Tertio 973 - “Oosterse christenen moeten meer samenwerken”

Meer belangstelling voor oosterse christendom

“Oosterse christenen moeten meer samenwerken”

“De oosterse christenen kunnen aan het uniforme Latijnse christendom leren dat er variëteit kan zijn in de manier waarop het evangelie in verschillende contexten van taal en cultuur vorm kan krijgen”, stelt Herman Teule, emeritus hoogleraar oosters christendom van de katholieke universiteiten van Leuven en Nijmegen.

Benoit Lannoo

“Voor het universele christendom is het in elk geval een troef dat de evangelische boodschap zich op zoveel wijzen kan uitdrukken, al lijken deze verschillende uitingen soms zelfs contradictorisch”, vindt Herman Teule (1948) die tot aan zijn emeritaat directeur van het Instituut voor Oosters Christendom (Ivoc) in Nijmegen en hoogleraar in Leuven was. De Belgische Nederlander doceert inmiddels nog altijd in Leuven en ook in Salzburg.

Conflicten

Teule wil de diversiteit van het oosterse christendom evenwel niet idealiseren. “Soms wordt wel eens opgeworpen dat de verscheidenheid van de oosterse christenen meer zou beantwoorden aan de oorspronkelijke geest van de primitieve kerk. Dat geloof ik niet. Als je de geschiedenis van al die kerken erop naslaat, kom je erachter dat het telkens gaat over vallen en opstaan, over zoeken en conflicten.”


Onderschrift: “Soms wordt de westerse fascinatie voor de oosters-christelijke identiteit gevoed vanuit onvrede over ontwikkelingen in de eigen kerkgemeenschap”, oordeelt Herman Teule. © Luc Gordts

Die conflicten onder christenen werden bij momenten trouwens allerminst vredelievend uitgevochten en nog altijd lopen de tegenstellingen onder verschillende oosterse tradities soms hoog op. Met Alfons Brüning heeft Teule net het prachtige Handboek oosterse christenen gepubliceerd, dat vandaag in Leuven wordt voorgesteld. Brüning is bijzonder hoogleraar orthodoxie en vredesopbouw in Europa aan de Protestantse Theologische Universiteit van Amsterdam. Het handboek wil de gebruiker wegwijs maken in de enorme diversiteit van de oosterse christenen, want zowel binnen de Byzantijnse en Slavische orthodoxie als in het Midden-Oosten hebben christologische, theologische en kerkpolitieke twisten zich daarenboven vermengd met linguïstische en etnisch-nationale identiteitskwesties.

Contrastervaring

De groeiende belangstelling in het Westen voor het oosterse christendom heeft natuurlijk alles te maken met de groeiende aanwezigheid van oosterse christenen in het Avondland. Vanaf de jaren 1960 hebben christenen uit Griekenland en Turkije zich als gastarbeider in onze streken gevestigd. Na de migratiestop van begin jaren 1970 zijn ze blijven komen, zij het als politieke vluchtelingen of oorlogsslachtoffers en niet langer alleen uit Turkije, maar ook uit Armenië en buurlanden, uit Palestina, Libanon, Syrië of Irak en uit Egypte, Eritrea en Ethiopië. Eerder al waren er ook orthodoxen uit Rusland naar West-Europa geëmigreerd. Daarnaast is er een groeiend besef dat je de factor “oosterse christenen” in rekening moet nemen om sommige politieke ontwikkelingen in het Nabije Oosten te begrijpen. Zo bijvoorbeeld was de Libanese burgeroorlog (1976-’90) weliswaar geen godsdienstoorlog, maar die is niet te begrijpen als je geen rekening houdt met de strijd van de maronitische gemeenschap in Libanon voor het behoud van haar identiteit en haar politieke prerogatieven. De maronitische kerk is met Rome geünieerd en de huidige patriarch Bechara Boutros Raï is kardinaal.

Fascinatie

Ten slotte leeft in het Westen ook een zekere fascinatie voor de oosters-christelijke identiteit, voor haar brede volksgeloof, haar rijke liturgie en haar diepe spiritualiteit. “Soms wordt die fascinatie gevoed vanuit onvrede over ontwikkelingen in de eigen kerkgemeenschap”, stipt Teule aan, “bijvoorbeeld over de liturgische hervormingen van Vaticanum II.” Dan dreigt de idealisering van de oosterse christenen waarvoor Teule waarschuwt. “Maar het oosterse christendom staat wel voor een interessante contrastervaring – het kan ook anders – en dus relativering van onze vaste denkpatronen.”

