Tertio 924 - “Als de mens inherent slecht is, kan hij verbeteren”

“Als de mens inherent slecht is, kan hij verbeteren”

Reginald Moreels, voormalig minister van Ontwikkelingssamenwerking en – nog steeds – oorlogschirurg, schreef wat hij zelf  “een essay” noemt, in de Franse betekenis van het woord. De vraag of de mens slecht is, vormt het uitgangspunt. Voor hem is het antwoord  “ja”, maar die  “ja”  heeft niet het laatste woord.

Katrien Verreyken /  “De mens is ontologisch slecht en de grote existentiële uitdaging waarvoor hij staat, is de betrachting het goede te doen, tegen zijn natuur in”, vat Reginald Moreels zijn visie samen. Hij haalt hiervoor argumenten aan.  “Het onrecht en de ondraaglijke kloof tussen arm en rijk die alsmaar toenemen, zijn mijn hoofdargumenten om te beweren dat onze slechte natuur ons aardse leven blijft domineren. Geweld is eigen aan elk levend wezen, maar intentioneel geweld is alleen eigen aan de mens. Wij zijn de enige levende soort die zoveel soortgenoten heeft doen afzien, zonder goede intenties. Bovendien staan alle Bijbelse teksten en alle humanistische manifesten bol van methoden om beter te worden. Als we zo goed waren, waarom zijn al die geboden, verboden en regels dan nodig?”  En hij voegt eraan toe:  “Ik vraag me ook af waarom het Onzevader afsluit met  ‘Heer, verlos ons van het kwade’, en niet met  ‘Heer, versterk ons in het goede’. De kruisdood van Jezus, een geweldloze profeet, is in mijn ogen het grootste bewijs dat de mens slecht is”.

Zeldzaam altruïsme
Als oorlogs- en traumachirurg twijfelt Moreels bovendien of er wel een kracht bestaat die de menselijke wreedheid kan overwinnen.  “Ik zie in mijn job uiteraard ook eilandjes van solidariteit. Overal waar kwaad domineert, is het goede gelukkig ook aanwezig. Ik denk dat de zin van ons leven erin bestaat beter te worden. Was de mens goed, dan had het leven misschien weinig zin. Misschien heeft God ons slecht geschapen om te zien welke veerkracht we hebben om het kwaad te overwinnen?” Ook over het altruïsme dat hij rond zich ziet, is Moreels sceptisch:  “Ik geloof niet dat een ander mens helpen ooit helemaal onvoorwaardelijk is. We helpen de andere meestal toch om iets terug te krijgen, al was het maar dankbaarheid. Het zuivere altruïsme zonder gedachte aan wederkerigheid is zo zeldzaam dat het voor mij in de buurt komt van heiligheid. De universele liefde van de christelijke agapè en de universele compassie van de boeddhistische karuna zijn bijna utopische vormen van altruïsme”.


Copyright foto: RR

Antidotum tegen geweld
Voor Moreels kan religie een antidotum zijn tegen geweld:  “Religie komt van re-legere – herlezen, de dingen permanent in twijfel trekken – en re-ligare – mensen verbinden. Verschijningsvormen van religiositeit verbinden veel mensen in vele landen. Het samen zingen en bidden creëert samenhorigheid, het zet aan de ander lief te hebben en te respecteren”. Toch blijkt religie historisch het beste argument om oorlogen uit te vechten. Religie geeft aan een oorlog een schijnbaar morele status. Hoe gaat Moreels daarmee om?  “De sacralisering van geweld is een knoop die ik nog niet heb kunnen ontwarren. Als geweld in plaats van een rationele een irrationele, mythische dimensie krijgt, wordt religie inderdaad een pepmiddel voor dat geweld. Toch geloof ik dat net dat geweld het minst heilige is dat een mens zich kan inbeelden. Een religieuze boodschap kan in mijn ogen niet aanzetten tot geweld, maar alleen tot liefde.”

Geen geloof zonder twijfel
Moreels is een religieuze twijfelaar.  “Er is volgens mij geen geloof zonder twijfel. Blind godsgeloof vind ik – net als atheïsme – te statisch. Ik ben gelovig, maar ik twijfel of God wel oneindig almachtig is. Als er een aanwezigheid bestaat die ik definieer als God, dan kan het niet dat die vrede neemt met wat de huidige homo sapiens uitspookt. Ik geef grif toe dat ik echt momenten van grote twijfel heb gekend waarbij ik me afvroeg of God geen inbeelding was. Geloven in God is een continu proces van rationeel denken, intuïtief ervaren en spiritueel zoeken.”

