Tertio 944 - Kerk is belangrijke speler in sportgeschiedenis

Historisch beeld van weinig sportieve katholiek blijkt zwarte legende

Kerk is belangrijke speler in sportgeschiedenis

“Typisch katholieke disciplines bestaan misschien niet, maar de kerk is beslist een belangrijke speler in onze vaderlandse sportgeschiedenis”, stelt (kerk)historicus Dries Vanysacker (KU Leuven). Tijdens de Nacht van de Geschiedenis (Davidsfonds) volgende dinsdag houdt hij een lezing over het  “relatieveld”  van sport en religie.

Joris Delporte / De Ronde van Vlaanderen is tegelijk de hoogmis voor wielerliefhebbers en een ware lijdensweg voor deelnemers. Echte kampioenen verrijzen na een inzinking. Supporters bidden voor mirakels en tegenover dopingzondaars tonen we ons doorgaans vol van genade. De beeldspraak liegt er niet om; wielrennen en andere volkssporten associëren velen met religie, meer bepaald het katholicisme.

“Die associatie kwam tot stand in een specifieke historische periode, vanaf het eind van WOII tot de jaren 1960. Dagbladen van katholieke signatuur, waaronder Het Volk en Sportwereld (gaandeweg geïntegreerd in Het Nieuwsblad, nvdr), interesseerden zich toen sterk voor  ‘de koers’  en verbonden hun naam aan wielerwedstrijden”, vertelt Dries Van-ysacker telefonisch vanuit Bologna, waar hij in het raam van de European Academy of Religion (EuARe) net een panel over dit thema organiseerde. “Overigens recupereerden vooraanstaande katholieken tijdens de late bloeiperiode van het  ‘rijke roomse leven’  bepaalde sportcoryfeeën. Het bekendste gelovige wielericoon was de Italiaanse kampioen Gino Bartali (1914-2000, nvdr) ofwel  ‘de monnik’. Een bijnaam die hij dankte aan zijn lidmaatschap van de ongeschoeide karmelieten in het kader van hun derde orde. Paus Pius XII was alvast onder de indruk, want hij verhief Bartali tot een model van de Katholieke  Actie.”

Briek en de  “sportpater”

“Kortom, op het   ‘relatieveld’   tussen sport en religie waren de banden vaak nauw, al bleken voetbal en wielrennen nooit  ‘typisch katholieke’  disciplines”, nuanceert de hoofddocent.  “Aanvankelijk wantrouwden kerkleiders zelfs de wielersport, omdat renners door wedstrijden aan hun zondagsplicht verzaakten. Daarnaast had een peloton veel  ‘brute’  jongeren in zijn rangen. Eigenlijk was het wachten op norbertijn Antoon Van Clé (1891-1955, nvdr)  vooraleer een prominente katholiek besefte hoe in de marge van competities zeker kansen lagen voor apostolaat. Die  ‘sportpater’  onderhield bijvoorbeeld contacten met wielermonument Albéric –  ‘IJzeren Briek’  – Schotte (1919-2004, nvdr), een diepgelovige dwangarbeider van de weg, zoals Eddy Merckx na hem.”


Fotobijschrift: Kanunnik Francis Dessain betrad graag het veld bij  “zijn” KV Mechelen.  © Malinwa Archief

Verzuiling

“Ook in de geschiedenis van het Belgische voetbal speelden katholieken een prominente rol, aangezien het voetbalvirus zich onder meer verspreidde via hun scholen. Lang voor het edele balspel geprofessionaliseerd werd, groeide uit het Luikse jezuïetencollege Saint-Servais de latere topclub Royal Standard de Liège. Huidig tweedeklasser Cercle Brugge ontstond bij de lokale broeders xaverianen, waarbij oprichters vooral de liberalen van Club Brugges toenmalige voorloper wensten te counteren”, getuigt Vanysacker.  “Naar het beeld van beide West-Vlaamse traditieclubs was onze voetbalwereld sterk  ‘verzuild’. Een nog duidelijkere illustratie daarvan leverden twee Mechelse rivalen. Liberaal politicus Oscar Vankesbeeck (1886-1943, nvdr) was de sterke man van Racing Mechelen, terwijl kanunnik Francis Dessain (1875-1951, nvdr) KV Mechelen –  ‘Malinwa’  – leidde. Wat bij die laatste bezwaarlijk een protocollaire functie bleek; Dessain – later trouwens nog bondsvoorzitter – betrad graag het veld.”

