Tertio 992 - Coherent beleid met dank aan slachtoffers en parlement

Analyse seksueel misbruik

Coherent beleid met dank aan slachtoffers en parlement

Kardinaal Jozef De Kesel dankt de experts en de medewerkers die de kerk in commissies en opvangpunten bijstonden en bijstaan, maar vooral ook de parlementaire onderzoekscommissie die de Belgische kerk aanzette tot een transparante en correcte aanpak van misbruikmeldingen én de slachtoffers zelf. “De ontmoetingen met hen hebben geleid tot een andere cultuur en politiek”, stelt hij bij de publicatie van het overzichtsrapport ter zake.

Emmanuel Van Lierde

Paus Franciscus sommeert volgende week alle voorzitters van bisschoppenconferenties wereldwijd naar Rome voor een top over seksueel misbruik. “Daarmee maakt hij een krachtig statement”, vindt kardinaal Jozef De Kesel. “Zo geeft hij aan dat misbruik een bekommernis moet zijn van de universele kerk. Vroeger werd al te vaak gedacht dat het alleen een westers probleem was. Neen, het is een universeel fenomeen. Niemand blijft ervan gespaard. Het is kortzichtig te denken dat het alleen een westerse kwaal is die elders niet voorkomt. Alle landen moeten beseffen dat dit een ernstige zaak is waarvan ze niet kunnen vluchten. De symboolwaarde van die top is daarom groot en het kan de puntjes op de i zetten over het te volgen beleid wereldwijd. Geen doofpotten meer. In sommige landen wordt de kerk er nu pas mee geconfronteerd of moet het nog beginnen. Zij kunnen leren van onder meer onze aanpak.”


© rr

De Belgische kerk kwam met vallen en opstaan tot een coherent beleid en kan in Rome die ervaring delen. Behulpzaam daarbij is het overzichtsrapport dat verslag uitbrengt van wat tussen 1995 en 2017 gedaan werd om recht te doen aan de slachtoffers en om nieuwe misbruiken te voorkomen. Een groot deel van dat historisch overzicht is bekend. In de nasleep van de Dutroux-affaire werden in 1997 twee contactpunten door de bisschoppen opgericht waar misbruik gemeld kon worden. In 2000 werden die vervangen door een commissie onder leiding van eremagistraat Godelieve Halsberghe. Tijdens haar negenjarige bestaan behandelde die 33 klachten. In 2010 kwam een nieuwe commissie tot stand met aan het hoofd kinderpsychiater Peter Adriaenssens. Toen op 23 april 2010 Roger Vangheluwe ontslag nam als bisschop wegens misbruik, regende het plots klachten. Er kwamen 475 meldingen binnen, maar Operatie Kelk maakte een einde aan de commissie-Adriaenssens.

Arbitrage

“We bleven ontredderd achter. We wisten niet wat we als kerk nog mochten doen. De juridische onzekerheid was groot. Tegelijk konden we ons niet permitteren om niets te doen voor al die slachtoffers. We wilden meer doen dan spijt uitdrukken en verontschuldigingen aanbieden. We voelden dat er meer nodig was om recht te doen aan slachtoffers, ook al waren de feiten verjaard”, herinnert De Kesel zich. Achteraf bekeken was de bijzondere parlementaire commissie “betreffende de behandeling van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie, in het bijzonder binnen de kerk” een godsgeschenk. “Dat heeft ons geholpen tot een transparante, legale en geloofwaardige aanpak te komen. Niet-verjaarde feiten worden bij de politie of aan de gerechtelijke instanties gemeld. Voor verjaarde feiten – de overgrote meerderheid dateert van voor 1980 – kwamen twee sporen tot stand: een centrum voor arbitrage, een neutrale instantie binnen de Koning Boudewijnstichting, en voor wie rechtstreeks contact met de kerk wou, tien opvangpunten, één in elk bisdom en twee voor de religieuzen. Meermaals hebben we slachtoffers opgeroepen zich te melden”, zegt de kardinaal.

