Tertio 969 - Op zoek naar het eigen monnikenhart

Op zoek naar het eigen monnikenhart

Een monnik is schijnbaar alles wat de moderne mens niet is: stil, ingetogen en gehoorzaam. Nochtans inspireert de figuur van de monnik Erik Galle in zijn jongste boek, In de leer bij de monnik. Monastieke accenten in het dagelijks leven. De titel dekt helemaal de inhoud.

Geert De Cubber

Erik Galle noemt In de leer bij de monnik zijn meest persoonlijke boek, waarin hij inzicht geeft in wat zijn “monnikenhart” ten diepste beweegt. Hij gaat een dialoog aan met belangrijke inzichten uit de monastieke traditie en zet ze tegenover de heersende cultuur van vandaag. Daarnaast maakte hij bij elke overweging een passende tekening met een korte meditatie die de diepte van het voorgaande blootlegt. Elk stukje eindigt met een gebed.

Stilte

Uiteraard begint de auteur bij de stilte. Hij wijst erop dat die stilte niet negatief is: “Als we altijd praten, weten we zelfs niet dat ons hart ook oren heeft. Zwijgen is die oren alle kans geven”. Het monastieke zwijgen is “een innerlijke houding”, waardoor de monnik een betere luisteraar wordt geacht. “De Regel van Benedictus start niet toevallig met het woord ‘luister’”, merkt Galle op. “We zouden bijna kunnen stellen dat in dat ene woord alles vervat zit wat daarna komt.” Stilte is zo belangrijk in het monastieke leven dat ze later in het boek nog als apart begrip terugkeert. Ze dient om de steen rond ons hart vrij te maken. “Stilte werkt als een beitel, die met zachte hand en een eindeloos geduld gehanteerd wordt. De aandacht richt zich op de buitenkant van ons hart. De steen die zich daar bevindt, moet verdwijnen. Om ons hart van vlees dat daaronder verborgen zit niet te raken, werkt de stilte langzaam in op die steen. Stukje per stukje komt los. Jaren duurt het vooraleer ons hart volledig vrijgemaakt wordt door de stilte.”


Onderschrift: Erik Galle geeft inzicht in wat zijn “monnikenhart” ten diepste beweegt. © Erik Galle

Bijzonder confronterend zijn de hoofdstukken “Woestijntocht” en “Herhaling”. Om niet louter te overleven in de drukte van de wereld, is het noodzakelijk de bron in onszelf te herontdekken. Dat Gods Geest in ons woont, is tegelijk een onthutsende en bevrijdende ervaring. “Weglopen is daarom het laatste wat helpt. Niet zelden is hulp van een ervaren bronzoeker tijdens een woestijntocht meer dan welkom.” Om op zoek te gaan naar die bron is herhaling geboden: “Monastiek leven is gekenmerkt door zijn vaste structuur”.

Dat is zo tegendraads tegenwoordig. Maar net dat is nodig: “Wegen ontstaan doordat we telkens weer hetzelfde pad bewandelen. Dat doen monniken een leven lang. Hun dagschema is hetzelfde, dezelfde psalmen keren terug”. En ze doen dat in principe levenslang op dezelfde plaats – stabilitas loci is een van de geloften die een monnik uitspreekt.

Tweewoonst

Die contemplatieve kijk is de bril waarmee monniken naar de wereld kijken. Daardoor zijn ze ontvankelijk voor wat op hen afkomt. Maar om daar verantwoord mee om te gaan, dient de monnik vrede te hebben met zichzelf. Benedictus noemt dat in zijn Regel “habitare secum”: “De monnik krijgt het ‘met zichzelf wonen’ als standaardmodus aangereikt”. Wie daarin slaagt, ervaart volgens Galle “dat de plek waar hij woont, zonder dat hij het wist een tweewoonst betreft. God woonde er al, lang voor hij er zelf introk”.

