Tertio 964-965 - Glimlachende Johannes Paulus I gaf kerk menselijk gezicht

Glimlachende Johannes Paulus I gaf kerk menselijk gezicht

Johannes Paulus I is de enige van de drie pausen die in 1978 de vissersring droegen, die tot dusver heilig noch zalig is verklaard. In november 2017 kreeg hij wel al de titel “eerbiedwaardig”. Albino Luciani was slechts 33 dagen de “glimlachende paus”. In die korte tijd had hij evenwel een vergelijkbare impact als paus Franciscus 35 jaar later.

Zowel paus Johannes Paulus I als paus Franciscus wist snel na zijn verkiezing de harten van de gelovigen te veroveren, zij het door hun eenvoud of door hun minder protocollaire omgangsvormen. Het ongedwongen optreden van Albino Luciani (1912-1978) herinnerde velen aan Johannes XXIII, die werd opgevolgd door de zwaarmoedige Paulus VI. In welke mate Johannes Paulus I ook inhoudelijk een voorloper had kunnen zijn van Franciscus is stof voor speculatie. Daarvoor stond paus “Zanipolo”, zoals de Italianen hem minzaam noemden, niet lang genoeg aan het hoofd van de kerk. Hij liet geen encyclieken of exhortaties na.

Wat Johannes Paulus I en Franciscus onbetwistbaar gemeenschappelijk hebben, is hun aandacht voor de armen. Albino Luciani groeide zelf op in armoede. Hij werd geboren op 17 oktober 1912 in Formo di Canale, het huidige Canale d’Agordo, waar in 2016 Musal geopend werd, het Museo Albino Luciani. Zijn vader was een metselaar die in de zomer als seizoenarbeider uitweek naar Duitsland en Zwitserland. Hij hield er socialistische ideeën op na, maar verzette zich niet tegen de wens van zijn zoon priester te worden. In 1923 trok Luciani naar het kleinseminarie van Feltre en vanaf oktober 1928 studeerde de latere paus aan het grootseminarie Gregoriano in Belluno.

Foto: Kardinaal Leo Jozef Suenens noemde Johannes Paulus I in zijn memoires “een paus met verrassingen, met een ongewone stijl” en “duidelijk van de school van Johannes XXIII”. © Foto Felici

In het daaropvolgende jaar week de toen 21-jarige Mario Jose Bergoglio uit van Italië naar Argentinië. Hij was de vader van Jorge Mario Bergoglio, de latere paus Franciscus, die geboren werd in Buenos Aires op 17 december 1936. Toen Bergoglio geboren werd, was Luciani al anderhalf jaar priester. Na zijn priesterwijding was hij als kapelaan teruggekeerd naar zijn geboortedorp in het noordoosten van Italië. Daar bleef hij niet lang want in 1937 werd hij professor aan het grootseminarie waar hij gestudeerd had en doceerde er onder meer moraaltheologie, dogmatiek en canoniek recht. Na de Tweede Wereldoorlog, in november 1946, promoveerde Luciani  tot doctor in de theologie. In 1954 werd hij benoemd tot vicaris-generaal van het bisdom Belluno-Feltre, een suffragaan bisdom van het patriarchaat Venetië.

Bisschop

Het jaar daarop werd hij voorgedragen als bisschop. Paus Pius XII ging niet op die voordracht in, onder meer op basis van een rapport waarin gewezen werd op de zwakke gezondheid van Luciani, die in 1954 lange tijd opgenomen was in een sanatorium. Luciani had toen een verzoek ingediend priester te worden in een bergdorp, maar dat werd geweigerd. Met de verkiezing op 28 oktober 1958 van de patriarch van Venetië, Angelo Roncalli, tot paus Johannes XXIII keerde het tij. De nieuwe paus benoemde Luciani in december meteen tot bisschop van Vittorio Veneto, eveneens een suffragaan bisdom van het patriarchaat Venetië. Luciani wilde zijn benoeming weigeren, waarbij hij wees op zijn zwakke gezondheid en vooral op zijn ademhalingsproblemen. Johannes XXIII stuurde hem naar Vittorio Veneto met het argument dat het bisschoppelijke paleis er op een heuvel ligt en dat de luchtkwaliteit hem goed zou doen. Jorge Mario Bergoglio was op dat moment net 22 geworden. In de loop van het jaar voordien was het bovenste deel van zijn rechterlong weggenomen wegens een ernstige longontsteking en drie cysten, kwalen die destijds door een gebrek aan antibiotica niet anders behandeld konden worden.

