Tertio 833 - Aversie voor katholiek onderwijs vooral buiten schoolmuren

Aversie voor katholiek onderwijs vooral buiten schoolmuren

De helft van de ondervraagde leerlingen waardeert de katholieke identiteit van hun school en amper 8,3 procent verzet er zich tegen. Eveneens de helft geeft aan te geloven in Christus en 43,9 procent bidt af en toe. Dat zijn enkele opmerkelijke vaststellingen uit een grootschalig onderzoek van de faculteit Theologie en Religiewetenschappen in Vlaamse katholieke scholen. Tertio kon de resultaten al inkijken, de KU Leuven maakt ze op 1 februari bekend.

Emmanuel Van Lierde  /  “Eerder hadden we onderzoeken verricht bij volwassenen – de ouders, de leerkrachten, de directies en het personeel van de koepel van Katholiek Onderwijs Vlaanderen en van de onderwijsvicariaten – naar het draagvlak voor het katholiek onderwijs (zie Tertio nr. 744 van 14/5/’14 en nr. 622 van 11/1/’12, nvdr), met ruime steun als resultaat. Nu wilden we nagaan hoe de leerlingen zelf aankijken tegen geloof en het katholieke opvoedingsproject. Al jaren wordt gezegd dat de jeugd niet meer gelooft en zo goed als niets meer weet of wil weten over godsdienst, maar is dat wel zo?”, vraagt de Leuvense vicerector onderwijs, Didier Pollefeyt, die met Jan Bouwens voor het onderzoek verantwoordelijk is.

Omvangrijke steekproef
“Van september 2008 tot juni 2015 voerden we het identiteitsonderzoek uit bij niet minder dan 15.287 leerlingen in 57 katholieke scholen in Vlaanderen. 759 kinderen zaten in het vijfde of zesde leerjaar van het basisonderwijs. Ze waren afkomstig uit 14 lagere scholen en vertegenwoordigden 85,6 procent van het totale aantal leerlingen in die leeftijdsgroep. Vervolgens waren er 4.660 tieners uit de eerste graad, 5.158 uit de tweede graad en 4.710 uit de derde graad. Samen staan ze voor 48,8 procent van het totale aantal leerlingen in de 43 middelbare scholen die betrokken waren bij het onderzoek, gelegen in zowel stedelijke, randstedelijke als landelijke gebieden”, zegt Pollefeyt.

“Die generatie jongeren is levensbeschouwelijk en religieus divers. Ten eerste zien we een bonte verzameling christenen en post-christenen met zeer uiteenlopende verhoudingen tot het katholieke geloof. Zij maken 59 procent uit van de steekproef; 40,4 procent van hen noemt zichzelf  ‘rooms-katholiek’. Ten tweede zitten in katholieke scholen zo’n 10,2 procent leerlingen van niet-christelijke tradities, van wie de moslimleerlingen het grootste aandeel uitmaken (9,4 procent). Ten derde heeft 22,4 procent van deze leerlingen zeer uiteenlopende seculiere identiteiten. Slechts een minderheid van deze visies is trouwens antigodsdienstig geïnspireerd. Zo komt het atheïsme uit op 3,3 procent. Ten slotte is er een groep van 8,5 procent die liever geen beslissing neemt over hun levensbeschouwelijke identiteit. Ze weten het niet, zijn nog op zoek, zijn onverschillig of er gewoon niet mee bezig”, verduidelijkt de Leuvense vicerector.

Detraditionalisering
“Van de bevraagde leerlingen blijkt 81,4 procent gedoopt te zijn, maar toch daalt het aantal gedoopten jaar na jaar. In de derde graad is 86,7 procent gedoopt, in de tweede graad 81,5 procent, in de eerste graad 78,4 procent en in het vijfde en zesde leerjaar van de lagere school maar 68,5 procent meer.”  De cijfers blijven misschien verrassend hoog in een seculiere cultuur, maar de daling van 11,5 procent op acht jaar tijd geeft toch aan dat de detraditionalisering en de pluralisering zich doorzetten. De ouders van kinderen die na 2000 werden geboren, staan mogelijk zelf al veraf van de kerk en beslissen steeds vaker hun kind niet te laten dopen bij de geboorte.

