Tertio 981 - “Christenen hebben het monopolie van de waarheid niet”

“Christenen hebben het monopolie van de waarheid niet”

De vermoorde Belgische witte pater Charles Deckers (1924-1994) wordt op 8 december met 18 andere martelaren van Tizi Ouzou en Tibhirine in Algerije zalig verklaard. Die erkenning betreft allereerst hun zinvolle aanwezigheid in een islamitische context. Deckers confrater en huisgenoot Eric Bladt (1938) kan het nog navertellen. Hij was die noodlottige dag van de moord niet thuis.

Sylvie Walraevens

Zijn lichaam oogt oud, maar de geest van Eric Bladt is verrassend fris. Zijn kamer getuigt van zijn grote liefde voor de moslimwereld waarin hij 51 jaar leefde. Handgeknoopte Berbermatjes, een in Arabische karakters geschreven gebed van Charles de Foucauld, een versregel uit de Koran, boeken over islam en christendom. Als Bladt – na een dubbele terroristische dreiging – zich toen niet tijdelijk had teruggetrokken, was hij een van de doden geweest op de binnenkoer van het huis. Alleen die vroegtijdige dood deelt hij niet met zijn vermoorde medebroeders, hun spiritualiteit des te meer. In navolging van hun stichter en aartsbisschop van Algiers Charles Lavigerie (1825-1892) koesterden zij als postkoloniale kerk in een moslimomgeving een open mens-, Gods- en kerkbeeld.

Eric Bladt (links) en Charles Deckers (rechts) op de binnenkoer van Tizi Ouzou in Kabylië. Daar werd Deckers neergeschoten op 27 december 1994. © rr

Na de onafhankelijkheid van de Noord-Afrikaanse landen en de exit van duizenden kolonialen, moest de kleine kerk daar – wilde ze overleven – voortaan in dienst staan van haar omgeving. Bladt vond als jonge missionaris in die visie meteen zijn gading: “Kardinaal Léon-Etienne Duval (1903-1996), aartsbisschop van Algiers, vatte zijn apostolaat samen in één woord: vriendschap. Zo heb ik ook mijn roeping beleefd. Ik ben nooit naar Noord-Afrika getrokken om mensen te bekeren, wel om beter door te dringen tot de boodschap van het evangelie. Wij leerden de taal en smeedden hechte vriendschapsbanden met lokale boeren en fabrieksarbeiders bij wie we thuis waren als bij familie. Ons enige doel was andere culturen te ontmoeten om een stukje waarheid bij hen te ontdekken. Christenen hebben het monopolie van de waarheid niet”.

Hetzelfde brood

Missionering als vriendschap tussen moslims en christenen leidt ons recht naar het evangelie, vindt Bladt. Hij herinnert zich een sprekende situatie: “Ik bezocht een familie in een sloppenwijk in Tunis. Toen ik vertrok naar bevriende zusters, stak de moeder mij drie beignets toe. ‘Ik heb dat gezien op tv’, zei ze, ‘als jullie bidden, eten jullie brood. Wanneer jij straks met de zusters dat brood deelt, eten wij hier hetzelfde.’ Ik was verstomd door de spirituele intimiteit van die eenvoudige vrouw. Diezelfde avond hebben we dat brood in de eucharistie gedeeld. Toen besefte ik: ik hoef God hier niet te brengen, Hij is er al. Mijn enige opdracht is die vriendschap zo lang mogelijk onderhouden”.

Folklore

Voor Bladt en zijn confraters is “incarnatie” het sleutelwoord van christelijke spiritualiteit in de islamwereld. “De aanwezigheid van een Belg in de krottenwijk van Tunis vervalt in complete onzin zonder Jezus Christus. Enkel met Hem ontstaat er zin. Er zijn bij de mensen en leven zoals zij, dat is incarnatie. In Tunesië en Algerije preekte ik zelden, ik at couscous met de mensen en praatte over de opvoeding van hun kinderen. Wat daar verteld werd, noem ik evangelisatie. De kerk is de gemeenschap van mensen die aanwezig zijn in de geest van Jezus. Anders is ze folklore.”

