Tertio 1039 - “Voedselproductie op peil houden voorkomt migratie”

Dossier migratie en preventie

“Voedselproductie op peil houden voorkomt migratie”

De vluchtelingencrisis aanpakken, kan lijken op dweilen met de kraan open. Je helpt de ene groep en morgen staan er andere migranten aan de deur. Noodhulp voor hen is op korte termijn gewenst, maar om het wereldwijde migratieprobleem echt aan te pakken, zijn acties op lange termijn vereist. Dat houdt bijvoorbeeld vredesopbouw in of de bescherming van de lokale landbouw tegen de klimaatverandering. Twee Vlaamse experts in Rome geven tekst en uitleg bij zulke preventiemaatregelen.

De Food and Agriculture Organisation (FAO) van de Verenigde Naties streeft naar een wereld zonder hongersnood. Een van de taken is te voorkomen dat mensen moeten vluchten door ondervoeding of voedselonzekerheid. “Preventief ingrijpen om noodsituaties te voorkomen en de weerbaarheid van mensen te versterken, zijn impliciete vormen van vredesopbouw”, zegt landbouwingenieur Dominique Burgeon die de divisie Emergencies and Resilience van de FAO leidt.


Dominique Burgeon. © evl

ominique Burgeon werkt al 25 jaar voor de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties. Een van de landen waar hij woonde en werkte, was Bangladesh. “Ik was er niet zo lang, maar ik leerde er wel veel”, vertelt hij in zijn kantoor bij de FAO in Rome. “Bangladesh is vijf keren zo groot als België en telt een 160 miljoen inwoners die bijgevolg dicht op elkaar wonen. In diverse regio’s kan driemaal per jaar rijst worden geoogst, wat een enorme opbrengst is. De mensen hebben er een grote werkkracht en doorzettingsvermogen, maar helaas wordt hun land vaak getroffen door natuurrampen. Door de klimaatverandering nemen overstromingen, cyclonen en vloedgolven toe. De ontbossing, de bodemuitputting en de erosie waardoor land in zee verdwijnt, doen ook geen goed aan de zaak. Gezien het een plat land is, gelegen op zeeniveau, is het zeer gevoelig voor stijgingen van de zeespiegel. Door die kritische situatie staat de FAO in Bangladesh in voor verschillende grote initiatieven voor voedselveiligheid, bescherming van de bossen en de dieren, waterbeheer en opvang van Rohingya die gevlucht zijn uit buurland Myanmar. We werken er ook aan de bestrijding en het voorkomen van ziektes die overgezet worden van dier op mens. Ebola is zo’n ziekte, maar die komt niet voor in Bangladesh. Daar zijn het vooral muggen die ziektes doorgeven. De FAO verricht er dus enorm veel werk wat door de overheid zeer gewaardeerd wordt.”

Noodsituaties

Vandaag is Burgeon directeur van de divisie crisissituaties en herstel. Wat doet een voedsel- en landbouworganisatie bij urgente noodsituaties? “De ergste crisissen komen in het nieuws, maar veel noodsituaties komen zelden in de media. Ik denk aan de Centraal-Afrikaanse Republiek en de Sahelregio. In vijftig landen zijn zowat honderd miljoen mensen ondervoed. De helft daarvan bevindt zich in negen landen: Jemen, Congo, Afghanistan, Zuid-Sudan, Nigeria, Tsjaad, Niger, Burkina Faso en Syrië. Daar lijden de mensen acute honger. Waar oorlog is, valt het leven stil, maar de meerderheid van de bevolking in die landen is afhankelijk van landbouw. Te midden van het conflict trachten ze toch iets te produceren, maar het wordt veel moeilijker. De kleine boeren verliezen hun dieren en het land bewerken is een gevaarlijke onderneming. Als we hen niet helpen en ze kunnen niet meer boeren, dan migreren ze, eerst in het eigen land, daarna misschien naar een buurland, een rijke enkeling naar Europa. De armste inwoners zijn niet in staat zich naar verre oorden te verplaatsen. Die trekken naar de steden. Landbouw ondersteunen in die conflictgebieden is dus fundamenteel zodat mensen niet omkomen van de honger, maar ook opdat ze niet hoeven te emigreren. Het spreekt voor zich dat die boeren liever zelf hun eten telen dan dat ze in de rij moeten gaan staan bij een voedselbedeling.”

Ondervoeding vermijden

De FAO-directeur maakt het aanschouwelijker met cijfers. “Conflicten zijn de hoofdoorzaak voor honger: 65 procent van de mensen met honger en ondervoeding leven in oorlogsgebied. Voor de oorlog produceerde Syrië 4 miljoen ton graan. Twee jaar geleden was dat herleid tot de helft: 2 miljoen. Het mag een wonder heten dat na 6 jaar oorlog er nog zoveel productie is, maar toch… Vorig jaar kwam daar de grote droogte bovenop, waardoor er slechts 1,2 miljoen ton graan geproduceerd werd. Onze divisie staat voor de uitdaging hen te helpen voorzien in levensmiddelen.”