Tot 31 oktober 2012 kon dat bij het centrum voor arbitrage, 628 slachtoffers klopten daar aan, 506 klachten werden aanvaard. In het overzichtsrapport wordt voor het eerst uitvoerig verslag gedaan van de werking van de opvangpunten tussen 2012 en 2017. Daar kwamen 426 meldingen binnen. Volgens de nood van het slachtoffer wordt met hem of haar gezocht naar gepaste psychologische, sociale, spirituele of juridische hulp en herstelmaatregelen. Ook partners, het gezin, vrienden of collega’s van het slachtoffer of mensen uit de organisatie of de parochie waar een dader werkzaam was, kunnen bij die opvangpunten terecht.

Erkenning

“Slachtoffers willen vooral erkenning. Daarom vragen ze naar een ontmoeting of bemiddeling met een bisschop of een overste. Sommigen willen ook de dader zien. Het belangrijkste is dat slachtoffers worden gehoord én geloofd. De erkenning van wat hun is aangedaan, bleef te lang uit. Wat er gebeurd is, kunnen we niet ongedaan maken, maar we trachten te doen wat we nu nog kunnen. Daar staat geen prijs op. We moeten ons elke moeite getroosten om slachtoffers nabij te zijn. Omdat in onze samenleving sommige zaken nu eenmaal in geld worden uitgedrukt, gaven we ook financiële compensaties”, stelt De Kesel die aangeeft dat de ontmoetingen met slachtoffers eveneens doorslaggevend waren in het ontwikkelen van een coherent beleid. De Stichting Dignity staat in voor de financiële tegemoetkomingen. De opvangpunten hanteren daarbij dezelfde criteria en categorieën als het centrum voor arbitrage. Daders worden aangemaand financieel bij te dragen aan die Stichting, maar doen zelf nooit rechtstreeks een geldelijke transactie naar een slachtoffer. In opdracht van het arbitragecentrum betaalde Dignity 2.999.751 euro uit aan slachtoffers en bij de opvangpunten ging het tussen 2012 en 2017 om 1.580.001 euro, in totaal dus 4.579.752 euro.

Blijvend toezicht

De opvangpunten en de Stichting Dignity blijven operationeel, net als de Interdiocesane commissie voor de bescherming van kinderen en jongeren onder leiding van psycholoog Manu Keirse. Die interdisciplinaire commissie schreef eerder de beleidslijnen uit in twee brochures: Verborgen verdriet in 2012 en Van taboe naar preventie in 2014. Ze blijft instaan voor een waakzame aanpak, onder meer door screening van toekomstige ambtsdragers en religieuzen, door (na)vorming van wie in de pastoraal werkzaam is en door gedragscodes voor iedereen die taken in de kerk uitoefent. Die laatste zijn eveneens opgenomen in het overzichtsrapport. De bisdommen en de religieuzen hebben voorts een Raad van toezicht opgericht die hen bindende adviezen geeft over de opvolging van daders die niet meer gehouden zijn aan strafrechtelijke sancties. Welke taken kunnen zij nog opnemen en welke niet? Het voorstel voor hun toekomst vereist goedkeuring van de Congregatie voor de Geloofsleer.

“Seksueel misbruik is altijd machtsmisbruik. Een machtspositie, binnen of buiten de kerk, houdt altijd gevaren in. Denken dat je je meer mag permitteren dan een ander, omdat je priester bent bijvoorbeeld. Als we het fenomeen van het kindermisbruik goed willen begrijpen, moeten we ook de machtsmechanismen zien die in een instituut spelen. Ook de samenleving kent organisaties en instellingen waar die mechanismen opduiken, waar macht speelt. Ons rapport kan hen helpen die fenomenen te begrijpen en preventie in te lassen”, besluit de kardinaal.  III

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​