Tertio 866 - “Alleen dialoog kan geweld nog tegenhouden”

Nadia Nsayi (Pax Christi/Broederlijk Delen) vreest dat politieke impasse in Congo ontspoort

“Alleen dialoog kan geweld nog tegenhouden”

De Vlaamse vredesweek richt van 21 september – wereldvrededag – tot 2 oktober – dag van de geweldloosheid – de schijnwerpers op Congo. Tien jaar na de eerste democratische verkiezingen staat de vrede er onder druk omdat het regime nieuwe verkiezingen uitstelt zodat president Joseph Kabila de macht behoudt. Centraal-Afrika-expert Nadia Nsayi hoopt dat de nationale dialoog alsnog soelaas brengt. Anders dreigt er geweld uit te breken.

Emmanuel Van Lierde  /  Op 20 december loopt de tweede en grondwettelijk de laatste ambtstermijn van Congolees president Joseph Kabila af. Daarom hadden volgens de grondwet op 19 september verkiezingen moeten plaatsvinden, maar de Onafhankelijke Nationale Kiescommissie (CENI) liet eind augustus weten dat die datum niet haalbaar is door geldgebrek en een vertraging bij het registeren van nieuwe kiezers.

“Je moet weten dat Congolezen geen identiteitskaart hebben waardoor bij elke verkiezing eerst een kiezersregistratie moet gebeuren. Sinds de verkiezingen van 2011 zijn er wellicht zo’n acht tot elf miljoen nieuwe kiezers bijgekomen. In juli begon de CENI met de registratie, maar die zou zo’n 13 tot 16 maanden in beslag nemen. In 2015 was er het wetsvoorstel de verkiezingen te koppelen aan een volkstelling, want de vorige volkstelling dateert van 1984. Dat zou niet slecht zijn, maar nu een telling houden, zou de verkiezingen nog meer op de lange baan schuiven”, zegt de Belgisch-Congolese Nadia Nsayi, sinds 2010 beleidsmedewerker Centraal-Afrika bij Pax Christi Vlaanderen en Broederlijk Delen.

Angst voor machtsverlies
Waarom vermoeden velen een glissement, een op de lange baan schuiven van de verkiezingen zodat Kabila als het ware van de ene ambtsperiode in de andere glijdt?  “Omdat de meerderheid geen aanstalten maakt verkiezingen te houden, want ze verkeert in een existentiële crisis”, antwoordt Nsayi, die aan de KU Leuven Vergelijkende en Internationale Politiek studeerde.  “Kabila is sinds 2001 aan de macht. In 2006 kwam hij als winnaar uit de stembus van de eerste democratische presidentsverkiezingen sinds het land onafhankelijk is. Vijf jaar later wist hij aan de macht te blijven na controversiële verkiezingen. Na 15 jaar de touwtjes in handen te hebben, willen de president en zijn entourage niet zomaar opstappen. Ze hebben schrik hun economische privileges te verliezen of zelfs te worden berecht door het Internationaal Strafhof van Den Haag zoals eerder met sommige Afrikaanse leiders gebeurde. Bovendien is Kabila nog maar 45 jaar – behoorlijk jong om te vertrekken – en hij spiegelt zich aan de oudere leiders in vijf buurlanden. In Burundi is Pierre Nkurunziza tegen de vredesakkoorden in toch aan een derde termijn begonnen, met onrusten tot gevolg. In Rwanda wijzigde Paul Kagame de grondwet om in 2017 een nieuw mandaat op te nemen. In Oeganda zit Yoweri Museveni sinds 1986 stevig in het zadel. In Congo-Brazzaville begon Denis Sassou-Nguesso aan een derde ambtstermijn van zeven jaar. Alleen in Angola schijnt José Eduardo dos Santos, president sinds 1979, eraan te denken op te houden in 2018. Waarom zou Kabila dan het veld ruimen? Maar hij vergeet dat die buurlanden kleiner zijn, dat zijn ambtsgenoten meer controle hebben over hun grondgebied en dat zijn populariteit veel lager ligt.”

