Tertio 983 - “Kwetsbaarheid brengt het mooiste naar boven”

Dossier kwetsbaarheid

“Kwetsbaarheid brengt het mooiste naar boven”

Er komt altijd een moment waarop een mens beseft dat hij kwetsbaar is. Maar hoe leef je daar dan mee? Hoe zorg je ervoor dat die kwetsbaarheid je niet verlamt? En meer nog: (hoe) kan kwetsbaarheid een sterkte worden? Tertio zocht naar antwoorden bij onder meer een organisatie en een ervaringsdeskundige.

“Je ontdekt de eigen kwetsbaarheid doorheen de anderen”, zegt Barbara Focquaert, gemeenschapsverantwoordelijke van De Ark Gent. Ze getuigt hoe de omgang met anderen je als mens verandert. “Je moet met een zekere vreugde altijd opnieuw oefenen.”

Kwetsbaarheid valt in het dagelijkse leven als dusdanig niet echt op”, stelt Barbara Focquaert, gemeenschapsverantwoordelijke van De Ark Gent, een leef- en woongemeenschap voor mensen met en zonder mentale beperking. “De woorden komen vaak retrospectief, al is de grondervaring er wel. Het helpt natuurlijk dat mensen als Jean Vanier (de Canadese stichter van De Ark, nvdr) er al woorden aan hebben gegeven. Als je zijn boeken of brieven leest, dan gaat het er voortdurend over. Maar je moet er volgens mij wel over nadenken, want anders ontsnapt het je. Wie in De Ark komt wonen en werken, leert het door erover te reflecteren. Wanneer een vrijwilliger hier voor de eerste keer over de vloer komt, denken we niet in termen van kwetsbaarheid. Wel bereiken we vrij snel het punt: De Ark draagt de ervaring in zich dat kwetsbaarheid van iedereen is.”

Zij veranderen jou

“Je ontdekt de eigen kwetsbaarheid doorheen de anderen”, licht Focquaert toe. “Aanvankelijk denk je: ‘ik ben sterk, zij zijn zwak’, maar je ervaart al snel dat jij ook zwak bent en zij sterk. En beiden kloppen. Mensen met een beperking zijn kwetsbaar, maar gaandeweg veranderen ze jou eveneens. Als ik het vergelijk met het rusthuis waar ik tot voor kort werkte: daar leer je dat iedereen sterfelijk is. Ouderen zijn vreselijk broos, maar maken je tegelijk meer mens.”


“De weigering van Petrus zich de voeten te laten wassen komt neer op een weigering kwetsbaar te zijn”, zegt Barbara Focquaert (foto: voetwassing bij De Ark Gent). © rr

Kracht

Het besef van de eigen sterfelijkheid en kwetsbaarheid kan verlammen. “De maatschappij helpt ons daarbij niet”, vindt Focquaert. “Nooit wordt over kwetsbaarheid als kracht gesproken. Nochtans heeft wie kwetsbaar is de gave te verenigen en te zorgen voor anderen – toch een van de mooiste gaven van de mensheid, vind ik –, maar dat wordt over het algemeen niet aanvaard.” Vaak is dat een leerproces van lange adem. Opnieuw vergelijkt Focquaert het met het rusthuis: “Wie overgave niet geleerd heeft, krijgt het daar moeilijk met afhankelijkheid. Je hoort het heel veel: ‘Ik mag er niet aan denken dat ik van een ander afhankelijk word’. Wie het toch kan – omdat hij het geleerd heeft of omdat het in zijn karakter zit –, kan zich makkelijker toevertrouwen. Dat geldt ook voor mensen met een beperking.”

Hoogmoed

De eigen kwetsbaarheid komt naar boven als je toelaat erdoor geraakt te worden. Door je hoogmoed leer je het, stipt Focquaert aan. “Maar dat is geen theoretisch model. Je leert het maar in de praktijk. Toen ik jaren geleden assistent was in De Ark Moerkerke, vond ik dat ik niet mocht wenen. Iemand zei me toen: ‘Waarom ben je bang?’ Uiteindelijk kom je op een punt dat je het toch niet meer volhoudt. Pas als de weerstanden wegvallen, kan je daadwerkelijk zeggen dat je het niet meer ziet zitten. Wat een schoonheid komt er dan boven van de mensen met een beperking. Ik werd getroost en hun zorg raakte mij nog meer: ‘Waarom wil jij voor mij zorgen?’, vroeg ik.”

