Tertio 1137 - “Mensheid heeft het recht te weten hoe je als rabbijn over actuele thema’s denkt”

“Mensheid heeft het recht te weten hoe je als rabbijn over actuele thema’s denkt”

Niets tijdens zijn jeugd wees erop op dat Lody Van de Kamp rabbijn zou worden. Zijn vader was textielarbeider en runde als bijverdienste een klein poeliersbedrijf. Toen vader Van de Kamp er niet in slaagde een rituele slachter te vinden, zei Lody: “Papa, ik word wel sjocheet”. Het werd het begin van een studie tot rabbijn. Dit jaar viert Van de Kamp (1948) zijn 40-jarige jubileum als boegbeeld van joods Nederland. “Na alle discussies over ritueel slachten, onderwijs en de verhouding van kerk en staat kijk ik terug op een boeiend bestaan. Wat mij betreft mag er nog 40 jaar bijkomen.”

Na zijn studie tot sjocheet aan de Talmoed Hogeschool in Londen, verrichte Lody Van de Kamp van 1973 tot 1978 rituele slachtingen in Amsterdam. “Op een dag kwam ik thuis en zei tegen mijn echtgenote: ‘Ik moet er niet aan denken dat ik de volgende 40 jaar alleen maar nekken moet snijden’. Daarna ben ik teruggegaan naar Londen om mijn studie te vervolgen. Als sjocheet weet je al heel veel van Thorateksten, verder studeren tot rabbijn is een logisch vervolg.”

In Londen werkte u al een tijdje als rabbijn, voordat u in 1981 werd aangesteld in de Nederlands Israëlitische Gemeente in Den Haag. Hoe vond u de weg naar het maatschappelijk debat?

“Elke rabbijn krijgt van het Opperrabinaat van Nederland een portefeuille. Ik werd gesteld over het contact met de Nederlandse overheid en met de kerken. Na 20 jaar lang rabbijn te zijn geweest in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam, ben ik voor mijzelf begonnen. Een collega-rabbijn zei tegen mij (lacht): ‘Jij bent de eerste freelance rabbijn ter wereld’. Ik begon met het organiseren van studiereizen naar Oost-Europa. Daar ligt 1.000 jaar joodse geschiedenis waarvan bij ons weinig bekend is. Al eerder was ik gaan schrijven, mede op uitnodiging van het Nieuw Israëlitisch Weekblad. Als rabbijn houd je je niet alleen bezig met huwelijken, echtscheidingen en begrafenissen, maar de mensheid heeft ook het recht te horen hoe je over actuele thema’s denkt.”

U heeft een bewogen geschiedenis, met een vader die twee jaar doorbracht in Auschwitz en een moeder die als onderduikster de oorlog heeft overleefd. Hoe kijkt u terug op uw jeugd?

“Ik werd direct na de oorlog geboren. Mijn vader was daarvoor al getrouwd en had twee zonen: Lody en Benno. Mijn halfbroers zijn omgekomen in de oorlog; naar hen ben ik vernoemd. Hoe gek het ook klinkt, ik heb een gelukkige jeugd gehad. Mijn moeder fietste op woensdagmiddag met mij en mijn zus naar het bos, kastanjes of paddenstoelen zoeken, en mijn vader maakte dingen van hout. Thuis stond soms koolraap op tafel. Dan zei mama: ‘Papa hoeft dat niet te eten, die heeft dat al in het kamp gedaan’. Vroegen wij naar haar onderduikervaringen, dan zei ze: ‘Ik heb het niet zo erg gehad. Papa heeft in het kamp gezeten’. Pas veel later kwam ik erachter dat mijn moeder op 12 verschillende plaatsen in Nederland verbleef, maar telkens moederziel alleen op straat kwam te staan. Mijn vader beweerde altijd dat hij in Auschwitz in een groentetuin had gewerkt. Daar stelde ik mij geen vragen bij, totdat Holocaustonderzoeker Lion Tokkie me 2 jaar geleden belde. Hij zei: ‘Lody, je vader heeft toch gewerkt in de groentetuin Gleiwitz 3 in Auschwitz? Kun jij me vertellen wat hij daar deed bij min 20 graden in de winter van 1943-’44?’ Tijdens zijn onderzoek had hij ontdekt dat mijn vader na het transport tewerkgesteld was in de roet- en cementfabrieken van Annaberg. Daar kwamen de mensen met bosjes om.” 

“Toen ik in 1996 voor het eerst naar Polen ging, vroeg mijn hoogbejaarde vader me de avond vooraf: ‘Ga je ook daarheen?’ Na terugkomst vroeg hij me naar mijn reis, en of ik ook dáár was geweest. Ik zei: ‘Ja, ik ben ook in Auschwitz geweest’. Hij glimlachte en zei: ‘Ja, ik ben daar ook geweest’. Tijdens mijn reis hield ik een dagboekje bij. De laatste regel was: ‘Polen is een land waar iedere jood één keer moet zijn geweest, om nooit terug te gaan’. Inmiddels ben ik er zo’n 40 keer geweest en gaandeweg ontdekte ik dat Polen uit meer bestaat dan alleen Auschwitz. De natuur is ook mooi, de mensen zijn vriendelijk. Op een gegeven moment neem je wat afstand van het verleden en ontstaat er een zekere acceptatie. Maar wat blijft, is de vraag hoe zoiets kon gebeuren.”

Verder lezen? Vraag een gratis proefnummer aan of neem een abonnement.

In de spotlight: 

“Mensheid heeft het recht te weten hoe je als rabbijn over actuele thema’s denkt”

Niets tijdens zijn jeugd wees erop op dat Lody Van de Kamp rabbijn zou worden. Zijn vader was textielarbeider en runde als bijverdienste een klein poeliersbedrijf. Toen vader Van de Kamp er niet in slaagde een rituele slachter te vinden, zei Lody: “Papa, ik word wel sjocheet”. Het werd het begin van een studie tot rabbijn. Dit jaar viert Van de Kamp (1948) zijn 40-jarige jubileum als boegbeeld van joods Nederland. “Na alle discussies over ritueel slachten, onderwijs en de verhouding van kerk en staat kijk ik terug op een boeiend bestaan. Wat mij betreft mag er nog 40 jaar bijkomen.”
» Lees verder

Meer dan sportfilosofie

Filosoof en langeafstandsloper Hanna Vandenbussche zegt niet te filosoferen tijdens wedstrijden. Toch vormen haar sportieve ervaringen een intellectuele voedingsbodem voor reflectie achteraf. Ze schreef het boek Het lot van Atalanta dat ons meeneemt naar een denkbeeldige wedstrijddag en ons inleidt in haar filosofische denkwereld.
» Lees verder

God is niet dood in de filosofie

De filosofie stond lange tijd geboekstaafd als dienstmaagd van de theologie. In de moderniteit verandert die verhouding veeleer naar een van rechter en beklaagde, bemerkt Vlaamse filosoof Erik Meganck. Ondertussen is er volgens hem weer sprake van een toenadering. Terwijl hoogleraar Tim Mawson het bestaan van God liefst rationeel bewijst, argumenteert Britse filosoof Fiona Ellis vanuit een universeel verlangen naar Hem. Een ding is zeker: God is niet dood in de filosofie.
» Lees verder

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​