Tertio 998 - “Hoe hielden de mensen het hier uit?”

Reportage Auschwitz

“Hoe hielden de mensen het hier uit?”

Het War Heritage Institute organiseert ieder jaar voor honderd middelbare scholieren een herinneringsreis naar Auschwitz. Op zowat het koudste moment van het jaar ervaren zij ter plaatse de sprekende stilte van die hallucinante plek. Tertio reisde mee en sprokkelde impressies tijdens en na die indringende dag.

Frederique Vanneuville

Het is halfzeven in de ochtend. In de militaire luchthaven van Melsbroek zet Marc Compernol, Chef Defensie, direct de toon: “Ik wens jullie geen aangename reis, wel een leerzame dag”. De herinneringsreis naar Auschwitz is een doelbewuste confrontatie met een litteken in de geschiedenis van Europa dat nooit mag worden vergeten. “Want vandaag zijn in Europa terug krachten aan het werk die mensen veroordelen omdat ze anders zijn.”

Alvorens generaal Marc Compernol met de honderd middelbare scholieren en hun begeleidende leerkrachten uit zes Belgische scholen, een grote groep militairen en een handvol perslui op het vliegtuig naar Krakau stapt, parafraseert hij in zijn toespraak beroemde verzen van Martin Niemöller (1892-1984). Die Duitse predikant keerde zich in 1934 openlijk tegen Adolf Hitler, werd in 1937 na het houden van een onvervaarde preek gearresteerd en overleefde Sachsenhausen en Dachau. In 1946 keek hij terug: “Toen de nazi’s de communisten arresteerden, heb ik gezwegen, want ik was geen communist. Toen ze de sociaaldemocraten gevangenzetten, heb ik gezwegen, want ik was geen sociaaldemocraat. Toen ze de vakbondsleden kwamen halen, heb ik niet geprotesteerd, want ik was geen vakbondslid. Toen ze de joden opsloten, heb ik niet geprotesteerd, want ik was geen jood. Toen ze mij kwamen halen, was er niemand meer die nog protesteren kon”. Ook 73 jaar na datum komen die woorden binnen. De essentie van de reis is meteen duidelijk.

Kostbaar en broos geluk

Het is de vijftiende keer dat het War Heritage Institute (WHI) zo’n herinneringsreis organiseert. Michel Jaupart, directeur-generaal ad interim van het WHI, reist mee en heeft voor vertrek eveneens een boodschap voor de deelnemers. “Bertold Brecht wist het al: we moeten banger zijn van de stilte van pantoffels dan van het gestamp van laarzen.” Hij memoreert hoe het Erwin Haber verging bij het begin van de deportaties naar Auschwitz vanuit België in augustus 1942. “Hij had jullie leeftijd, zeventien jaar, en overleefde de dodelijke mix van ziekte, dwangarbeid, ondervoeding en onmenselijke behandeling niet. Zes dagen nadat hij op 4 augustus 1942 in een konvooi van duizend mannen, vrouwen en kinderen op de veewagen richting Auschwitz was gezet, stierf hij.” Jaupart spoort de leerlingen aan zich concreet voor te stellen dat hen hetzelfde lot zou wachten en zich bewust te zijn van het geluk dat ze hebben: “Dat geluk is kostbaar en broos. Een nieuwe Hitler zal morgen misschien in ons midden opstaan en besluiten ons van kant te maken, omdat we zijn godsdienst niet volgen, omdat we blond haar hebben, omdat we een bril dragen. Een nieuwe Hitler is echter alleen mogelijk als de maatschappij bereid is hem op zijn pad te volgen. Maar de maatschappij, dat zijn wij en het is aan ons erop toe te zien dat een dergelijke gruwel nooit meer kan gebeuren”.


“Wanneer je de poort van Auschwitz binnenstapt, voel je de spanning, de stilte, de leegte die eigenlijk niet zo leeg is”, schrijft Julie over haar indrukken van de herinneringsreis.  © Erwin Ceuppens / Belgian Defence

Het tijdstip van de reis valt niet toevallig in januari. Auschwitz werd in 1945 op de 27ste van die maand bevrijd. Bovendien is het er tijdens de winter bitter koud, wat de ervaring van een bezoek des te indringender maakt. Later die dag zullen we dat – zonder klagen – effectief ondervinden. Ook al hadden we de raad ons zeer warm te kleden goed opgevolgd, toch is de snijdende kou amper te harden. Normaal is het in die streek zelfs nog kouder in januari. “Hoe hielden de mensen het hier uit?” De vraag zal meermaals ontsteld klinken.