Toekomstscenario’s
Wat staat er te gebeuren in Congo?  “Het Grondwettelijk Hof wees op 11 mei een arrest waardoor president Kabila op post mag blijven tot de installatie van zijn opvolger. In het beste geval komen er verkiezingen in het najaar van 2017 en nadien een vredevolle machtswissel. Een grondwetsherziening die een derde termijn voor Kabila mogelijk maakt, behoort voorlopig niet tot de opties. Daarvoor is zelfs de meerderheid te verdeeld en het volksprotest van januari 2015 waarbij veertig doden vielen en honderd mensen werden opgesloten, was een waarschuwing aan het adres van de president dat hij zich beter niet aan de macht vastklampt, want dat er anders onlusten uitbreken”, legt Nsayi uit.

“Een andere mogelijkheid is een overgangsregering waarbij Kabila voorlopig blijft, maar samen regeert met de oppositie en vooral met de grootste oppositiepartij UDPS (Union pour la Démocratie et le Progrès Social) van Etienne Tshisekedi, die na een verblijf van twee jaar in België om gezondheidsredenen, sinds eind juli terug in het land is. De meerderheid stuurt daarop aan. De UDPS gelooft daar niet in en bepleit een transitie zonder president Kabila. Een belangrijk deel van de oppositie beschouwt hem na 20 december niet meer als legitiem en vraagt dat hij opstapt. Er zou dan een interim-president moeten komen, maar er is geen consensus over wie dat kan zijn. Namen die circuleren, zijn Tshisekedi, Senaatsvoorzitter Léon Kengo wa Dondo of niet-politicus en gynaecoloog Denis Mukwege. De meerderheid steunt dat denkspoor niet, mede door het arrest van het Grondwettelijk Hof. Die tweespalt kan leiden tot een aanslepend conflict tussen meerderheid en oppositie. Volksprotesten, uitbarstingen van geweld en een militaire staatsgreep vallen dan niet uit te sluiten”, vreest Nsayi.

“De breuk met politieke bondgenoten heeft de positie van Kabila verzwakt”, vervolgt ze.  “Zo is er de G7, een verbond van zeven ex-coalitiepartijen uit diverse regio’s, die zijn ex-partijgenoot Moïse Katumbi uit Katanga naar voren schuiven als presidentskandidaat. Ook ex-Kamervoorzitter Vital Kamerhe uit de Kivu versterkt vandaag de oppositie. En sinds eind 2015 is er het burgerplatform Front Citoyen, dat krachten uit oppositie en middenveld bundelt om een machtswissel af te dwingen en de grondwet te doen respecteren.”

Om een ontsporing te vermijden, ging op verzoek van de Verenigde Naties, de Europese Unie en de Afrikaanse Unie begin september een nationale dialoog van start, onder leiding van Edem Kojo, de voormalige premier van Togo.  “Dat initiatief om meerderheid, oppositie en actoren uit het middenveld zoals de bisschoppenconferentie rond de tafel te brengen, is sowieso positief. Brengt die dialoog geen compromis over het houden van de verkiezingen voort, dan stevenen we zo goed als zeker af op geweld en kun je het ergste vrezen”, herhaalt de beleidsmedewerker van Pax Christi en Broederlijk Delen.

“In de ogen van de oppositie is die dialoog een zoveelste vertragingsmechanisme. De poging om een coalitie te vormen met de oppositie, beschouwen ze als zoveelste truc van de meerderheid om zelf de macht te behouden. Je kunt maar spreken van een nationale dialoog als alle partijen meedoen, maar de UDPS van Tshisekedi en de G7 weigeren deel te nemen. Zonder hen heeft het weinig zin. Zij willen dat Kabila sowieso opstapt. Treedt hij niet af, dan roepen ze op tot protest om hem op de knieën te dwingen. Daarbij spelen de voorbeelden van Senegal en Burkina Faso waar het door op straat te komen, effectief lukte de president te doen vertrekken.”

Congolese lente
De vraag is dan of het regime sterk genoeg is om het protest de kop in te drukken.  “Hoe realistisch is een Congolese lente? De bevolking is onvoorspelbaar. Zeker is dat de mensen enorm gefrustreerd zijn omdat Kabila in die vijftien jaar nauwelijks socio-economische verandering heeft gebracht. Ondanks de economische groei van 6 à 8 procent en de natuurlijke rijkdommen verbeterden de arme levensomstandigheden en de toegang tot eten, onderwijs, gezondheidszorg, water en elektriciteit niet. De corruptie en mensenrechtenschendingen zijn gebleven en de democratische ruimte werd kleiner. In Oost-Congo waar de oorlog in 1996 begon, bracht Kabila niet de beloofde vrede; de slachtpartijen en verkrachtingen houden niet op. Noch het leger, noch de VN-vredestroepen slagen erin de veiligheid in die regio te garanderen. Blijkbaar ontbreekt de politieke wil om daar vrede te brengen en houden economische belangen dat conflict in stand. De mensen leven er al twintig jaar onder de terreur. Wat moet er nog gebeuren voor de wereld in Oost-Congo ingrijpt?”, vraagt Nsayi.