Patriarch van Venetië

Luciani nam in de jaren 1960 deel aan het Tweede Vaticaans Concilie en steunde in 1968 de omstreden encycliek Humanae Vitae van paus Paulus VI. Op 15 december 1969 benoemde deze Luciani tot patriarch van Venetië, waarmee hij in de voetsporen trad van Johannes XXIII. Twee dagen eerder was aan de andere kant van de Atlantische Oceaan Bergoglio bij de jezuïeten tot priester gewijd. In Venetië werd op verzoek van de nieuwe patriarch, wiens motto “Humilitas” luidde, afgezien van de gondelprocessie op de kanalen waarmee de Venetianen traditiegetrouw hun nieuwe patriarch binnenhaalden. De dogestad kreeg in september 1972 het bezoek van Paulus VI die tijdens een grootse ontvangst op het San Marcoplein publiekelijk zijn stola om de schouders van de patriarch hing. Het gebaar van waardering was duidelijk. Nog geen half jaar later, in maart 1973, werd Luciani kardinaal gecreëerd.

Geschikte combinatie

Het was ook aan het begin van de jaren 1970 dat Luciani zijn brieven schreef aan beroemde personages, die later gebundeld en uitgegeven werden als Illustrissimi (zie Tertio nr. 934 van 3/1) en die na zijn verkiezing in 1978 tot paus een bestseller werd. De brieven schetsen al een beeld van de latere paus maar het zijn vooral de ruim negen jaar waarin Luciani als patriarch in Venetië werkzaam was die een idee geven van wat zijn pontificaat had kunnen betekenen. Enerzijds werd zijn maatschappelijke optreden beschouwd als progressief, anderzijds werd hem verweten inzake de kerkelijke leer veeleer conservatief te zijn. Maar het was net die combinatie die hem blijkbaar geschikt maakte om in augustus 1978 Paulus VI op te volgen.

Aan het begin van die zomermaand was Luciani vijf jaar kardinaal en Bergolio vijf jaar provinciaal van de jezuïetenorde in Argentinië. Joseph Ratzinger, de latere paus Benedictus XVI, was ruim een jaar voordien door Paulus VI benoemd tot aartsbisschop van München-Freising en was nog maar pas kardinaal gecreëerd. Karol Woytila, de latere paus Johannes Paulus II, was in de oogstmaand van 1978 al 14 jaar aartsbisschop van het Poolse Krakau en 11 jaar kardinaal.

Paulus VI was op 14 juli vertrokken naar de pauselijke zomerresidentie Castelgandolfo. Hij had toen gezinspeeld op zijn mogelijk overlijden, maar zijn dood op 6 augustus als gevolg van een hartaanval kwam toch als een verrassing. Hij had een eenvoudige begrafenis gewenst. De begrafenisplechtigheid van 12 augustus vond voor het eerst plaats op het Sint-Pietersplein. Op de eenvoudige, witte, onversierde kist van cypressenhout voor het altaar lag een open evangelieboek waarin als gevolg van de avondbries een onzichtbare hand af en toe bedachtzaam leek te bladeren.

Conclaaf

Het conclaaf om de opvolger van Paulus VI te kiezen begon op 25 augustus. Paulus VI had beslist dat kardinalen van 80 en ouder niet mochten deelnemen. Uiteindelijk zouden 111 kardinalen, onder wie de Belgische kardinaal Leo Jozef Suenens (1904-1996), bepalen wie het nieuwe hoofd van de kerk zou worden. Suenens schreef in zijn boek Terugblik en Verwachting. Herinneringen van een kardinaal: “Mijn kamer was een oven, een soort sauna. Men kan zich maar slecht voorstellen wat het betekent in een oven te slapen. (…) Het was nacht, het was morgen – en toen was het ‘D’-day. (…) In de vooravond had een kardinaal uit Latijns-Amerika me de naam van zijn kandidaat ingefluisterd… en daarop trad een ander mijn kamer binnen, babbelde een beetje, suggereerde me dezelfde naam en wees me de persoon in kwestie aan die in de gaanderij zijn rozenkrans bad”. Het is duidelijk dat Suenens hiermee de bescheiden patriarch van Venetië bedoelde.