Genuanceerd beeld
Toch zou het voorbarig zijn hieruit te concluderen dat jongeren nauwelijks nog vertrouwd zijn met het christelijke geloof en dat bij hen de geloofspraktijk en -kennis almaar afneemt.  “Ons onderzoek geeft een veel genuanceerder beeld. Je kan de algemene situatie van de Vlaamse samenleving niet zomaar op de katholieke scholen projecteren. Het geloof is er sterker aanwezig dan in de maatschappij. Er zijn meer praktiserende kerkgangers te vinden onder deze leerlingen dan onder de Vlaamse bevolking. Zo gaf 12,4 procent aan geregeld een kerkdienst bij te wonen; 10,9 procent doet dat op een christelijke feestdag en 48,5 procent bij een bijzondere gelegenheid. 28,2 procent zegt dat het heel lang geleden is of dat ze nooit naar de kerk gaan”, stelt Pollefeyt.

Persoonlijk gebed
“6,2 procent staat ten volle achter het katholieke geloof, 33 procent steunt het katholieke geloof maar heeft kritische bedenkingen bij sommige kwesties en 38,4 procent heeft noch positieve, noch negatieve gevoelens over het katholieke geloof. Hier geeft 15,3 procent aan niet te houden van het katholicisme en 7,1 procent stelt niet te weten wat dat inhoudt. Opmerkelijk is dat 53 procent aangeeft in zekere mate te geloven in Jezus Christus, waarbij 4,3 procent zich een diepgelovige christen noemt. Daartegenover staat 47 procent die niet in Christus gelooft. Gevraagd of ze persoonlijk wel eens bidden, bevestigt 43,9 procent dat dagelijks, regelmatig, soms of in blije of droeve momenten effectief te doen. 26,2 procent stelt dat niet meer te doen en 29,9 procent bidt nooit. Zelfs als de leerlingen bidden ruim verstaan en het ook gaat over stiltemomenten of bezinning, dan nog toont dat een openheid bij hen op het transcendente”, vervolgt de theoloog.

“Al deze cijfers maken dat je toch niet kunt stellen dat jongeren niet geïnteresseerd zijn in Christus, een aversie zouden hebben tegen het katholieke geloof of er collectief onverschillig zouden tegenover staan. Dat is voor sommigen het geval, maar niet voor de meerderheid. Onze cijfers staven zeker geen merkbare afkeer voor geloof of voor het katholiek onderwijs. Je kan ten hoogste stellen dat de leerlingen een afwachtende houding aannemen tegenover het geloof of er nog onwetend over zijn, maar een aversie koesteren ze niet.”

Minder met de jaren
Toch nemen de relativistische houding dat alle godsdiensten gelijkwaardig zijn en de onverschilligheid toe naarmate de leerlingen ouder worden.  “De percentages voor geloven in Christus, persoonlijk gebed en kerkpraktijk liggen het hoogst bij de leerlingen uit de lagere school. Elf- en twaalfjarigen zijn mogelijk leerlingen die catechese volgen in voorbereiding op hun vormsel. Daarna dalen de cijfers wel. Zo heeft 67,2 procent van de lagere schoolkinderen een gemiddeld tot sterk geloof in Jezus Christus, terwijl dat in de derde graad middelbaar 42,6 procent is. Het aantal regelmatige kerkgangers ligt op 24,7 procent in de lagere school en bedraagt 8,6 procent in de derde graad middelbaar”, legt Pollefeyt uit.

“Mij verbaast het dat de relativistische houding al sterk opduikt bij de kinderen uit het vijfde en zesde leerjaar van de lagere school. Ons onderzoek maakt duidelijk dat bij hen het relativisme de dominante geloofshouding geworden is (57,4 procent instemming), op de voet gevolgd door post-kritisch, symbolisch geloof (52,2 procent instemming) en letterlijk geloof (26,8 procent instemming), die beide onder druk staan. Die relativistische attitude wordt geruggesteund door een godsdienst-kritische minderheidstendens die ongeveer een derde van de leerlingen in meer of mindere mate kan bekoren. Uit die cijfers blijkt dat de symboolkracht van het religieuze al vroeg begint af te nemen. In het middelbaar wint het relativisme langzaam verder terrein tot 66,5 procent instemming, terwijl het christelijk-religieuze zelfverstaan terrein moet prijsgeven. Aan het einde van het middelbaar onderwijs geeft 28,1 procent aan post-kritisch en symbolisch te geloven, terwijl de groep die letterlijk gelooft, uitkomt op 8,7 procent.”

Dichter bij God
Het onderzoek peilde bij de leerlingen ook naar hoe ze aankijken tegen de katholieke school.  “We stelden hen onder andere de hoogdrempelige vraag of ze vinden dat ze op hun huidige school groeien in geloof en dichter bij God komen. 45,7 procent vindt dat dat niet echt gebeurt, 30,4 procent weet het niet, maar 24 procent vindt van wel. Dat is toch zowat één op de vier leerlingen die meent dat de school een rol speelt in hun geloofsgroei. 19,7 procent stelt bovendien dat dit in hun ogen tot de taken van de school dient te behoren en een katholieke school hen effectief hoort te begeleiden in het geloof”, verklaart de vicerector.