“Midden augustus werden in de streek van Beni in Noord-Kivu weer eens meer dan vijftig mensen gedood. Na die slachtpartij kwamen honderden jongeren op straat tegen hun overheid. Vaak worden tegenstanders hardhandig aangepakt, gearresteerd, gemarteld of zelfs gedood. De jongste weken toont president Kabila wat goede wil. Zo liet hij eind augustus enkele jonge activisten vrij om de nationale dialoog een kans te geven”, vervolgt Nsayi.

“De bevolking ziet het echt niet zitten dat Kabila nog eens vijf of tien jaar blijft. Vooral de jongeren zijn boos omdat ze geen toekomstperspectieven hebben en zijn bereid de straat op te komen. De jeugdwerkloosheid is een tikkende tijdbom in vele regio’s van het land. Voorts is het de vraag hoe het leger bij straatprotesten zal reageren. De presidentiële garde is goed betaald, maar het gewone leger en de politie zijn onderbetaald. Ze delen de frustraties van het volk en willen eveneens verandering en een beter loon.”

Katholieke kerk
“De katholieke kerk is een van de weinigen die in de gepolariseerde context een constructieve houding aanneemt. Ze ijvert om de grondwet te doen respecteren en verkiezingen te houden. De bisschoppen gaan met iedereen in gesprek en pleiten ervoor dat de nationale dialoog inclusief is, dat allen erbij worden betrokken, in het belang van de toekomst van het land. Ze vermijden in het ene of het andere kamp te belanden, voor of tegen Kabila. Ze beseffen dat het niet lukt op korte termijn verkiezingen te houden en streven daarom naar een compromis om de vrede en de stabiliteit in het land te bewaren. Daarom zetten de bisschoppen in op de dialoog”, verduidelijkt de Centraal-Afrika-expert.

Hopeloosheid
“Toch stel ik vast dat in de publieke ruimte de katholieke kerk minder kritiek uit op de politiek. Vroeger hield kardinaal Laurent Monsengwo zich niet in het regime de les te lezen en ook na de verkiezingen van 2011 hekelde hij de fraude en de manipulatie van de uitslag. Misschien wat minder profetisch blijft de kerk evenwel haar sociale rol vervullen. Scholen en gezondheidszorg die nog kwaliteit hebben, behoren tot de katholieke kerk. En achter de schermen doen de bisschoppen wat ze kunnen om de democratie te consolideren en de vrede te bewaren. Sta me toe er nog aan toe te voegen dat de katholieke kerk steeds meer concurrentie heeft van de pinksterkerken en allerlei protestantse groeperingen. Die zijn meestal het regime genegen en dragen niet constructief bij aan het politieke gebeuren, maar ze weten wel beter in te spelen op de hopeloosheid van de mensen. Dat zou de katholieke kerk toch aan het denken moeten zetten, hoe ze de frustraties van de mensen kan omzetten in positieve energie”, vindt Nsayi.

Internationale druk
Wat verwacht de beleidsmedewerkster van Pax Christi en Broederlijk Delen van de internationale gemeenschap?  “Elk land heeft zijn geopolitieke of economische belangen. De Afrikaanse buurlanden spreken zich niet uit over Congo. Ik omschrijf dat als een  ‘solidariteit onder dictators’. Verder is er een tegenstelling tussen de terughoudendheid van oosterse spelers zoals Rusland en China, en de actieve rol die westerse mogendheden als de Verenigde Staten en de Europese Unie spelen. De VS zijn zeer kritisch voor het regime. Zowel president Barack Obama als zijn minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, oefent druk uit op Kabila opdat hij de grondwet zou respecteren en zijn ambtstermijn niet verlengt. Ook de speciale gezant van de EU voor de regio, de Belg Koen Vervaeke, dringt daarop aan en steunt de nationale dialoog”, legt Nsayi uit.

