Tertio 832 - Spirituele ruimte van democratie

De mening van... Mark Van de Voorde

Spirituele ruimte van democratie

Of de katholieke aartsbisschop een uitspraak over euthanasie doet, allochtonen met een moslimachtergrond in Keulen massaal vrouwen betasten en bestelen of nog iets anders in het nieuws is dat echte of vermeende raakpunten heeft met religie, telkens weer duiken sleetse ideeën op over de totale privatisering van de religie en de complete neutralisering van de publieke ruimte. 

Daarbij wordt sans gêne het begrip van de scheiding van kerk en staat valselijk ter staving ingeroepen. Dat principe is van groot belang in de democratie, niet alleen voor de ordening van de staat, maar ten minste evenzeer voor de vrijheid van de godsdienst. 

Meningsvrijheid en godsdienstvrijheid
De grondwettelijk verankerde scheiding van kerk en staat is niet alleen de garantie dat godsdiensten zich ongemoeid kunnen organiseren, maar staat ook garant voor de vrijheid van de religies om zonder staatsbemoeienis op te treden in de publieke ruimte. Niet voor niets verbindt onze grondwet de meningsvrijheid met de godsdienstvrijheid.

De pleitbezorgers van de privatisering van de religie knippen die inherente band tussen beide fundamentele vrijheden door. Ze perverteren de scheiding van kerk en staat door er een scheiding van geloof en samenleving van te maken. Ze willen het gelovigen onmogelijk maken hun geloof ter sprake te brengen in maatschappelijke aangelegenheden, ethische discussies en sociale kwesties. In wezen komt die beoogde privatisering neer op een verbod op het beleven van het geloof als een humaniserende kracht.

De staat is daarentegen levensbeschouwelijk neutraal om de levensbeschouwelijke verscheidenheid van de samenleving mogelijk te maken, niet om de samenleving neutraal te maken. De programmatorische neutralisten verheffen de neutraliteit van de overheid, die bedoeld is om niemand wegens zijn levensbeschouwing te discrimineren, tot een  “a-theïstische”  staatsreligie die al wie gelooft discrimineert ten overstaan van wie niet gelooft. 

Jürgen Habermas merkte ooit op dat het verbieden van religieuze argumenten in het publieke discours godsdienstige mensen meer belast dan hun niet godsdienstige medeburgers. Hun wordt immers verboden in de discussie te putten uit hun persoonlijke overtuiging, terwijl vrijzinnigen of atheïsten dat wel zouden mogen doen. Zo’n verbod is censuur, aldus Habermas.

Verklaarbaar en merkwaardig
Dat die oude opvattingen die stammen uit de donkerste periode van de Franse Revolutie, nu weer de kop opsteken, is verklaarbaar en tegelijk merkwaardig. Verklaarbaar vanuit de angst voor het moslimfundamentalisme. Je werkt evenwel het fundamentalisme en de radicalisering in de hand door het religieuze naar de huiskamers te verbannen. Pleiten voor het weghouden van geloofsovertuigingen uit de publieke ruimte is bovenal merkwaardig want contraproductief in een samenleving met een toegenomen levensbeschouwelijke diversiteit. 

Niet de monoloog van het  “a-theïsme”  maar de dialoog tussen de levensbeschouwingen is de enige weg om te komen tot een samenleving waarin de  “westerse”  waarden (die bovendien grotendeels van christelijke origine zijn) ook door  “oosterse”  mensen worden omarmd. 

Die fundamentele waarden van onze beschaving bezitten we niet, ze zijn ons gegeven, als onderbouw van leven en samenleven. Er moet altijd weer aan worden gewerkt. De gewezen Nederlandse minister-president Jan Peter Balkenende zei:  “Een waarde is geen verworvenheid waarop we ons kunnen laten voorstaan; een waarde is een opdracht, een motivatie, een aansporing tot actie.”  