Papabile

Luciani had voor zijn verkiezing alvast een zeer actieve lobbyist: de invloedrijke aartsbischop van Firenze, kardinaal Giovanni Benelli. Hij werd zelf beschouwd als papabile, maar was met zijn 57 jaar nog relatief jong. Net zoals andere Italiaanse kardinalen was hij van oordeel dat de bisschop van Rome een Italiaan moest zijn. Tegelijkertijd was hij er zich van bewust dat slechts een pastorale kardinaal, liefst zonder relaties met de Curie of met het corps diplomatique, een kans zou maken. Verschillende auteurs hebben geprobeerd het conclaaf te reconstrueren. In de eerste ronde zou Luciani 23 stemmen hebben gehaald. Kardinaal Giuseppe Siri, de kandidaat van de conservatieve vleugel, haalde er 25 en kardinaal Sergio Pignedoli, de kandidaat van de meer progressieve kardinalen, kreeg er 18.  Suenens schreef: “Bij de eerste stemming: een waaier van namen; bij de tweede stemming werd de waaier kleiner; bij de derde kondigde de dageraad zich aan; bij de vierde stemming stond de zon aan de hemel”.

Habemus papam

In de tweede ronde lag Luciani naar verluidt op kop met 53 stemmen. Opmerkelijk is dat de toen 58-jarige kardinaal Woytila in die ronde plots uit het niets vier stemmen achter zijn naam kreeg. In de derde ronde brak voor Luciani “het gevaar” aan, zoals hij het zelf achteraf zou noemen. Luciani, die tijdens het conclaaf naast de Nederlandse kardinaal Johannes Willebrands en de Portugese kardinaal António Ribeiro zat, haalde toen 92 stemmen. Een vierde ronde was op dat moment eigenlijk niet meer nodig. Op basis van de richtlijnen die Paulus VI had opgesteld, volstond een score van twee derde van de stemmen plus één om legitiem verkozen te zijn. 75 stemmen waren dus al voldoende. Vermoed wordt dat de patriarch van Venetië een vierde stemronde vroeg om er absoluut zeker van te zijn dat hij voldoende steun genoot. In die ronde haalde Luciani een verpletterende score van naar verluidt 101 stemmen. Luciani zou daarop tegen de kardinalen gezegd hebben: “Moge God jullie vergeven wat jullie mij hebben aangedaan”.

Kardinaal Suenens schreef later in zijn memoires: “Op het ogenblik van de gehoorzaamheidsakte in de Sixtijnse kapel, enkele minuten na de verkiezing, ging ik op mijn beurt de omhelzing ontvangen en zei hem: ‘Heilige Vader, ik dank u dat u dit juk op u hebt willen nemen!’ Hij antwoordde me zeer gevat maar met een glimlach die de betekenis een beetje verzachtte: ‘Ik zou misschien veel beter geweigerd hebben’. Die woorden waren niet oppervlakkig, zo herinnerde Suenens zich.

Primeur

Bij zijn naamkeuze zorgde de nieuwe paus net als kardinaal Bergolio 35 jaar later voor een primeur. De Argentijnse kardinaal koos in 2013 als eerste paus voor de naam Franciscus. Luciani verraste met een dubbele primeur. Hij was de eerste die opteerde voor een dubbelnaam en er meteen het volgnummer aan toevoegde: Johannes Paulus de Eerste. De tweede Johannes Paulus zou al op 16 oktober van hetzelfde jaar op de loggia van de Sint-Pietersbasiliek verschijnen.

Luciani koos heel bewust voor de naam Johannes Paulus omdat die verwees naar zijn beide voorgangers. Johannes XXIII had hem in de Sint-Pietersbasiliek tot bisschop gewijd en Luciani was hem als patriarch opgevolgd in Venetië. Paulus VI had hem kardinaal gecreëerd. In lijn met de uitspraak van de Romeinse komediedichter Plautus “nomen est omen” verraadde de naamkeuze een programma. Zondagmorgen 27 augustus, de laatste dag van het conclaaf, verklaarde de nieuwe paus inderdaad dat hij het programma van Paulus VI zou volgen “in het spoor dat getrokken was door het ‘goedmoedige hart’ van Johannes XXIII”.

