Tertio 958 - “Voltooid leven” en de paradox van het menselijke verlangen

“Voltooid leven” en de paradox van het menselijke verlangen

Wat wil iemand eigenlijk die zegt dood te willen? Voor filosofen, zo verdedigt Paul van Tongeren, is dat alvast geen zinloze vraag. In zijn essay Willen sterven. Over de autonomie en het voltooide leven analyseert hij die vraag tegen de achtergrond van de discussie over “voltooid leven” die in Nederland opflakkerde en die ook in Vlaanderen aandacht kreeg.

Willem Lemmens / Het essay vermijdt de gangbare clichés en stemt tot nadenken over hoe wij vandaag met dood en sterven omgaan. Wat is eigenlijk het verschil tussen willen sterven omdat men het eigen leven voltooid acht, dan wel omdat men als ongeneeslijke zieke een ondraaglijk lijden wil doen ophouden? In het tweede geval laat de euthanasiewet in België en Nederland toe dat het leven van een patiënt door een arts intentioneel wordt beëindigd, en dit binnen strikte voorwaarden. Maar steeds meer weerklinkt in beide landen het pleidooi dat men ook het recht moet hebben te kiezen voor de dood als men “der dagen zat” is, het leven niet meer ziet zitten. In Nederland vindt de partij D66 onomwonden dat de overheid de taak heeft het recht op zo’n zelfgekozen dood legaal mogelijk te maken. Ook bij ons zijn sommigen duidelijk die mening toegedaan. Paul van Tongeren neemt die vragen ernstig, maar is ook bezorgd.

De discussie over “voltooid leven”, zo stipt Van Tongeren aan, kan niet los worden beschouwd van euthanasie om medische redenen, maar staat toch apart. Willen sterven om aan door ziekte veroorzaakt fysiek en psychisch lijden te ontkomen is iets anders dan willen sterven omdat men het wil ondanks de afwezigheid van een terminale ziekte. Wat gaat eigenlijk om bij mensen die dat laatste oprecht verlangen, vraagt Van Tongeren zich af. Kan men dat echt willen? Op het eerste gezicht lijkt die laatste vraag absurd. Het is toch niet zo moeilijk een doodswens van een oudere persoon te begrijpen, hoe schokkend dat verlangen soms ook overkomt, zeker als iemand dierbaar ons ermee confronteert? En toch. Dat ons spontane begrip voor dat verlangen toch ook gepaard gaat met een gevoel van weerstand en onbehagen is geen toeval.

Onherroepelijk

Via Augustinus, Ludwig Wittgenstein en Hannah Arendt legt Van Tongeren uit hoe paradoxaal het eigenlijk is in naam van de radicale zelfbeschikking iets te willen – met name de dood – wat ook onherroepelijk elke autonomie en elk vermogen tot “willen” radicaal opheft. Zoals ook Jean Amery het stelt in zijn studie over zelfdoding: men eist in de bewust gekozen dood een ultieme act van vrijheid op waarin tegelijk “de vrijheid zal verdwijnen”. De zelfgekozen dood pretendeert dus een uiting te zijn van radicale autonomie, maar is tegelijk een erkenning van de absolute grens van diezelfde autonomie. Van Tongeren ziet daarom in de idee van het voltooide  leven het symptoom van iets anders, met name een wens erkend te worden als oudere, gehoord te worden in zijn of haar eenzaamheid. Het “willen sterven” is eigenlijk de uiting van een verlangen gedragen te worden in dat willen – niet alleen te zijn. De vraag is nu of wij als samenleving de betekenis van dat verlangen wel recht doen door het goedschiks kwaadschiks te faciliteren, te herleiden tot een soort preferentie waarvoor legaal en praktisch ruimte moet worden geschapen.

Een daad van opstand

Hier heeft Van Tongeren pertinente bedenkingen, als filosoof, maar ook als bewogen burger. Hij erkent dat de vraag om te sterven, zelfs al is men niet dodelijk ziek, wel degelijk invoelbaar is. Dat wordt mooi geïllustreerd met het getuigenis van de Zuid-Afrikaanse schrijver Karel Schoeman, die op zijn 78ste uit het leven stapte, nadat hij enkele jaren na elkaar zijn wil om te sterven steeds sterker zag worden. Maar hier schuilt precies die paradox: de wil om te sterven is als een heteronome kracht die de geest van de oudere prangend gaat “bezetten”, tot alleen die wens overblijft. Ook Els van Wijngaarden onderkent die dynamiek in haar studie Voltooid leven. Over leven en willen sterven, waarin zij 25 mensen tussen 76 en 99 aan het woord laat voor wie het leven geen zin meer heeft. Moeten wij als samenleving de cultivering van die doodswens, de “wil om te sterven”, echt herleiden tot een uiting van ultieme zelfbeschikking die koste wat kost moet worden erkend? Is dat ons laatste woord ten aanzien van het verlangen van die groep oudere mensen?

Bezinnen

Van Tongeren geeft geen definitieve antwoorden of oplossingen op het vraagstuk van het voltooide leven. Wél vraagt hij de lezer zich toch eerst grondig te bezinnen over de vraag die leeft in de vraag naar het willen sterven. Misschien is die vraag tegelijk een daad van opstand tegen de dood, tegen het “moeten” sterven, tegen het feit dat we op een welbepaald punt in ons leven echt onze autonomie uit handen zullen moeten geven. Maar is die opstand ook niet een miskenning van de diepste structuur van het menselijke verlangen zelf? Betekent verlangen niet dat men net bewogen wordt door iets wat niet meer tot onze autonomie valt te herleiden?

Illusie

Misschien is in die zin de idee dat een leven ooit “voltooid” is inderdaad een illusie. Willen sterven is eigenlijk willen leven, ondanks alles. Misschien moet onze samenleving dat blijvend willen “zien” en zoeken naar manieren om ook de oudere, eenzame mens te blijven verleiden tot het leven. Want als we de idee van het voltooide leven echt het laatste woord geven, dan houdt niets ons nog tegen aan elk van ons – ongeacht leeftijd of fysieke conditie – het recht te geven geholpen te worden bij het sterven, als we denken echt dood te willen. Dan wordt de doodswens even legitiem als de levensdrift: dan is het even waardevol te willen leven als niet te willen leven. Hoe filosofisch die conclusie ook is, de praktische consequenties ervan zijn verstrekkend. Van Tongeren heeft een essay geschreven dat ons daar beklijvend aan herinnert.  III

Paul van Tongeren, Willen sterven. Over de autonomie en het voltooide leven, Kok, Utrecht, 80 blz. Bestellen kan via de Kerknet-shop.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​