Tertio 1041 - “In Calais zie je overal prikkeldraad”

“In Calais zie je overal prikkeldraad”

In juni verruilde de oud-katholieke priester Johannes Maertens Calais voor Londen. Een bewuste keuze nadat hij drie en een half jaar ooggetuige was van de situatie van vluchtelingen: “Ik had een break nodig, ik kon al het lijden niet meer aan. Eerst ben ik teruggekeerd naar het oud-katholieke klooster in Temse voor rust, maar daarna ben ik naar Londen vertrokken omdat ik niet volledig niets kon doen.”

Kelly Keasberry

Het vluchtelingenkamp ten noorden van Calais kreeg in de media de bijnaam “de Jungle van Calais”. In februari 2016 opende het Maria Skobtsova Catholic Worker House er de deuren. Johannes Maertens was een van de bewoners. Hoewel het huis bedoeld was voor de vrijwilligers die onder de vluchtelingen werkten, bood het ook onderdak aan asielzoekers die na een ziekenhuisopname moesten herstellen.


Johannes Maertens.  © kk

Prikkeldraad

In de vroege ochtend van 24 oktober 2016 werd begonnen met de ontruiming van het vluchtelingenkamp. Toch leven er ook nu nog altijd zo’n 500 vluchtelingen in Calais, weet Maertens. “Sommige houden zich schuil in een industriegebied, weer andere in de struiken, op braakliggende gronden of in de duinen. Ze proberen zich altijd te verbergen, want de politie komt vrijwel iedere dag om de tenten te verwijderen. De jongste jaren zijn alle plekken waar de vluchtelingen hun kamp hadden, systematisch omheind. Parkjes, lege delen van het industriegebied en zelfs onder de brug. Kom je in Calais, dan zie je overal prikkeldraad.” Het Maria Skobtsovahuis richt zich voornamelijk op gezinnen met kleine kinderen. “De ruimte is beperkt, dus we kunnen niet iedereen opvangen die het nodig heeft. Er zijn zeker kinderen die nu, met dit weer, in de duinen slapen”, weet de priester. “Nog altijd is er geen noodplan geopend. Mensen zijn redelijk wanhopig. Niemand weet hoe de situatie rond de Brexit zich zal ontwikkelen, dus mensen proberen nog deze maand via bootjes of vrachtwagens het Kanaal over te steken.”

Zwarte economie

Waarom willen zoveel vluchtelingen naar Engeland? “Voor de volwassenen is het werk, voor de jongeren good education”, zegt Maertens. “Daarnaast zijn er relatief grote Ethiopische en Eritrese gemeenschappen in Engeland en vinden veel vluchtelingen de taal gemakkelijker te leren.” Ook negatieve ervaringen op het Europese vasteland spelen een rol. Hij somt op: “Politiegeweld in Italië en Frankrijk, racisme in Oost-Duitsland, op straat leven in Italië. Als die mensen dan van familie en vrienden horen dat het in Engeland gemakkelijker is om te overleven, is dat een belangrijke drijfveer. Vluchtelingen willen niet alleen weg van de militaire dictatuur in Eritrea, de aanhoudende conflicten in Afghanistan en Sudan of het geweld in Ethiopië, maar zoeken ook een veilige toekomst voor hun kinderen. Dat is normaal. Men verlaat een leven zonder hoop.”

Risicogroep

Eenmaal in Engeland slagen veel vluchtelingen erin werk of een opleiding te vinden. Toch wacht hun niet altijd een makkelijk leven. De jobs in de zwarte economie zijn vaak slecht betaald en vooral in Londen is het leven duur. Vluchtelingen vinden niet altijd woonruimte. Vooral Eritrese en Afghaanse jongeren kampen bovendien met serieuze trauma’s. In Eritrea geldt voor alle jongens en meisjes vanaf 16 jaar een dienstplicht zonder einddatum. Families sturen hun kinderen daarom al op 14- of 15-jarige leeftijd weg. Ook Afghanen arriveren vaak als minderjarige. Van de Eritreeërs die Maertens in het kamp begeleidde, pleegden er vier suïcide. “Wat het zo moeilijk maakt, is dat die jongeren niet alleen op een cruciale leeftijd hun familie verlaten, maar dat ze onderweg ook vaak traumatische ervaringen opdoen”, zegt Maertens. Een paar weken geleden kreeg hij een noodoproep van een 16-jarig meisje uit Eritrea. “Ze voelde zich doodongelukkig in een huis voor jongvolwassenen in Kent. Ze zei: ‘Ik pleeg liever zelfmoord dan hier te blijven’. Er waren daar ook jongens en door haar ervaringen was ze doodsbenauwd voor hen. Sociaal werkers hebben dat signaal gelukkig serieus genomen.”


