Tertio 946 - Initiatief Pelgrimstafel toegeschreven aan officier van Filips II

Dossier voor erkenning immaterieel erfgoed bijna rond

Initiatief Pelgrimstafel toegeschreven aan officier van Filips II

In de kapel van het Antwerpse Sint-Julianusgasthuis wordt telkens op Witte Donderdag een uitgebreid banket gehouden voor twaalf eenzame bejaarden. De zogenaamde Pelgrimstafel is een expliciete verwijzing naar het Laatste Avondmaal. Het Koninklijke Sint-Julianus Genootschap bereidt een dossier voor om de Pelgrimstafel officieel erkend te krijgen als immaterieel cultureel erfgoed.

Ludwig De Vocht / Omdat op Witte Donderdag de vasten nog niet voorbij is, worden op de Pelgrimstafel alleen visgerechten geserveerd. “Er komen elf visschotels op tafel en één kaasschotel”, verduidelijkt Christophe Coen, de voorzitter van het Koninklijke Sint-Julianus Genootschap. De tafel wordt aangevuld met exotisch fruit, chocolade, pralines, koffie, Antwerpse streekgerechten, wijn en bier. De twaalf bejaarde mannen die morgen aan de Pelgrimstafel aanschuiven, zijn bewoners van het WZC Sint-Anna van het Zorgbedrijf van het OCMW.


Fotobijschrift: De Pelgrimstafel in het Antwerpse Sint-Julianusgasthuis op Witte Donderdag verwijst expliciet naar het Laatste Avondmaal.  © vzw Sint-Julianusgasthuis

Centraal op de tafel voor de twaalf genodigden staat een gipsen beeld van Christus. Het stelt een episode voor uit het passieverhaal. “We hebben twaalf verschillende beelden”, merkt Coen op.  “Het beeld wordt ingesmeerd met boter maar oorspronkelijk werd het uit één grote klomp boter geboetseerd. Tijdens de middeleeuwen werd aan boter een zuiverende werking toegeschreven”, legt hij uit. Het is geen toeval dat de Pelgrimstafel georganiseerd wordt in het Sint-Julianusgasthuis, een plaats waar pelgrims sinds het begin van de 14de eeuw konden overnachten.  “De pelgrimstocht naar Rome was toen het populairst. Daar bevindt zich nog steeds de kerk Sint-Julianus van de Vlamingen waar Vlaamse pelgrims worden verwacht”, vertelt de voorzitter van het Sint-Julianus Genootschap.

Veel legendes

Rond de figuur van Sint-Julianus bestaat veel verwarring. De legendes over verschillende heiligen met die naam werden in de loop der eeuwen waarschijnlijk met elkaar verweven. Er waren verhalen rond Julianus van Antiochië, een martelaar die stierf aan het begin van de 4de eeuw onder de Romeinse keizer Diocletianus. En er circuleerden legendes over Julianus van Antinoë, die eveneens het leven liet tijdens de christenvervolgingen in die periode. Die Julianus was getrouwd met Basilissa. De verschillende verhalen over hun gastvrijheid en hun zorg voor zieken leidden ertoe dat de naam van Sint-Julianus verbonden werd met het gasthuis. Arme bedevaarders die in Antwerpen terechtkwamen, konden zich geen onderdak in een herberg veroorloven en waren aangewezen op liefdadigheid. Ze konden aan het begin van de 14de eeuw terecht in een pand dat ter beschikking was gesteld door Ida van der List.  Er waren dertien bedden. De officiële akte, opgesteld op 4 april 1304, stelt duidelijk dat zij dit deed  “ten bate der arme wandelende lieden om onsen Heere ende den goeden sente Juliaen”.  Boven de poort van het Antwerpse gasthuis stond:  “In dit gasthuis van Sinte Juliaen mogen de arme passanten dry mael slaepen gaen”. Het menu was er erg beperkt. Op gewone dagen bestond de maaltijd uit een schotel bonen, roggebrood en een glas bier van minderwaardige kwaliteit. Tussen Pasen en Allerheiligen kregen de gasten uitsluitend onderdak en geen maaltijd. Reizigers kregen wel een speciale schotel op Verloren Maandag, Vastenavond, Oudejaarsavond en Driekoningen die bestond uit gekookt lam met ajuin. Viel de feestdag op een vlees- of visloze dag (woensdag of vrijdag), dan werd er paling voorgeschoteld.

