Beste lezer,

Het ontslag van de Brugse bisschop Roger Vangheluwe beroert sterk de gemoederen, binnen en buiten de kerk. Als opinieblad wil Tertio een forum bieden aan reacties die bijdragen tot een beter begrip van de gebeurtenissen en tot de zoektocht naar een authentieke manier van kerk zijn in deze tijd. De redactie beslist autonoom over de publicatie en behoudt het recht brieven te redigeren en/of in te korten.

Indien u wilt reageren, e-mail naar redactie@tertio.be.

Peter Vande Vyvere, hoofdredacteur

 
     
 

Kerk bevrijden van last
Verdriet blijft bovendrijven en vormt de zure nasmaak van al wat niet te verteren valt. Het gaat er niet meer om 'de waan van de dag', want het is geen waan meer en het is oneerlijk er nu 'vriendelijk toedekkend' over te gaan. Want er is iets wezenlijks aan de hand met de kerk en met het verplichte celibaat. Dat zegt de man in de straat en dom is die niet. De zogenaamde godgewijde mensen zijn niet zelden seksueel-affectief onvolwassen gebleken, ook al is het celibaat natuurlijk niet de oorzaak van het wangedrag. Celibaat en priesterschap dienen ontkoppeld, dan krijgen we duidelijkheid. De ambtelijke mannenkerk draagt haar macht voortaan als een last. Ze wordt er best van bevrijd. Ik zeg dit zonder enige bitterheid, maar met heel veel verdriet om wat ik zie en weet.

Karel Staes

***

Oude structuren en priesterbeelden
Het schandalige machtsmisbruik van de voormalige bisschop van Brugge is zondag tijdens onze viering in kleine groepen besproken. Consensus was dat Rome met zijn absoluut vasthouden aan voorbije structuren en oude priesterbeelden mede de oorzaak is van zulke fundamentele ontsporingen. Hooggezeten op gulden tronen worden de structuur en de bedienaars nog altijd als met goddelijke macht en bijzondere genade voorgesteld. Naast de gerechtelijke behandeling van dit individuele misbruik en haar kerkelijke behandeling is een laïcisering het minste wat Rome kan doen. Vooral moeten de plaatselijke bisschoppen hun verantwoordelijkheid nemen zoals theoloog Hans Küng dat vorige week in een open brief vroeg. Niets wezenlijk veranderen zal hen persoonlijk mede schuldig maken aan toekomstige misbruiken. Als het verlies van hun machtspositie nog niet baat, dan is een financiële drooglegging misschien de volgende nodige stap.

Alex Kinnet, Brugge

***

Terug naar de psalmen
Als kerk in West-Vlaanderen zijn we allemaal diep getroffen door het nieuws met onze bisschop. We hebben geen woorden.

Tijd is het om onze armoede te bekennen en boete te doen. Abt Poimên zou zeggen: ‘Wenen! Onder het Kruis gaan staan met de Moeder Gods en wenen!’ Afdalen tot ons hart breekt en in rouwmoedigheid voor God staan. Hij alleen is heilig en Hij is het die zijn kerk weer tot een ‘heilige kerk’ kan omvormen.

Terug naar de psalmen, de gebedssnoer van de monnik, dat woord van God dat tussen God en mens ons tot nederigheid brengt en ons kan bevrijden. Ik nodig u daarom ook uit een week lang elke dag de zeven boetepsalmen te bidden (Psalm 6, 32, 38, 51, 102, 130, 143). Op het einde van elke psalm kun je vrij een psalmoratie formuleren met een voorspraak voor het slachtoffer, voor de dader en voor de hele Kerk. Heer, ontferm U; Christus, ontferm U; Heer, ontferm U.

Het “ik” van de psalm is het diep getekende slachtoffer, het “ik” is ook de stem van degene die gebukt gaat onder schuld, het “ik” is Christus zelf die slachtoffer en dader op zijn schouders neemt en meetrekt, en in zijn voorspraak beiden kan helen. Ja, Christus in ons bidt de psalm mee en geeft aan heel zijn kerk de ware schoonheid die van God komt onder de werking van de heilige Geest. Hij is het Lam dat ons in onschuld weidt naar de bronnen van zuiver en levend water.

Heer,
U kent ons en doorschouwt ons.
Aanzie onze ellende
Ontvang onze armoede
en bekleed ons met uw vergeving.
Herschep het gebrokene
Schenk de genade van de verzoening
Laat ons met Jezus weer opstaan
in het licht dat onvergankelijk leven is. Amen.

Pater Benoît Standaert, monnik van de Sint-Andriesabdij Zevenkerken, Brugge en bezieler van de ‘laura van abt Poimên (www.lauravanabtpoimen.be)

***

Droeve vrijdag
Roger Vangheluwe was vanuit de bisschoppenconferentie referendaris voor de ouderenzorg. Als beleidsverantwoordelijke pastoraal en ethiek in die sector voel ik me diep geschokt en bedroefd door het nieuws van afgelopen vrijdag. Het meest ondenkbare wordt waar. Wat kunnen we anders doen dan meeleven met het slachtoffer en zijn familie? Dit zijn droeve dagen voor de kerk, die al de lasten droeg van seksueel misbruik wereldwijd. Vrijdag 23 april noem ik ‘droeve vrijdag’, er lijkt niets goeds aan behalve misschien dat we ons concentreren op wat de essentie zou kunnen zijn van ‘kerk-zijn’?

Uiteraard is het een normale reactie dat het vertrouwen in de kerk als instituut wordt geschokt. En toch, blijven steken in de negativiteit of in het veroordelen en beschuldigen, zijn onchristelijke houdingen. De kerk en de maatschappij worden opgeroepen hun verantwoordelijkheid op te nemen en de nodige zorg te dragen zowel voor het slachtoffer van dit misbruik als voor Vangheluwe zelf. In plaats van te blijven hangen in het negatieve worden we uitgenodigd mensen te herstellen in hun waardigheid. Door haar tussenkomst blijkt dat de Belgische kerk dit opneemt: ze wil zowel slachtoffer als dader herstellen in zijn waardigheid. In plaats van louter te veroordelen, worden we uitgedaagd een nabije houding aan te nemen. Ook daar zie ik de Belgische kerk haar taak opnemen: ze hoorde het slachtoffer en ondernam actie, was luisterend oor en meer dan dat. Ook voor Vangheluwe hoor ik dat de kerk nabij is dankzij de niet louter veroordelende houding van de medebisschoppen en de zorg om zijn psychische begeleiding.

