Tertio 938 - Liefde in tijden van onrust

Boek van Bianca Debaets zet Brussel op hoopvol spoor

Liefde in tijden van onrust

Brussels staatssecretaris Bianca Debaets (CD&V) publiceert vandaag Brussel, mijn weerbarstig lief. In dat boek maakt ze van de passie voor haar  “geliefde”  geen geheim, al is dat lief verdraaid tegendraads. Debaets wil haar eigenzinnige beminde niet temmen, maar geeft de relatie zuurstof voor een nieuwe adem.

Sylvie Walraevens /  Ze zegt het met veel overtuiging: dat het gedaan moet zijn met de eenzijdige berichtgeving over Brussel. Negatief nieuws verkoopt nu eenmaal goed. Maar dat niemand haar van naïviteit beschuldigt, want na ruim 20 jaar Brussel is Bianca Debaets niet te beroerd om de problemen te benoemen.  “Wat Brussel nodig heeft, is een parler vrai, een discours dat de zaken openlijk maar constructief bespreekt.”

Inkt over Brussel

“Brussel laat zich moeilijk onder één noemer vatten”, erkent Debaets.  “Het is geen Venetië of Rome. Het vergt moeite om er greep op te krijgen, maar we benutten de talrijke troeven van onze hoofdstad onvoldoende. In de aanloop naar de verkiezingen zal er weer veel inkt over Brussel vloeien. Daarom vond ik het belangrijk vooraf een staat op te maken, zodat wie de stad niet zo goed kent, er een genuanceerde blik op krijgt en de mogelijkheden ziet.”


Onderschrift foto: “Brussel laat zich moeilijk onder één noemer vatten”, erkent Bianca Debaets. “Het vergt moeite er greep op te krijgen, maar we benutten de talrijke troeven van onze hoofdstad onvoldoende.”  © RR

Debaets legt in haar boek acht uitdagingen op de werktafel: veiligheid, sociale mobiliteit, stadsvernieuwing, participatie, diversiteit, onderwijs en economie, mobiliteit, en politieke cultuur. Voor elk van die thema’s reikt ze praktische sleutels aan voor een daadkrachtig beleid. De mosterd haalt ze overal waar probleemwijken een positieve conversie doormaakten: in Rotterdam, Amsterdam, Parijs…  “Dat is de aard van het beestje”, lacht ze. “Van elke vakantie kom ik terug met ideeën.”

Gemeenschappelijke sokkel

Brussel, mijn weerbarstig lief is geen partijblauwdruk voor Brussel, maar het boek heeft wel een christendemocratische insteek. “Mijn engagement is gebaseerd op het evangelie. Ik vind het belangrijk in alle openheid te getuigen van dat deel van mijn identiteit. Religie heeft een rechtmatige plaats in de stad, maar de grootste uitdaging is een gemeenschappelijke sokkel te vinden voor al die verschillende gezindten. Iedereen mag zijn geloof vrijuit beoefenen, zolang het ingebed is in het westerse verlichtingsdenken. Om vreedzaam te kunnen samenleven, hebben we gemeenschappelijke waarden nodig, zoals de scheiding van kerk en staat of de gelijkheid van man en vrouw. In Vlaanderen is de verplichte inburgering al jaren een feit, maar in Brussel vindt ze nu pas ingang. Wie zich duurzaam in een land wil vestigen, moet op de eerste plaats de taal kennen, om praktische redenen zoals school en werk, maar ook om onze waarden en omgangsnormen te begrijpen”.

Draaideurcriminelen

Daarom ziet Debaets geen heil in geïmporteerde Turkse plattelandsimams.  “Hoe kunnen zij stadsjongeren van hier een leidraad geven? De Brusselse context smeekt om een Europese islam en verplichte imamopleidingen. Er is terreurdreiging en in sommige wijken neemt de radicale islam toe. Een Europese islam kan dat indijken en inzetten op het samenleven hier. In sommige buurten worden jonge gastjes in ruil voor een beetje geld op de uitkijk gezet voor de politie, terwijl volwassen mannen ongestoord drugs dealen. Die jongens belanden al van jongs af in de criminaliteit en verblijven later nu eens wel en dan weer niet in de gevangenis. Dergelijke ‘draaideurcriminelen’ zijn erg vatbaar voor het discours van radicale imams. ‘Kijk waar deze samenleving jou heeft gebracht’, zeggen die. Wij moeten die imams voor zijn en van die jongeren hier helden maken door hen kansen te geven en ervoor te zorgen dat ze die grijpen.”

