Tertio 979 - “Vrouwelijk perspectief kan de theologie verrijken”

Interview met Chaïma Ahaddour

“Vrouwelijk perspectief kan de theologie verrijken”

“Dit is mijn jihad”, getuigt Chaïma Ahaddour. De enige vrouwelijke onderzoeker en docent aan de islamafdeling van de Leuvense theologiefaculteit neemt haar opdracht als rolmodel maar wat graag ter harte. “In Noord-Afrika en het Midden-Oosten is de genderdiversiteit bij moslims in de academische wereld stukken groter”, ondervond ze.

Sylvie Walraevens

Haar doctoraatsverhandeling over het levenseinde bij Antwerpse moslima’s was niet alleen academisch maar ook communicatief een schot in de roos. De binnenlandse pers en de Marokkaanse overheid liepen storm om dat actuele maatschappelijke thema, bovendien bestudeerd door een vrouwelijke moslim, voor het voetlicht te brengen. Chaïma Ahaddour laat zich die onverhoopte aandacht welgevallen, in de eerste plaats omdat ze daardoor het pad effent voor jonge moslima’s voor wie een academische loopbaan een ongekende horizon is.

Islamitische theologie en godsdienstwetenschappen is sinds een vijftal jaren een volwaardige optie binnen de master Wereldreligies aan de KU Leuven. Niet zonder controverse. Waarom opent een eeuwenoud katholiek bastion met een gereputeerde theologische faculteit de rangen voor islamtheologen?

“Het initiatief voor de opleiding kwam van de Vlaamse overheid. Naar aanleiding van het terrorisme door Belgische moslims drong zij aan op een islam die ingebed is in de lokale cultuur. Moslims overal ter wereld nemen hun land als referentiekader voor hun religieuze beleving. Daarom is het erg belangrijk dat ook België in een degelijke opleiding voorziet. De Moslimexecutieve en bij uitbreiding de hele Belgische moslimgemeenschap hebben de oprichting van een afdeling islamtheologie aan de KU Leuven warm onthaald. Het is de eerste officieel erkende islamopleiding in België. Momenteel hebben we zo’n 50 à 60 masterstudenten: leerkrachten, pedagogen, gezondheidswerkers of politiemensen. Door de toenemende polarisatie in de media zoeken zij een academische kijk op de islam. De studenten noemen de opleiding een eyeopener. Het geloof wordt wel geprikkeld maar niet onderwezen. Net zoals in de katholieke sectie staat binnen de islamafdeling de theologische reflectie centraal. Er is openheid om te discuteren en de houding tegenover de eigen en andere tradities is kritisch en tolerant. De opleiding verschilt van de studie Arabistiek omdat ze de kritische beschouwing combineert met een binnenperspectief – onderricht door gelovige moslims. Onze studenten vinden dat gelovige referentiekader een meerwaarde.”

“Omdat ik thuis een open religieuze opvoeding heb genoten, belijd ik mijn geloof uit overtuiging, niet vanuit traditie”, vertelt Chaïma Ahaddour.  © Luc Gordts

 

Die nieuwe academische opleiding is evenwel geen imamopleiding. Vormt de gebrekkige scholing van de geestelijke leiders een bedreiging voor de islam?

“Helaas wel. Veel geestelijke leiders zijn importimams uit Marokko of Turkije. Zij spreken de lokale taal niet, waardoor jongeren niet bij hen terechtkunnen. De kloof is ook te groot omdat die geestelijken de leefwereld van de jeugd niet kennen. Bij gebrek aan een leidraad gaan de jongeren dan op het internet antwoorden zoeken. Daar worden ze overspoeld door informatie – de salafistische en wahabistische kanalen zijn geoliede machines – en lopen ze gevaar het verkeerde pad te kiezen. Omdat ze het Arabisch niet machtig zijn, gaan ze voort op dubieuze vertalingen van de Koran of bedenkelijke literatuur. Het islamonderricht focust ook te veel op wat mag en niet mag en op de geschiedenis van de islam: de boeken, de pijlers, de rituelen, de geloofsfundamenten en de ethiek. Wat het inhoudt moslim te zijn in een westerse context – het islamitische perspectief op thema’s als democratie, mensenrechten, bio-ethiek of homoseksualiteit – komt te weinig ter sprake.”

