Tertio 992 - “Gebrek structuurhervormingen blijft de molensteen om de hals”

Analyse seksueel misbruik

“Gebrek structuurhervormingen blijft de molensteen om de hals”

In het pas gepubliceerde rapport over de aanpak van het seksueel misbruik in de Belgische kerk zijn ook ervaringen opgenomen van hen die de opvangpunten leiden. Zo staat Mia De Schamphelaere in voor het zorgteam van de Unie van Religieuzen van Vlaanderen (URV) waar slachtoffers van misbruik binnen de Nederlandstalige orden en congregaties terechtkunnen. Hieronder volgt een ingekorte versie van haar getuigenis.

Mia De Schamphelaere

Oktober 2010, het pas verkozen parlement wil het onderzoek naar het misbruik in de kerk naar zich toetrekken. In het voorjaar was de ontreddering compleet toen bleek dat ook een populaire bisschop zich aan kinderen had vergrepen. Een stortvloed aan meldingen volgde en het gerechtelijk onderzoek startte spectaculair. Op het eerste gezicht leek een parlementair onderzoek een merkwaardige stap. Hoe kan een parlementaire commissie zich buigen over de interne organisatie van de kerk tijdens een lopend gerechtelijk onderzoek zonder de grondwettelijke beginselen van scheiding der machten en scheiding tussen kerk en staat te schenden? Ook bij de kerkleiders was er huiver. Hoe zal het parlementaire debat verlopen? Zal de kerk niet nog meer worden beschadigd? Zal dit de slachtoffers ten goede komen of zal het schandaal centraal staan? Uiteindelijk stapte de kerk mee in het debat. Dat was baanbrekend en is achteraf bijzonder heilzaam gebleken. Als er één plaats is om maatschappelijke verontwaardiging een stem te geven en een verwerkingsproces voor een diepe malaise in de samenleving mogelijk te maken, dan bij uitstek het parlement.

Ondervraging

De bijzondere parlementaire commissie over de behandeling van seksueel misbruik, inzonderheid binnen de kerk, riep achtereenvolgens alle Belgische bisschoppen en de oversten van de belangrijkste orden en congregaties op voor ondervraging. Als uittredend parlementslid en oud-voorzitter van de commissie voor Justitie gaf ik informeel advies aan sommige bisschoppen over de werking van parlementaire commissies en over de mogelijkheden binnen een parlementaire procedure. Ik bereidde met hen de zittingen en hun tussenkomsten voor.

Erkenning

Met die ervaring rijker werd ik in 2011 gevraagd als vrijwilliger te participeren in het zorgteam dat werd samengesteld door de URV. Ik wist wat me te wachten stond: het onthaal en het beluisteren van slachtoffers, het bemiddelen, het begeleiden van het erkenningsgesprek en de spijtbetuiging. De confrontatie met het leed en de pijn van de slachtoffers was ongemeen hard. De voorbije acht jaar ontmoette ik 57 gebroken mensen, van Maaseik tot Diksmuide, in herenhuizen en huurflats, in psychiatrische instellingen en detentiehuizen. Nooit raakte ik gewoon aan de gruwelijke verhalen van kindermisbruik. Telkens opnieuw maakte ik mij klein, werd ik een en al oor, liet ik de wonde opengaan en luisterde ik naar de levensverhalen die vooral overlevingsverhalen zonder uitkomst bleken te zijn.

Oneindige variëteit

Ik ontmoette evenveel keren een overste om het verhaal over te brengen, iets over de identiteit van de dader te weten te komen en erkenning voor het slachtoffer voor te bereiden. Sommige orden en congregaties waren professioneel in hun aanpak. Er werd onmiddellijk in het archief gedoken, data en identiteitsgegevens van de dader nagegaan, verslagen uitgeplozen. De grote orden en congregaties deden ook nooit moeilijk over het dadingvoorstel en het bedrag voor de morele genoegdoening. Maar het veld van de religieuzen is als een oud lappendeken met een oneindige variëteit. Vaak kwam ik aankloppen bij hoogbejaarde oversten die maar moeizaam hun uitgeleefde klooster rechthielden. Ze aanhoorden het misbruikverhaal met tranen in de ogen en vroegen zich vertwijfeld af hoe ze dat moesten uitklaren. Anderen vertrouwden mij openhartig toe dat ze vroeger ook slachtoffer geweest waren en uit angst voor de eigen herinnering wegkeken van het misbruik.