Met pijn in het hart hoor ik mensen reageren: “Ik ga niet meer naar de kerk als ik hoor wat zelfs een bisschop doet.” Daarin klinkt de pijn van mensen door, terecht. Toch wil ik twee kanttekeningen maken. Ten eerste is de kerk in handen van mensen. Of ze nu paus zijn, bisschop, priester of leek: mensen zijn gebrekkig. Elke mens heeft zijn zwakheid, ook mensen die een voorbeeldfunctie hebben. Omdat de kerk in mensenhanden is, is ze inderdaad gebrekkig. Maar het blijft doorheen die gebrekkigheid de opdracht om, ondanks alles, de liefde erin te zien en waar te maken. Dat vraagt een groot geloof, zeker de dag van vandaag waar de kerk extra wordt beproefd.

Ten tweede zou ik willen uitnodigen om ons niet blind te staren op de fouten van priesters. Ook leken kunnen brokken maken in de kerk, soms vergeten we dat in alle media-aandacht die naar de seksschandalen van priesters gaat. We vergeten wel eens dat we allen samen kerk vormen. De kerk bestaat niet alleen uit priesters. Het Tweede Vaticaans Concilie benadrukte ook zoiets als ‘het algemeen priesterschap’, wat betekent dat elke gedoopte geroepen en gezonden is om priesterlijk te leven. Kerk zijn betekent Gods volk zijn. Het woordje ‘kerk’ komt van het Griekse ekklèsia, wat betekent ‘geroepen worden’. Ieder van ons is geroepen, uitgenodigd om zijn of haar steentje bij te dragen aan Gods kerk en dat met ieders beperkte mensenhanden. Elk van ons is verantwoordelijk voor de kerk!

Deze ‘droeve vrijdag’ zal ongetwijfeld nog lang zijn sporen nalaten in België. Tevens worden we allen uitgenodigd hier constructief mee om te gaan, in hoop, geloof en liefde.

Heidi De Clercq, Oostakker

***

Waarheid en vertrouwen
Als studenten Godsdienstwetenschappen voelen wij ons onthutst, gekwetst en verontwaardigd door de recente feiten in de Belgische kerk. We voelen ons daarbij betrokken partij omdat ons vertrouwen is geschonden. We beseffen evenwel dat ons afgrijzen niet te vergelijken valt met de gevoelens van het slachtoffer. Onze gevoelens van medeleven gaan naar hem uit.

We voelen ons onder meer gekwetst omdat onze opleiding vaak geïdentificeerd wordt met de kerk. We willen evenwel benadrukken dat onze opleiding veel meer is dan kerk. We leren kritisch en wetenschappelijk reflecteren over de kerk. We bestuderen ook andere religies. Tegelijk valt niet te ontkennen dat er een band is tussen het instituut en onze opleiding. Veel studenten worden godsdienstleerkracht of pastoraal werker, en dat maakt de huidige situatie bijzonder moeilijk voor ons. Enerzijds omdat wij worden aangesproken op de problematiek van de kerk. We weten vaak niet hoe we daarop gepast kunnen reageren. Anderzijds zitten we zelf met veel vragen en gewrongen gevoelens. Het feit dat Vangheluwe onlangs aan ons een lezing gaf waarbij hij daarover vragen beantwoordde, draagt alleen maar bij aan de complexiteit van de situatie.

Het doet ons vooral pijn omdat de kerk niet voor pedofilie staat. We voelen ons in zekere zin verraden. Tegelijk begrijpen we dat weinig mensen nog de neiging hebben de kerk te vertrouwen. We kunnen hen dat niet kwalijk nemen, maar vinden het bijzonder jammer dat elke priester en gelovige nu anders wordt bekeken. De grote meerderheid van de gelovigen, zowel leken als gewijden, blijven hun 'roeping' authentiek en evangelisch beleven en vorm geven.

Sommige vakken van onze opleiding gaan over onaanvaardbaar machtsmisbruik binnen en buiten de kerk. Cruciaal daarbij is dat er altijd eerst waarheid en retributie moet zijn vooraleer over vergeving kan worden gesproken. In die zin hopen we dat de commissie-Adriaenssens haar werk doet. We verwachten niet van het slachtoffer dat hij de dader zomaar kan vergeven. We geloven dat eerlijkheid over de waarheid ook voor de dader louterend kan zijn. Daarnaast leren we ook dat het verkeerd is iemand te diaboliseren zonder naar de context te kijken. Is er een machtsstructuur in de kerk en in de maatschappij die seksueel misbruik in de hand werkt? Onder andere in lessen pastoraal leren we hoe gevaarlijk machtsverhoudingen kunnen zijn, en hoe we een professionele relatie met patiënten kunnen opbouwen. Het is belangrijk te beseffen hoe groot het risico op niet-professionele relaties is binnen de zorgsector.

Een laatste punt dat we willen aankaarten is de rol van de media, want die is volgens ons dubieus. We vinden het goed dat men transparant probeert te zijn over de problematiek en zo de waarheid aan het licht wordt gebracht, maar we betreuren de sensatiedrang die de waarheid soms ook verdraait. We vinden het misplaatst dat de privacy van zowel dader als slachtoffer worden geschonden. Sommige kritische stemmen binnen de kerk komen bovendien onvoldoende aan bod in de media. Wie herkent bijvoorbeeld in deze scherpe taal de woorden van de paus? "You have suffered grievously and I am truly sorry. I know that nothing can undo the wrong you have endured. Your trust has been betrayed and your dignity has been violated. Many of you found that, when you were courageous enough to speak of what happened to you, no one would listen."

Kortom, we zijn van mening dat noch diaboliseren noch toedekken met de mantel der liefde adequate reacties zijn. We zijn jonge mensen die ons voor religie en spiritualiteit engageren en we hopen dat wij in de toekomst kunnen meewerken aan een kerk en een maatschappij waarin waarheid en vertrouwen weer tot hun volle recht kunnen komen.