Als vrouwelijke wetenschapper toont u dat de moslimvrouw haar plaats heeft binnen de academische wereld en de maatschappij. Welke stem wilt u zijn in dat debat?

“Conferenties over bijvoorbeeld bio-ethiek – mijn recente onderzoek gaat veeleer die richting uit – zijn in het Westen bastions van mannelijkheid en homogene traditie. Ook binnen de faculteit ben ik de enige gepromoveerde moslima. Dat is in Noord-Afrika en het Midden-Oosten wel anders. Daar is de wetenschappelijke wereld diverser. Het gaat mij niet alleen om het juiste evenwicht; het perspectief van vrouwen kan de theologie ook verrijken. De vrouwelijke stem binnenbrengen is een vorm van dialoog aangaan binnen de islam. Dat ik als rolmodel word gezien, is een eer en ik neem die opdracht ernstig. Dit is mijn jihad. Daarom ga ik vaak spreken op scholen met veel etnische minderheden. Ik probeer de kinderen – zeker de meisjes – warm te maken voor hoger onderwijs. Als iemand uit hun milieu het zover schopte, ligt dat spoor ook voor hen open.”

Uw dagelijkse omgeving in de theologische faculteit is vooral christelijk. Hoe voelt u zich daarbij? Heeft u uzelf een rol toebedeeld binnen de interreligieuze dialoog?

“Studeren aan de theologische faculteit – waar respect voor religie een basishouding is –, voelt als thuiskomen, ongeacht de verschillen. Ik wil op mijn manier bijdragen aan het gesprek tussen de tradities en de religieuze belevenis tot onderwerp van gesprek maken. Interreligieuze dialoog is nog te vaak een zaak van priesters, imams en rabbijnen. Daarom heb ik in de faculteit een iftar (de maaltijd die moslims gedurende de ramadan nuttigen na zonsondergang, nvdr) georganiseerd voor professoren en studenten om hen vertrouwd te maken met de spiritualiteit van de ramadan. De maaltijd volgde op een voordracht, een Koranlezing en de rituele verbreking van de vasten. De aanwezigen gingen daarna spontaan in gesprek. Dat noem ik interreligieuze dialoog. Polariserende media en bepaalde noodlottige gebeurtenissen hebben de misvattingen over de islam tot ongekende hoogte gebracht. Er is nood aan genuanceerde informatie over de islamitische spiritualiteit door de gelovigen zelf. Spreek je moslimbuur eens aan, zeg ik zo vaak tegen mensen.”

Ondanks uw pleidooi voor een westerse islam, draagt u een hoofddoek. Hoe moeten we dat begrijpen?

“Ik draag mijn hoofddoek al sinds mijn jeugd, toen ik mij afvroeg wat moslim-zijn echt inhield. Ik las veel en om de islam correct en authentiek te begrijpen, heb ik zelfs Arabisch geleerd. Zo ging ik de hoofddoek opvatten als een vorm van overgave aan God. Die overgave drukt mijn liefde voor God uit, mijn bereidheid te leven volgens de goddelijke wil. Onder Gods hoede zijn vormt een deel van mijn identiteit. Mijn keuze voor de hoofddoek – waar ik me heel gelukkig bij voel – is persoonlijk. Mijn ouders waren er aanvankelijk niet voor te vinden dat ik zo jong een symbool droeg dat weerstand kon oproepen. De hoofddoek voorstellen als een verplichting is een kwalijke generalisering. Jonge vrouwen zijn vandaag mondig, ze beslissen zelf en belijden een zelfbewust geloof. Ik beschouw de hoofddoek als mijn vorm van autonomie, niet als een symbool van onderdrukking. Iemand verbieden een hoofddoek te dragen, is dat wel. In België heerst er geen religieuze monocultuur. Ik koester die vrijheid, die iedereen in zijn waardigheid laat. Zo begrijp ik het gelijkheidsprincipe, niet als exclusieve neutraliteit. Kiezen voor de islam is een zaak van God en mij.”

Vindt u de multiculturele samenleving een succes?

