Tertio 1092 - Reizend ambassadeur van de oecumene

Reizend ambassadeur van de oecumene

Kerkhistoricus Karim Schelkens (1977) is als biograaf niet aan zijn proefstuk toe: hij werkte eerder mee aan de biografie van kardinaal Godfried Danneels. Met het te boek stellen van het levensverhaal van de Nederlandse kardinaal Jo Willebrands leverde hij zonder meer een meesterwerk af. Na 8 jaar opzoek- en schrijfwerk voltooide hij dit magnum opus over een kerkelijke topdiplomaat, globetrotter, bruggenbouwer en katholieke pionier in de oecumene.

Emmanuel Van Lierde

“Blijf in Mijn liefde” (Johannes 15, 9) is het thema van de komende gebedsweek voor de eenheid onder de christenen, een initiatief dat jaarlijks van 18 tot 25 januari plaatsvindt. Wereldwijd worden dan oecumenische gebedsmomenten gehouden, maar tegelijk is het een appel om de inspanningen voor de eenheid niet te laten verwateren. Daarbij kan het nuttig zijn na te gaan welke successen er al zijn geboekt in de oecumene en welk werk sommige pioniers al hebben verzet. Wie daarover meer wil vernemen, is aan het goede adres bij de onlangs verschenen biografie van de Nederlandse kardinaal Johannes Willebrands (1909-2006).

Historische mijlpalen

Karim Schelkens (Tilburg University) doorploegde voor die biografie meer dan zestig archieven. Zijn belangrijkste bron waren de gedetailleerde agenda’s en bewaarde documenten van Willebrands zelf. Daarnaast sprak hij tientallen mensen die de kardinaal gekend hebben. Het resultaat is een goed gedocumenteerde en vlot leesbare biografie waarbij opvalt dat het leven en het werk van die Nederlandse prelaat maar te begrijpen is in het licht van de grote scharniermomenten van de voorbije eeuw: de wereldoorlogen, de Koude Oorlog, de Cubacrisis en de val van de Berlijnse Muur. Die historische mijlpalen stuurden mee de richting die Willebrands uitging. Gaandeweg lees je in de biografie hoe zijn wereld steeds ruimer werd en hij door ontmoetingen met joden, protestanten én vrouwen zijn visies bijstelde, maar ook hoe de wereld en de kerk rondom hem veranderden. Passief toekijken deed hij daarbij niet, vaak werden hem wegens zijn diplomatieke talenten opdrachten toevertrouwd in die cruciale momenten en daarbij was hij “altijd net iets meer tacticus dan theoloog”. Dat bleek vooral tijdens en na het Tweede Vaticaans Concilie. 
 


Kardinaal Jo Willebrands (rechts) op bezoek bij patriarch Athenagoras van Constantinopel. Willebrands was de wegbereider van de historische ontmoeting tussen paus Paulus VI en de patriarch in Jeruzalem in 1964.  © rr
 

Mariadevotie

In zijn jeugd in West-Friesland was van oecumene of interreligieuze dialoog geen sprake. Joden, protestanten en katholieken leefden er gescheiden. De enige ambitie van katholieken kon zijn die anderen te bekeren. De Tweede Wereldoorlog noopte echter tot samenwerking tegen het verdrukkende nazisme. Maar na de oorlog volgde het herstel, helaas ook ideologisch. De katholieke zuil moest worden versterkt, de handen in elkaar slaan met niet-katholieken was opnieuw not done. De opflakkering van de Mariadevotie was daar niet vreemd aan. In Amsterdam ontving Ida Peerdeman naar eigen zeggen visioenen van Onze-Lieve-Vrouw van alle volkeren. Op die nieuwe titel voor Maria zou tevens het dogma moeten volgen dat haar erkent als medeverlosseres, middelares en voorspreekster. Willebrands maakte deel uit van een onderzoekscommissie. Zijn oordeel was niet mals: hij achtte de bovennatuurlijke oorsprong van de boodschappen uiterst onwaarschijnlijk en adviseerde de verspreiding van die devotie te verbieden. De discussie over die cultus gaat door tot op vandaag.

