Tertio 1006 - “Gemeenschap begint bij persoonlijk contact”

“Gemeenschap begint bij persoonlijk contact”

Pastoor Dirk Vannetelbosch bouwt in Jette aan een warme parochiegemeenschap. Zijn dynamische aanpak vertrekt vanuit de relaties met de mensen. “Je voelt aan alles dat je anders eucharistie viert.”

Geert De Cubber

Het is een heuse onderneming om met Dirk Vannetelbosch door Jette te wandelen. Elke vijf stappen weerklinkt een groet en een wedergroet, met telkens een korte beschrijving van de persoon die net langskwam. De pastoor kent iedereen en iedereen kent de pastoor. Voor het eigenlijke interview zoeken we de relatieve rust van de koninklinke serres in Laken op. Als planten- en bloemenliefhebber wandelt Vannetelbosch hier graag rond. Niet verwonderlijk, want ook voor de kerkversiering steekt hij de handen uit de mouwen. Maar dat mag allemaal niet afleiden van de hoofdzaak, benadrukt hij meermaals. “Het gaat er in de eerste plaats om mensen samen te brengen.”

“Persoonlijk contact is het begin van alles”, vindt Vannetelbosch. “Het opent de deur naar alles. Jezus keek Zacheus aan, toen die in de boom zat. ‘Ik kom vanavond bij jou eten’, sprak Hij. Daarmee is alles gezegd, toch? Met eten en drinken raak je overal binnen. Het geeft de gelegenheid mensen te vragen hoe het echt gaat. En hen een hart onder de riem te steken. Vaak zeg ik dat ik een kaarsje zal branden. Als je dat doet, is er altijd een Derde in het spel.” Die Derde is voor Vannetelbosch een belangrijke figuur. “Hij is een compagnon de route. Iemand tegen wie je kan uitvliegen, als Hij afwezig lijkt op het moment dat je Hem nodig hebt. Maar misschien zwijgt Hij wel wijselijk, want stel je voor dat Hij toch antwoordt op dat moment (lacht).”

Voor iedereen

Vannetelbosch heeft een speciale band met de motards van de politie. “Padre, zo noemen ze me. Papa, maar in feite ben ik pastoor voor iedereen. Ook voor de andere ‘flikken’. Zelfs moslims noemen mij padre als ik ze op straat tegenkom. Dan vraag ik ze wel eens plagend wat de imam daarvan vindt. Mensen mogen bij ons de deur dichtslaan en daarna beseffen dat ze altijd mogen terugkeren. Daarin verschilt een parochie van een vereniging. Bij die laatste kan de voorzitter of het bestuur jou de toegang ontzeggen. Als pastoor – herder – kan je dat niet doen. Dat betekent niet dat je niet zou mogen zeggen waar het op aankomt. Een pastoor moet geen pispaal worden.”


“Mensen mogen bij ons de deur dichtslaan en daarna beseffen dat ze altijd mogen terugkeren. Daarin verschilt een parochie van een vereniging”, zegt Dirk Vannetelbosch.  © gdc

Geen rubriekenkerk

“Hier bouwen we samen aan een levengevende gemeenschap,” getuigt Vannetelbosch. “Hoe ik dat omschrijf? Het is een plaats waar mensen zich kunnen laven en mogen thuiskomen zoals kinderen bij hun ouders. Waar ze de kast mogen opentrekken en zeggen: ‘Mama, ik mag een koekje nemen, he?’ Je weet dat mama ‘ja’ zal antwoorden, maar ze vindt het toch tof dat je het eerst even vraagt. Een levende gemeenschap is een plaats waarvan mensen weten dat je er meer kan krijgen dan alleen koffie. Ze gaan een eindje mee op weg. Daardoor is er echt gemeenschap. We kunnen ook leren van andere overtuigingen. De moslims bijvoorbeeld drinken thee voor en na het gemeenschappelijke gebed. Wat een verschil met de gemiddelde kerk in Vlaanderen. Daar lopen we over het algemeen zo snel mogelijk buiten na de eucharistie. De pastoor heeft evenmin tijd om met zijn parochianen te spreken, want hij moet snel naar het volgende dorp voor de volgende viering. Als we het niet anders aanpakken, verdampt de katholieke kerk – zonder het te beseffen – tot een soort rubriekenkerk, die zich al te veel houdt aan rubrieken en checklists. We moeten ertoe komen dat mensen vragen: ‘Leer mij bidden’. In onze volwassencatechese gaan we bijvoorbeeld in op de sacramenten. Of we wisselen uit over het credo. Mensen vragen zelf soms een Bijbel of een paternoster. Is dat niet schoon?”