Kirsten De Schepper, Elise Linsen, Gwendolien Vanderschaeghe, Simon Godecharle, Bianca Maertens, Bruno Spriet en Pieter Vyncke, studenten godgeleerdheid en godsdienstwetenschappen K.U.Leuven

***

Het licht van Pasen en de geest van Pinksteren
Alle berichten over seksueel kindermisbruik die aan het licht komen, tonen aan dat de kerk niet overweg kan met seksualiteit. Kindermisbruik werd in het verleden toegedekt en verzwegen. Misdaden tegen kinderen kunnen en mogen nooit worden verzwegen. Al dan niet onder maatschappelijke druk ziet de kerk dat nu eindelijk ook in. Verantwoordelijken die in het verleden zulke feiten pleegden of verzwegen, kunnen er zich niet zomaar van af maken en moeten zich verantwoorden. Het verleden kennen en fouten erkennen, kan een nieuwe richting geven aan de toekomst.

De huidige problemen met kindermisbruik hebben niets met het celibaat te maken, zeggen dezelfde verantwoordelijken. Kindermisbruik gebeurt evenzeer binnen de kerk als in alle andere samenlevingsvormen. De priesterkandidaten - de weinigen die er nog zijn - moeten aan nog strengere selectiecriteria voldoen om zulke praktijken te voorkomen. Nu blijkt dat de persoon die mij wijdde, destijds zelf niet geschikt was. Er gebeuren nog verborgen dingen als het over het celibaat gaat. Geen strafrechtelijke misdaden, maar overtredingen van kerkelijke wetten. Priesters die vreemd gaan, mogen gerust hun vriend(in) in het verborgene houden. Is dat een eerlijk standpunt ten opzichte van de leer? Is dat eerlijk ten opzichte van de vrouw en de priester die gevangen zitten in zo'n verborgen relatie? Bisschoppen knijpen een oogje dicht en dekken veel toe met de mantel der liefde als het over hun priesters en de beleving van het celibaat gaat. Waarschijnlijk uit een pastorale en menselijke bekommernis, maar met het gevaar dat er een almaar grotere kloof komt tussen de basis en het roomse beleid, tussen de christelijke beleving en de kerkelijke wet. Er is een veel te grote discrepantie tussen de officiële leer en de pastorale bewogenheid.

Voor mij was er vijftien jaar geleden alvast geen mantel der liefde. De strijd om de celibataire levensstaat heb ik na vier jaar al verloren. Met een verborgen relatie zouden mijn echtgenote en ikzelf niet kunnen leven. Ik kies tot op vandaag voor mijn relatie en voor mijn gezin. Dat ik daardoor mijn priestertaken niet meer kan uitoefenen, vind ik jammer, maar wonden helen en geloof doet wonderen. Dat de man die mij destijds de deur wees, zelf schuldig is aan zedenfeiten, smaakt bitter. Aan (oude) priesters die langer gevochten hebben dan ikzelf en de strijd voor het celibaat wel wonnen, vraag ik of ze in eer en geweten niet teveel in het verborgene houden? Eerlijkheid en openheid over het celibataire leven is noodzakelijk, zeker tegenover jonge priesterkandidaten. Dat kan veel problemen voorkomen.

Aan verantwoordelijken in de kerk vraag ik de balans op te maken. Hoeveel goede krachten gingen in het recente verleden niet verloren omdat priesters niet willen en kunnen meewerken aan de politiek van verborgen, verzwegen en verdoken liefde? Wat is de waarde van het verplichte celibaat voor een diocesaan priester? Wordt het niet stilaan tijd om daar eens 'het licht van Pasen' over te laten schijnen? Voor mij is het niet meer duidelijk: pedofiele priesters kunnen niet langer rekenen op steun vanuit het kerkelijke beleid. Onder maatschappelijke druk gooit de kerk eindelijk het deksel van die beerput. Het heeft evenwel te lang op zich laten wachten. Homofiele priesters die er een verborgen minnaar op nahouden, priesters met een vriendin voor de nacht worden getolereerd en beschermd met de mantel der liefde. Dat is in feite een menselijke houding. Met een katholiek sausje erover klinkt het: "Zijn we niet allen zondige mensen?" Daarbij komt nog dat mannen onder elkaar die een goddelijke eed hebben gezworen - de celibaatsbelofte is dit voor alle duidelijkheid niet - goed een geheim kunnen bewaren.

Veel gelovigen maken van de vriend(in) van de pastoor geen struikelpunt meer. Priesters die in alle eerlijkheid bekennen dat het celibaat voor hen niet langer haalbaar is, worden uitgesloten en kunnen niet meer rekenen op steun vanuit het kerkelijke beleid. En dat terwijl weinig gelovigen aan de basis bezwaren zouden hebben als die priesters hun taak weer zouden kunnen opnemen. Ja, er is altijd menselijkheid aan de basis. Het geloof in het instituut kerk met onmenselijke wetten wankelt. Beleidsmensen van de katholieke kerk, hoe kunnen jullie geloofwaardig het verplichte priestercelibaat blijven verdedigen? Oude, grijze en celibataire heren van het beleid: laat ons samen bidden om de kracht van Gods geest. Een frisse wind is dringend nodig om de geur van de beerput te verjagen. Tijd voor 'aggiornamento' – een wijs woord uitgesproken door paus Johannes XXIII, ook oud en grijs maar wijs.

Joris Vancoppenolle, uitgetreden priester van het bisdom Brugge

***

Geloof in God, niet in priesters
Als we mensen veroordelen, moeten we onderscheid maken tussen de mens en zijn daden. Zijn slechte daden kunnen en moeten worden beoordeeld en bestraft, maar elke mens is méér dan die ene (of meerdere) daad (daden). Daarnaast heeft hij/zij ook altijd goede eigenschappen en die mogen niet in een pennentrek worden uitgewist. Voor al diegenen die blijkbaar vlug klaarstaan met de guillotine, een nadenkertje dat de eeuwen doorstaat omdat we altijd in dezelfde blinde veroordeling van anderen blijken te hervallen: wie zonder zonde is werpe de eerste steen. En over mijn geloof: ik geloof in God, niet in priesters en bisschoppen, mijn medemensen. Het wankelt dus niet als een van hen mijn vertrouwen schaadt.

Hilde Heddebauw

***

Perrier en de kerk
Op 18 juni 1999 schreef Mia Doornaert in De Standaard: "Het zacht parelende Perrierwater kwam in de problemen toen in de Verenigde Staten minuscule deeltjes benzeen, een kankerverwekkende stof, in de rondbuikige groene flesjes werd ontdekt. Liever dan het risico te minimaliseren ging het Franse water in het offensief. Het haalde wereldwijd 160 miljoen flesjes terug en straalde daarmee de boodschap uit dat het het welzijn van zijn klanten boven zijn winstcijfers plaatste. Parallel daarmee lanceerde het een publiciteitsblitz. Het resultaat van die dubbele strategie was dat Perrier, dat tot de Nestlégroep behoort, zijn positie van de 'champagne van de minerale waters' niet alleen vrijwaarde maar versterkte."

