“Een uitzondering maar geen buitenbeentje”

Onlangs verraste Patrick van der Vorst collega’s en crew van het VIER-programma Stukken van mensen met het nieuws dat het zijn laatste reeks zou worden omdat hij in september in Rome aan de priesteropleiding begint voor het bisdom Westminster. “Ik was altijd al geëngageerd in de kerk, maar wat ik in mij voelde, vroeg om meer.” De bekende kunstkenner en -handelaar wil het tweede deel van zijn leven helemaal in dienst stellen van God en de mensen.

Frederique Vanneuville

Patrick van der Vorst vertrok 24 jaar geleden naar Londen om er zijn droom – een job bij Sotheby’s – na te jagen. Met succes. De West-Vlaamse jurist kon zijn passie voor kunst professioneel volledig uitleven. Via de schoonheid steeds ook op zoek naar het goede en het ware, ervaarde hij hoe stilaan een ander verlangen onstuitbaar en onweerstaanbaar terug aan de oppervlakte kwam. Een totaal nieuw leven staat hem te wachten nu hij zijn bloeiende onderneming verkocht heeft en aanvaard is als kandidaat voor het priesterschap. Van der Vorst spreekt niet langer in bedekte termen over zijn toekomstplannen. “Ik besef hoe langer hoe meer dat er meer in het leven is dan kunst” en “Ik ben nog niet waar ik moet zijn. The journey is to be continued”, klonk het dit voorjaar in Kerk & leven en Campuskrant. Feitelijk volgde hij toen reeds in alle discretie een intens traject van onderscheiding en selectie om uit te klaren of het priesterschap inderdaad zijn weg is.

“Wanneer mij als kleine jongen gevraagd werd wat ik later wilde worden, antwoordde ik steevast: ‘priester of missionaris’, zonder goed te beseffen wat dat precies inhield. Het zat er dus van kleins af in, maar als je een roeping niet voedt, verdwijnt ze vanzelf naar de achtergrond. Drie jaar geleden kon ik er niet langer omheen en eens ik er opnieuw voeding aan gaf, is dat gevoel groter en sterker geworden dan ik zelf had verwacht”, getuigt Van der Vorst. “Ik ervaar het nu niet langer als een verlangen van mezelf maar als iets dat van elders komt.” Met een parochiepriester in Londen, tevens zijn geestelijk begeleider, ging hij in gesprek over zijn roeping om uit te zoeken of hij zo’n leven zou aankunnen en, niet onbelangrijk, of de kerk hem wel zou willen als kandidaat-priester. “Het verlangen moet in meerdere richtingen gaan, want er zijn in het onderscheidingsproces drie betrokken partijen: God, de kerk en de kandidaat.”


“Het is niet zo dat de kunstwereld tegen kerk en geloof is. Er is veeleer onverschilligheid. Dat is een goede beginpositie voor evangelisatie”, zegt Patrick van der Vorst  © Maîtrise

Hoe reageerde uw naaste omgeving?
“Wie me goed kent, was verrast, maar niet verwonderd. Mensen weten dat ik altijd al geëngageerd was in de kerk. Ze dachten misschien dat het daarbij zou blijven, maar voor mij was dat niet genoeg. Wat ik in mezelf voelde, vroeg om meer. Het leidt nu al tot erg mooie momenten met de mensen in mijn omgeving. We hebben gesprekken die we nooit eerder hadden. Het is een grote stap. Mijn dagelijkse leven zal er heel anders uitzien. Het is spannend en toch ook lichtelijk beangstigend, maar ik ben vol vertrouwen dat dit de juiste keuze is, wetende dat ik die niet alleen maak. Oorspronkelijk was ik vooral bezig met de vraag of ik dit wel zou kunnen. Nu ben ik op het punt: whatever will happen, will happen. Ik voel me er steeds vredevoller en gelukkiger bij. Het is alsof God me de ruimte heeft gegeven om de voorbije 25 jaar ervaring op te doen in de zaken die ik graag doe en dat Hij nu een ander plan voor mij heeft, één waarin ik me volledig aan Hem overgeef om met Hem aan de slag te gaan. Dat is een sterk, blijmakend gevoel.”

