Tertio 1070 - “Mijn grammatica is Christus”

Analyse: theologie in de 21ste eeuw

“Mijn grammatica is Christus”

Met Alle dingen nieuw wil Erik Borgman een eigentijdse dogmatiek presenteren, maar hij doet dat op een verrassende manier: niet zomaar een rationele verantwoording van de geloofsinhouden, maar veeleer verheldering vanuit getuigenis en poëzie. Meer dan het spreken over God is het Borgman te doen om het spreken tot God. Zijn project begint dan ook met een invocatio, “een in- en aanroepen van de liefde”.

Emmanuel Van Lierde

In een extreem rationeel ingestelde cultuur staan theologen eigenlijk met lege handen, maar als ze zich daarvan bewust zijn, kan het hun sterkte worden. Voor Erik Borgman is theologie verwant aan poëzie: beide zijn niet argumentatief maar evocatief. Als je een dichter vraagt zijn gedicht uit te leggen, dan doet dat al snel afbreuk aan de zeggingskracht ervan. Had de dichter het in proza kunnen zeggen, hij hoefde geen gedicht te schrijven. Ook de theoloog laat er zich maar beter niet toe verleiden de nuttigheid van het geloof te bewijzen. Liefde en genade laten zich niet bewijzen of (be)grijpen. De theoloog vertrekt daarom beter vanuit de kwetsbaarheid, de verborgenheid en de zwakte die nu eenmaal bij geloof en theologie horen, vindt Borgman. Geloof heeft waarde in zichzelf en het is onzinnig het te verantwoorden in een taal van de niet-gelovige, politiek correcte redeneertrant. Christenen moeten de wereld niet napraten en hun geloof meten aan moderne normen. Dan rijden ze zich vast. Beter houden ze zich aan hun subtiele woordenschat met een eigen grammatica. Is de poëzie van de openbaring op zichzelf niet krachtig genoeg?

Bedelaars in de marge

Zoals de Mensenzoon geen plek had om zijn hoofd op neer te leggen (Mattheüs 8, 20; Lucas 9, 58), zo zullen ook de volgelingen van Christus geen veilige thuis, geen zekerheden hebben. Waarachtige thuisloosheid noemt Borgman die uitgangspositie. Christenen en theologen opereren als bedelaars in de marge en kunnen geen machtsaanspraken doen. Maar zwijgen is geen optie. Van de gelovige wordt gevraagd dat hij getuigt van de hoop die in hem leeft (1 Petrus 3, 15). Er moet gesproken worden, maar wel vanuit een eigen taalregister. “Daarom is mijn grammatica Christus”, stelt Borgman met een citaat van theoloog Petrus Damiani (1107-1172). Het betreft een grammatica van het kruis, van de liefde en van het leven, van “schoonheid die zich ongevraagd aandient in de buik van het kwaad”.

Belofte en toekomst

Als cultuurtheoloog neemt Borgman de wereld ernstig. Die wereld is getekend door lijden en kwaad. Ook daar ligt een zwakte van het geloof. Hoe kan er een goede God bestaan als er zoveel miserie bestaat? Borgman gaat in zijn boek op zoek naar heil op de meest onmogelijke plaatsen, maar juist daar waar wanhoop regeert, kan Gods licht binnenbreken, kan God ons bestaan openbreken. Dat is de aard van de openbaring: God verrast altijd en opent nieuwe perspectieven waar het leven uitzichtloos leek. God is belofte en toekomst. Maar de sprong naar die positieve ervaring van God in het leven, is niet goedkoop. Eerst moeten we door de modder van het leven, geen Pasen zonder Goede Vrijdag, geen goedkope genade, geen goedkope barmhartigheid. De hoogleraar Publieke Theologie van de universiteit van Tilburg bekritiseert daarmee “de neiging onder theologen afstand te nemen en te houden van de vernederde en vernederende aspecten van onze werkelijkheid”. We moeten die onder ogen zien en ze doorleven. In Borgmans boek wordt de schreeuw van de lijdende mensen in de marge gehoord, maar tegelijk klinkt door die gebrokenheid heen Gods stem. Daar klinkt zijn belofte dat Hij alles nieuw zal maken (Apocalyps 21, 5). God heft het lijden niet op en wist het kwade niet uit, maar Hij komt ons nabij in de ellende en de godverlatenheid. Als God de Schepper is, kan het niet anders dan dat Hij op zijn schepping betrokken is. Het kan niet dat het Hem koud zou laten wat er met “zijn kind” gebeurt. Maar nogmaals: het kruis laat zich niet wegredeneren. Licht breekt binnen door de barsten, maar de barsten zijn er wel.


