Tertio 959 - Verenigd in het huwelijk, gescheiden aan de tafel van de Heer

De mening van Thomas Knieps

Verenigd in het huwelijk, gescheiden aan de tafel van de Heer

Wie beweert dat Rome terecht aan de noodrem trekt, weigert “thuis te komen in de postconciliaire kerk en theologie”, vindt Thomas Knieps. Omdat de kerk het huwelijk tussen twee gedoopte christenen als sacrament beschouwt, moet – “in afgebakende gevallen en na een adequate pastorale onderscheiding” – de intercommunie mogelijk zijn.

De controverse rond de toelating van echtgescheiden hertrouwden tot de communie is nog maar amper geluwd of een ander meningsverschil steekt op het hoogste niveau van de katholieke kerk de kop op. Alweer gaat het om de deelname aan de eucharistie, deze keer voor de niet-katholieke partner in een gemengd christelijk huwelijk. Aanleiding is de beslissing van de Duitse bisschoppenconferentie van februari 2018 om “pastorale richtlijnen” uit te vaardigen die het officieel mogelijk maken dat de katholieke en protestantse partner in een interconfessioneel huwelijk gemeenschappelijk de eucharistie ontvangen. Hierbij gaat het er niet om protestanten langs het achterpoortje van het huwelijk toegang tot de katholieke communie te verlenen. De Duitse bisschoppen is het veeleer te doen tegemoet te komen aan gelovige en praktiserende koppels die doorheen de week de “diepe levens- en liefdesgemeenschap” van een christelijk huwelijk delen maar ’s zondags aan de tafel van de Heer gescheiden zijn. Tevens willen de bisschoppen een in Duitsland en vele anderen landen gebruikelijke praktijk uit de schemerzone van de onwettigheid halen. Er lijkt dus niets mis te zijn met de beslissing van de bisschoppenconferentie die trouwens met een grote meerderheid werd aangenomen. Wat er in de daarop volgende maanden gebeurde, is de zoveelste act in een bedroevend schouwspel dat de hoogste kerkelijke kringen sinds de bisschoppensynodes over het gezin in 2014 en 2015 opvoeren.

Twijfels

Begin april wordt bekend dat zeven Duitse bisschoppen een brief hebben gestuurd naar de Congregatie voor de Geloofsleer en de Pauselijke Raad voor de Eenheid waarin zij hun twijfels uiten over het initiatief van hun collega’s en het Vaticaan vragen in te grijpen. Daarop nodigt de paus een delegatie van de bisschoppenconferentie uit om de zaak in Rome te bespreken. Men komt overeen dat de Duitse bisschoppen onderling een zo unaniem mogelijke oplossing moeten zoeken. Des te verrassender is dan begin juni de brief van de prefect van de geloofscongregatie waarin hij stelt dat de Duitse richtlijnen “nog niet rijp” zijn voor publicatie en dat Rome zelf de zaak voortaan in handen zal nemen.


Onderschrift: De katholieke kerk voorziet uitdrukkelijk in de mogelijkheid de niet-katholieke partner tijdens de huwelijkssluiting tot de eucharistie toe te laten. © rr

“Noodrem”

Men kan zich inderdaad afvragen waarom Rome in laatste instantie de zaak naar zich toetrekt. Heeft paus Franciscus niet herhaaldelijk onderstreept dat hij de centralisatie in de kerk wil tegengaan en daartoe ook de competenties van de bisschoppenconferenties wil versterken? Zal Rome zich dan telkens het recht voorbehouden de bisschoppen terug te fluiten zodra er meningsverschillen ontstaan of een minderheid zich tegen een meerderheidsbeslissing verzet? Ook na de recente uitspraken van de paus blijft het onduidelijk waarom men het initiatief van de Duitse bisschoppen heeft afgeremd. Duidelijk is alleszins dat diegenen die het “machtwoord” vanuit het Vaticaan nu toejuichen en van een “noodrem nog juist voor de afgrond” spreken, simpelweg weigeren om in de postconciliaire kerk en theologie thuis te komen. Dat blijkt uit twee centrale maar ongegronde vooronderstellingen die reeds in de “brandbrief” van de zeven dissidente Duitse bisschoppen tot uiting komen. Ten eerste wordt daar geïnsinueerd dat de Duitse bisschoppenconferentie haar boekje te buiten gaat door op het niveau van een lokale kerk een regeling af te dwingen die in feite aan de universele kerk toekomt. De geldende universele kerkelijke wetten bepalen nochtans klaar en duidelijk dat met betrekking tot de toelating van niet-katholieke christenen tot de eucharistie concrete regelingen juist door de lokale bisschop respectievelijk de bisschoppenconferentie dienen te worden uitgewerkt. Verschillende bisschoppen en bisschoppenconferenties hebben dat in het verleden ook al gedaan. Sommigen hebben zich daarbij restrictief opgesteld, anderen toonden zich ruimdenkender. Het kan niet zijn dat de bevoegdheid van een bisschoppenconferentie in twijfel wordt getrokken zodra ze regels voorstelt waarmee men niet kan instemmen.

Sacramenteel huwelijk

Hier raken we aan een tweede en gevaarlijkere vooronderstelling. Natuurlijk gaat het bij deze kwestie niet alleen om een kerkrechtelijke regeling maar tevens om het geloof van de kerk. Maar wie heterodoxie of zelfs heresie bespeurt wanneer de protestantse partner in een interconfessioneel huwelijk tot de eucharistie zou worden toegelaten, zit vast in een achterhaalde preconciliaire theologie. Hij dient herinnerd te worden aan de ecclesiologie van Vaticanum II die uitdrukkelijk stelt dat op basis van het doopsel ook niet-katholieke christenen in een weliswaar onvolkomene maar werkelijke gemeenschap met de katholieke kerk staan. Het Oecumenische Directorium van de Pauselijke Raad voor de Bevordering van de Eenheid van de Christenen van 1993 (nr. 159) voegt daaraan terecht toe dat die verbondenheid met de kerkelijke gemeenschap nog versterkt wordt door het sacramentele huwelijk tussen een katholieke en een protestantse partner (let wel: de kerk beschouwt het huwelijk tussen twee gedoopte christenen als sacrament!). Daarom voorziet het Directorium ook uitdrukkelijk in de mogelijkheid de niet-katholieke partner tijdens de huwelijkssluiting tot de eucharistie toe te laten.

Sommige lokale kerkbesturen hebben die mogelijkheden nog uitgebreid naar andere speciale gelegenheden (bijvoorbeeld het doopsel, vormsel of huwelijk van gemeenschappelijke kinderen, de begrafenis van de partner) en daarmee gepreciseerd wat ze als “ernst en dringende noodzaak van bepaalde situaties” (nr. 130) in het leven van een gemengd-confessioneel koppel beschouwen. Wanneer de meerderheid van de Duitse bisschoppen nu beslist dat de twee partners – in afgebakende gevallen en na een adequate pastorale onderscheiding – gemeenschappelijk de communie mogen ontvangen elke keer dat ze aan de eucharistie deelnemen en dat wensen, hebben ze theologisch ongetwijfeld vaste grond onder de voeten. Maar vooral hebben ze eindelijk eens geluisterd naar wat ze in talloze ontmoetingen met interconfessionele koppels in Duitsland gehoord hebben: dat het christelijke huwelijk geen opeenvolging van speciale gelegenheden is maar een intieme levens- en liefdesgemeenschap die een constante inzet vergt en waarvoor de eucharistie belangrijk voedsel kan zijn.  III

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​