Afwezige vaders

Waarom jonge mensen met allochtone wortels in onze samenleving geen thuis vinden, is deels te verklaren doordat de vaders in het verleden te weinig betrokken werden bij het integratieproces, gelooft Debaets.  “Het beleid van de jaren 1970-’80 was vooral op de moeders gericht. We verloren uit het oog dat de nieuwkomers uit een patriarchale samenleving kwamen, waarin de vaders een sterke gezagspositie innamen. Veel mannen twijfelden aan hun identiteit omdat ze in deze samenleving geen duidelijke rol toegekend kregen. Ze trokken zich terug in hun theehuizen en werden afwezige vaders. Veel Syriëstrijders komen niet uit sociaaleconomische probleemsituaties, maar misten een vaderfiguur.”

“Daarom starten we binnenkort een project met buurtvaders. Het idee komt uit Nederland en heeft daar zijn vruchten afgeworpen. Vaders uit verschillende gemeenschappen zullen in een aantal moeilijke Brusselse wijken op straat aanwezig zijn om crimineel gedrag preventief een halt toe te roepen. De Rotterdamse probleembuurt die met die aanpak werkte, is vandaag niet meer te herkennen. Net als in Brussel had ze te kampen met rellen en criminaliteit. Vandaag is de wijk, mede door stadsinnovatie, een aantrekkelijke plek geworden. De Marokkaanse theehuizen, staaltjes van allochtoon ondernemerschap, floreren er broederlijk naast Italiaanse restaurants of hippe cafés. Ze schenken alcohol en vrouwen zijn er welkom. Het kan echt anders, als de overheid de juiste keuzes maakt, bijvoorbeeld door het handelsaanbod in een wijk te diversifiëren, zodat er geen getto’s ontstaan.”

Attente architectuur

In  Amsterdam en Rotterdam stak Debaets nog een ander sterk idee op. Daar werken  “stadsmariniers”  als verbindingsofficier tussen de straat en de gemeentelijke diensten, rechtstreeks onder de burgemeester. De stadsmariniers zijn de oren en ogen van de buurt. Ze bijten zich vast in problemen en lossen die niet tot ze zijn uitgeklaard, met medewerking van alle betrokken partijen.  “Rotterdam is een inspirerende stad”, vindt Debaets.  “Verbinding en stadsvernieuwing zijn daar twee kanten van één beleid. Mensen dragen gemakkelijker zorg voor een mooie, propere buurt. In Napels inspireerde de inrichting van de metrostations mij. Daar zijn toonaangevende architecten en kunstenaars aan de slag gegaan. Stadsarchitectuur moet niet alleen mooi zijn. Ze moet er bijvoorbeeld ook voor zorgen dat ze geen blinde hoeken inricht in parkings of op pleintjes. Brussel staat wat dat betreft nog in de kinderschoenen. We moeten de stad weer aantrekkelijk maken voor alle sociale klassen en vermijden dat Brussel zijn middenklasse verliest. Wie het een beetje beter heeft, zoekt nu andere oorden op. Dat is niet gezond, want dan krijg je een duale samenleving van rijken in Ukkel en armen in Molenbeek.”

Kaderstuk: Straatengelen

Bianca Debaets is Brussels staatsecretaris bevoegd voor Informatica, Digitalisering, Gelijke Kansen, Verkeersveiligheid, Dierenwelzijn en Ontwikkelingssamenwerking. Ze is ook lid van het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), belast met Welzijn, Gezondheid, Gezin en Gelijkekansenbeleid.

Vanuit haar bevoegdheid voor Gelijke Kansen trekt ze in Brussel aan de kar voor een respectvolle samenleving. De #MeToo-campagne over seksueel ongewenst gedrag raakte haar sterk. Om de omvang van de kwestie en de meest problematische buurten in Brussel te kennen, laat de administratie van Debaets tegen het voorjaar een app ontwikkelen die alvast enige hulp biedt. Met een eenvoudige knop kan een vrouw die zich verbaal of fysiek bedreigd voelt, aangeven dat ze in nood is. Op de stadskaart verschijnt dan een teken dat toont waar ze zich bevindt. Vrijwillige burgers die zich als  “street angels”  hebben geregistreerd, kunnen vervolgens te hulp snellen. De app Hands Away bestaat al in Parijs, waar zich momenteel 7.000 street angels geregistreerd hebben. “Ik wil met dit project de solidariteit in Brussel bevorderen”, zegt Debaets. “De app is een praktisch hulpmiddel, maar idealiter wordt ze op termijn overbodig. Om ook de geesten in beweging te brengen, organiseert de vzw Touche pas à ma pote vormingen in jeugdhuizen om dit thema bespreekbaar te maken.”  (SW)

/  Bianca Debaets, Brussel, mijn weerbarstig lief, Halewijn, Antwerpen, 207 blz. Bestellen kan via de Kerknet-shop.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​