Stille getuigen

Auschwitz bezoeken overtreft de verbeelding. De plaats is kaal, rauw. In de zalen van de voormalige kazerne brengt onder meer een onvoorstelbare hoeveelheid voorwerpen in enorme vitrines als stille getuigen de realiteit van toen akelig dichtbij: stapels schoenen, valiezen, keukengerei, prothesen… De bergen menselijk haar blijken veel leerlingen in het bijzonder aan te grijpen. Wat ze zien, toetsen ze spontaan aan hun leefwereld. Nicky, leerling aan het Mechelse Atheneum Busleyden, is erg geraakt door de tentoonstellingsruimte over moeders en kinderen. “Ik studeer zelf verzorging. Wat ze die kindjes aandeden…” Leerlingen van de militaire school zijn dan weer geschokt dat de gevangenen vaak ellenlang appel moesten staan. “Vijf minuten appel staan is al lastig, maar wij weten dan tenminste dat het niet langer dan dat zal duren.” Een vrouwelijke militair, een jonge vijftiger, is pijnlijk getroffen door een foto van soldaten die mensen van een transport halen. “Het is de taak van soldaten burgers te beschermen.”

Inwisselbaar

Rijen portretten van gevangenen aan de muren van Blok 6. In Blok 20 vooroorlogse foto’s van Belgische slachtoffers – klasfoto’s die aangeven welke kinderen “ausgeschlossen” werden, familiekiekjes, een bruidspaar, een jong koppel op ski’s dat je lachend aankijkt. Een deportatiebevel voor een baby van 39 dagen. Elders een foto van een grote groep Poolse franciscanen met hun hoeden en pijen, te voet onderweg na hun arrestatie. Naast hen een Duitse soldaat op de fiets, breed glimlachend recht in de lens kijkend. De portretten zijn inwisselbaar, de slachtoffers van toen en de bezoekers van vandaag. De hartverscheurende realiteit achter de nauwkeurige administratieve vermelding van geboorte-, deportatie- en sterfdatum kan je vandaag slechts vermoeden, maar de omgeving spreekt ook zoveel jaar later nog voor zich. Dit is een plek waar zelfs de muziek diende om mensen te disciplineren: door hen op weg naar en van hun arbeid in de maat te laten stappen, konden de rijen gemakkelijker geteld worden. Het ondenkbare heeft hier plaatsgevonden en je ontsnapt niet aan het besef dat het altijd opnieuw mogelijk is.

“This is a sad job”

De stroom bezoekers in Auschwitz is enorm en het Auschwitz Memorial Report 2018 leert dat de aantallen jaarlijks stijgen. In 2001 waren het er 492.500, in 2010 bijna 1,4 miljoen en in 2018 bijna 2,2 miljoen, van wie ruim een derde uit Polen, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Vooral groepen komen naar de plek, maar het aantal individuele bezoekers neemt toe. Meer dan 320 museumgidsen en educatief medewerkers staan hen in twintig talen bij. Onze gids is een jonggepensioneerde Poolse dame. In een vreemde mix van afstandelijkheid en drama rijgt ze met monotone stem feiten en getallen aaneen. “This is a sad job”, vertrouwt ze ons toe. “It’s a huge cemetery that you visit time and again.” Blok 11, dat voornamelijk dienst deed als kampgevangenis, belichaamde die gruwel al tijdens de oorlog. In die “Blok des Doods” bevindt zich onder meer cel 18 die Maximiliaan Kolbe op 31 juli 1941 betrad in een groep van tien mannen nadat hij vrijwillig de plaats van een van hen had ingenomen, goed wetende dat ze tot de hongerdood waren veroordeeld. De franciscaan stierf er op 14 augustus na een injectie met fenol. Onophoudelijk schuifelen bezoekers in stilte voorbij de macabere ruimte. Verstoken van licht en verse zuurstof vonden anderen de dood in de “verstikkingscel” even verderop. In dezelfde kelder vonden de eerste experimenten met Zyklon B plaats. Tussen 3 tot 5 september 1941 kwamen daarbij 600 Russische krijgsgevangenen en 250 Poolse politieke gevangenen om het leven als proefkonijn.