Onthalende gemeenschap

Een levengevende gemeenschap moet iets uitstralen volgens Vannetelbosch. “Anders komen ze niet van zover naar hier, uit Roosdaal, Opwijk en Halle, zelfs van Lier, Leuven en Zulte. Ze voelen dat de gemeenschap op zichzelf onthalend is. Wie nieuw is, wordt altijd persoonlijk aangesproken. Na de viering is er geen ontsnappen aan: dan is het tijd voor porto. Let wel: het blijft moeite kosten, het loopt niet altijd op wieltjes. Maar je voelt wel aan alles dat je zo anders eucharistie viert.”

Samen eten

“Met Kerstmis en Pasen vind ik het belangrijk dat er iets te doen is bij mij”, stelt Vannetelbosch. “Elk jaar vragen we aan de hele parochie: ‘wat doe je met kerstavond?’ Bij mij is er altijd plaats in de herberg. We eten samen, niet vanuit een soort medelijden omdat iemand anders helemaal alleen is of om mij een plezier te doen, wel uit overtuiging. Eucharistie vieren en samen eten, die twee zijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden.”

Volwassendopen

De motorzegening op Hemelvaartsdag, de bloemenmis eind augustus en de Brusselse mis op Driekoningen zijn typisch voor Jette. Toch relativeert de pastoor het spektakelgehalte en hecht hij zelf meer belang aan de herintreders en de volwassendopen. “Bijna elk jaar hebben we volwassenen die zich willen laten dopen. Dat geeft een parochie leven. Daar komen zoekers op af, mensen die in geen twintig jaar een kerk zijn binnengegaan. Als je in de parochie dan een groep hebt die die mensen kan ondersteunen, is dat een grote zegen.”

“Die motards, dat is een hele parochie op zich”, vertelt Vannetelbosch. “De mis in het Brussels is een soort bindmiddel tussen de verschillende culturen. En wat de bloemenmis betreft: oude liefde roest niet. De schoonheid van bloemen heeft me altijd aangetrokken. Toen ik in Laken onderpastoor was, begon ik met een bloemenexpositie in de kerk. Ik kwam op het idee toen ik de koninklijke serres bezocht. Het bleek een succes te zijn. Die liefde is nooit overgegaan. Als pastoor in Jette deed ik daarmee verder, nu tijdens de jaarmarkt. Maar ook in de kerst- en de paastijd versieren we de kerk met bloemen.”

“Mijn imam”

Vannetelbosch onderhoudt niet alleen goede relaties met zijn parochianen. Ook met de imam in Jette – hij noemt hem steevast “mijn imam” – heeft hij in de loop van de jaren een vriendschapsband opgebouwd. “Belangrijk voor de gemeenschap”, stelt hij. “Als het in Parijs regent, druppelt het in Brussel. Mijn imam valt soms ook bij mij binnen voor koffie en koekjes. We houden geen theologische discussies, maar onderhouden een oprechte vriendschap. Als je mensen kan verbinden, dwarrelt dat op je gemeenschap neer. Wel moet je altijd hopen dat de dauw erin blijft, want heel snel kan het uitdrogen. Je moet er altijd opnieuw aandacht aan besteden. In Brussel is dat moeilijk, want het gewone sociale weefsel is verdwenen. Onze hoofdstad is en blijft een bicommunautaire stad waar de Franstaligen het overwicht hebben, zelfs in een Vlaamse parochie.”  III

De motorzegening vindt plaats in de Sint-Pieterskerk in Jette op 30 mei (Hemelvaart) om 9.45 uur.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​