Tertio 916 - Waarover LEF-pleidooi echt gaat

De mening van Herman De Dijn

Waarover LEF-pleidooi echt gaat

Bij discussies over het vak Levensbeschouwing, ethiek en filosofie (LEF) gaat het niet over een technische of organisatorische kwestie. Het gaat fundamenteel om een discussie over wat opvoeding inhoudt in een reële, seculiere, ook door religieuze diversiteit gekenmerkte samenleving. Het LEF-pleidooi doet zich voor als een puur redelijk pleidooi; in feite is het sterk ideologisch geladen, betoogt Herman De Dijn.

Met de regelmaat van een klok komt in de media het pleidooi aan bod voor een door de staat in alle scholen verplicht te stellen nieuw vak Levensbeschouwing, ethiek en filosofie (LEF). Dat was zelfs in de vakantieperiode niet anders. Dat vak beoogt kennisoverdracht, op een verondersteld onafhankelijke en objectieve manier, over de voornaamste religies en levensbeschouwingen, waarbij ook de atheïstische kritiek op religie aan bod moet komen. De invoering van LEF in het nationale curriculum, ook van gesubsidieerde katholieke en andere vrije scholen, zou gepaard moeten gaan met het facultatief maken van de godsdienstles.


Copyright foto: RR

Ideaal zou zijn dat katholieke scholen en de godsdienstles gewoon verdwijnen, net als de keuzemogelijkheid tussen zedenleer en allerlei soorten godsdienstles in het staatsonderwijs. Introductie in of instructie in een godsdienst moet buiten het eigenlijke curriculum gebeuren. Dat alles zou de situatie in het onderwijs eindelijk in overeenstemming brengen met de realiteit van de secularisering en met de al verregaande en steeds verdergaande ontkerkelijking, ook bij besturen, leraars en leerlingen van katholieke scholen. Dan zou de staat eindelijk zijn neutraliteit hervinden, echte vrijheid van onderwijs herstellen en in overeenstemming handelen met de scheiding van kerk en staat. Niet te versmaden neveneffect: grote besparingen.

Andere agenda
Het mag duidelijk zijn dat het de voorstanders van LEF om veel meer gaat dan het invoeren van een nieuw vak met nieuwe job-opportuniteiten voor filosofen en ethici. Hun pleidooi hangt nauw samen met hun politiek-filosofische visie op de seculiere staat, op zijn verhouding tot religieuze groepen en minderheden, op de plaats van en de waarde gehecht aan religie in de samenleving, en op de betekenis en de rol van het onderwijs in de samenleving. Hun positie werd onlangs scherp geformuleerd in een discussie over religieuze diversiteit in het onderwijs in een seculiere maatschappij als Vlaanderen. LEF-protagonisten Patrick Loobuyck en Leni Franken (UAntwerpen, Centrum Pieter Gillis) confronteerden er hun visie met die van filosoof  Tariq Modood (Universiteit Bristol,  Research  Centre  for  the  Study  of  Ethnicity  and Citizenschip). Dat gebeurde binnen het Denkers-programma 2017 van de Koninklijke Academie (KVAB), gewijd aan de problemen van multiculturele diversiteit. Modood bleek eveneens voorstander van een verplicht niet-confessioneel vak waarin alle leerlingen onderwijs krijgen over een variëteit van geloofstradities – religious education, onderwijs over religies, niet te verwarren met religious instruction, religieuze vorming in een religie. Zo’n vak beoogt levensbeschouwelijke geletterdheid bij te brengen aan leerlingen levend in een multiculturele en multireligieuze maatschappij.

Geen lastposten
Modood is zelf echter helemaal geen tegenstander van door de staat gesubsidieerde scholen aanleunend bij een bepaalde geloofstraditie. Hij aanvaardt zelfs dat in dergelijke scholen religious instruction en godsdienstbeleving aan bod komen; zij het dat leerlingen of hun ouders die dat niet willen, daar niet toe verplicht kunnen worden. Met andere woorden, hij acht het perfect aanvaardbaar dat in de seculiere maatschappij door de staat gesubsidieerde,  “vrije”  scholen bestaan, op voorwaarde dat zij een positieve houding tegenover multiculturele, etnisch-religieuze diversiteit aannemen en dat met het oog op het gemeenschappelijke goed. Zijn pleidooi is het omgekeerde van een zo sterk mogelijk terugdringen van religie in het onderwijs.