Bladts Godsbeeld strookt volkomen met die houding van liefdevolle aanwezigheid. Hij put daarvoor uit Johannes 4, 24: “God is Geest”. “Die goddelijke Geest leer ik kennen door Jezus. Zoals Jezus was, zo is God. Velen spreken te gemakkelijk over God, alsof Hij enkele straten verder woont. Maar God is die Geest van vrede, rechtvaardigheid, liefde, verstandhouding. Veel moslims begrijpen dat. Toen onze universiteitsbibliotheek in Tunis afbrandde, kregen wij hulp van de president en talrijke instanties. Buurvrouwen brachten couscous voor de confraters, studenten herstelden boeken. Ik bevond mij toen onmiskenbaar in de parabel van de barmhartige Samaritaan. Wie lag er in de gracht? De kerk. En moslims stelden alles in het werk om de verrichtingen van de kerk te redden. Pas als we elkaars verschillen aanvaarden, kunnen we over godsdienst praten. Wie de ander verwerpt, is niet rijp voor dat gesprek. Dat geldt voor zowel christenen als moslims. Zij die mij brood gaven voor de eucharistie en boeken herstelden, vertegenwoordigen de ware islam, niet de extremisten wiens God een monster is, ver weg van de God van vrede en liefde.”

Martelaar

De zaligverklaring van zijn confraters, waarbij hun martelaarschap wordt geprezen, moet in een correct daglicht begrepen worden, vindt Bladt. “In West-Europa denken we al gauw aan folteringen en fysiek lijden. Dat was er die bewuste middag niet. Mijn medebroeders werden met een kogel pijnloos afgemaakt. Het is zinvoller ‘martelaar’ te begrijpen in zijn Griekse betekenis van ‘getuige’: een manier van zijn, werken en spreken. Niet hun dood, maar het leven van de paters was een teken van martelaarschap. Tijdens die zwarte Algerijnse jaren werden ook tienduizenden Algerijnen vermoord.”  III

Op 8 december woont Antwerps bisschop Johan Bonny met familieleden van Charles Deckers de zaligverklaring bij in de Algerijnse stad Oran. Diezelfde dag is er om 10 uur een speciale dienst in de Antwerpse kathedraal.

 

Bio

Eric Bladt is lid van de sociëteit van de missionarissen van Afrika, de witte paters. Hij verbleef 20 jaar in Algerije en 31 in Tunesië. Na zijn priesterwijding in 1964 studeerde hij aan het Pauselijk Instituut voor Arabische en islamitische studies in Rome en aan het taalcentrum van de witte zusters in Algiers. In Kabylië (Noord-Oost-Algerije) leidde hij de scholen van het bisdom Algiers. Daarna verdedigde hij als écrivain public de sociale rechten van de lokale bevolking. In Tunesië was Bladt verbonden aan het Instituut voor Arabische letteren (IBLA) en werkte hij in de pastorale zorg. Sinds 2011 verblijft hij in België.

 

De Schrift anders lezen

Eric Bladt noemt zichzelf een bekeerling. Hij maakte zich de lokale taal eigen en ging de Schrift anders lezen. Zo werd hij na de ramadan in een bergdorp uitgenodigd voor de slachting van een schaap. De oudste vrouw drenkte een mes in het bloed en merkte het voorhoofd van alle familieleden. “Plots kwam mij Efesiërs 2, 13-22 voor de geest”, vertelt Bladt. “Daarin is sprake van het bloed van Christus als teken van eenheid van het volk. Vervolgens zag ik dat alle deuren van het huis gemerkt waren met de hand van Fatima. Ik zag het oudtestamentische verhaal voor mij waarin God de huizen van zijn volk herkende aan het bloed (Exodus 12, 13). Ik besefte dat ik mij in een Bijbels tafereel bevond. Tijdens het Lam Gods denk ik nog steeds aan die ervaring. Ik vond daar een stuk waarheid bij de anderen en keek met andere ogen naar de Schrift.”

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​