Arabische Migne

Vormt de diversiteit en zelfs onderlinge animositeit onder christenen in het Oosten geen obstakel voor hun toekomst? “Ongetwijfeld”, zegt Teule. “Willen de christenen hun plaats in het Midden-Oosten handhaven, dan moeten ze hun gemeenschappelijke identiteit verdedigen.” Dat gebeurt lang niet altijd voldoende. Vaak zijn het trouwens de oosterse christenen in de diaspora die er het sterkst op hameren dat ze pakweg Assyriërs zijn en dus zeker geen Chaldeeërs of Arameeërs. “Etnische rivaliteit wordt onproductief in de diaspora uitgevochten en soms naar het Oosten geëxporteerd.”

Een bijzondere plaats in dat zoeken van een plek voor de christenen in het Midden-Oosten is weggelegd voor het Arabisch. In het Westen wordt de Arabische taal wel eens gelijkgesteld met de islam en onder westerse invloed speelt deze gelijkschakeling ook soms mee in de internationale relaties. “Maar naast de Latijnse en Griekse Migne hoort eigenlijk ook een Arabische Migne van honderden boekdelen te staan.” Teule verwijst daarbij naar de klassieke anthologieën van de kerkvaders van de 19de-eeuwse priester Jacques Paul Migne, indrukwekkende boekenreeksen die elke theoloog ooit ter hand nam.

Extra legitimiteit

“Tijdens het Arabische culturele reveil van de 19de eeuw, de zogenaamde Nahda, waar ook christelijke intellectuelen uit het Midden-Oosten bij betrokken waren, werd nauwelijks belang gehecht aan de christelijke literatuur in het Arabisch. Toch is er sinds het midden van de 8ste eeuw in het Arabisch christelijke theologie bedreven en die zijn we nu systematisch voor het voetlicht aan het brengen. Wat mij betreft kunnen de oosterse christenen uit zo’n Arabische Migne alvast extra legitimiteit putten voor hun blijvende aanwezigheid in het Midden-Oosten.”

Fata morgana

Het is ook vaak vanuit de diaspora in het Westen dat de luidste stemmen weerklinken voor eigen autonome regio’s voor christenen in het Midden-Oosten, om ze aldus te beschermen tegen de islam. Iraaks-Koerdistan is de facto al autonoom; de Koerdisch-christelijke enclave Rojava in Noord-Syrië houdt voorlopig stand, ondanks zware militaire druk van zowel het regime van Bashar Al-Assad als Turkije; en sommigen pleiten voor zelfbestuur van de christenen in de vlakte van Ninive ten noordoosten van de Iraakse stad Mosoel. Maar Teule gelooft daar niet echt in.

“Dat is een fata morgana, zo irrealistisch dat het volgens mij contraproductief is daarop te blijven aandringen. De christenen horen wel degelijk thuis in het Midden-Oosten, maar dan als gist in een inmiddels islamitische deeg. Zij brengen de islamitische samenleving meer openheid voor de diversiteit bij. Maar om deze rol te blijven spelen, moeten de christenen in het Midden-Oosten volgens mij dringend hun onderlinge tegenstellingen meer leren overbruggen. Ze mogen gerust zeer divers blijven, maar moeten toch beter leren samenwerken.”

Maar ook het Westen moet dringend zijn kennis van de diversiteit in het Midden-Oosten bijspijkeren. “En ook oog hebben voor positieve ontwikkelingen”, benadrukt Teule. “In Mardin bijvoorbeeld, in het oosten van Turkije waar het Aramees vijftien jaar geleden nog een verboden taal was, organiseert een staatsuniversiteit nu een leerstoel over het Syrische christendom. Door onze anti-Turkijehouding laten we de overblijvende christenen in dat land volkomen in de steek.”  III

Op woensdagnamiddag 3 oktober organiseert het Louvain Centre for Eastern and Oriental Christianity (Loceoc) in de Romerozaal van de Leuvense faculteit Theologie en Religiewetenschap een colloquium over oosters christendom, met onder anderen Herman Teule, Alfons Brüning en de Nederlandse Syrisch-orthodoxe bisschop Polycarpus Aydin.

Herman Teule en Alfons Brüning (red), Handboek oosters christendom, Peeters, Leuven, 993 blz.

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​