Enerzijds beweegt u onder de rich and famous van deze wereld, anderzijds doet u vrijwilligerswerk bij het Sint-Vincentiusgenootschap met eenzamen en mensen in armoede. Wat leert u dat? 
“Er kan veel oppervlakkigheid zijn in de wereld van de meer begoede mensen. Alles is beter, sneller, mooier, lekkerder… Ze nemen misschien minder de tijd om goed na te denken over de essentiële zaken in het leven. De recente geschiedenis van de kerk beschouwen ze als een bijkomend excuus om zich niet in het geloof te hoeven verdiepen. Voor daklozen is het geloof daarentegen vaak een steun om hun situatie te kunnen dragen, maar zodra het hun beter gaat, zie je het geloof dikwijls verdwijnen. En toch, of je nu met een rijke over het geloof spreekt of met een dakloze, je voelt dezelfde curiositeit. Uiteindelijk zijn beiden op zoek naar God en daarom hebben beiden de kerk en een nieuwe evangelisatie nodig. Denk aan het zogenoemde rad van fortuin: wie arm is en zich onderaan het rad bevindt, is onrustig omdat bij boven wil geraken, en wie boven zit, is onrustig omdat de enig mogelijke richting neerwaarts is. Maar als je je richt op het centrum van het wiel, waar Christus is, maakt het minder uit wat je positie is en in welke richting het wiel draait.”

Bent u als praktiserend katholiek een buitenbeentje in de kunstwereld?
“Een uitzondering ja, maar geen buitenbeentje. Er is geen animositeit voor het geloof. Het is niet zo dat ze ‘in die wereld’ tegen kerk en geloof zijn, er is veeleer onverschilligheid. Dat is een goede beginpositie voor evangelisatie. We moeten het enthousiasme en de vreugde van ons geloof laten zien. Als kerk en als gelovigen moeten we ambitieus zijn en dromen dat the only way is up. Met een houding van ‘we zien wel wat er gebeurt’ mogen we het vergeten.”

Het goede, het schone en het ware zijn in uw leven nauw verweven. Welke plaats neemt schoonheid voor u in in die trias?
“De Zwitserse theoloog Hans Urs von Balthasar (1905-1988, nvdr) heeft scherp ingezien dat je in een seculiere samenleving als de onze niet eerst met het goede en het ware bij de mensen kan aankomen. Met hun te dicteren hoe ze een goed leven moeten leiden en wat de waarheid is, jaag je hen vooral op stang. Wanneer je iemand daarentegen uitnodigt een kerkgebouw binnen te gaan, naar een schilderij te kijken, naar muziek te luisteren, kan er een zekere chemie beginnen te werken. De ervaring van schoonheid prikkelt het verlangen om meer te weten en is een niet-intimiderende weg die naar de waarheid van het geloof kan leiden. In de Londense Westminster Cathedral zijn er elke weekdag gregoriaanse vespers, gezongen door acht professionele zangers. Dat is ronduit impressionant. Maandelijks maak ik minstens twee mensen warm om mee te gaan luisteren. Dat zijn geen gelovigen en ik stuur niet aan op een gesprek over het geloof. Ik zeg gewoon dat ze die ‘amazing music’ echt eens moeten horen. Wel, stuk voor stuk zijn ze erdoor ontroerd, bewogen, nieuwsgierig gemaakt en willen ze terugkomen.”

Maakt de kerk vandaag voldoende gebruik van die kracht van kunst?
“De kerk heeft de voorbije 50 jaar niet in het forum van kunst en cultuur gestaan. Er heerst in twee richtingen achterdocht: de cultuurwereld ziet de kerk als een conservatief bastion dat het oude wil bewaren en niet geïnteresseerd is in creativiteit voor de toekomst, en de kerk vindt dat kunstenaars te veel met zichzelf en hun individuele gevoel bezig zijn en te weinig maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Zeker tegenover hedendaagse kunst heerst in de kerk gelatenheid als zijnde ‘veel te avant-gardistisch’. Beide kritieken zijn terecht en leerzaam. We zijn op het punt gekomen dat de twee kanten weer naar elkaar toe kunnen en moeten groeien. Ik merk in de kunstwereld een honger om opnieuw iets te doen met kerk en geloof. Zoeken naar waarheid zit uiteindelijk in iedere mens en zeker kunstenaars bezitten die gevoeligheid. Zij leren met de jaren dat ze de waarheid niet zullen vinden in de kunst die ze zelf creëren. De grote namen van vandaag krijgen de meest fantastische plaatsen aangeboden om te exposeren – het MOMA in New York, het Getty in Los Angeles, Tate Britain in Londen – maar na verloop van tijd is de uitdaging daarvan weg en verlangen zij naar meer, iets anders. Mocht iemand als Damien Hirst of Jeff Koons de kans krijgen om bijvoorbeeld in de Gentse Sint-Baafskathedraal iets nieuws te plaatsen naast het Lam Gods, dan zou hij daar zeker voor openstaan en zoeken hoe hij zichzelf en zijn kunst kan overstijgen.”