“Meer in het algemeen weet 50 procent van de leerlingen het katholieke opvoedingsproject van hun school te waarderen, al zie je ook hier dat de steun voor het katholieke project met de studiejaren afneemt. Van 65,7 procent in de lagere school daalt het naar 46 procent in de derde graad middelbaar. Voor een grote groep maakt het niet zo veel uit – zo’n 41,7 procent – maar opmerkelijk is vooral het feit dat maar een kleine minderheid echt gekant is tegen een katholiek opvoedingsproject op school. Slechts 8,3 procent getuigt van een weerstand tegen het confessionele onderwijs waarmee ze op school te maken krijgen.”

Katholieke dialoogschool
Het geprefereerde model dat Katholiek Onderwijs Vlaanderen momenteel hanteert, is dat van de  “katholieke dialoogschool”. Zo’n school erkent, waardeert en engageert de levensbeschouwelijke veelheid in haar gelederen en geeft tegelijk de katholieke identiteit een bevoorrechte plaats. De dialoogschool onderscheidt zich van de  “monoloogschool”, die haar katholieke identiteit in de verf zet, maar geen oog heeft voor de pluraliteit en de ontmoeting met andere identiteiten mijdt. Ze verschilt eveneens van de  “kleurrijke school”, die de diversiteit centraal stelt ten koste van de eigen identiteit, alsook van de  “kleurloze of neutrale school”, die niet begaan is met levensbeschouwing.

“De leerlingen van het middelbaar onderwijs verkiezen voornamelijk de kleurrijke school – 63,7 procent kan zich daarin vinden. Vervolgens kan de katholieke dialoogschool rekenen op de expliciete steun van 48,9 procent van de leerlingen. De monoloogschool wordt massaal verworpen en heeft slechts 9,2 procent aanhangers. Over de wenselijkheid van de kleurloze school bestaat onenigheid: 41,8 procent voorstanders staan tegenover 35,5 procent tegenstanders en 22,7 procent neemt geen beslissing”, vertelt Pollefeyt.

“Wat betreft de 2.713 leerkrachten en directieleden uit de 57 katholieke scholen die deelnamen aan het onderzoek, kan ik trouwens meegeven dat zij in eerste instantie opteren voor het model van de katholieke dialoogschool: bijna 9 op de 10 is bereid daarin mee te stappen. Pas in tweede instantie kiezen zij voor de kleurrijke school. Ongeveer de helft ziet ook dat model wel zitten, terwijl 20 procent zich verzet en 30 procent onbeslist blijft. Kleurloze tendenzen blijven beperkt tot ongeveer een vierde van de respondenten, terwijl 40 procent zich actief verzet. Net zoals hun leerlingen verwerpt ook het schoolpersoneel de monoloogschool met overtuigende cijfers”, geeft de vicerector terloops mee.

Draagvlak benutten
“Dat alles geeft aan dat de leerlingen in onze katholieke scholen helemaal niet zo afkerig zijn van levensbeschouwelijk en religieus geïnspireerd onderwijs, zolang dat gebeurt in openheid op de ander en niet eenzijdig of dwingend is. Er bestaat vandaag een draagvlak, zowel bij leerlingen als bij leerkrachten, om de katholieke dialoogschool te realiseren — een draagvlak dat bovendien nog zou kunnen groeien naarmate het model steeds meer authentiek en geloofwaardig gestalte krijgt”, concludeert Pollefeyt.

“Het is aan het onderwijzende personeel en de directies om metterdaad aan te tonen dat het model van de dialoogschool, dat katholieke identiteit in en door dialoog met andersheid nastreeft, de meest zinvolle weg is voor katholieke scholen vandaag. Juist omwille van de katholieke identiteit gaat dat schooltype de dialoog aan met andersdenkenden. De dialoog met andersheid is theologisch en pedagogisch gemotiveerd vanuit het katholieke geloof zelf. Vanuit de dynamiek tussen identiteit en diversiteit ontdekken en herontdekken christenen op school hun katholieke eigenheid, die ze opnieuw vormgeven en beleven op een zelfbewuste, hedendaagse en geloofwaardige manier. Hetzelfde geldt voor andere identiteiten die aanwezig zijn op school: de katholieke dialoogschool bevordert de persoonlijke vorming en menselijke groei van alle betrokkenen. Zo komen zowel christenen als andersdenkenden het best tot hun recht”, besluit de theoloog.

Meer informatie over de studie op: www.kuleuven.be/thomas/page/onderzoek-katholieke-identiteit-scholen/

 

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​