20 april 2022

Nummer 1.158

Geen katholieke school zonder dialoog

Met een nieuwe instructie beoogt de Congregatie voor de Katholieke Opvoeding twee doelen: enerzijds criteria formuleren om te antwoorden op de vraag wat de katholieke identiteit van scholen uitmaakt in tijden van grote en snelle veranderingen, anderzijds een duidelijk kader bieden om klachten en conflicten over die identiteit aan te pakken. Opvallend, de Congregatie wijst in beide gevallen op de noodzaak van een cultuur van dialoog. Wie de recente Vlaamse en Europese ontwikkelingen in het katholiek onderwijs heeft gevolgd, herkent heel wat punten.

Lieven Boeve

cover Nummer 1.158
Afbeelding
Dialoog behoort tot het wezen van de katholieke school, omdat hij tot de kern van het christelijke geloof behoort.  © Pixabay
Dialoog behoort tot het wezen van de katholieke school, omdat hij tot de kern van het christelijke geloof behoort. © Pixabay

De tekst De identiteit van katholieke scholen voor een cultuur van dialoog, gepubliceerd op 29 maart, bestaat uit drie delen. Eerst herhaalt de instructie de belangrijkste inzichten die de kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie over onderwijs verwoordde: onderwijs als een fundamenteel mensenrecht, de vrijheid van ouders – ook katholieke – om de school van hun voorkeur te kiezen en de verantwoordelijkheid van de staat om die vrijheid te ondersteunen en het mogelijk te maken dat er verschillende pedagogische projecten zijn. Eveneens wordt de opdracht van de kerk bevestigd om voor zowel katholieken als alle anderen in onderwijs te voorzien: voor alle leerlingen de integrale ontwikkeling van de hele menselijke persoon, voor gelovige leerlingen evangelisatie en groei in geloof. De katholieke school is er voor iedereen, met bijzondere aandacht voor wie het meest kwetsbaar is. Dat eerste deel eindigt met de jongste ontwikkelingen in het kerkelijke denken over onderwijs, sterk beïnvloed door de huidige paus: het belang van opvoeding tot dialoog, duurzaamheid, inclusie, vrede en zorg.

Spanningen over identiteit

Het tweede deel verheldert de verantwoordelijkheid van iedereen die bij de katholieke school betrokken is: van leerlingen, ouders, personeel en schoolleiders tot alle kerkelijke betrokkenen: schoolbesturen, congregaties, parochies, bisschoppen en de Heilige Stoel. Op basis van het voorgaande behandelt de instructie in het derde deel een aantal kritische vragen over katholieke identiteit en de verschillende interpretaties en conflicten die daarover bestaan. Wat dat laatste betreft, beklemtoont de Congregatie dat de concrete toepassing van het woord “katholiek” niet eenvoudig is, en al helemaal niet exclusief juridisch, formeel of doctrinair geregeld kan worden. De Congregatie wijt de spanningen omtrent katholieke identiteit aan vier verkeerde interpretaties: vooreerst is er soms een reductie, een te eng verstaan dat het katholieke alleen toewijst aan specifieke aspecten van de school: bijvoorbeeld de schoolpastoraal, de godsdienstles of de schoolleiding. Vervolgens duikt een louter formeel verstaan op op basis van erkenning door het kerkelijke gezag. Ten derde is een te vage interpretatie van de katholieke identiteit mogelijk in termen van christelijke waarden of inspiratie, waarbij soms zelfs het woord “katholiek” wordt vermeden. Tot slot kan er een te exclusief begrip van katholiek zijn, waardoor er alleen plaats is voor echte katholieken. Katholieke scholen kunnen evenwel geen eilanden zijn, ze moeten open scholen zijn, waar in dialoog met iedereen getuigenis wordt afgelegd van de christelijke identiteit.

Kern van het geloof

Daarmee raken we aan de kernboodschap van de instructie. Dialoog behoort tot het wezen van de katholieke school, omdat hij tot de kern van het christelijke geloof behoort: geworteld in de trinitaire dialoog in God, in de dialoog tussen God en mens, en tussen mensen onderling. Dat is des te meer waar in multiculturele en multireligieuze samenlevingen, beklemtoont de Congregatie voor de Katholieke Opvoeding. “Dialoog combineert de aandacht voor de eigen identiteit met het begrijpen van anderen en met respect voor diversiteit.” De instructie herinnert daarbij aan drie richtlijnen voor de dialoog die paus Franciscus formuleerde: de plicht om de eigen identiteit en die van de anderen te respecteren, de moed om verschillen te accepteren, en oprechte intenties, niet als een strategie maar als een grondhouding. Katholieke identiteit en dialoog gaan dus samen. De kracht van het document is dat die dialoog niet alleen van tel is voor het pedagogische project van de katholieke school, maar ook voor de concrete werking ervan. Dat blijkt vooral bij de richtlijnen die de instructie verschaft over wat te doen bij spanningen en conflicten op school, tussen school en kerk, en tussen school en staat. Daarbij trekt de tekst voluit de kaart van het overleg, met respect voor ieders rol en verantwoordelijkheid, waarbij juridische procedures alleen de laatste oplossing kunnen bieden.

Eigentijds tegendraads

Volledig in lijn met Gravissimum educationis, de concilieverklaring over de katholieke opvoeding, erkent de Congregatie dat het aan de lokale kerkgemeenschap is om criteria en richtlijnen die de instructie bevat, te vertalen naar de eigen context. De resolute keuze voor het samengaan van katholieke identiteit en dialoog kenmerkt alvast ook het Vlaamse project van de katholieke dialoogschool, dat zich duidelijk wil onderscheiden van een te eng, formeel, vaag of exclusief verstaan van “katholiek”. Daarom is het de ambitie van Katholiek Onderwijs Vlaanderen om dat project in het gewone schoolleven vorm te doen krijgen: leerplannen, zorg- en gelijkekansenbeleid, een verbindend schoolklimaat en conflictbemiddeling, dialogaal leiderschap, een infrastructuur die ontmoeting stimuleert… En op bijzondere momenten wordt die identiteit in diversiteit expliciet gemaakt: pastoraal op school, de godsdienstles, een nieuwe missie, schoolopeningen… De nieuwe engagementsverklaring voor het Vlaamse katholiek onderwijs (2019) verwoordt wat dat betreft de wederzijdse verwachtingen tussen school en al wie daarbij betrokken is: iedereen, ongeacht de eigen identiteit, is welkom op voorwaarde dat die zich wil inzetten voor het groeien in identiteit in dialoog met elkaar – dialoog waarin de christelijke stem eigentijds tegendraads mag klinken.

De instructie geeft aan dat de staat soms wetten oplegt die de vrijheid van onderwijs bedreigen. Uiteraard past ook hier eerst de dialoog met de gezagdragers, maar als dat niet lukt, is de juridische weg een optie. Het verzet dat 108 katholieke schoolbesturen aantekenden bij het Grondwettelijk Hof tegen de nieuwe eindtermen is ook daarvan een treffende illustratie.  III

Lees meteen verder

Ga naar archief