Tertio 1018 - “Hier zie je Maria werkelijk overal”

Achterkrant met Adelbert Denaux

“Hier zie je Maria werkelijk overal”

Wie een mariale devotie koestert, kan in Brugge zijn hart ophalen. Lang voordat de stad in 1954 aan het Onbevlekte Hart van Maria werd toegewijd, sierde de beeltenis van de heilige Maagd er al vele straten en pleinen. Adelbert Denaux, voorzitter van de vzw Brugge Mariastad, vertelt aan de vooravond van Maria Tenhemelopneming over die bijzondere religieuze erfenis.

Frederique Vanneuville

Van jongs af ben ik vertrouwd met Mariabeelden. In mijn ouderlijke woning in de Brugse Sint-Kristoffelstraat stond er één in een gevelnis. Mijn ouders hebben het huis zo laten bouwen in de jaren 1930, trouw aan de nauwe band die Brugge van oudsher heeft met Maria. Er is een boek uit 1634, getiteld Brugghe Marie-Stadt, waarin de Brugse jezuïet Joos Andries (1588-1658, nvdr) vermeldt dat Aeneas Sylvius Piccolomini, de latere paus Pius II (1458-1464, nvdr), Brugge aandeed tijdens een diplomatieke missie en erg onder de indruk was van de meer dan 400 Mariabeelden die hij er zag. Vele daarvan overleefden de beeldenstorm van 1566 niet, maar vanaf de Contrareformatie en vooral in de 19de eeuw is men in de hele stad nieuwe beelden beginnen plaatsen. Vandaag zijn het er opnieuw ruim 300. Eens je erop let, zie je ze werkelijk overal.

Erfgoedzorg

Eeuwenlang leefde er bij de Brugse bevolking een sterke Mariadevotie, ondersteund door de lokale overheid. Vandaag is de interesse voor de Mariabeelden vooral gemotiveerd door erfgoedzorg. De vzw Brugge Mariastad helpt dat patrimonium zo goed mogelijk in stand te houden door alle Mariabeelden, -nissen en -kapellen in de stad op te volgen. Zo zorgen we ervoor dat ze waar nodig gerestaureerd, vervangen en versierd worden en verzamelen we er info over. De beelden kopen we aan of ze worden aan de vzw geschonken door particulieren of kloosters.


“Het oude idee dat je met het plaatsen van een Mariabeeld in een gevelnis de bescherming van Maria afroept over het huis en zijn bewoners, blijkt er bij veel mensen nog in te zitten”, stelt Adelbert Denaux.  © Michel Vanneuville

Bescherming

Wanneer we de eigenaars van een huis met een lege nis aanspreken met het verzoek daar een Mariabeeld te mogen plaatsen, gaan ze daar meestal op in. Slechts een kleine minderheid kiest voor een profaan beeld. Het oude idee dat je met zo’n beeld de bescherming van Maria afroept over het huis en zijn bewoners, blijkt er bij veel mensen nog in te zitten. Ook wie verder niets met kerk en geloof te maken heeft, toont doorgaans respect voor die traditie. Voor de inwijding van een nieuw Mariabeeld nodigen we de bewoners en de omwonenden uit. Meestal zijn er 20 à 25 mensen aanwezig. We zorgen voor een korte ceremonie met een gebedsmoment en een kunsthistorische uitleg over het betreffende beeld en de locatie. Soms doet de stadsbeiaardier een duit in het zakje met een passend Marialied. Daarna is er gelegenheid voor een babbel bij een drankje.

De grote variatie in de Brugse beelden is opvallend: je vindt exemplaren van Onze-Lieve-Vrouw van de Karmel, van de Zeven Weeën, van Woesten, van La Salette, van de Wonderdadige Medaille, van Altijddurende Bijstand, van Vlaanderen, van Lourdes, van Fatima, van de Onbevlekte Ontvangenis, het Onbevlekte Hart van Maria, Maria met het kind Jezus, Maria met de inktpot… Die verschillende gestaltes van dezelfde Maria, elk met hun typische iconografie, weerspiegelen mooi de grote verbeeldingskracht van de gelovigen rond haar persoon. Ook vandaag zijn er beeldhouwers die Mariabeelden restaureren of er zelf één maken, al is dat veelal in opdracht. We leven nu eenmaal in seculiere tijden en bovendien is het Mariabeeld bij uitstek een figuratieve kunstvorm, terwijl veel kunst vandaag abstract is.

Genade en hoop

Maria houdt mij al langer bezig. Zo heb ik als lid van de Anglican Roman-Catholic International Commission (ARCIC) meegewerkt aan de gemeenschappelijke verklaring Maria, hoop en genade in Christus (2005, nvdr) over de plaats van Maria in het leven en de leer van de anglicaanse en de rooms-katholieke gemeenschappen. Al delen wij veel mariale feestdagen, de anglicanen hebben het moeilijk met de dogma’s van de onbevlekte ontvangenis en de tenhemelopneming van Maria. Die zijn immers niet als dusdanig terug te vinden in de Schrift. Kan je ze dan als dogma opleggen? Op zoek naar een antwoord hebben we samen de Schrift en de gemeenschappelijke traditie van voor de Reformatie bestudeerd en nagedacht over Bijbelse patronen van genade en hoop. Maria verpersoonlijkt immers de genade die we als mensen ontvangen om in ons leven datgene te doen waartoe we bestemd zijn en de hoop op de uiteindelijke bestemming waartoe wij allen geroepen zijn.

Reeds ter bestemming

In de Bijbel vind je voorbeelden van mensen die reeds in dit leven hebben gedeeld in de goddelijke heerlijkheid – denk aan de tenhemelopneming van Henoch en van Elia, aan Stefanus die tijdens zijn terechtstelling de Heer ‘staande aan Gods rechterhand’ ziet, aan de ‘goede moordenaar’ aan wie Jezus zegt dat hij ‘vandaag nog’ met Hem in het paradijs zal zijn. Welnu, omdat Maria geestelijk en lijfelijk zozeer met haar Zoon verbonden is, heeft de christelijke traditie gesteld dat ze reeds aan het einde van haar leven onmiddellijk deelde in Jezus’ heerlijkheid. Pius XII definieerde het in 1950 zo dat ‘de onbevlekte moeder van God, altijd Maagd, na het voltooien van haar aardse levensloop met lichaam en ziel werd opgenomen in de hemelse heerlijkheid’. Die formulering van het dogma is voorzichtig. Het doet geen uitspraak over het feit of de wijze van haar dood, evenmin is er sprake van ‘verrijzen’. Wel wordt Gods werking in Maria geprezen. Als moeder van de Heer gaat zij ons voor in de vreugde, schoonheid, liefde, volheid… van de goddelijke heerlijkheid. Maria is reeds ter bestemming en dat is een bron van hoop en bemoediging voor elke christen. Het feest van Maria Tenhemel-
opneming opent dat perspectief.”  III

 

Bio

De Brugse kanunnik Adelbert Denaux (1938) is emeritus hoogleraar exegese van het Nieuwe Testament aan de KU Leuven en voormalig decaan van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg. Hij zette zich jarenlang in voor de toenadering tussen de anglicaanse en de rooms-katholieke kerk. Sinds kort is hij voorzitter van de vzw Brugge Mariastad die in 1974 werd opgericht voor de instandhouding van het Brugse mariale erfgoed.

www.bruggemariastad.brugseverenigingen.be

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​