Enorme indruk

Het pontificaat van Johannes Paulus I duurde slechts 33 dagen maar maakte wel een enorme indruk. De enige teksten die hij naliet, zijn zijn toespraken, homilieën en enkele brieven. Vooral zijn ongedwongen stijl tijdens de wekelijkse audiënties viel op. Net als Paulus VI sprak hij wekelijks de verzamelde gelovigen toe en besprak dan godsdienstige kwesties. Hij verwees daarbij niet alleen naar puur theologische of religieuze werken, maar lardeerde zijn uiteenzettingen met anekdotes, met herkenbare gebeurtenissen uit het dagelijkse leven of met verwijzingen naar bekende werken uit de wereldliteratuur om zijn punt duidelijk te maken. Zijn eerste audiëntie stond in het teken van de tien geboden, de daaropvolgende behandelde de drie goddelijke deugden: hoop, geloof en liefde.  Net zoals hij vroeger als bisschop en patriarch gedaan had, betrok hij bij zijn catechese de aanwezige kinderen. Tijdens eucharistievieringen liet hij hen naar voren komen, waarna hij een kort gesprek aanknoopte. Tijdens zijn audiëntie van 6 september waarop de tien geboden centraal stonden, vroeg hij aan een misdienaartje uit Malta welke rol hij zou moeten spelen wanneer zijn ouders oud zouden zijn en hulp behoefden. De televisiebeelden gingen de wereld rond. “Als je later groot bent en moeder is oud, en jij bent een grote man en je arme moeder ligt ziek op bed, wie zal dan aan moeder wat melk brengen en medicijn? Wie?”, vroeg de paus.  “Ik en mijn broers”, luidde het antwoord. Johannes Paulus ging daarop verder: “Goed zo! Hij en zijn broers, heeft hij gezegd. En daar ben ik blij mee. Heb je het begrepen? Maar zo gebeurt het niet altijd. Ik ging als bisschop van Venetië soms op bezoek in daklozentehuizen. Eens vond ik er een zieke, oude vrouw. ‘Hoe maakt u het, mevrouw?’ – ‘Och, het eten, dat is goed! Warm? Verwarming goed.’ – ‘Dus, u bent tevreden, mevrouw?’ – ‘Neen.’ Ze begon te huilen. ‘Maar waarom huilt u?’ – ‘Mijn schoondochter en mijn zoon komen mij nooit opzoeken. Ik zou mijn kleinkinderen willen zien’”, zo verduidelijkte de paus het gebod over het eerbiedigen van vader en moeder.

Familiekwaal

Johannes Paulus I gaf in de loop van zijn slechts 33 dagen durende pontificaat de kerk een heel menselijk gezicht. Het nieuws over zijn dood in de nacht van donderdag 28 op 29 september sloeg in als een bom. “Wij wisten niet dat hij al verscheidene heelkundige ingrepen ondergaan had wegens een slechte bloedsomloop, en dat dit een familiekwaal was”, schreef kardinaal Suenens in zijn memoires. “Hij sprak er zelf over, enkele dagen later (na zijn verkiezing, nvdr), tijdens een audiëntie voor zieken. Ik citeer deze woorden omdat zij een licht werpen op de zo plotselinge dood van Johannes Paulus I, en omdat zij wellicht de politieromans uit de weg helpen ruimen die rond zijn overlijden ineengeknutseld werden”, schreef de Belgische kardinaal 13 jaar later.

“Johannes Paulus I verscheen en verdween als een meteoor aan de hemel van de kerk”, parafraseert Suenens de homilie die kardinaal Carlo Confalonieri op 4 oktober tijdens de verregende begrafenisplechtigheid uitsprak. Tien dagen later begon het nieuwe conclaaf met kardinaal Siri en vooral kardinaal Benelli als kansrijkste papabili. Net als tijdens het conclaaf van augustus verscheen pas in de tweede ronde de naam van kardinaal Woytila op de stembriefjes. Maar in de achtste ronde had de Poolse kardinaal voldoende steun om de rook uit het kacheltje in de Sixtijnse kapel wit te doen kleuren. De derde paus op rij van 1978 zou een enorme impact hebben op de wereldgeschiedenis en een niet onaanzienlijke rol spelen bij de val van het communisme in het Oostblok. Johannes Paulus II werd inmiddels heilig verklaard. Het proces voor de zaligverklaring van de intussen “eerbiedwaardig” verklaarde Johannes Paulus I is nog in volle gang. III

www.albino-luciani.com
www.musal.it

Leo Jozef Suenens, Terugblik en verwachting, Herinneringen van een kardinaal, Lannoo, Tielt, 319 blz.

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​