“Van haar kant moet de kerk uiteraard bereid zijn de blik te verbreden en zich toe te wenden naar alle mogelijke vormen van hedendaagse kunst: video, fashion, muziek, beeldende kunst… Alleen als ze midden in die wereld gaat staan, kan de kerk verwachten dat kunstenaars in hun zoektocht naar waarheid kunst zullen maken die op de een of andere manier, wellicht slechts indirect, het evangelie verbeeldt en verkondigt. Als de kerk die verbindende rol op zich zou nemen en met toonaangevende kunstenaars een weg zou afleggen, krijg je fantastische opportuniteiten. De kerk moet niet alleen conserveren, ze moet ook de moed en het vertrouwen hebben te innoveren en het voortouw te nemen in het culturele gebeuren. Dat is moeilijk, maar niet onmogelijk.”

Het werk van iemand als Jeff Koons associeer je op het eerste gezicht nochtans helemaal niet met religieuze thematiek. Hoe toegankelijk is zulk werk dan? Wordt het geen elitaire zaak?
“Helemaal niet. Die moderne kunstenaars worden enorm gevolgd door jongeren en achter hun producten zit een hele merchandising die hun werk verspreidt via T-shirts, skateboards en alle mogelijke producten. Ik zie meer elitarisme in kunst die zich expliciet en uitsluitend toelegt op het christendom en die vanuit een soort calimerohouding – ‘wij hebben de waarheid en de rest begrijpt ons niet’ – wegblijft van de seculiere wereld. De kunstenaars van de Londense Saint Patrick’s Studios bijvoorbeeld beginnen en eindigen de werkdag met gezamenlijk gebed en maken werkelijk magnifieke christelijke kunst. Maar zij zonderen zich af van de rest van de wereld. Waarom gaan ze niet aankloppen bij de grote galerijen? Je moet daar natuurlijk wel guts voor hebben, maar de kerk kan ook hier de brug helpen slaan. Laten we als kerk opnieuw leren ambitieus te zijn, grote dromen te hebben, weer groots te denken. Dat gebeurt niet genoeg. Laten we niet bang zijn grootse projecten op tafel te leggen, ook met kunstenaars. De kerk heeft serieuze klappen gekregen en we hebben lang in de hoek gezeten. Nu wordt het tijd om weer positief en ambitieus naar voren te komen. Zo’n kerk heeft aantrekkingskracht, daar willen mensen, ook jongeren, deel van uitmaken. Jongeren dromen. Het is niet goed als zij een kerk zien die niet droomt. De brand in de Parijse Notre-Dame toonde tegelijk hoezeer ook grote kunstprojecten uit het christelijke verleden vandaag nog een ontzettende aantrekkingskracht hebben. Het is ongelooflijk wat die brand bij zoveel mensen, ook niet-christenen, losmaakte. Velen schenen van die brand meer ondersteboven dan van pakweg een verwoestende natuurramp waarbij doden vallen. Wellicht is dat vanwege een collectief verantwoordelijkheidsgevoel tegenover een kerk die er al zo lang staat, een gebouw dat het hier en nu transcendeert en door die brand verloren dreigde te gaan voor de komende generaties – een onvoorstelbare gedachte.”