Burgeon herhaalt dat er vergeten regio’s zijn die het nieuws niet halen en die ook door humanitaire hulporganisaties dreigen te worden vergeten omdat die inzetten op grotere en dringendere crisissen. “Landen in de Sahelregio zoals Mauritanië of Eritrea raken dan uit de aandacht, terwijl zich daar grote droogte voordoet met als gevolg dat hele kudden dieren sterven en vooral kinderen ondervoed geraken. Humanitaire noodhulp komt er meestal pas als de kinderen al ernstig ondervoed zijn. De FAO wil in een vroeger stadium ingrijpen door al in te zetten op dierenhulp. Zulke preventieve acties moeten maken dat kinderen geen honger meer hoeven te lijden. Daarom begint alles bij landbouw en voedsel.”

Honger en oorlog

Voor de landbouwingenieur is de correlatie tussen conflict en honger overduidelijk, maar erger wordt het nog als honger wordt ingezet als wapen. “Je kunt honger niet uitroeien in conflictgebieden. Honger is een gevolg van oorlog. Maar daarnaast is er de militaire strategie om mensen uit te hongeren en hun voedselbronnen te vernietigen, vaak ook met de bedoeling dat steden leeglopen en mensen vluchten. Veel conflicten ontstaan voorts uit ruzies over de toegang tot vruchtbare grond of tot water. Klimaatverandering leidt tot nieuwe conflicten omdat herders met hun kuddes niet meer de gebruikelijke routes kunnen nemen en zich naar elders moeten verplaatsen voor water en weiden. Maar dan komen ze soms op het grondgebied van sedentaire boeren en zo beginnen de ruzies en de strijd om grond. De FAO kan een grote rol spelen in het verhinderen van zulke conflicten.”

Resilience

Op het visitekaartje van Burgeon staat ook dat hij strategisch programmaverantwoordelijke voor Resilience is. Hoe wil de FAO de veerkracht van mensen in conflictgebieden bevorderen? “Onze organisatie wil de capaciteit van mensen om shocks op te vangen, versterken. Zo daagt de steeds snellere opeenvolging van droogteperiodes de landbouw in de Sahel uit. Preventief zoeken onze medewerkers met de boeren naar het diversifiëren van gewassen, naar planten die een kortere cyclus nodig hebben of die meer aangepast zijn aan dat klimaat. Zo anticipeer je op het veranderende klimaat en weten die boeren toch te overleven in die omstandigheden. Je moet niet wachten tot je voedselpakketten moet leveren om in te grijpen. Dan is het al te laat. Naast de early response – noodhulp als spoedig antwoord op een ramp – is er vooral nood aan meer early action – preventieve ondersteuning zodat de impact van een shock kleiner wordt. Belangrijk is ook wat Bill Clinton beoogde met zijn build back better na de tsunami in de Indische Oceaan in 2004. Bij zo’n ramp zijn de vissers hun bootjes kwijt. Je kunt hen helpen door hen dezelfde bootjes te schenken, maar bij een volgende storm zijn die weer kapot. Je kunt die ramp daarom beter aanwenden als een kans om de situatie te verbeteren met sterkere boten en betere visnetten die minder schade toebrengen aan het totale visbestand. De heropbouw moet beter en duurzamer zijn en zo geef je mensen meteen toekomstperspectief”, legt de FAO-directeur uit.

Vrouwen en kinderen

“De eerste slachtoffers van noodsituaties zijn uiteraard vrouwen en kinderen. Twee indicatoren zijn belangrijk bij kinderen met ondervoeding: het gewicht in vergelijking met hun lengte en de lengte in verhouding tot hun leeftijd. Ondervoeding leidt op alle gebieden tot een slechtere ontwikkeling, fysiek en mentaal, en dat zet zich bovendien door van generatie op generatie. Het negatieve effect werkt dus ook nog eens door op lange termijn. Opnieuw is daarom preventie en vroegtijdig ingrijpen cruciaal om dat te vermijden”, beklemtoont Burgeon. “Vrouwen zijn vooral slachtoffer van seksueel geweld door rebellen en soldaten. Ik hoef maar te verwijzen naar de vele verhalen van de Congolese arts en Nobelprijswinnaar Denis Mukwege. Ja, we moeten absoluut eerst inzetten op de bescherming van vrouwen in conflictgebieden, in het bijzonder de zwangere vrouwen. We moeten trachten te vermijden dat zij ziek worden of ondervoed raken, want dan heeft dat gevolgen voor hun kind. De FAO werkt daarvoor permanent samen met Unicef. Ze heeft de handen vol om op vele domeinen preventief te werken, zodat mensen kunnen blijven wonen in hun land en streek: ervoor zorgen dat landbouw mogelijk blijft en de impact van de klimaatverandering beperkt is, dat dieren niet ziek worden of sterven en geen ziektes overzetten, de ondervoeding van kinderen tegengaan en vrouwen in precaire situaties beschermen, bos- en waterbeheer enzovoort. Want als we dat alles nu niet doen, dan zullen die mensen gedwongen zijn hun gebied te verlaten om te overleven, dan migreren ze naar elders waar ze misschien ook niet welkom zijn, wat dan weer aanleiding kan zijn voor nieuwe conflicten en oorlogen. Wat de FAO doet, komt dus eigenlijk neer op vredesopbouw, al heeft het die naam niet”, besluit Burgeon.  III

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​