Hoop sterft als laatste

In het aanpalende gebouw, Blok 10, vonden de medische experimenten plaats. Op honderden, voornamelijk joodse vrouwen werden sterilisatiemethodes uitgetest. Wie de ingreep overleefde, werd vaak alsnog vermoord om een autopsie te kunnen uitvoeren. En tussen de beide blokken ligt de executieplaats waar duizenden anderen werden vermoord, veelal Poolse politieke gevangenen, maar ook vrouwen en kinderen uit de omgeving die uit wraak voor verzetsacties neergeschoten werden. Vanaf 1944 ging het moorden elders door, meestal in de gaskamers van Birkenau.


Voor generaal Marc Compernol is Auschwitz een verschrikkelijke plaats, maar ook een plaats van hoop.  © Erwin Ceuppens / Belgian Defence

In Auschwitz waart werkelijk overal de dood. Julie, leerling van Spermalie Brugge, schrijft daarover: “Wanneer je de poort van Auschwitz binnenstapt, voel je de spanning, de stilte, de leegte die eigenlijk niet zo leeg is door de aanwezigheid die er ergens nog wel is. Ik had het gevoel dat je in de gaskamer de dood nog kan ruiken. Ik kreeg direct een krop in mijn keel. Niet te schatten hoeveel mensen daar het leven hebben gelaten. Hoe zij die mensen het leven konden ontnemen. Zonder reden.” Bij een leerling van de Gentse IVG-school beklijven deze woorden van hun gids: “Hoop sterft als laatste”.

Pure realiteit

Na de lunch – enorme honger, weinig appetijt – gaat het richting Birkenau. Zo verrassend klein als Auschwitz I is, zo onvoorstelbaar groot is Auschwitz II-Birkenau. In de open vlakte heeft de gure wind vrij spel. We wandelen verkleumd over het domein, bezoeken barakken, aanschouwen de restanten van de gigantische gaskamers waar 2.000 mensen tegelijk vergast konden worden… Het is een onwezenlijke plek. “In Birkenau leek het net alsof we door het decor van een film wandelden”, kijkt Annelore (Spermalie Brugge) daar na thuiskomst op terug. “De barakken, waar de mensen moesten slapen op houten of stenen ‘bedden’, het sanitair, de ellenlange tochten in de snijdende wind die we aflegden om naar de andere kant van het domein te gaan, allemaal elementen die we ons tot 24 januari enkel konden inbeelden. Nu stonden we er echt, net zoals die duizenden mensen tussen 1940 en 1945. Hoe langer we er bleven, hoe meer we beseften dat het pure realiteit was.”

Voelen, zien en horen

Dat is precies de reden waarom haar geschiedenisleerkracht, Fanny Munters, het zo belangrijk vindt dat deze herinneringsreizen blijven doorgaan: “Zelf heb ik door de verhalen van mijn grootouders nog voeling met de Tweede Wereldoorlog, maar voor mijn leerlingen is die connectie er niet meer. Zij horen die verhalen niet. Ze zien het in films, maar de maatschappij zorgt ervoor dat ze sceptisch zijn. De jeugd wil kunnen voelen, zien en horen hoe het is geweest”. Een anoniem neergeschreven getuigenis van een leerling van de Gentse IVG-school bevestigt dat: “Nu besef ik eindelijk dat woorden echt tekort kunnen schieten, dat sommige dingen – sommige ervaringen – te sterk zijn om te vatten met iets anders dan ervaring”.