Misschien kan er op 18 juni 2019 een krantenartikel verschijnen met de volgende inhoud:" De Belgische kerk kwam in 2010 in de problemen toen bleek dat een bisschop jarenlang een neef had misbruikt. Liever dan het schandaal te minimaliseren, ging de Belgische kerk in het offensief. Ze riep een Belgische synode bijeen waarbij alle betrokkenen in de kerk werden bevraagd naar hun bekommernissen en vragen bij de huidige werking van de kerk en bij de positie van de kerk in de Belgische samenleving. Hiermee straalde de kerk de boodschap uit dat ze het welzijn van de gehele samenleving boven haar eigen imago plaatste. Als gevolg hiervan lanceerde de kerk een nieuwe transparante organisatiestructuur waarbij religieuzen en leken gelijkwaardig behandeld werden. Het resultaat was dat de Belgische kerk haar positie van de 'champagne van de evangelische waarden' niet alleen vrijwaarde maar versterkte."

Wat is er nodig om deze droom waar te maken? Het instituut kerk heeft nood aan een verder doorgedreven professionalisering. Ik kan getuigen dat een aantal diensten en verantwoordelijken binnen de kerk zeer professioneel werken. Maar de theologische leer van de kerk (ecclesiologie) moet de confrontatie durven aan te gaan met hedendaagse managementmodellen rond beleidsvorming, kwaliteitszorg, personeelsbeleid, deugdelijk bestuur… De kerk in België moet zich eerst een spiegel laten voorhouden om de zwakke punten in haar werking en structuur bloot te leggen en zich bereid tonen om de nodige actie te ondernemen. Zolang dit niet gerealiseerd is, zal ze niet opnieuw een geloofwaardige plaats in het maatschappelijke debat krijgen en zal ze van de ene crisis naar de andere hollen.

Dirk Vereecke, Sint-Denijs-Westrem

***

Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid
Zijn we als christenen allemaal niet veel te 'lauw' en niet veel te inconsequent? Krijgen we ook hier niet de leiders die we verdienen? Wat is hier onze 'gemeenschappelijke' verantwoordelijkheid? Hoe 'heilig', 'evangelisch' zijn we als gedoopten? Ook hier hebben we een hele weg af te leggen naar "zie eens hoe ze elkaar liefhebben"! Daarvan is nu nog niet veel te zien in onze (parochie)gemeenschappen.

Rik Coninckx

***

Kerk in crisis
Twaalf jaar traditioneel college tussen 1940 en 1952 hebben bij mij alleen positieve herinneringen nagelaten en waardering voor meer dan een van de vele priesters wier pad ik daar kruiste. Maar eeuwenlang kon de kerk het nu openbrekende misbruik toegedekt houden, zoals trouwens bijna iedereen die zich er schuldig aan maakte. De groeiende ontvoogding heeft daaraan gelukkig maar, een einde gemaakt. De stank komt des te harder aan, omdat de put zó eindeloos lang gesloten, bleef.

Jongeren en vrouwen konden vroeger nergens terecht met klachten over seksueel misbruik, ze werden gewoon niet ernstig genomen. Waar jongeren slachtoffer waren, besefte men wellicht nauwelijks wat het misbruik bij hen aanrichtte. Maar het gerecht reageerde evenmin als de kerken. Beide stonden – elk op hun manier en domein – in voor het handhaven van het status quo. Binnen de kerk waren veel feiten bekend, misschien niet in detail. Kijk maar naar de spotprenten die in de reformatie werden verspreid. Maar als iemand er al een probleem in zag, bleef dat binnen de muren. Het imago moest gaaf worden gehouden, dat is nog in 1962 een Romeinse richtlijn in Crimen Sollicitationis. Daarin is er een opvallende parallel met de reactie van de kerk op wie de christelijke politieke eenheid durfde te doorbreken: dat doe je niet, want die eenheid is een noodzaak. Dat daardoor katholieke politici meermaals achter de belangen van de conservatieve kringen stonden, deed er niet toe. Het samenspel van wereldlijke en kerkelijke macht functioneerde 2.000 jaar lang, alle wrijvingen ten spijt. Ontoelaatbaar gedrag wordt pas onaanvaardbaar als je ermee uitpakt, want dan geef je aanstoot. Die morele regel werd onbeschaamd gehanteerd: doe desnoods verkeerd, we zijn allemaal maar mensen, maar zorg dat niemand het weet of ziet, want dan zet je anderen aan tot zondig gedrag. De geestelijke had het beste deel gekozen en stond bóven de niet-godgewijde mensen die voortdurend neergehaald werden door hun drang naar bezit en genot. Geestelijken stonden daar ver boven en hun roeping door God en hun wijding beschermden hen als een harnas tegen al die laagheden van dit bestaan. Geestelijke werden dus niet in vraag gesteld. Zij voel(d)en of acht(t)en zich onaanraakbaar, zoals Shakespeare Richard II doet zeggen: "Geen aardse mensenstem vermag t'onttronen de plaatsvervanger die de Heer verkoos!"

Waar vinden we nu een uitweg uit deze crisis? Geestelijken zijn ook maar mensen, hun wijding ten spijt. (Is de roeping tot het huwelijk en de wijding van het huwelijkssacrament dan zo minderwaardig?) Het sacrale en het verhevene is bij velen een laag verf, maar niet bij wie zich toewijdt in uitputtende dienstbaarheid - en zo zijn er velen geweest. Hun predicatie moet voortaan altijd in wij-vorm gebeuren: zij zijn net zo goed als de leken, kleine mensen onderweg, zij doorworstelen even goed het vallen en opstaan, zij hebben dezelfde nood aan leefregels als de gelovige. Waar een gemeenschap een voorganger nodig heeft, laat haar zelf kandidaten voorstellen waaruit de keuze moet gebeuren, gehuwd of ongehuwd. En laat een voorganger zich terugtrekken uit die rol of laat de gemeenschap een einde maken aan die rol als daar reden toe is. Dat het in elk geval een man of vrouw mag zijn die gerijpt is in een engagement in een gezin en/of een beroep en daarin blijk wist te geven van een evangelische levenswandel. De woning van een voorganger moet door de kerkfabriek zo worden gekozen en ingericht dat zij beantwoordt aan de geest van armoede en gastvrijheid die bij het evangelie behoort. De betaling door de staat wordt liefst vervangen door betaling door de gelovigen.