De achtergrondvisie van Modood is heel anders dan die van de voorstanders van LEF. Allereerst ziet hij religie en (etnisch-)religieuze diversiteit niet louter als lastposten die zoveel mogelijk onder controle gehouden en naar de privésfeer verbannen moeten worden. Integendeel, religies zijn een feitelijk onontkoombaar onderdeel van de publieke ruimte, ook in de seculiere staat. Zij kunnen en moeten gezien worden als  “een publiek goed”  in dienst van (sommige) burgers en van de staatsgemeenschap in haar geheel – naast andere publieke goederen als sport, media en dergelijke.

Perfect aanvaardbaar
Zoals alles kan religie natuurlijk problemen meebrengen, maar dat kan geen reden zijn om haar uit te bannen. Dat religie een publiek goed is, heeft te maken met het feit dat zij voor groepen burgers – vandaag vooral minderheden – een fundamenteel onderdeel is van hun leven, iets waarmee zij zich identificeren of willens nillens mee geïdentificeerd worden. Godsdienst is niet primair een subjectieve of bizarre overtuiging van losse individuen, maar een manier van leven die te maken heeft met tradities, gemeenschappelijke gebruiken betreffende kledij of voeding, enzovoort. Religieuze instellingen zoals kerken die dat publieke goed organiseren, behoren dan ook niet louter toe aan de leden ervan, maar behoren tot het land en de samenleving als geheel. Vandaar dat de erkenning van georganiseerde erediensten en zelfs het bestaan van een established church zoals de anglicaanse kerk in Engeland perfect aanvaardbaar is, ook in een seculiere staat.

Gemeenschappelijk goed
De politiek-filosofische visie waarin dat positieve perspectief op religie en religieuze diversiteit past, noemt Modood een gematigd seculier-liberaal nationalisme zoals aanwezig in de meeste Europese landen, maar verschillend van de (Franse) laïcité-opvatting. Het is een visie waarmee ik het verregaand eens ben. Die gematigde visie erkent de scheiding tussen kerk en staat, politiek en religie, en beklemtoont de onafhankelijkheid van de wet ten opzichte van de religie of de kerk. Maar de staat heeft er alle belang bij ook (etnisch-)religieuze minderheden en hun religie publiek te erkennen en te bevorderen ter wille van hun integratie en ter wille van het gemeenschappelijke goed.

Secularistische illusie
Franken en Loobuyck daarentegen hebben een  “neutralistische”  visie op het seculier-liberaal nationalisme. In hun ogen is een liberaal-seculiere staat een staat die perfect neutraal is in de rechtvaardiging van zijn wetten en zijn optreden, uiteindelijk gebaseerd op een strikt universele, zuiver rationele moraal. Volgens Modood is dat een secularistische illusie. Ook wanneer de staat zogezegd op zuiver neutrale, rationele gronden wetten uitvaardigt, zit daar een niet-neutrale, waarden-gebonden visie achter op het individu, het leven, het lichaam, het goede, de gemeenschap. De  “neutralistische”  opvatting doet alsof de wet in haar kern losstaat van inhoudelijke voorkeuren. Volgens die opvatting is de gemeenschap wel gekenmerkt door culturele en religieuze diversiteit, maar die diversiteit is radicaal secundair ten opzichte van de harde, neutrale kern van de wet. In feite zijn de voorkeuren uitgedrukt in de wet altijd mede bepaald door cultuur, door toevalligheden, door retoriek zoals van  “de rationaliteit eist”  en door machtsverhoudingen. De wet is geen universele, ontijdelijke essentie. Ze is, ook in haar grondopties, de uitdrukking van een gemeenschap die zelf particulier is en aan veranderingen – en zelfs illusies – onderhevig is.

/     Het eindrapport van het Denkersprogramma 2017 over Multiculturalisme en religieuze diversiteit is in het najaar beschikbaar op www.kvab.be

Bio: Herman De Dijn is filosoof en auteur van Drie vormen van weten. Over ethiek, wetenschap en moraalfilosofie (Polis, 2017).

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​