6 juli 2022

Nummer 1.169-1.170

Geloofscommunicatie is een aparte stiel

Communicatieverantwoordelijke Laurens Vangeel van het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen is terug uit Rome, waar hij er een intense week op zitten heeft met vijftien collega’s die er een speciale vorming voor jonge communicatiemedewerkers in de kerk volgden.

Benoit Lannoo

cover Nummer 1.169-1.170
Afbeelding
Geloofscommunicatie is een aparte stiel
“Onze boodschap buiten de kerkelijke middens verspreiden blijft het moeilijkste van onze opdracht”, vindt Laurens Vangeel, “maar dat lukt aardig.” © Hannelore Candries

Een collega had mij op het Faith Communication in the Digital World-programma gewezen. Het was de tweede keer dat het Vaticaanse Dicasterie voor Communicatie die uitzonderlijke vorming opzette. Er kwam een heuse selectieprocedure aan te pas, met curriculum vitae, motivatiebrief, interview met een commissie, noem maar op. Er was ook een aanbeveling nodig; natuurlijk was mijn baas, de hulpbisschop voor Vlaams-Brabant en Mechelen, op de hoogte en steunde hij mijn kandidatuur. Koen Vanhoutte zal trouwens blij zijn als dit jaar achter de rug is, want ik ben al maanden minstens elke vrijdagnamiddag in de weer met zoomsessies allerhande vanuit dat vormingsprogramma en dus op die momenten niet beschikbaar voor de vicariaatswerking.

Propvol programma

Bedoeling was dat de deelnemers bij het begin van de vorming in februari samenkwamen om met elkaar en met het Dicasterie kennis te maken, maar vanwege corona werd het een tussentijds verblijf in Rome, eind mei en begin juni. Een buitengewoon intense week; ons programma zat elke dag propvol. Maar goed ook, want de collega’s uit pakweg de Filipijnen of El Salvador hadden er bijna een dag reizen op zitten om naar Rome te komen. Van de deelnemers zijn alleen ikzelf en een jonge collega die voor de Ierse bisschoppenconferentie werkt, institutioneel met de kerk verbonden. Alle anderen werken bij Caritas of voor een andere katholieke instelling of organisatie wereldwijd. Met mijn 33 jaar ben ik ook de op één na oudste deelnemer.

Topniveau

De vrijdagnamiddagsessies – allemaal in het Engels –
zijn van topniveau. Zo hadden wij bijvoorbeeld een zoom met curiekardinaal Luis Antonio Tagle, die mee het belangrijke Dicasterie voor Evangelisatie leidt en een impressionant man is: diepzinnig en clever maar ook zeer eenvoudig en goedlachs. Of we konden een namiddag van gedachten wisselen met Philippe Colombet, de nieuwe directeur van het Franse katholieke dagblad La Croix. Daarnaast werken we nu in groepjes van vier een case uit. Zo sleutel ik nu mee aan het communicatieplan van ‘Talitha Kum’, het netwerk van de katholieke zustercongregaties tegen mensenhandel, voor de internationale dag van gebed en aandacht voor mensenhandel op 8 februari 2023.

Ontmoeting met de paus

Natuurlijk hebben we vorige maand in Rome ook heel wat cultureel-religieuze toppers bezocht; je kunt daar geen jonge katholieke Filipijnen of Amerikanen heen halen zonder hen uitgebreid de Vaticaanse musea, de Sixtijnse kapel of de Sint-Pietersbasiliek te laten zien. Maar tijdens ons verblijf bleek nog maar eens hoe ernstig het Dicasterie deze vorming in de communicatie in een digitale wereld opvat: de prefect ervan, de Italiaanse journalist Paolo Ruffini, maakte tijd vrij om met ons in gesprek te gaan en begeleidde ons bij ons bezoek aan verschillende Vaticaanse diensten. En in de marge van de algemene audiëntie konden we als groep ook kort paus Franciscus ontmoeten, wat een indrukwekkende ervaring is.

Jongerenpastoraal

Nu ik in mijn stad Mechelen werk, is de cirkel als het ware rond. Goed 10 jaar geleden begon ik in Leuven theologie te studeren. Aan het eind kreeg ik de kans een kijkstage te doen in de dienst jongerenpastoraal van het bisdom Antwerpen in Wilrijk. Daar vielen mij de schellen van de ogen: dat was wat ik wou doen. Weet je, tijdens mijn studiejaren was mij niet eens opgevallen dat er zoiets als jongerenpastoraal bestond. In mijn studententijd had ik het moeilijk gehad, ik had een nauwe jonge vriend verloren. Ook mijn geloof had gewankeld. Maar het enthousiasme van jonge medegelovigen had het vuur weer aangewakkerd.

Tijdens die stage heb ik wat geloofsmethodieken kunnen ontwikkelen, een staptocht voor jongeren met zulke methodieken opzetten, een dag voor plussers organiseren enzovoort. Ik mocht er daarna meteen aan de slag en heb 4 jaar als jongerenpastor voor Turnhout gewerkt. Maar je kunt niet eeuwig als jongerenpastor actief blijven. Daar staat toch een zekere leeftijdsgrens op. Dan ben ik voor het vicariaat Kempen in Zandhoven gaan meewerken aan de vorming van nieuwe pastorale eenheden en de begeleiding van kerkbeleidsplannen. En toen zocht de nieuwe hulpbisschop van het aartsbisdom een halftijdse communicatiemedewerker voor zijn vicariaat. Na een jaar werd ik ook voor de andere helft uit de Kempen weggehaald om in Mechelen verantwoordelijk te worden voor het team jongerenpastores. Terug naar de oude liefde, dus.

Grenzeloos

Is communicatie in of voor de kerk anders dan andere communicatie? Toch wel, want kerkelijke communicatie hangt samen met geloofsverkondiging. Daarom is het meer nog dan elders belangrijk niet vanop een eiland te communiceren. Geloofsverkondiging zou letterlijk grenzeloos moeten kunnen zijn, zonder rekening te houden met parochie- of bisdomgrenzen. Al steken de diocesane perschefs intussen al vaak de koppen bij elkaar. In Vlaanderen beschikken we trouwens over Kerknet. Ik kan je verzekeren dat mijn internationale collega’s jaloers kijken naar die portaalsite met zijn vele microsites en zijn dagelijkse nieuwsberichten. Alle parochies en katholieke gemeenschappen en organisaties onder een en dezelfde banner, da’s communicatief bijzonder sterk.

Laagdrempelig

Veel in onze kerk wordt door vrijwilligers gedragen, en hun aantal vermindert. Dus moeten professionals als ik tijd uittrekken om hen te ondersteunen. Het moeilijkste van onze opdracht blijft natuurlijk onze boodschap buiten de kerkelijke middens te verspreiden. Dat lukt aardig, vind ik. In het persoverzicht dat onder de perschefs wordt verdeeld, zitten dagelijks een aantal items – en niet alleen slecht of spectaculair nieuws. Ook met mooie evangelische verhalen halen we regelmatig de gewone media. Alleen moeten we daarvoor duidelijk en laagdrempelig communiceren, en dat vergt oefening. En we moeten onszelf ook leren te beperken: het heeft geen zin alles te zeggen, het komt er vooral op aan met onze communicatie de harten van mensen te raken.”  III

Lees meteen verder

Ga naar archief