Geestelijken werden vooral na de contrareformatie meer 'l'oeil de Moscou', of beter 'l'oeil de Rome', dan de bezieler van een evangelische gemeenschap. Zij moeten vooral waken over de enig ware leer, die veelal maar een trend is in de theologie die (tijdelijk) de bovenhand haalde. Rond die leerstellige debatten viel het christendom uiteindelijk vijf eeuwen geleden uiteen in diverse kerken die het allemaal vooral te doen is om hun machtspositie. Eén centrum moet er blijven van waaruit oriëntaties worden aangereikt over de interpretaties van de bijbel en de manieren waarop gelovigen de boodschap proberen te beleven. Maar laat dat een pluralistisch centrum zijn waar de theologische pro's en contra's worden geformuleerd en vergeleken, waar zelfs gewaarschuwd wordt voor té eenzijdige benaderingen - wat men ketterijen noemde. Laat het een commissie zijn die als doel heeft de Bijbel zo dicht mogelijk bij zijn diepste intenties te benaderen. Haar mededelingen zullen dan luiden als volgt: "Gezien de oplevende belangstelling voor … oordelen wij, beschikkend over de traditie en de huidige kennis inzake theologie, dat een christengelovige het dichtst bij de geest van de Bijbel aansluit, als hij rekening houdt met …." Zo'n pluralistisch christelijk theologisch centrum begeleidt gelovigen in de talrijke varianten van evangelisch leven die denkbaar zijn. Niemand wordt beoordeeld of veroordeeld. Het centrum zelf beseft ook maar onderweg te zijn, en alleen maar te werken voor de rationele kennis. Gedaan met de enige waarheid. De kerk als instelling heeft voortaan toch geen moreel gezag meer bij de generaties in opgroei. Zij is gereduceerd tot haar sociologische gedaante: een organisatie zoals er zoveel bestaan. Als de kerken morele conclusies afleiden uit de Bijbel, laten dat dan aanbevelingen zijn en geen geboden of verboden. Eventueel de aanbeveling een bepaalde levenswandel af te wijzen. Wie evangelisch wil leven, kan tot graden komen van zelfverloochening die geen algemene regel kunnen zijn. Moge vooreerst de obsessie met de seksuele moraal eindelijk ophouden, alsof die alleen zaligmakend is. Die is trouwens niet eens Bijbels. Laat jongeren en gehuwden over seksualiteit zelf de concrete invulling zoeken van het enige grote gebod van Jezus "Hebt elkander lief", en dat bijvoorbeeld aan de hand van aanbevelingen ter zake. Er is veel meer aandacht nodig voor de macromoraal, ook daar weer in wisselwerking tussen een centrale denktank en mensen uit de praktijk.

Het evangelie blijft een bron van inspiratie voor velen – of wordt het weer – in de mate waarin kerkelijke instellingen geen oorzaak vormen van vertekening van de geest ervan. En als die instellingen echt nodig zijn, dan moeten zij in alle nederigheid beseffen dat zij voortdurend de neiging hebben zichzelf tot doel te maken.

Jan Fleurbaey

***

Aan de slachtoffers
Er gaat weinig aandacht naar jullie leed. Nochtans is het dat leed en zijn het jullie die nu op de eerste plaats moeten worden 'gezien' en 'erkend'. In de beschermende anonimiteit blijven en toch worden gezien, het kan en het moet. Wij hopen dat al wat in jullie werd gedood, stilaan kan herleven en dat de pijn die weer is opgeflakkerd, ook weer kan gaan liggen. Want wij geloven dat de dood nooit het laatste woord heeft. Wij moedigen jullie aan om te leven, volgens wat menselijk mogelijk is. Niemand vraagt het onmogelijke. Zelfs al zouden jullie ooit kúnnen vergeven, niemand vraagt jullie om dit te doen. Laat het onmogelijke maar aan God over. In al onze verwarring en machteloosheid kunnen wij jullie alleen deze schamele brief aanbieden. Neem hem aan, dan kunnen ook wij weer leven.

Willy Dupont, Brugge

***

Met de ogen van het slachtoffer
In het interview met Johan Bonny (Tertio nr. 533) vraagt die zich af: "Wie kan de kerkelijke verantwoordelijken daarin bijstaan?" Ik geloof dat de kerkelijke overheid in de eerste plaats een meer nederige houding moet aannemen en vooral leren luisteren en niet alleen maar verkondigen en beleren. Zoals het machtsmisbruik de kern uitmaakt van seksueel misbruik is er nu nog altijd veel machtsmisbruik in al te veel parochies door de pastoor. De macht van de pastoor is zelfs canoniek vastgelegd. Het schrijnende geval van Gust en Machteld beschreven in het recente boek van Rik Devillé, is daarvan een voorbeeld. En er zijn nog heel wat vergelijkbare situaties. Door de almaar conservatievere houding van de kerkleiding nemen die zelfs nog toe.

Paul Desmyter, Koksijde

 

 

 

 

Gezonde afstand van kerk
Als medewerkers van de christelijke basisbeweging voor jongeren Jona uit Kortrijk zijn wij verbolgen door het gepleegde seksuele misbruik van Vangheluwe, met wie velen onder ons hebben samengewerkt. Anderen zijn gevormd door hem of vonden in hem een vertrouwensfiguur. We keuren "het herhaaldelijk en langdurig plegen van seksueel geweld op een minderjarige" radicaal af. We betreuren dat Vangheluwe zelf niet tot bekentenis is overgegaan, nu niet en toen niet. Het is het slachtoffer die de moed had om zijn verhaal te brengen. Transparantie is dus niet de reden van deze schuldbekentenis, wel integendeel, gezien het slachtoffer meermaals aandrong op ontslag.

Tot zover de harde feiten. Achter deze feiten schuilt een tweede misdaad, minder tastbaar maar voor ons als christelijke basisbeweging zeer voelbaar. De tweede misdaad is het besmeuren van het imago van geloof en kerk. Geloven is al langer niet meer trendy, nu lijkt het bijna beangstigend.

Gelovig word je pas als je positieve geloofs- en kerkervaringen kan opdoen. Maar hoe kun je nu nog die stap doen zonder het risico te lopen op spot of een afkeurende houding van je omgeving? Wij begrijpen ten volle dat vooral jonge mensen niet aan die druk kunnen weerstaan, al doet het ons pijn en verdriet. Kortom, hij ontneemt - samen met andere daders - mensen de kans interesse te tonen in iets wat ons heel dierbaar is.