“Het was een erg tragisch moment en tegelijk ook pijnlijk mooi in al zijn symboliek: het gebeurde tijdens de Goede Week, daags erna dook overal in de media de foto op van het gouden kruis dat rechtop stond te blinken in het puin… Zo’n beeld heeft een enorme impact en dat bewijst nogmaals hoe belangrijk beelden zijn en dat we die moeten gebruiken in onze evangelisatie, ook via internet. Het internet is even revolutionair als de uitvinding van de boekdrukkunst. Er is veel trash op het internet, maar alleen als we er zelf aanwezig zijn, kunnen we een kritische tegenstem laten klinken. De kerk moet haar boodschap zien door te geven op een frisse manier die aanspreekt. Opnieuw: niet gemakkelijk maar evenmin onmogelijk.”

U hebt dit voorjaar zelf de daad bij het woord gevoegd door een website te lanceren rond het evangelie van de dag.
“Het principe van www.christianart.today is eenvoudig: ik zoek een kunstwerk bij de daglezing en schrijf daar een korte reflectie bij. Voor mij is dat een deel van mijn dagelijkse gebed. Ik richt me in de eerste plaats tot mensen die actief zijn in de kunstwereld en zich ook met religieuze kunst bezighouden maar zelf niet godsdienstig zijn. Via hun mailbox passeren alle soorten kunst en tegelijk de evangelielezing van de dag. De respons is goed, het blijkt te werken. Een vroegere collega bij Sotheby’s liet me weten dat hij nu voor het eerst in dertig jaar opnieuw het evangelie leest, en wel dagelijks! Zoiets is fijn om te horen.”

Hoopt u als priester de hierboven vermelde verbindingsrol tussen kerk en hedendaagse kunstenaars te mogen opnemen?
“Zoals iedere kandidaat voor de priesteropleiding in Westminster ben ik tijdens een maandenlange selectieprocedure geïnterviewd door leken, professoren, psychologen, priesters, bisschoppen en uiteindelijk de kardinaal. Dat heeft mij geholpen om mezelf nog beter te leren kennen, en de kerk om te zien waar mijn talenten liggen. Het is mooi dat de kerk viert dat iedere priester uniek is. Ik hoop en denk dat ze ook mij zal gebruiken met de talenten die ik heb om de mensen te dienen en het Woord van God te verkondigen, toch de twee sleutelelementen van het priesterschap. Maar of dat betekent dat ik verbinding zal helpen leggen tussen de kerk en de hedendaagse kunstwereld? Daar denk ik zelf niet over na, al zien anderen dat wel direct als een mogelijkheid. Zelf laat ik dat open. Ik heb geen specifieke verwachtingen over het apostolaat dat me zal worden toegewezen. Nu wil ik eerst filosofie en theologie studeren, dat is de eerste prioriteit.” III

www.christianart.today
 

Bio

Patrick van der Vorst (1971) werd van in zijn kindertijd door zijn kunstminnende ouders en grootouders meegenomen naar tentoonstellingen en concerten. Ze gaven de microbe met succes door. “Ik wilde graag kunstgeschiedenis studeren, maar mijn vader verkoos dat ik rechten zou doen, een ‘serieuze’ studie. Ik beloofde dat ik zeker de kandidaturen zou afwerken. Toen ik achttien was, overleed hij. Om hem te honoreren, heb ik die studie toch helemaal voltooid, weliswaar met een maximale focus op kunst.” Het Leuvense rechtendiploma nog maar pas op zak, trok de West-Vlaming halfweg juli 1995 richting Londen, waar hij nog steeds woont. Dat hij toen als jurist een buitenbeentje vormde tussen de tientallen kunsthistorici die net als hij een job bij Sotheby’s ambieerden, speelde in zijn voordeel. Begonnen in een bescheiden functie, wist hij zich snel op te werken: als 28-jarige werd hij adjunct-directeur, drie jaar later stond hij aan het hoofd van de afdeling continentaal meubilair.

Hij verliet het bedrijf in 2010 en startte www.valuemystuff.com, een onlinedienst waar mensen tegen democratische prijzen hun kunstobjecten kunnen laten schatten door topexperts uit de stal van Sotheby’s en Christie’s. “Op 8 jaar tijd hadden we meer dan 1,6 miljoen objecten geschat voor ruim een half miljoen klanten.” Van der Vorst verkocht de onderneming in oktober 2018 om de weg naar het seminarie open te leggen en zo gehoor te kunnen geven aan een oud, diepgeworteld verlangen. In september begint hij voor het bisdom Westminster in Rome aan de priesteropleiding.