“We moeten als maatschappij toch eens serieus nadenken over hoe we polarisering kunnen tegengaan en een democratie kunnen creëren die mensen samenbrengt”, stelt Johannes Maertens.  © jm

Menselijk lijden

Toen Maertens in Calais kwam, was dat met lege handen. De vluchtelingen maakten zijn plaats echter snel duidelijk: “Kom, drink thee met ons”. Presentie werd een groot deel van zijn werk. Gewoon vragen naar de ander, luisteren naar zijn of haar verhaal. “In Calais heb ik enorm veel menselijk lijden gezien”, getuigt de priester. “Er zijn momenten geweest waarop ik genoeg had van al dat lijden, waarop ik vroeg aan God: ‘Waarom grijpt U niet in? Beëindig dat toch, die menselijke vrijheid, want we kunnen er niet mee om’. Je ziet politieagenten die gedwongen worden om ontmenselijkende dingen te doen. Je ziet hoe men tegemoet probeert te komen aan reële vragen, maar tegelijkertijd is er de druk van de politiek, van de kiezer die geen vluchtelingen wil. Een overheid die enerzijds voorziet in toiletten en voedselbedeling en anderzijds tentenkampen vernietigt, heeft mij wel een beetje mijn geloof doen verliezen in overheden en hoe we zulke problemen ooit via een georganiseerde democratie moeten oplossen. De democratie is het beste systeem dat we hebben, maar wel een dat mensen verdeelt. We moeten als maatschappij toch eens serieus nadenken over hoe we polarisering kunnen tegengaan en een democratie creëren die mensen samenbrengt.”

Oproerpolitie

De naderende Brexit zal de situatie in Calais alleen maar complexer maken, vreest de oud-katholieke priester. Grootste probleem is evenwel de ontmenselijking. “Je zou nooit in Engeland zien wat je in Frankrijk ziet. De CRS (Republikeinse Veiligheidscompagnies, een speciale eenheid van de Franse politie die vooral bekendstaat als de oproerpolitie, nvdr) heeft de opdracht vluchtelingen te ontraden daar te zijn en dat doen ze niet op een menselijke manier. Er wordt veel traangas en pepperspray gebruikt. Rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch gaan daar op in, maar de Franse overheid veegt ze van tafel en zegt: ‘Nee, ons optreden is proportioneel’. Na drie en een half jaar Calais is mijn conclusie: als diverse mensenrechtenorganisaties en lokale associaties herhaaldelijk klagen over politiegeweld en jij blijft dat structureel ontkennen, dan is dat geweld een politieke keuze.” Toen Maertens in 2004 in Calais was, kreeg hij een rondleiding van de Association Salam. “In een deel van het kamp hing een geurige mist. Wat bleek: die nacht was het kamp onder traangas gezet. In de duinen stond een verbrande fauteuil nog na te smeulen. Dat is bijna 16 jaar geleden, maar het verhaal blijft hetzelfde. Hulpverleningsorganisaties hebben via gerechtelijke weg water, chemische toiletten en toegang tot voedsel moeten afdwingen.”

Gastvrijheid

Vandaag richt Maertens zich vanuit Londen op jongeren die de oversteek hebben gemaakt. Calais zal hem echter altijd bijblijven. “Wat mij het meest getroffen heeft, was de diepe gastvrijheid van Sudanezen, Eritreeërs, Ethiopiërs en Afghanen. De zin tot het verwelkomen van de ander. Die mensen hebben een gast van mij gemaakt. Ik herinner me een van de dagen dat de oproerpolitie het Sudanese deel van het kamp kwam ontruimen. Het eerste wat de Sudanezen deden, was thee brengen naar de agenten. Terwijl die hun kamp kwamen vernietigen. Ik heb altijd gezegd: ik wil ook zo gastvrij zijn. Het is een uitdaging dat te zijn.”  III

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​