Veel mensen voelen zich bedrogen: Vangheluwe sprak 25 jaar met twee tongen. Niet alleen over de seksuele moraal. Die dubbele houding maakt dat de vrije en mentale ruimte, om op een onbevangen en vrije manier in aanraking te komen met de christelijke levensbeschouwing, voor een lange tijd wordt weggevaagd. Zo wordt onvoorstelbare schade toegebracht aan het werk van velen binnen en buiten het ambt, binnen en aan de rand van de kerken. In die zin zijn wij betrokken partij, ten volle.

We vinden het meer dan tijd dat de katholieke kerk haar structurele werking ter discussie stelt. Het is onrechtvaardig dat een minderheid de meerderheid van de betrokken christenen niet betrekt in wat wij als een beklemmend beleid ervaren. Het is meer dan tijd voor ommekeer, voor een bevraging in de diepte, in de breedte en aan de basis. Dat concreet invullen doen we niet want dat is een zaak van een stevig denkproces.

Het is aan de verantwoordelijken van deze kerk om initiatief te nemen, om hun geloofwaardigheid en morele gezag terug te winnen.

Wij schrijven momenteel ons verhaal in blijvende verbondenheid maar met een gezonde afstand. Hoe jammer ook, maar die afstand is een verantwoorde keuze.

Jona, Kortrijk

***

Grondige verandering nodig
Na de schok die door de Belgische kerk en wereldkerk ging, is het tijd om puin te ruimen. In de eerste plaats moeten we het leed van de slachtoffers erkennen en met diepe menselijkheid hun vertrouwen in zichzelf en de medemens helpen herstellen. Heftige reacties, harde woorden en een zeker gefundeerd wantrouwen zijn overal te horen. En terecht. Ook dat hoort bij zo’n nieuws.

Over de bisschop die ooit mij ook wijdde, wil ik mij niet uitlaten. Dat is te pijnlijk, in de eerste plaats voor zijn slachtoffers, maar ook voor de hele kerk. Het valt me trouwens op dat die pijn heel diep gaat, ook bij mezelf. Ik ben evenwel blij dat de waarheid naar boven komt, laat ons dan ook met de hele gemeenschap, gelovig of niet, ons verstand gebruiken. Machtsmisbruik is een universeel onrecht, zeker in een religie die het onrecht zou moeten tegengaan. Daarom moet een einde komen aan de hypocrisie. Daarom is het van belang secuur het puin te ruimen. We moeten omzichtig en met respect omgaan met alle betrokkenen. Onder de brokstukken kunnen nog slachtoffers liggen. Het is aan hen en hun omgeving om zich kenbaar te maken, zoals aartsbisschop André-Joseph Léonard terecht onderstreepte.

Misschien is de enige merite van Roger Vangheluwe dat iemand uit hogere kringen in de kerk - weliswaar onder druk - de doos van Pandora heeft geopend. Laten slachtoffers daaruit de hoop putten dat in de kerk nu misschien een zekere transparantie is ontstaan. Dat is mijn vurige hoop als gelovige en uitgetreden - maar in het hart nog steeds - priester. Ook wij die omwille van het celibaat een roeping in het vriesvak moeten stoppen, boeten voor onze eerlijkheid en de onkunde van sommigen om met waarheid en realiteit om te gaan. Het wordt tijd dat de kerk zich bezint en een duidelijke en open ethische dialoog voert binnen eigen kring. Ook in de opleiding van pastoraal werk(st)ers, religieuzen en priesters moeten heikele punten als financieel beleid en omgang met relaties in pastorale context veel meer naar de voorgrond komen.

Wil de rooms-katholieke kerk een volgend millennium - of decennium misschien - overleven, dan kan ze niet alleen bogen op het vertrouwen dat het ooit “ook nog moeilijk is geweest”, zoals het in kerkelijke kringen wat vergoelijkend klinkt. De kerk moet grondig veranderen. Een fundamentele ‘sanatio in radix’ dient zich aan. Er zijn hele frisse mensen die met de evangelische boodschap schitterende dingen doen. Academisch liggen de nieuwe inzichten voor het rapen. De wetenschap bieden op dit moment zoveel inzichten dat mijns inziens een aantal middeleeuwse concepten binnen organisatie en in de leerstellingen aan vervanging toe zijn. De verdere uitholling van de sacramenten maakt dit binnenkort trouwens heel duidelijk noodzakelijk. Het is onwaarschijnlijk dat de besluiten van het Tweede Vaticaans Concilie nog niet overal zijn doorgedrongen. De kerk is overal in identiteitscrisis, de tijd is rijp eraan te beginnen. Ik ben er klaar voor.

Dit is dus een warme en dringende oproep om de pastorale situatie in België, en bij uitbreiding West-Europa, onder ogen te zien en daaruit besluiten te trekken. De kerk is hoe dan ook een menselijke constructie omheen een kern van een diepgaande ervaring met het goddelijke. Met andere woorden: de kern van de gelovige gemeenschap is de dynamiek tussen mensen onderling en de activiteit van God daarin. De kerk is niet klaar voor deze ‘liquid times’. De boodschap van de joods-christelijke traditie is evenwel tijdloos. Meer nog, naar mijn ervaring als godsdienstleerkracht is het evangelie echt levengevend als het eigentijds en met passie wordt verteld.

Daarom doe ik een warme oproep aan alle mensen die gelovig bezig zijn, zonder onderscheid tussen hiërarchie. Ruim puin. Help slachtoffers om te getuigen over hun misbruik. Voor mensen die zelf boter op hun hoofd hebben, hoop ik op moed om in het reine te komen met hun geweten. Tegelijk wil ik iedereen die gebeten is door het evangelie een hart onder de riem steken. Nu krijgen gelovigen ook brokstukken naar het hoofd geslingerd. Vaak door mensen die zich laten vangen door de waas van het moment, maar vaak ook vanuit een gekwetstheid. Aan al die gelovigen, priesters, religieuzen die oprecht proberen om te gaan met hun geloof, wens ik hoop, geloof en liefde. Aan al die mensen die willen gooien met brokstukken, omdat het bon ton lijkt te zijn: ”Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.”

