Tertio 967 - “Alleen wat uit minne wordt gedaan, is waarachtig”

“Alleen wat uit minne wordt gedaan, is waarachtig”

Liefhebbers van de zalige Beatrijs van Nazareth (1200-1268) komen in 2018 goed aan hun trekken. Een boek, een muzikale compositie en een zomercursus zetten de 750ste herdenking van de sterfdag van de mystica extra luister bij.

Frederique Vanneuville

Van en over Beatrijs zijn slechts twee teksten bewaard – haar Seven Manieren van Minne en een uitgebreide Vita Beatricis –, maar de blijvende aandacht voor de religieuze is er niet minder om. Beatrijs wordt in 1200 geboren in Tienen. Het vrome, schrandere meisje geniet een degelijke intellectuele vorming, eerst bij de begijnen in Zoutleeuw en vervolgens in de school van de benedictinessenabdij Bloemendaal bij Waver. Die gaat in 1218 over naar de cisterciënzerorde, mede onder impuls van haar vader die weduwnaar is en lekenbroeder van de toen nog erg jonge orde. Als 15-jarige treedt Beatrijs er in, een jaar later legt ze plechtige geloften af. In 1236 verhuist ze naar het cisterciënzerinnenklooster Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth in Lier, een nieuwe stichting van haar vader. Ze wordt er de eerste abdis, een functie die ze tot haar dood in 1268 uitoefent.

Godgedrevenheid

De drie delen van de Vita beschrijven Beatrijs achtereenvolgens als een verliefde (1200-1225), een geliefde (1225-1231) en als een bruid met een zending (1231-1268). In die laatste periode, omstreeks 1250, redigeert de moniale het traktaat waarin ze getuigt over haar ervaringen van mystieke liefde. Ze heeft het over de verschillende aspecten van die “minne”: onbaatzuchtig en dienstbaar, altijd tekortschietend, overvloedig weldoend, verwonde liefdespijn, zegevierend, eeuwig genietend. Een hevig meetrekkend verlangen vormt van die zes ervaringen het fundament en de oorsprong. Daarin toont Beatrijs zich een echte adept van Bernardus van Clairvaux (1090-1153) en Willem van Saint-Thierry (1075-1148), grondleggers van de cisterciënzerorde en pleitbezorgers van een meer persoonlijke beleving van het mens-zijn van Jezus, met nadruk op overgave van het hart en “godgedrevenheid”.

Beweging van bewogen vrouwen

Klaas Blijlevens opent zijn jongste boek, Beatrijs van Nazareth. Zeven keer heilige minne, met het schetsen van de bredere historische en religieuze context van de 13de eeuw in het hertogdom Brabant en het prinsbisdom Luik. Daar vond “een explosie van een beweging van bewogen vrouwen” plaats, onder wie ook andere befaamde mysticae, zoals Maria van Oignies (1177-1213), Hadewijch van Antwerpen (1200-1250) en Margarete Porete (1250-1310) geteld moeten worden. Het zijn de namen die prijken op het programma van de vijfdaagse zomercursus mystieke literatuur die zondag start in de Oude Abdij van Drongen en waar Beatrijs centraal staat.


Onderschrift: Klaas Blijlevens benadrukt dat Beatrijs in de allereerste plaats een christen is, die het dubbelgebod van de godsliefde en de naastenliefde in praktijk brengt. © Victor van Nil