“Moslims vertegenwoordigen slechts 7,2 procent van de Belgen, maar toch is de religieuze diversiteit voor velen bedreigend. Simplistische praat doet mensen geloven dat moslims hier de sharia willen invoeren. Die polarisering zorgt voor een groeiende islamofobie. Het moslimterrorisme veracht ik met elke vezel in mijn lichaam, maar ik kan me toch niet van de indruk ontdoen dat er een dubbele standaard heerst. Aan rechts-extremisme, dat pijlsnel toeneemt, wordt een ander gewicht toegekend dan aan moslimterrorisme. Die verdeeldheid kan alleen worden gekeerd als de beeldvorming eerlijker wordt. Waarom tijdens het Offerfeest steeds de discussie over het onverdoofd slachten opvoeren en nooit de spiritualiteit van het feest belichten? Of waarom altijd de ramadan verbinden met het ongezonde vasten van jonge kinderen of studenten en niet de religieuze rijkdom van dat ritueel verduidelijken? De fundamentele vraag is of de islam deel kan en mag uitmaken van de westerse samenleving. Ik twijfel daar niet aan. Moslim-zijn is voor de derde generatie een deelidentiteit. Zij zijn hier geboren, hebben hier school gelopen, spreken de taal, beoefenen courante hobby’s… Ze zijn geen migranten of allochtonen, wel fiere Vlaamse moslims. Integratie betekent voor mij dat je je unieke identiteit behoudt, maar volledig deel uitmaakt van de Belgische samenleving en er ook iets aan bijdraagt. Ik vul die bijdrage in via het onderwijs, waar ik ijver voor een kleurrijke toekomst.”

Is verdraagzaamheid een waarde die de islam zelf ook huldigt? De bekeringsdrang van sommige moslims verontrust het Westen in tijden waarin het christendom taant.

“Een fundamentalistische groep van moslims vertoont inderdaad bekeringsdrang, net zoals onverdraagzame christenen binnen de Amerikaanse samenleving het kruis als zwaard hanteren. Dat keur ik ondubbelzinnig af. Radicale moslims vergeten dat religieus pluralisme diepgeworteld is in de islamitische traditie. De Koran is voor mij overduidelijk: ‘Er is geen dwang in religie’ (Koran 2: 256, nvdr): je kan religie niet opleggen, wel erover getuigen. Ook andere verzen pleiten voor verdraagzaamheid: ‘Voor jullie jullie godsdienst, en voor mij mijn godsdienst’ (Koran 109: 6, nvdr), woorden van Mohammed tegen polytheïsten. En ‘als Allah het had gewild, dan had Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt, maar Hij wil jullie beproeven met dat wat Hij jullie heeft gegeven’ (Koran 5: 148, nvdr). Of nog: ‘O mensheid, Wij hebben jullie geschapen uit een man en een vrouw, en Wij hebben jullie tot volken en stammen gemaakt opdat jullie elkaar leren kennen’ (Koran 49: 13, nvdr). En misschien nog het meest wezenlijke: dat elke mens heilig is omdat hij geschapen werd door God, een erkenning van de fundamentele menswaardigheid van ieder. Het is ongelooflijk belangrijk een genuanceerd beeld van de islam uit te dragen, ook bij moslimjongeren. Omdat ik thuis een open religieuze opvoeding heb genoten, belijd ik mijn geloof uit overtuiging, niet vanuit traditie. Mijn opleiding heeft daar nog een kritische blik aan toegevoegd, maar dat maakt mij geen zwakkere gelovige.”

 

BIO

Chaïma Ahaddour (1988) is postdoctoraal onderzoeker aan de faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. Ze behaalde een master in de Arabistiek en Islamkunde en vervolgde haar studies met een doctoraatsonderzoek in de Religiestudie aan de theologische faculteit. Haar advies wordt gevraagd in diverse adviescommissies, onder meer voor het kabinet van minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen (CD&V). Onderzoek in de praktijk brengen – en zo een bijdrage leveren aan de samenleving – is een sterke drijfveer. Daarom verlegde ze haar postdoctorale onderzoeksfocus naar het begin van het leven: prenatale diagnostiek en medische abortus.

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​