Als God de Schepper is, kan het niet anders dan dat Hij op zijn schepping betrokken is. Het kan niet dat het Hem koud zou laten wat er met “zijn kind” gebeurt, stelt Erik Borgman.  © rr

Ontferming en ontheemding

Borgman verwijst aan het einde van zijn boek naar het leven van Pierre Claverie, de Algerijnse dominicaan en bisschop die met de vermoorde trappisten van Tibhirine en met witte pater Charles Deckers op 8 december 2018 werd zalig verklaard. Claverie bleef in Algerije toen de situatie daar hoogst gevaarlijk werd. Toen hem gevraagd werd waarom hij bleef, antwoordde hij: “Waar zou de kerk als het lichaam van Christus anders zijn dan bij degenen die lijden? Ik geloof dat de kerk sterft door niet dicht genoeg bij het kruis van Jezus te zijn”. Die houding dienen theologen en christenen zich volgens Borgman eigen te maken: ze zullen zich allereerst verbinden aan de plaatsen waar het kruis staat en daar trachten aan het licht te brengen hoe God verborgen aanwezig is bij de weerlozen en de verlorenen der aarde. Theologen geven een stem aan de weerbarstige genade, aan de verborgen verbondenheid. Het spreekt bijna voor zich dat die theologische reflectie zich niet kan afspelen in een ivoren toren, maar dat ze hand in hand gaat met engagement, met solidariteit met de geschokten en protest tegen de verlorenheid. “Ontferming en ontheemding omhelzen elkaar”, luidt een van de tussentitels in het boek.

Verlangen naar God

Wanneer we met een groot kwaad of lijden geconfronteerd worden, staan we vaak met de mond vol tanden. Vaak is zwijgen meer gepast dan spreken. Ook de theoloog moet zijn grenzen erkennen en daarom kan hij niet anders dan bidden en aanroepen: God, kom ons te hulp. Te midden van wanhoop en ongeloof ontstaat een verlangen naar God. Dat is geen spontaan bijgeloof, maar een eerste teken van geloof en een eerste vorm van gebed: het zoeken naar aanwezigheid in alle afwezigheid, een toewijding aan het onmogelijke. Dat is geen sprong in het ongewisse of een absurditeit. Borgman schakelt de rede niet uit, verre van, zijn boek getuigt van stevig denkwerk. Maar hij kiest voor een getuigende en narratieve theologie die voortkomt uit en gericht is op aanbidding en aanroeping, invocatio. Die benadering is meteen een kritiek op de moderniteit met haar overdreven rationalisme dat geen ruimte laat voor schoonheid, goedheid en andere vormen van waarheid. Terwijl de dwaze wereld doordraait, zijn er toch oases te vinden waar inzicht en uitzicht vanuit de marge ontstaat en nieuwe perspectieven kansen krijgen.

Hoopvol realisme

Borgman slaagt erin de christelijke traditie aan te boren als een krachtbron voor vandaag en morgen. Hij reikt een hoopvol realisme aan. Zijn eerste boekdeel is inhoudelijk verrassend en intellectueel uitdagend. Het doet meteen reikhalzend uitzien naar de volgende delen. Het tweede boek zal ingaan op de christelijke visie op het bestaan, op schepping en verlossing (creatio en redemptio), en aangeven tot welk gods-, mens- en wereldbeeld die visie leidt. Het sluitstuk van de trilogie focust op wat het betekent in de Geest van dit alles te leven, hoe het christendom alle dingen nieuw maakt. Die renovatio betreft geen herstel van het oude. God kent geen nostalgie. “God is de altijd nieuwe en de daarom altijd vernieuwende”, schrijft Borgman. Dat slotdeel zal belichten hoe God in onze geschiedenis actief aanwezig komt en hoe wij deel uitmaken van een leven dat komende is. Theologie dient zich te begeven op onbetreden paden. Ze moet niet alleen het verleden herhalen, maar moet tegelijk de sprong naar het altijd nieuwe wagen. Borgman zelf doet dat alvast met verve en zijn project verdient navolging.  III
 

Erik Borgman, Alle dingen nieuw. Een theologische visie voor de 21ste eeuw. Deel I: Inleiding en Invocatio, KokBoekencentrum, Utrecht, 2020, 384 blz.
Bestellen kan via www.kerknet.be – Klik op shop.

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​