Filip Vandenberghe, godsdienstleerkracht en student godgeleerdheid K.U.Leuven, Assebroek

***

Moreel gezag
Ik heb waardering voor de bekentenis van bisschop Johan Bonny (Tertio nr. 533) dat hij zich rekent bij diegenen die nu pas beseffen hoe erg kinderen kunnen lijden als die slachtoffer zijn van seksueel misbruik. Tegelijk ervaar ik zijn bekentenis als schokkend. Hij had het eigenlijk altijd al moeten weten en er gevoelig voor zijn in plaats van zich weg te steken achter het gebrek aan aandacht en onderzoek van wat men kinderen aandoet als men ze door zo’n confrontatie met seks in de war brengt, ontreddert en misschien voor het leven schade toebrengt. “Nu pas wordt echt gekeken met de ogen van het slachtoffer”, zegt hij. Als hij daarmee de kerkleiders bedoelt, zeker waar. Hebben die mensen nog wel het morele gezag om de gelovigen aan te spreken op hun levenswijze, hun gedrag, hun christelijke plichten? Ik heb de opiniestukken van gynaecologe en SP.A-senator Marleen Temmerman en adjunct-hoofdredacteur Bart Sturtewagen in De Standaard van 27 april met mijn volle instemming gelezen.

Herman Deman, Waregem

***

Open brief aan aartsbisschop Léonard
Tien jaar geleden mocht ik u voor het eerst ontmoeten in onze pas gerestaureerde Rielenkapel in Kasterlee. U kwam me sympathiek en aanspreekbaar over. Dat zet me aan om u nu een vraag te stellen: wat belet de kerk om waardige gehuwde mannen tot priester te wijden? Het uitgangspunt van mijn vraag is niet het seksuele misbruik in de kerk maar het schrijnende priestertekort.

Het priesterschap is in vele westerse landen een uitstervend 'ras'. Het is geen nieuw probleem. Dertig jaar geleden werd het al voorspeld. Tegen 2030 zijn er nog een tiental priesters in onze contreien. Vanaf nu worden generaties geboren die zelden of nooit tijdens hun leven en ook niet bij hun afscheid contact zullen hebben gehad met een priester. Dit probleem vraagt dringend een langetermijnaanpak.

In een interview verklaarde u dat het roepingentekort uw eerste prioriteit is. U kent beter dan wie ook de redenen van het priestertekort. De in vele kringen gewaardeerde theoloog Hans Küng stelt dat het verplichte celibaat de voornaamste reden van dit tekort is. Een seminarieprofessor vertelde in vertrouwen dat 95 procent van de mensen die het ambt of seminarie verlieten, dat deden wegens van het celibaat. Kloosteroversten zeggen dat het overgrote deel van hun uitgetredenen dat deden om redenen van homoseksualiteit en een deel omdat ze vaststelden dat het priesterschap - ongeacht het celibaat - niet hun roeping was. En in de oosterse kerken waar seminaristen - niet priesters en kloosterlingen - mogen trouwen, is er ook een roepingenprobleem.

Het celibaat is zeker een reden van het priestertekort, maar niet de voornaamste. Jonge mannen aarzelen om priester te worden omdat het priester-zijn geen ambt is van 8 tot 5 - het eist totale beschikbaarheid en toewijding, wat volgens sommigen niet combineerbaar is met het leven van een gehuwde - en omdat het priester-zijn een levenslang engagement inhoudt. Vele jongeren willen zich blijkbaar niet meer totaal en levenslang geven in het priesterschap. Trouwens ook niet in het huwelijk.

De voornaamste reden van het priestertekort is, dat hoef ik u niet te zeggen, het ontbreken van de vruchtbare grond waarop roepingen ontstaan, met name in het gezin, op school, in de jeugdbeweging en andere organisaties. Jongeren doen best van jongs af aan vertrouwdheid op met geloof en kerk. Het celibaat afschaffen maakt jongeren van vandaag plots niet geloviger en meer bereid tot een priesterengagement in de kerk. Verantwoordelijk daarvoor zijn de kerk, de leek en de cultuur die de laatste jaren ontzettend door ons is veranderd.

Met de afschaffing van het verplichte celibaat is het priestertekort niet opgelost. Blijft toch de vraag: vrijwillig of verplicht celibaat? Wie het celibaat vrijwillig aanvaardt omwille van een hoger doel creëert een uiterst zinvolle levensmogelijkheid. Zo'n hoger doel kan het uitoefenen van het priesterambt zijn. De roeping tot het priesterambt is volgens de kerk zelfs een goddelijke roeping. Maar heeft de kerk het recht om die goddelijke roeping te binden aan een kerkelijke regel: het celibaat? Een onnuttig kerkelijk obstakel tussen God en de geroepene?

U zal terecht zeggen dat de kerk wel voorwaarden mag stellen aan kandidaat-priesters. De kerk mag en moet zelfs evalueren of een kandidaat een waardige bedienaar kan zijn. Maar is het christelijke huwelijk echt een beletsel om waardig een priesterambt te kunnen uitoefenen? Zijn de gehuwde priesters in de oosterse kerken en de gehuwde priesters overgekomen uit de anglicaanse kerk dan onwaardig of tweederangs? En zijn ze, omdat ze gehuwd zijn, ook minder beschikbaar?

Sociologische studies wijzen uit dat de gehuwde ambtsdragers in de andere christelijke kerken meer beschikbaar zijn voor hun gelovigen dan hun celibataire ambtsbroeders. Ongehuwde priesters tonen vaak allerlei egoïstische trekjes van een vrijgezel, waardoor ze juist minder beschikbaar blijken te zijn. Bovendien vraagt het celibaat een hoge graad van emotionele intelligentie en psychische volwassenheid die wij niet kunnen en mogen eisen van elke priesterkandidaat.

Naast mannen hebben vrouwen ook het structurele kerktheologische recht om tot het priesterschap toegelaten te worden, zo leert onze theoloog Edward Schillebeeckx. Maar culturele vooroordelen, diep in de mens gebakken, moeten volgens mij bij velen nog worden weggenomen. En vele gelovigen moeten nog deugdelijk worden voorbereid op de kerkelijke aanvaarding van de vrouw in het ambt. Nieuwe roepingen worden opgewekt door gelovige mannen en vrouwen en vooral priesters - gehuwd of ongehuwd - die voorbeelden zijn en iets heiligs, iets transcendents uitstralen. Hoe meer voorbeeldige priesters, rolmodellen, hoe meer kans op echte roepingen.