Een dialogerende samenleving heeft dus een belangrijke rol te spelen in het behoud en de verdieping van de waarden. Individuele normen die mensen uit elkaar drijven, volstaan immers niet om een  “samen-leving”  te hebben. We hebben ook behoefte aan algemene normen die mensen verbinden. Niet de ego-ethiek van het utilitarisme zal ons vooruithelpen, wel de samen gedragen waarden. In een pluralistische samenleving van vele gezindten is de enige manier om daaraan te werken de dialoog.

Ethiek en mystiek
Het broze evenwicht tussen de verschillende stakeholders van waarden en normen – de mens met zijn individuele geweten en zijn levensbeschouwing, de staat met zijn ordenend recht en beschermende wetten en de gecompliceerde samenleving met haar zoektocht naar waarden en normen – bewaren we niet door een neutraliteit die de bezielende religieuze bewogenheid van de mens negeert (door haar tot een binnenkamerhobby te verklaren). 

Het evenwicht bewaar je en versterk je enkel door op het niveau van de samenleving de bezielingen tot dialoog te brengen. Door actief pluralisme dus. Ten andere, de morele waarden en normen van onze samenleving zijn niet levensbeschouwingvrij. In het zesde deel van zijn La Méthode dat over ethiek handelt, schrijft de Franse filosoof Edgard Morin:  “Elke ethiek veronderstelt imperatieven. Er zit een constituerende mystiek in elke morele imperatief. Deze ontspringt aan een orde die niet deze is van de onderzoekbare werkelijkheid. Het zijn proposities.”

Ook de democratische verworvenheden van onze samenleving zijn niet waarde- en dus levensbeschouwingvrij. De democratie is meer dan een methode van bestuur, ze is het resultaat van een maatschappijbeeld waarachter een morele en spirituele inspiratie steekt. De cultuur is niet uit het niets ontstaan, ze is opgeweld uit bronnen waaruit haar denken over vrijheid en verantwoordelijkheid is ontstaan. 

Een gemeenschap zonder dat historische perspectief verliest haar greep op het heden. Ze verliest dan immers elke zin van plaatsbepaling van de problemen waarmee ze te maken krijgt. Onze eenentwintigste eeuw is gekenmerkt door de ontmoeting van culturen en mensbeelden. Deze ontmoeting kan zich maar innestelen in de humus van onze samenleving, als wij aan de andere culturen kunnen vertellen wie we zijn en waar we vandaan komen. 

Neutraliteit en identiteit
Wie allochtonen warm wil maken voor de democratie, kan dat niet doen zonder te spreken over de levensbeschouwing(en) die ten grondslag ligt van ons maatschappijbeeld. De democratie haal je niet uit haar spirituele ruimte zonder het gevaar van betekenisverlies. Wij kunnen van onze nieuwe landgenoten, in casu moslims, niet verwachten dat ze zich integreren als wij niet kunnen zeggen waarin. 

Dat waarin is niet uit te leggen zonder het christendom en de Verlichting (die niet toevallig in een christelijke cultuur ontstond): zelfs begrippen als scheiding van kerk en staat, gelijkwaardigheid en recht op meningsvrijheid zijn zonder het christelijke mens- en wereldbeeld niet te begrijpen – wat de Franse minister van Binnenlandse Zaken, Bernard Cazeneuve, eind november vorig jaar zei in Straatsburg.  De neutraliteit van de overheid kan dus geen principe zijn van uitsluiting van het levensbeschouwelijke verhaal, maar hoort een principe te zijn van insluiting, wil het de motor zijn van integratie van andere  “identiteiten”  binnen onze identiteit. 

De strikte neutraliteit is in wezen een vorm van angst die surft op een latent gevoel van identiteitsverlies. We weten zelf niet meer wie we zijn en we worden dus bang voor ongewenste gevolgen van de globalisering, namelijk het letterlijke en figuurlijke aanspoelen van de islam. De strikte neutraliteit speelt verstoppertje: als we alle religies verstoppen, dan zien we misschien ook de islam niet. Gettoïsering heeft nooit geleid tot integratie.

Mark Van de Voorde is onafhankelijk publicist.

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​