“Steeds meer primeert de visie dat de Afrikaanse Unie het voortouw moet nemen in het oplossen van crisissen in Afrika en dat het Westen best alleen ondersteunend optreedt. Op zich is het niet verkeerd dat het initiatief bij de Afrikanen zelf ligt, maar we mogen de gewone bevolking niet in de steek laten. Bovendien moeten we beseffen dat veel Afrikaanse leiders moeilijk ergens anders de democratische principes gaan ondersteunen, als ze het zelf niet meteen nauw nemen met de rechtsstaat. De EU en zeker België mogen sterker optreden. Ons land heeft nu eenmaal een historische band met Centraal-Afrika en er zijn politieke, diplomatieke, kerkelijke en humanitaire relaties. Diverse ngo’s steunen er het middenveld. België is vaak ook het enige land dat Centraal-Afrika nog op de Europese agenda zet. Als wij het niet zouden doen, dan gaat de aandacht door de vluchtelingencrisis alleen nog naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Polen en Spanje liggen niet meteen wakker van Congo. Onze regering heeft ook nog altijd makkelijk toegang tot president Kabila en we kunnen dus bilateraal zaken aankaarten. Zowel Europees als rechtstreeks moet België zijn diplomatieke gewicht in de schaal blijven werpen. Als alleen ons land sancties treft, bijvoorbeeld door de ontwikkelingssamenwerking te herzien, haalt dat weinig uit, maar diplomatiek kunnen we het verschil maken”, beklemtoont de Centraal-Afrika-expert.

Verandering steunen
“België schreef destijds mee aan de Congolese grondwet en pleitte ervoor die te laten goedkeuren door een referendum. Ons land investeerde in de verkiezingen van 2006, staat mee in voor de legerhervorming en blijft inzetten op ontwikkelingssamenwerking. Na al die inspanningen mogen we de zaken nu niet op hun beloop laten. Het is onze plicht mee de Congolese democratie te redden en de grondwet te doen naleven. Het moet in 2017 echt tot verkiezingen komen en daarbij kan Kabila geen kandidaat zijn. Ons land mag niet zomaar meestappen in het verhaal dat alleen hij de stabiliteit kan garanderen en er geen alternatieve leider klaarstaat. Dat moet de Congolese bevolking uitmaken. Zeker is dat die vindt dat Kabila’s verhaal afgelopen is en het tijd is voor verandering. We mogen de fout niet herhalen van destijds met Joseph-Désiré Mobutu, die ook te lang kon aanblijven door de internationale en de Belgische steun. We moeten ervoor zorgen dat het democratische proces wordt gerespecteerd en het volk zich kan uitspreken met geloofwaardige verkiezingen”, vindt Nsayi.

“De Vlaamse vredesweek steunt de geweldloze strijd van de Congolese burgeractivisten en hun roep om verandering. Je ziet vooral bij de jongeren de wil om hun lot in eigen handen te nemen en te bouwen aan een meer rechtvaardige toekomst. Ondanks de oorlog in Oost-Congo hebben de mensen het verlangen naar vrede niet begraven en blijven ze opkomen voor een beter leven. Ondanks de zwakke staat is er een sterke Congolese identiteit. Met die mensen van goede wil moeten we ons solidair tonen en erover waken dat de huidige impasse niet tot nieuw geweld leidt. Die jonge activisten vragen geen geld, maar bemoediging. In die zin was de kritische resolutie die de Belgische Kamer op 19 juli aannam over de Congolese verkiezingen, een goed en helder signaal. Onze regering moet het democratische proces in Congo aanmoedigen en als dat proces wordt gehinderd, kunnen we maatregelen nemen zoals het niet langer uitreiken van visa aan bepaalde machthebbers”, besluit de beleidsmedewerker van Pax Christi en Broederlijk Delen. 

/     Tijdens de vredesweekcampagne  “Congolezen strijden voor verandering”  neemt de jonge activiste Micheline Mwendike uit Goma op 22 september deel aan het debat  “Bracht Kabila verandering?”  in De Markten in Brussel en op 4 oktober aan het panelgesprek  “Kabaal in Congo!”  in De Roma in Antwerpen. Meer info over alle activiteiten vindt u op www.vredesweek.be

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​