Oorsprong  

De oorsprong van de Pelgrimstafel op Witte Donderdag is onzeker. In Antwerpen werd het initiatief ervoor volgens sommigen genomen door een officier van Filips II. Die schonk in 1556 per testament 15 pond en 1 schelling. Voorwaarde was dat  “op alle Goede Vrijdagen voor Paschen dertien arme mannen moeten ontvangen een maaltijd plus één stuyver.”  Die voorwaarden beantwoorden het best aan wat later de eigenlijke Pelgrimstafel zou worden. De lange geschiedenis van het gasthuis met zijn hoogte- en dieptepunten loopt parallel met de politieke, socio-economische en religieuze geschiedenis van de stad Antwerpen. De huidige traditie om de Pelgrimstafel te dekken op Witte Donderdag (en aanvankelijk ook op Goede Vrijdag) dateert van het begin van de 18de eeuw kort nadat het Broederschap van de Loretanen het beheer van het Sint-Julianusgasthuis in handen kreeg. Dat broederschap bestond uit personen die een pelgrimstocht hadden volbracht naar het Italiaanse Loreto waar zich een gebedsoord voor de heilige Maagd bevond. Met enkele onderbrekingen tijdens de Franse Revolutie, in het midden van de 19de eeuw en tijdens de twee wereldoorlogen, bleef het gebruik tot op de dag van vandaag bestaan.  “Vanaf het begin van de 19de eeuw, rond 1815, konden bezoekers de Pelgrimstafel bewonderen. Dat gaf de beheerders de gelegenheid etenswaren tentoon te stellen die mensen anders nooit zagen zoals kreeften, bananen en ananas, destijds allemaal tekenen van luxe”, merkt Coen op.

Havengemeenschap

“Aan het eind van de 19de eeuw waren de beheerders allemaal mensen uit de havengemeenschap. Dat is een beetje zo gebleven. Ikzelf ben advocaat en ik heb mijn stage gedaan op een maritiem kantoor”, zegt de voorzitter.  “We staan open voor iedereen. Je moet geen katholiek zijn om deel uit te maken van het Genootschap. Sommigen zijn vrijzinnigen die een groot belang hechten aan de traditie. De Pelgrimstafel heeft een heel trouw bezoekerspubliek. Veel grootmoeders komen met hun kleinkinderen omdat ze zelf door hun grootouders werden meegebracht. Soms komen op Witte Donderdag ook catechesegroepen omdat de Pelgrimstafel een profane uitbeelding is van de christelijke traditie”, vervolgt hij. Het Genootschap streeft ernaar de traditie van de Pelgrimstafel te laten erkennen als immaterieel erfgoed door Erfgoed Vlaanderen en op termijn als Unesco Werelderfgoed. Daartoe werd een werkgroep opgericht die een dossier voorbereidt.  “Daar komt heel wat administratie bij kijken”, geeft de voorzitter toe. “We hebben ook veel materieel erfgoed. Maar voor ons is het immateriële erfgoed belangrijker.”

De rijke archieven van het gasthuis beginnen in de 16de eeuw en zijn een braakliggend terrein voor historici.  “Het archief werd vorig jaar ter gelegenheid van Erfgoeddag tentoongesteld. Toen bleek dat de beheerders van het gasthuis hier niet alleen pelgrims maar soms ook handelsvertegenwoordigers toelieten die van stad tot stad gingen”, zegt Coen. Inmiddels werd het Sint-Julianusgasthuis in samenwerking met het Vlaams Compostelagenootschap weer opengesteld voor erkende pelgrims die de zogenaamde Via Brabantica nemen om hun bestemming te bereiken. Op de eerste verdieping van het pand aan de Sint-Jansvliet werd een kamer heringericht om maximaal vier pelgrims onderdak te geven voor één nacht. De kamer werd op 30 maart 2012 ingehuldigd. Sindsdien overnachten jaarlijks circa 40 pelgrims in het historische gasthuis. Tachtig procent van hen zijn volgens Coen afkomstig uit Nederland. De hedendaagse pelgrims uit het noorden vinden hun weg naar het gasthuis via websites. Bezoekers uit het zuiden die op Witte Donderdag opduiken in het Sint-Julianusgasthuis zijn waarschijnlijk afkomstig uit Spanje.  “Want in Spaanse toeristische reisgidsen wordt de Pelgrimstafel expliciet vermeld”, benadrukt de voorzitter van het Koninklijke Sint-Julianus Genootschap.

/     De Pelgrimstafel in de kapel van het Antwerpse Sint-Julianusgasthuis is morgen, Witte Donderdag, toegankelijk voor het publiek van 10 tot 17.45 uur. Ingang via Hoogstraat 72.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​