 

Moreels gelooft in Jezus omwille van zijn beroemde oproep ook onze vijanden te beminnen:  “Dat vind ik zelf nog altijd moeilijk. Als ik in Irak, Syrië of Afghanistan tegelijk een gewond onschuldig kind en een IS-strijder moet verzorgen, zal ik het kind voorrang geven, tenzij de terrorist levensbedreigend gewond is. Ik heb echter vaak meegemaakt dat de heethoofden die zo moedig met een geweer of granaat omgaan, op een operatietafel beven van de schrik. En die schrik gun ik hen graag. Ik ben ook maar een mens met mijn gevoelens en ik kan dus niet wegsteken dat ik innerlijk een druk ervaar als ik weet dat mijn patiënt anderen in de lucht heeft doen vliegen.”

Nederige God
God heeft Moreels nederiger gemaakt. “Mijn God is een nederige God. Nederigheid geeft rust, helpt sociaal contact te leggen, maakt gelukkig. Bidden is voor mij een moment van stilte en sfeervolle rituelen zijn momenten van eenwording. Ik had ooit een mystieke ervaring die een sterke indruk op me heeft nagelaten. Ben ik daardoor veranderd en een beter mens geworden? Ik weet het niet. Toch brengt dergelijke metanormale ervaring een mens dichter bij wat er zich achter het zichtbare afspeelt. Die ervaring heeft mij alvast terug op mijn plaats gezet en me doen inzien dat ik een oneindig klein schakeltje ben in een heelal dat niet te denken valt en het heeft me bovendien geopend voor de werkelijkheid van het onzichtbare. Het voorval heeft mij eenvoudiger en serener gemaakt, minder impulsief, maar niet minder actief.”

Ethocratie
Dat  “niet minder actief”  blijkt alvast uit Moreels voorstellen voor een ethocratie:  “een  ‘fatsoenlijke en verantwoordelijke samenleving’  gebaseerd op vier universele grondwaarden: respect voor medemens, dier en natuur, eerlijkheid in gedrag, verantwoordelijkheid ten opzichte van de andere en het andere, en de waardigheid van elk levend wezen. In drie wetgevende structuren werkt Moreels die ethocratie verder uit: de Kamer van Burgers, de Kamer van Volksverkozenen en het Ethisch Wettelijk Hof. Voor hem is die nieuwe samenlevingsvorm niet louter een natte droom.  “Ik besef dat anderen me zullen verwijten te pleiten voor een  ‘moraaldictatuur’  maar ethiek is niet hetzelfde als moraal. Ethiek is boetseerbaar en een remedie tegen een slechte oorsprongsnatuur. Ethocratisch bestuur spoort trouwens perfect met de nieuwe vormen van burgerparticipatie. Ethisch levensgedrag kan even vlot aanslaan als andere opvoedkundige technieken. Ik denk bovendien dat een legale vertegenwoordiging van niet-politici een tegengif kan zijn voor de afstand die gegroeid is tussen het volk en de verkozenen. Burgers worden op die manier wakker geschud om de prioriteit van het collectieve op het individuele bewustzijn te beseffen. En ten slotte denk ik dat onze vrije meningsuiting en onze socio-economische manoeuvreerruimte aan kwaliteit winnen in een politiek systeem dat burgers toetst aan respect voor waarden vooraleer er nagegaan wordt of alle regeltjes wel gevolgd zijn.”

Uitweg
Denkt hij niet dat zijn ethocratie op haar beurt willekeur in de hand zal werken als ethische beslissingen worden losgeweekt van regels en opnieuw overgelaten aan het individu?  “Laat het gebeuren”, denkt Moreels.  “Op het moment dat de slinger te ver dreigt door te slaan, corrigeert de mens zichzelf. Radicaal tegenover racisme, xenofobie, communisme, fascisme en islamisme staat het  ‘ja!’  als antwoord op een ethisch appel. In dat ethische  ‘ja!’  ervaar ik een uitweg voor mezelf waardoor ik mijn slechte oorsprongsnatuur weet te verschalken. Als ik denk dat de mens inherent slecht is, dan kan hij verbeteren. Op die manier blijf ik een optimist. Er is nog hoop.”

/  Reginald Moreels, Is de mens slecht? Essay over goed en kwaad, Halewijn, Antwerpen, 168 blz. Bestellen kan via de Kerknet-shop.
/  Reginald Moreels signeert zijn essay op de Boekenbeurs op vrijdag 10 november tussen 15 en 17 uur op de stand van Uitgeverij Halewijn (hal 3, stand 312).

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​