Momenten van wanhoop

“Scherven in mijn ego”, noemt Focquaert het. “Nu ik een paar maanden aan de slag ben als gemeenschapsverantwoordelijke, merk ik dat die momenten van wanhoop er moeten zijn om in de eigen kwetsbaarheid te gaan staan. Dan vraag ik ’s morgens als ik binnenkom aan Nikola om mij een knuffel te geven. En Ronny zorgt ervoor dat mijn tas afgewassen is en op mijn bureau staat. De mensen met een beperking hoeven niet precies te weten wat er scheelt of waarover het gaat, maar ze dragen mij. Of dat de sterkte is van De Ark? Ik denk het wel. Ooit liep ik met Frank aan de arm rond om overal ‘goeiedag’ te zeggen. Sommige mensen reageerden afwijzend, anderen vriendelijk. Door kwetsbaar te zijn geef je anderen de kans het mooiste of het lelijkste in zich naar boven te laten komen. Dat maakt het moeilijk, maar ik neig zelf nogal naar het mooiste. Zo kan De Ark een teken van vrede en van leven zijn.”

Wederkerigheid

“Jezus is mens geworden en kan dus sterven”, zegt Focquaert. “Dat is wel heel kwetsbaar. Wie geboren wordt, kan niets. Hoe hulpeloos is een baby? Ook op het einde van het leven heb je veel broosheid. Die incarnatie is een teken van kwetsbaarheid. De leeftijdsgenoten van die hulpeloze baby werden doodgestoken. Dat komt wel heel dichtbij. Of De Ark een spiegel is voor de kerk? Bij de diaconie en in de kerk wordt maar weinig over echte wederkerigheid gesproken. Velen zetten zich met een groot hart in vanuit een grote morele overtuiging – ‘de armen moeten geholpen worden’ – maar de eigen armoede erkennen en aanvaarden, ligt moeilijk. Toch worden we vanuit een diepe overtuiging geroepen die kwetsbaarheid toe te laten en deel te hebben aan de voetwassing. Het belangrijkste bij dat verhaal is de weigering van Petrus zich de voeten te laten wassen. Dat komt eigenlijk neer op een weigering kwetsbaar te zijn. Het antwoord van Christus: ‘Als ik jou de voeten niet mag wassen, heb je geen deel aan mij’.”

De Ark heeft een traditie van voetwassing. “Over de hele wereld doen we die”, getuigt Focquaert. “Dat is zo aandoenlijk, als je elkaar de voeten wast. Zeker als iemand met een beperking jou de voeten wast. Of de assistent met wie je het niet helemaal kan vinden en die toevallig naast je zit. Toen ik assistent in Moerkerke was, deed ik op palmzondag met Hendrik een pelgrimage. Daar hoorde een verzoeningsviering bij. Hendrik was onder de indruk van de stilte in die viering. Ik was gaan biechten, altijd een moment van verschrikkelijke kwetsbaarheid. Toen ik in tranen terug plaatsnam naast Hendrik, sloeg hij zijn arm rond mij en legde ik mijn hoofd op zijn schouder. Dat was een gevoel van echte absolutie, bijna als een tweede biecht. Voor mij was dat een sterke ervaring van overgave: vanuit zijn zijn aanvaardde Hendrik mij, waar ik mezelf niet kon aanvaarden zoals ik ben.” De Ark draagt zo uit dat kwetsbaarheid een integraal deel van christen-zijn betekent. “We proberen er zelf woorden aan te geven als het gebeurt. Als een van de gasten ziek is, kan je zeggen: ‘Laat je maar doen’. Of als we met de assistenten beseffen dat we iets niet kunnen doen, als we dan de vrienden van De Ark vragen om bij te springen, proberen we te benoemen dat dat – midden de miserie – een kracht is. Tijdens vormingen wordt benadrukt dat het nodig is erover te reflecteren en het tegenover elkaar te benoemen. Voor mezelf vind ik dat een oefening waar ik nooit mee klaar ben. Vergelijk het met sport of muziek: ook daar moet je met een zekere vreugde altijd opnieuw oefenen.”

Allen hulpbehoevend

“Dat het bij sport niet altijd direct lukt, vinden we meestal niet zo erg”, vervolgt Focquaert. “Ook in het dagelijkse leven wil je wel, maar lukt het niet altijd alleen en heb je hulp nodig. We zijn allemaal hulpbehoevend, maar dat is tegelijk de grootste schrik voor velen. Al moet ik er eerlijkheidshalve aan toevoegen dat ik niet weet wat ik doe als ik ooit zelf werkelijk fysiek hulpbehoevend word.” Kwetsbaarheid is een deel van wie we als mens zijn. “Dat probeer ik onder meer uit te dragen door in De Ark te werken”, besluit Focquaert. “Dan zit het in je leven en hoef ik het niet alleen te vertellen. Hoe zou je het anders moeten doen? Als je op je limieten botst, zit je middenin de kwetsbaarheid. Zoals ik al zei: het kan niet bij theorie blijven.”  III

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​