Beluisterd worden

Bij zowel slachtoffer als overste drong ik aan op een ontmoeting om het verhaal te aanhoren en om concrete spijtbetuigingen uit te drukken. Bij de meeste gevallen was de dader al overleden, maar een zeldzame keer was die zelf aanwezig bij het erkenningsgesprek. Dat gesprek is voor veel slachtoffers belangrijker dan de materiële schadevergoeding. Voor het eerst beluisterd worden over het leed dat je is aangedaan, zonder dat er getwijfeld wordt, zonder dat je bestookt wordt met vragen naar bewijs, aanvaard en erkend worden als slachtoffer en officiële kerkelijke excuses horen uitspreken, dat werkt zonder meer bevrijdend. Met die gesprekken konden we de slachtoffers helpen een bereikbare stap vooruit te zetten in hun verwerkingsproces. Daarvoor mocht ik veel dankbaarheid ondervinden. In die dank van de slachtoffers vond ik de moed om nieuwe meldingen aan te pakken. Want die blijven komen, de verwerking van misbruik op jonge leeftijd duurt immers een leven lang. Niemand weet vooraf wanneer de individuele verdringingsstrategieën doorbroken worden, wat de aanleiding is of wanneer het geschikte moment daar is om te durven spreken. Daarom is het essentieel dat de zorgteams en meldingspunten binnen de kerk blijven functioneren.


“In de dank van de slachtoffers vond ik de moed om nieuwe meldingen aan te pakken”, zegt Mia De Schamphelaere.  © rr

Aanvankelijk vond ik de motivatie voor mijn opdracht in mijn gehechtheid aan de kerk. Ik dacht haar te kunnen helpen, maar in de ervaring werd de oproep om het leed van de slachtoffers tegemoet te komen, sterker. Ik dacht de kerk van Christus te moeten redden, maar ik ontmoette Christus in de minsten van de Zijnen, de gekwetsten in lichaam en ziel. Het is mijn kerkbeeld dat nu beschadigd en gewond overblijft. En niet alleen dat van mij. Bij zovele oprechte gelovigen blijft er verdriet, schaamte en onmacht. Hoe is dit kunnen gebeuren, bij ons en wereldwijd? Waarom werd het leed dat aan kinderen en jongeren is aangedaan, niet tijdig gezien en gehoord? Was het niet Jezus zelf die voorspelde dat het beter is om met een molensteen in zee te worden geworpen dan om kleinen ten val te brengen (Lucas 17, 2)?

Cultuur

Het kindermisbruik is duidelijk geen zaak meer van alleen individuele ontsporingen. Sinds de apostelen heeft de kerk veel crisissen doorstaan, maar wat we nu meemaken, is een van de donkerste perioden omdat het kwaad van binnenuit komt. We kunnen niet anders dan vaststellen dat er iets verkeerd gegroeid is in de structuren van de kerk zelf. De eenzijdig mannelijke en wereldvreemde cultuur is ontspoord. Het celibaat kan een gave zijn en een bron van geestelijke vrijheid, maar kan ook beleefd worden als een tekort en een te zware last om dragen. Er is veel begrip gegroeid voor de zonden van onkuisheid, maar door de geheimhouding vervaagde elk normbesef. Het is een perverse omkering van waarden als de vergiffenis voor een onkuis leven het besef van wat een misdaad tegen een kind is, tenietdoet.

De exclusief mannelijke kerkstructuur heeft gefaald. De mensheid geeft maar leven omdat er mannen en vrouwen zijn, ouders en grootouders. Het katholieke mensbeeld kan maar inclusief en liefhebbend zijn als mannen en vrouwen het opbouwen. Er zijn dringende hervormingen nodig om de leefwereld van alle oprechte leerlingen van Jezus te laten doordringen in de top van de kerkstructuren. En zo de macht die hoort bij de leiding van de wereldwijde organisatie in balans te houden, controleerbaar en transparant te maken. De Blijde Boodschap is te belangrijk om niet gehoord te worden. De structuren en instituties zijn daaraan ondergeschikt. Zonder een diepgaande hervorming zal de molensteen om haar hals de kerk verder de diepte intrekken.  III

Het overzichtsrapport is te consulteren via www.misbruikindekerk.be
Klachten over seksueel misbruik kunnen bij de opvangpunten gemeld worden via misbruik@kerknet.be of tel. 02/507.05.93.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​