Tertio 989 - Mensenhandel dagelijkse kost voor Eritrese vluchtelingen

Mensenhandel dagelijkse kost voor Eritrese vluchtelingen

Betalen om te mogen vluchten, het kwam met de zaak-Melikan Kucam uitgebreid in het nieuws. Zulke mensensmokkel, daar weten ze in Eritrea alles van.

Benoit Lannoo

Merhawi Goitom klinkt schuchter. De jonge Eritrese vluchteling arriveerde deze zomer in Europa en besliste na veel aarzelen met naam en toenaam te getuigen over de martelingen die hij in Libische vluchtelingenkampen onderging. “Eritrese christenen ervaren er vaak bijkomende moeilijkheden”, fluistert Goitom in het Tigrinya. De meerderheid van de 3,5 miljoen Eritreeërs zijn oriëntaals-orthodoxe christenen en zij dragen doorgaans een tattoo van een kruisje. Komen er best aparte vluchtelingenkampen voor christenen, om ze tegen geweld wegens hun geloof te beschermen? Wat maakt het uit, de kampen in Libië zijn onveilig voor alle vluchtelingen.

Maar bij uitstek voor Eritrese vluchtelingen zijn zij de hel op aarde, want het Eritrese regime heeft banden met de mensensmokkelaars. Dat bevestigt zelfs een recente resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN). Wat tot 2014 in de Sinaï-woestijn gebeurde, gebeurt nu in Libië: Eritrese vluchtelingen worden gemarteld om familie – al gevlucht naar Europa of nog in het moederland – via mobieltjes te chanteren: je moet betalen om de martelingen te stoppen.

Duizenden dollars

“Merhawi betaalde verschillende keren om in Europa te raken”, vertaalt Abrahalei Tesfai, zelf al enkele jaren erkend asielzoeker in het Italiaanse Bologna en actief bij een niet-gouvernementele organisatie voor Eritrese vluchtelingen. “Eritrese mensensmokkelaars vroegen aanvankelijk 4.500 dollar om het land te ontvluchten”, zegt Goitom. “In de woestijn moest plots ook een Libische tussenpersoon geld hebben. Mijn ouders konden dat niet meer ophoesten. Van lotgenoten die wel betaalden, heb ik geen nieuws meer. Ik kwam via Soedan in de kampen in Libië terecht: ook waar het Rode Kruis de plak zwaait, wordt verkracht en gemarteld. Mijn ouders bedelden bij buren en kennissen om mij vrij te kopen. En de tocht over de Middellandse Zee kostte nog eens duizenden dollars.”


Onderschrift foto: Vorige maand kwamen een tweehonderd Eritreeërs – onder wie Merhawi Goitom en Abrahalei Tesfai (vooraan links) – in Brussel bijeen om Europese beleidsmakers te waarschuwen dat Eritrea allerminst een “veilig land” is.  © Brigitte Meuwissen

Eritrees-Ethiopische vrede

De Eritrese president Isaias Afewerki en de Ethiopische eerste minister Abiy Ahmed openden onlangs een derde grenspost aan de westkant van hun gemeenschappelijke grens. Net na het afsluiten van het vredesakkoord dat in juli 2018 een einde maakte aan twee decennia grensconflicten, openden beide landen een grensovergang aan de oostkant en een andere ten zuiden van de centraal gelegen Eritrese hoofdstad Asmara. De vroegere Italiaanse kolonie werd in 1950 een vrij autonoom gebied binnen een federaal Ethiopië, maar keizer Haile Selassie (1892-1975) ontbond begin jaren 1960 de Ethiopische federatie en annexeerde het land. De Eritrese onafhankelijkheids- en burgeroorlogen duurden meer dan dertig jaar, tot rebellen onder leiding van Afewerki in 1991 de strijd wonnen en de Eritreeërs in 1993 per referendum voor onafhankelijkheid kozen. Na tien jaar grensoorlog met Ethiopië wist een VN-vredesmacht een broze wapenstilstand op te leggen, maar de grens bleef – in elk geval voor legaal grensverkeer – potdicht.

Goodwill

De recente vredesovereenkomst is een goede zaak en veel gemengde Eritrees-Ethiopische gezinnen zagen voor het eerst sinds jaren hun familieleden terug. Maar deze vrede komt vooral Eritrees sterke man Afewerki goed uit: zijn één-partijregime overleeft op basis van onnoemlijke mensenrechtenschendingen en verzekert zich met dit akkoord van internationale goodwill. De Oost-Afrikaanse landen kozen Eritrea zelfs tot delegatieleider in het bilaterale Khartoemoverleg over migratie met de Europese Unie. “Hoe de Oost-Afrikaanse partners hun delegatie samenstellen, daar hebben wij niets over te zeggen”, aldus Europese topdiplomaten. “Maar er gaat geen eurocent naar het regime in Asmara.”

Originele mensenrechtenschendingen

Dat laatste is cynisch, want er is in Eritrea niet eens een schatkist. De eenheidspartij van Afewerki heeft die gewoon genaast. Het regime – vaak in één adem genoemd met de Kim-dynastie in Noord-Korea – bepaalt al jaren zonder de minste transparantie het doen en laten van de Eritreeërs. De landenfiche van Human Rights Watch vat samen: “Geen democratie, geen wetgeving, geen onafhankelijke pers noch middenveld. Nauwelijks religieuze vrijheid. Burgers worden willekeurig opgepakt en belanden zonder proces in gevangenissen, waar geweld en marteling schering en inslag zijn”. 365 gevangenissen, één per dag, klinkt een wrang Eritrees grapje.

Tot de meest merkwaardige mensenrechtenschendingen behoort de “school van de natie” – het jargon is op marxistische leest geschoeid. Alle burgers in het land zijn verplicht tot militaire of civiele dienst voor een hongerloon en voor onbepaalde tijd. Alleen zwangere vrouwen en moeders worden vrijgesteld, wat meteen uitlegt waarom Eritrese meisjes zo vroeg trouwen en kinderen krijgen. Ook de “inkomstenbelasting voor Eritreeërs in het buitenland” is op zijn minst origineel: een Eritrese vluchteling die in Brussel taxichauffeur is, betaalt twee procent belasting op wat Asmara denkt dat hij verdient. Betaalt hij niet, dan draait zijn familie in het moederland ervoor op.

Wekt het verbazing dat Eritreeërs al jaren massaal hun land ontvluchten? Sommigen proberen in Oeganda te geraken, want een aantal Centraal-Afrikaanse landen hebben hun onderlinge visaplicht afgeschaft. Of ze belanden via corrupte douaneambtenaren in de handen van de mensensmokkelaars die de vroegere Sinaïroute gewoon naar Libië verlegden. Die mensenhandel is rechtstreeks gelinkt met de militaire top in Asmara, dat wist een speciale VN-rapporteur in 2012 al. Niets geeft aan dat het veranderd is.

Eritrese diaspora

Vorige maand kwamen een tweehonderd Eritreeërs – onder wie Goitom en Tesfai – in Brussel bijeen om Europese beleidsmakers te waarschuwen dat Eritrea allerminst een “veilig land” is, zoals Italiaans Binnenlandminister Matteo Salvini beweert om zijn systematische weigering van Eritrese vluchtelingen te rechtvaardigen. De Eritrese diaspora is ook bijzonder bezorgd dat de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) Eritreeërs nu “vrijwillig” vanuit Libië naar hun thuisland begeleidt. Niemand keert vrijwillig terug naar Eritrea; de mensenhandelcarrousel draait met dezelfde slachtoffers gewoon nog een rondje.  III

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​