Dubbelgebod van de liefde

Beatrijs en de overige mulieres religiosae van die tijd “verlangden naar een sterk uitgesproken leven van innig gebed vanuit hun gedreven toewijding aan God en legden zich ijverig toe op een volledige dienstbaarheid aan de medemens” met de evangelische armoede als levensprogramma, typeert Blijlevens. En omdat ook vandaag mensen door God worden geraakt, is de auteur ervan overtuigd dat “spirituele bewegingen uit het verleden ons kunnen helpen om Gods bezig zijn met ons te verstaan”. Hij maakt de lezer er wel attent op dat Beatrijs geen tekst ter navolging schreef – “niemand kan leren voor mysticus of mystica” – maar dat ze wel een ervaren gids is voor “wie in zich het trekken van de Geest ervaart”. Blijlevens waarschuwt er ook nog voor dat “wie alleen het traktaat van Beatrijs leest, een verkeerd beeld van Beatrijs kan krijgen alsof ze bijna uitsluitend leefde in hogere mystieke sferen”, terwijl ze in de allereerste plaats een christen is, die het dubbelgebod van de godsliefde en de naastenliefde in praktijk brengt. Ze kwam bijvoorbeeld ook tot het inzicht dat God een ander soort toewijding vraagt dan de strenge ascese in het klooster, die in de Vita uitgebreid beschreven staat maar waar ze in De Seven Manieren van Minne met geen woord over rept. “Ze kwam gaandeweg tot het besef dat alles minne is. Alleen wat uit minne gedaan wordt, is waarachtig”, schrijft Blijlevens.

Met het oog op jubeljaar 2018 ging Kris Oelbrandt, componist en monnik van de trappistenabdij Onze-Lieve-Vrouw van Koningshoven in Tilburg, aan de slag met De Seven Manieren van Minne. Aanzet daartoe was een toevallige ontmoeting met zuster Beatrijs, huidig abdis van de trappistinnen in Brecht. Zij was het die haar ordegenoot suggereerde om het traktaat van haar beroemde naamgenote op muziek te zetten. “Ik had aanvankelijk niets met Beatrijs van Nazareth of haar tekst. Het is pas door ermee te werken dat ik haar traktaat en gedachtegoed ben beginnen appreciëren”, geeft Oelbrandt toe.

Minnelyriek en monnik

Nu is de liefde natuurlijk al sinds mensenheugenis een geliefd thema in de kunsten, maar hoe zet een 21ste-eeuwse monnik minnelyriek van een 13de-eeuwse mystica op muziek? Het werd een kameroratorium in een bezetting van mezzosopraan, viool en harp. Oelbrandt illustreert hoe hij dat aanpakte: “Zangeres en instrumenten volgen de tekst woord voor woord. In het eerste deel bijvoorbeeld is het eerste woord dat instrumentale begeleiding krijgt ‘minnen’, en daarop klinkt een harp tremolo. Waar het gaat over puurheid en vrijheid, klinkt de muziek plots genereus en melodisch, fortissimo. Met kwarten en kwinten roep ik een middeleeuwse sfeer op”.

De lengte van de tekst was een uitdaging: “Voorgedragen duurt hij ongeveer een half uur. Gezongen moet je minstens het dubbele rekenen. Ik besloot hem waar mogelijk in te korten”. Jezuïet Rob Faesen, specialist Middelnederlandse mystieke literatuur en een van de sprekers op de zomercursus waar de compositie een eerste keer uitgevoerd wordt, gaf daarbij advies, evenals over de uitspraak van de voor Oelbrandt onbekende taal. “De tekst heb ik in het Middelnederlands gelaten. Die taal heeft veel heldere klanken en een bepaalde zangerigheid, waardoor hij zich zelfs iets makkelijker tot componeren leent dan het moderne Nederlands”, geeft de componist mee.  III

De zomercursus mystieke literatuur over Beatrijs van Nazareth vindt plaats van zondag 26 tot donderdag 30 augustus in de Oude Abdij van Drongen.

Het Oneiros ensemble voert op 28 augustus om 20 uur in avant-première de Seven Manieren van Minne van broeder Kris Oelbrandt uit in de Oude Abdij van Drongen met mezzo-sopraan Els Mondelaers. Op 29 augustus om 15 uur volgt in besloten kring de creatie in de abdij van Brecht. Het stuk is nogmaals te horen op 4 november om 15 uur in de abdij van Koningshoeven (Nederland).

Klaas Blijlevens, Beatrijs van Nazareth. Zeven keer heilige minne, Halewijn, Antwerpen, 176 blz. Bestellen kan via de Kerknet-shop.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​