Gehoorzamen

De levenswijze van de monnik noopt tot nederigheid, nog zo’n tegendraads begrip in tijden van Facebook- en Instagram-likes. “Benedictus wijdt niet voor niets in zijn Regel een hoofdstuk aan de nederigheid”, stelt Galle. De monnik, die in verborgenheid leeft, sluit zich echter niet af van de wereld. Hij gehoorzaamt. Ook dat woord klinkt de postmoderne mens vreemd in de oren. Alsof onze autonomie erdoor aangetast wordt. Dat is bij monniken uitdrukkelijk niet de bedoeling, stelt Galle. “Samen hoor je niet alleen meer, maar ook juister. Monniken weten als geen ander dat de eigen voorkeur en verlangens selectieve doofheid kunnen veroorzaken. Ze zijn zich bewust van de verleiding om van de eigen wil Gods wil te maken. In plaats van God te gehoorzamen worden de rollen omgedraaid. God wordt dan ingehuurd om het eigen ego groter te maken.” En de monnik leeft doorgaans in gemeenschap met andere monniken. Met mensen die hij niet zelf gekozen heeft.

Heipalen

Zo wordt de monnik langzaam tot beeld van God. Daarvoor moet hij bereid zijn zich leeg te maken. “Dat kost moeite, en voelt naakt aan. Het maakt een mens kwetsbaar.” De monnik heeft daartoe stevige steunpunten nodig. “Mij doet dat denken aan heipalen”, schrijft Galle. “Die worden in de grond geheid tot ze stoten op een draagkrachtige laag. Heipalen op zich dragen niet, ze zorgen wel dat een gebouw in verbinding staat met een laag die dragend is. Zo willen monniken zijn, verbindingspalen met God.”

Dankbaarheid

Dat probeert de monnik te bereiken door het bekende benedictijnse adagium ora et labora. Gebed en werk “moeten elkaar ontmoeten om werkelijk één te kunnen worden”. Het is bovendien speciaal, want voor het werk van de monnik wordt geen vacature uitgeschreven. En naast het werk bidt hij: hij looft en dankt God. “Dankbaarheid is het blootleggen van het relationele weefsel waarin wij als mensen staan.” De monnik zingt zijn dankbaarheid uit. Meerdere keren per dag komt hij met zijn medebroeders samen in de kerk om uit de psalmen te bidden. “Het is of de psalmen zichzelf zingen. De muzieknoten doen dienst als een soort leveringsservice. Ze leveren de psalmwoorden af waar ze thuishoren: het hart van de monnik.”

Gods kwetsbaarheid

Daardoor kan de monnik de waan van de dag overstijgen en naar de periferie gaan – waartoe paus Franciscus herhaaldelijk oproept. “De opdracht van een monnik bestaat er niet in gebeden op te zeggen, maar zelf gebed te worden. Het gebed van de monnik bestaat erin omhulsel te zijn met zijn hele lichaam voor de Geest die in hem bidt.” Met die vorm van gastvrijheid toont de monnik tevens Gods kwetsbaarheid: “De monnik gelooft dat God een waakvlam is en dat hij er met zijn leven moet voor instaan dat die vlam nooit dooft”. Uiteindelijk wordt hij geroepen zelf waakvlam te worden. “Wie weet door te geven wat hij ontvangen heeft, is rijk door zijn gave. Wie zichzelf doorgeeft, omdat hij zichzelf ontvangen heeft, verstaat de rijkdom monnik te zijn.”

Traag

In de leer bij de monnik is een boek om – helemaal in de traditie van de monastieke lectio divina – traag te lezen, te herkauwen en te herlezen. Het boek kan ook in groep gelezen worden, als aanzet om uit te wisselen over hoe we zelf monastieke accenten kunnen leggen in ons dagelijkse leven. Of het kan dienen als inspiratie bij een stille retraite.  III

Erik Galle, In de leer bij de monnik. Monastieke accenten in het dagelijks leven, Halewijn, Antwerpen, 128 blz.Bestellen kan via de Kerknet-shop.

Boekvoorstelling op zondag 16 september na de eucharistie van 10 uur in de abdij Betlehem, Zellaerdreef 5, Bonheiden.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​