Muscular Christianity

“Ver van de topteams omarmden sommige kerkmensen volkssporten veeleer met het oog op missionering. Zo bouwde de Belgische scheutist van adel Raphaël de la Kethulle de Ryhove (1890-1956, nvdr) meerdere voetbalstadions met wielerpistes en ook zwemdokken voor de bevolking in Belgisch-Congo. Een reden temeer waarom het me stoort dat volgens een deel van onze publieke opinie de kerk sportbeoefening altijd verwaarloosde”, klinkt het scherp.  “Die zwarte legende ontstond onder impuls van Muscular Christianity, een Angelsaksische filosofische beweging waarin vaderlandsliefde, stoerheid, zelfopoffering en discipline centraal stonden. Op zich eerbare idealen, maar in die protestantse en anglicaanse gedachteschool leefden hardnekkige vooroordelen over  ‘weinig sportieve katholieken’  voor wie het lichamelijke van geen tel was. Daarmee deden ze de historische waarheid geweld aan, want dankzij middeleeuwse bronnen weten we hoe plaatselijke geestelijken sport en spel zowel beoefenden als promootten. Sommige reguliere orden van hun kant ruimden – conform Thomas van Aquino’s interpretatie van de relatie tussen gematigdheid, deugd en spel – in de vroegmoderne tijd volop plaats in voor lichaamsbeweging. En wie kon de jongste eeuw voorbij aan enkele sportieve pausen, onder wie alpinist Pius XI en voetballer Johannes Paulus II?”

Heilige Geest in gezond lichaam

“De positieve houding tegenover lichaamscultuur spreekt in een recenter verleden uit de acties en publicaties van twee Curieorganen. Naast een in 2004 opgerichte sportafdeling binnen het Dicasterie voor Leken, Gezin en Leven, heeft paus Franciscus in 2013 de Pauselijke Raad voor de Cultuur uitgebreid met een sportdienst. Samen buigen die instanties zich over de behoefte aan specifieke pastorale zorg. Ook ethiek staat daar hoog op de agenda, want voor Rome dient competitiesport bovenal humaan te blijven. Doping is uit den boze en tegenstanders verdienen altijd respect; verliezers zijn nooit losers. Het katholicisme geeft dan ook zijn specifieke invulling aan het Latijnse adagium mens sana in corpore sano. Op basis van Paulus’  1 Korintiërs is het gezonde, sportieve lichaam een tempel waarin de heilige Geest huist. De zegedrang is in die optiek prima, maar een gelovige wint nooit louter voor zichzelf, wel ter ere van God.”

/ Dries Vanysacker houdt zijn lezing over Sport en religie op 20 maart vanaf 19 uur binnen het Sportimonium in Hofstade-Zemst. www.sportimonium.be
/ Voor andere activiteiten zie www.nachtvandegeschiedenis.be

 

“Ook sport is verbindend en zingevend”

“Terecht ervaren supporters dat de sporttak van hun voorkeur potentieel vormend, verbindend en zingevend is. Organisatoren van tentoonstellingen spelen precies op die intuïtie in, denk aan een expo met wielertenues – De Heilige Trui – in het Utrechtse Museum Catharijneconvent bij de Tourstart van 2015”, brengt Dries Vanysacker in herinnering. Als hoofddocent aan de faculteit Theologie en Religiewetenschappen aanhoort hij andere, meer sloganmatige analyses over  “sport als nieuwe religie”  wel met scepsis.  “Enkele gedeelde functies ten spijt, blijven aanzienlijke verschillen bestaan tussen beide sferen, want in sport is geen sprake van openbaring. Het Vaticaan benadrukt dat fundamentele onderscheid, zonder sportbeoefening op zich te verketteren. Bovenop alle spelvreugde benadrukt Rome de educatieve en gemeenschapsvormende rol van sport. Zijn kritiek is veeleer gericht tegen excessen, waaronder de verafgoding van idolen, hooliganisme, racisme onder supporters, doorgeslagen commercialisering en buitensporige salarissen voor vedetten. Het Dicasterie voor Leken, Gezin en Leven wil daarom sport op de agenda van de komende bisschoppensynode rond  jongeren, geloof en onderscheiding van roeping plaatsen.”  (JD)

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​