Munters merkt in haar lessen dat de leerlingen met vragen zitten. “Ze willen het verleden begrijpen maar zien niet altijd de link met het heden. Voor mij is dat de belangrijkste boodschap die ik hen kan meegeven, want Auschwitz-Birkenau toont tastbaar tot welke gruwel politiek extremisme leidt.” Dat is ook wat generaal Compernol de leerlingen op het einde van het bezoek nogmaals op het hart drukt tijdens de
korte maar plechtige ceremonie met bloemenkransen bij het imposante monument voor de slachtoffers: “Dit is een verschrikkelijke plaats, maar als hij jullie, de volwassenen van morgen, de boodschap meegeeft je af te zetten tegen eender welke vorm van onverdraagzaamheid, is hij ook een plaats van hoop”.  III

www.auschwitz.org

In 2020 wordt 75 jaar bevrijding van Auschwitz herdacht. Het WHI en de vzw Auschwitz in Gedachtenis zoeken 1.000 leerlingen voor De Herinnering tegemoet, een leertraject met als orgelpunt een vijfdaags bezoek (5 tot 10 mei 2020) per trein met een “konvooi” van 1.000 leerlingen uit verschillende Europese landen. Scholen kunnen tot 24 mei 2019 hun kandidatuur indienen. Alle info op www.whi.be

 

Auschwitz door de ogen van een vluchteling

“Ik ben Mona Gabriel, een leerling van het Busleyden Atheneum, Campus Stassart, in Mechelen. Ik ben 20 jaar en ik kom uit Al Hassakah, Syrië. Ik woon sinds oktober 2015 in België. Ik ben met mijn familie naar hier gekomen. Met onze school hebben we Auschwitz bezocht. Het was interessant dat we de kans kregen het kamp in het echt te bezoeken. Ik vind dat de geschiedenis zich herhaalt. Toen de gids vertelde dat de vrouwen en de mannen gescheiden werden, dacht ik direct aan Syrië. Want ook daar worden de vrouwen en de mannen gescheiden door IS. De gevangenen weten niet wat er zal gebeuren. Ze weten niet of zij zullen overleven en of ze elkaar zullen weerzien. De mensen zijn nooit veilig en leven in angst. Het was ook aangrijpend om de bergen kleding, koffers en schoenen te zien. Het gevlochten vrouwenhaar heeft mij diep geraakt. Onze situatie is ongeveer hetzelfde. Maar voor de mensen toen was het het einde van hun leven. Voor mij gelukkig het begin.”

 

Vernietigingskampen en getto’s

Wie concentratiekamp zegt, denkt Auschwitz. Het is dan ook het bekendste en grootste concentratiekamp van nazi-Duitsland. Ruim 1,3 miljoen mensen werden erheen gedeporteerd; 1,1 miljoen van hen vonden er de dood, 9 op de 10 waren joods. Auschwitz I, het Stammlager, werd operationeel op 20 mei 1940. Het was een strafkamp, maar had ook een gaskamer en crematorium. De constructie van Auschwitz II-Birkenau, opgevat als Vernichtungslager en cruciaal voor het plan van de nazi’s om de Europese joden uit te roeien, ving aan op 8 oktober 1941. Vanaf 1 maart 1942 was het functioneel. Tussen maart en juni 1943 werden er vier complexen in gebruik genomen die tot 2.000 mensen tegelijk konden vergassen. Die operaties gingen door tot november 1944. In oktober 1942 opende in Monowice Auschwitz III. Dat kamp leverde dwangarbeiders voor de rubberfabriek van Buna, een onderdeel van I.G. Farben dat het toenmalige equivalent van 1,4 miljoen Amerikaanse dollar investeerde in
Auschwitz III. Auschwitz telde verder nog een veertig subkampen in de regio.

In 2005 stelden de Verenigde Naties 27 januari in als Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust omdat het Sovjetleger op die dag in 1945 Auschwitz-Birkenau bevrijdde. Ze troffen er 7.000 achtergelaten gevangenen aan. Op 17 januari waren de overige 60.000 gevangenen gedwongen op dodenmars vertrokken. Een klein onderzoeksteam van het United States Holocaust Memorial Museum in Washington, DC begon in 1999 in samenwerking met Indiana University Press en honderden academici en vrijwilligers wereldwijd met het samenstellen van de Encyclopedia of Camps and Ghettos, 1933-1945. De beschrijving van de in totaal 42.500 locaties – veel meer dan de onderzoekers zelf hadden verwacht – zal minstens zeven delen in beslag nemen. De eerste drie daarvan, goed voor 5.000 bladzijden over 3.000 locaties, verschenen in 2009, 2012 en 2018. Volumes I (met daarin Auschwitz) en II zijn integraal en gratis te downloaden via www.ushmm.org/research/publications/encyclopedia-camps-ghettos

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​