Intrekking banvloeken

Wie vandaag in Schelkens’ biografie over die preconciliaire roomse zelfgenoegzaamheid leest, beseft van hoever de katholieke kerk komt en hoe het Tweede Vaticaans Concilie het roer omgooide inzake oecumene en interreligieuze dialoog. Vanaf de jaren 1950 engageerde Willebrands zich steeds meer in beide domeinen, eerst in Nederland, gaandeweg ook internationaal. Zijn netwerk groeide en dat bleef niet onopgemerkt. Voor hij het goed en wel besefte, maakte hij deel uit van de kop van het katholieke oecumenische peloton en werd hij net als die andere Nederlander, Willem Visser ’t Hooft – de eerste secretaris-generaal van de Wereldraad der Kerken –, een pionier in de dialoog onder de christenen. Toen de voorbereidingen voor het Concilie volop aan de gang waren, werd Willebrands in 1960 benoemd tot secretaris van het pas opgerichte Secretariaat ter Bevordering van de Christelijke Eenheid, later omgedoopt tot een Pauselijke Raad. Voorzitter was de Duitse kardinaal Augustin Bea. Samen zouden ze dankzij hun niet-aflatende inzet, pragmatisme en tact een cruciale rol spelen bij de totstandkoming van de Concilieteksten over de oecumene, de interreligieuze dialoog en de godsdienstvrijheid. Willebrands, voortdurend op reis om de hand te reiken aan niet-katholieken, was ook de wegbereider voor de historische ontmoeting tussen paus Paulus VI en patriarch Athenagoras van Constantinopel in 1964 in Jeruzalem. Dat leidde tot de intrekking van de banvloeken tussen Rome en Constantinopel van 1054. Geen toeval dat het Willebrands was die op 7 december 1965, de dag voor de sluiting van het Concilie, in de Sint-Pietersbasiliek de herroeping van die banvloek voorlas.
 


Karim Schelkens.  © Stef Boey
 

Ook na het Concilie werd de West-Fries geen rust gegund – Schelkens’ biografie brengt vooral over de jaren 1970 en 1980 nieuwe zaken aan het licht, onder meer over hoe de kardinaal dominicaan Edward Schillebeeckx steunde zodat het niet tot een doceerverbod of veroordeling kwam. Willebrands was in die periode tegelijk voorzitter van het Eenheidssecretariaat (1969-1989) en aartsbisschop van Utrecht (1975-1983). Die laatste benoeming was een poging van Rome de opstandige en zelfingenomen kerkprovincie weer in het gareel te krijgen, maar een succes werd dat niet. Die dubbelfunctie was een onmogelijke opdracht. Opmerkelijk is vooral dat Johannes Paulus II per se wou dat Willebrands in Rome op post bleef, ondanks de voortdurende spanningen tussen de Nederlander en Joseph Ratzinger, prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer. Tot de val van de Berlijnse muur had de paus de topdiplomaat nodig in zijn Ostpolitik. Rusland, Oekraïne, Hongarije, Roemenië: het waren landen waar “de vliegende Hollander” tijdens het Concilie contacten had opgebouwd en die waren nu hard nodig om een nieuwe toekomst voor het Oostblok en voor de christenen achter het IJzeren Gordijn voor te bereiden.

Grote verdiensten

In 1997 keerde Willebrands terug naar Nederland waar hij zijn laatste jaren doorbracht bij de franciscanessen van Denekamp. Bij zijn overlijden in 2006 omschreef het bidprentje hem als “reizend ambassadeur van de oecumene”. Eigenlijk moet daar de dialoog met de joden aan worden toegevoegd, want ook daarin waren zijn verdiensten groot. De polarisatie in de Nederlandse kerk kon hij niet stoppen, maar verder kunnen weinig anderen Willebrands’ palmares evenaren.  III
 

Karim Schelkens, Johannes Willebrands (1909-2006). Een leven in gesprek, Boom, Amsterdam, 2020, 640 blz.
Bestellen kan via www.kerknet.be – Klik op shop.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​