie is die vijandige partijen bij elkaar kan brengen, al kan je niet altijd neutraal blijven.”

De eenheid van de wereldkerk en de verschillende regionale snelheden, hoe vallen die te rijmen?

“Eenheid is geen synoniem voor uniformiteit. Het geloof is een huis met veel kamers. Je hoeft het niet met elke strekking eens te zijn, maar de verschillende charisma’s hebben wel hun plaats in de kerk. Eenheid in verscheidenheid is zowel voor Europa als voor de kerk een motto en een voortdurende leerschool. In de politiek kunnen mensen elkaar in de haren vliegen maar achteraf toch samen een glas drinken. Dat moeten we ook in de kerk leren. Er is vandaag veel aandacht voor interreligieuze dialoog en voor dialoog met de andere kerken, maar te weinig voor de interne oecumene. Niet alle katholieken moeten hetzelfde denken en doen. Hoe maken we ruimte voor diversiteit?”

Ook een hoofdredacteur van Tertio moet een goede diplomaat zijn om verschillende strekkingen te verzoenen. Hoe heeft u die uitdaging beleefd?

Tertio heeft genuanceerd spreken altijd hoog in het vaandel gedragen. Een goed onderbouwde visie heeft haar plaats in het blad, ook als de redactie die niet deelt. We zijn nu eenmaal een opinieblad en dus moeten weerbarstige stemmen gehoord worden. De lezer zoekt vooral bevestiging van zijn visie, maar het mag ook wel eens schuren. Een andere stem horen kan helpen de eigen visie te verhelderen. In onze tijd hebben mensen het moeilijk met het accepteren van andere meningen. Ik zie een zekere verharding opkomen. Tegelijk moet je als hoofdredacteur in je standpunten wel kleur bekennen en een overtuiging uitdragen. Daar past geen wolligheid.”

Wat verdraagt volgens u geen compromis?

“Vaticanum II is het richtinggevende kompas voor onze tijd. Vandaag is christen-zijn conciliair zijn. Daar valt niet aan te tornen. En al heeft geloof voor mij in de eerste plaats te maken met de ontmoeting met Christus, met spiritualiteit, toch kun je niet om de ethiek heen. Denk bijvoorbeeld aan de tien geboden. ‘Gij zult niet doden’ maakt dat we als christenen het leven verdedigen en dus kritische kanttekeningen maken bij de abortus- of euthanasiewetgeving en -praktijk. De absolute autonomiegedachte is een illusie. Tertio moet blijven wijzen op de blinde vlekken en op de verknechtende dogma’s van onze tijd.”

U toonde zich meermaals gevoelig voor het eventuele verdwijnen  van de c of de k uit een organisatie of partijnaam. Wat verandert er als je de c of de k loslaat?

“Als dat schrappen van die letter een eerlijke keuze is omdat er toch niets mee gebeurt, dan is dat terecht en verkies ik dat. Aan een holle c of k hebben we niets. Dat neemt niet weg dat ik een groot voorstander ben van het expliciet uitspelen van de c of de k waar die inhoud wel gedragen wordt. Volgens mij heeft CD&V maar toekomst als ze voluit haar christelijk gedachtegoed honoreert. Alleen dan kan ze het verschil maken met andere partijen. CD&V moet niet, zoals nu in de statuten staat, geloven in wat mensen kunnen, maar in mensen tout court. Anders dreigt ze een liberale partij te worden. En het origineel zal dan altijd beter zijn. Als je die letter in je naam draagt, neem hem dan ernstig, maar dan moet je de inhoud en de traditie erachter wel kennen en daar wringt het schoentje al te vaak.”

Toen Tertio 22 jaar geleden het licht zag omdat onder andere De Standaard afstand nam van zijn katholieke wortels, vonden sommigen een christelijk opinieblad geen goed idee. Waarom vindt u dat wel?

“Het gevaar bestaat dat zo’n blad een nicheproduct wordt dat alleen de eigen achterban bedient. Uiteraard is het goed dat wie intellectuele en gelovige verdieping zoekt, ergens terechtkan waar hij een andere klok hoort dan in de mainstream pers. De media behandelen geloof en kerk enkel nog als fait divers of focussen op schandalen. Daarom heeft Tertio zich een drievoudige missie aangemeten: allereerst bekijkt het de actualiteit met een christelijke bril. De maatschappelijke relevantie van het geloof staat daarbij voorop. Daarnaast biedt het blad geloofsverdieping. En tot slot is het een expert in kerkelijk nieuws met vooral een internationale blik. Ook al zit in de redactie niemand meer van het eerste uur, toch slaagde Tertio erin zijn DNA 22 jaar lang intact door te geven. Die drie doelen zijn vandaag niet minder urgent. Tertio blijft dus broodnodig.”

Wat rekent u tot de persoonlijke hoogtepunten in uw Tertio-carrière?

“Sowieso het interview met de paus in 2016. Wat Franciscus toen zei over de kerk-staatverhouding, over de derde wereldoorlog die we beetje bij beetje beleven, over zijn grote prioriteiten zoals de barmhartigheid en de synodaliteit en over de media, heeft nog niets aan actualiteit ingeboet. Het blijft het herlezen waard. Ik mocht Franciscus ook ontmoeten tijdens de bisschoppensynodes en er was de audiëntie bij het 20-jarige bestaan van Tertio in 2020, eveneens onvergetelijk. Dankbaar ben ik om zoveel boeiende ontmoetingen, zowel met de grote profeten van onze tijd als met kleine heiligen, en om de talloze bijzondere ervaringen. Tal van reizen – van Guatemala, Colombia en Peru tot Zuid-Korea en van Denemarken tot Polen – verrijkten mijn horizon. Bovenal bood Tertio me de kans permanent bij te leren en mijn geloof te verdiepen. De jongste jaren groeide vooral mijn geloof in de goddelijke voorzienigheid: het vertrouwen dat het goed komt, dat paniek niet nodig is. Dat was mijn ervaring telkens we een nieuwe redacteur zochten of een andere uitdaging mijn pad kruiste. En dat geloof werd alweer bevestigd bij het vinden van een geschikte opvolger. Heb vertrouwen en geef ook vertrouwen aan anderen. Die gelovige attitude leidt tot grote innerlijke vrijheid.”  III

Lees meteen verder

Ga naar archief