Mag ik, monseigneur, mij veroorloven om u vier aanbevelingen te doen? Een: dring er samen met uw collega's-bisschoppen in Rome op aan dat de paus elke bisschop volledig verantwoordelijk maakt voor het bestuur van zijn bisdom, inclusief de keuze van zijn priesters. Twee: laat waardige priesterkandidaten vrij om uit te maken in welke staat - gehuwd of ongehuwd – zij hun ambt het vruchtbaarst kunnen uitoefenen, zowel voor de gelovigen als voor henzelf. Onze geloofsgemeenschap heeft geen nood aan celibataire priesters maar wel aan waardige, echte priesters. Drie: leg in deze tijd van zinverlies en spirituele leegte niet langer de nadruk op verouderde institutionele regels - zoals de voorwaarden tot het priesterambt - en bio-ethische standpunten die uitgaan van een achterhaald mensbeeld. Focus evenwel op een eigentijdse wijze op de rijke inhoud van de blijde boodschap en richt ze naar alle mensen van goede wil. De kerk is maar kerk als ze het verzamelpunt wordt van allen die ten opzichte van God goedmenend zijn en liefdevol omgaan met hun medemensen.

Robert Stouthuysen, Kasterlee

***

Grote kuis
De bom is gebarsten. Dat er in het instituut kerk iets onguur gaande was, hadden we intussen al door. Dat de kerk zaken in de doofpot had gestopt, hadden we ook nog zien aankomen. Maar de reikwijdte van dat alles, daar hadden we geen weet van. Als we dan nu de omvang van het schandaal zien, is dat uitermate verwonderlijk. Hoe kan het dat men een duidelijk niet alleenstaand feit gedurende decennia verborgen kon houden voor de buitenwereld? Ik kan dat niet vatten. De kerk wordt nooit meer op dezelfde manier bekeken, zeker niet nu blijkt dat hooggeplaatsten in de kerk zelf ook niet zuiver op de graat zijn, zoals bisschop Vangheluwe, of op de hoogte waren en niets deden, zoals onze huidige paus toen hij nog prefect van de Congregatie voor de geloofsleer was. Wie vertrouwt deze mensen nu nog? Akkoord, we mogen niet veralgemenen, maar toch kunnen we nu bijna niet anders dan met een wantrouwend oog kijken naar alles wat en iedereen die met de kerk te maken heeft. Laten we hopen dat er nu ineens 'grote kuis' gedaan wordt, maar gezien de omvang lijkt het onmogelijk iedereen die er mee te maken heeft uit de weg te ruimen. Betekent dat het einde van de kerk in haar huidige vorm? Dat dit alles net in het Jaar van de priester naar boven komt, maakt alles nog een pak pijnlijker voor de kerk.

Joris Becq, Edegem

***

Kans om tot kern te komen
Het ontslag van bisschop Roger Vangheluwe weekte ook bij mij heel wat gevoelens en bedenkingen los. Ook vanuit mijn persoonlijke geschiedenis: ik ben een slachtoffer van de hypocrisie onder kerkelijke leiders over christelijk samenleven en seksualiteit. Ik was nog maar een kind van zeven, acht jaar toen mijn moeder die het sinds een jaar of twee moest doen zonder haar echtgenoot, op een avond onthutst en teleurgesteld naar mij toe kwam met het verhaal dat zij net bij de deken-pastoor raad was gaan vragen over haar leefsituatie. De oude man had haar vraag minzaam-spottend weggelachen en had haar dan handtastelijk benaderd. Wij voelden ons zwaarder dan ooit verraden door de kerk, een instelling waar wij als religieus ingestelde mensen van nature veel ontzag voor hadden, zoals de meeste Vlamingen toen. Onze familiale setting had iets Bijbels en iets existentieel-kwetsbaars: een moeder en een intelligente zoon, een afwezige vader. De pijn van het verraad van die gewijde man in Heverlee, van de kerk die hij vertegenwoordigde, is mijn ongenode gezel gebleven sinds die avond, nu veertig jaar geleden. Op vrijdag 23 april voelde ik bij de persconferentie daarom, naast de vele negatieve emoties, een grote opluchting: eindelijk werd de doorn in het vlees van de kerk die ons alle drie, ook mijn jongere broer, zolang had pijn gedaan, nu gezien en gevoeld door de hele gemeenschap. Het is nu zaak uit de crisis de kans te halen die daar altijd in schuilgaat, etymologisch in vele wereldtalen. Ik deel de mening van de Tertio-lezers die stellen dat het nu tijd is voor een 'sanatio in radix': voor bezinning over de essentie van de godsdienstige levenshouding en op de essentie en de structuur van de kerk.

Laat mij, met het gezag van een slachtoffer dat zijn situatie heeft doorleefd, een paar aanbevelingen doen. Laten wij, zoals Rik Torfs aangeeft, niet meer bang zijn om te discussiëren. Laten wij een houding aannemen van "naar het diepe varen", zoals paus Benedictus tijdens de misviering van zijn inauguratie in Rome Jezus' woord heeft geciteerd. Laten we radicaler worden als mens en christen, en niet meer toelaten dat de grote vragen ondersneeuwen onder de kleine noden en plichten van elke dag. Ik knoop aan bij enkele Bijbelgedachten. In de brief van Jacob staat: "De zuivere religie in de ogen van Jahweh is dit: bezoek de weduwen en de wezen in hun ellende; en houdt u ver van de smetten van de wereldse wereld." Bij dat laatste denk ik vooral aan geldzucht.

De essentie van onze christelijke levenshouding die tracht Jezus na te volgen, is besloten in "Wat gij aan de minsten van de mijnen hebt gedaan, dat deed ge aan mij" (Matteus, 25,45). Dat is een formule met twee scherpe kanten: wie de kleine mensen goed doet, doet Gods wil, en wordt beloond. Wie de kleine mensen vertrapt, wordt daarop afgerekend, want je begaat je misdaden tegenover God. Laten we ons opnieuw motiveren door de woorden van de grootste joods-christelijke profeet van voor Jezus' tijd, Jesaja. Bij de start van zijn verhaal spreekt hij de dringende woorden: "Ben je niet genoeg geslagen? Verzet je je nog altijd? Maak een einde aan je misdaden, ik kan ze niet meer zien. Vermijd alle kwaad en leer goed te doen. Was je, reinig je. Laten we argumenteren! Vecht voor de weduwe, doe recht aan de wees; doe de tirannen in de pas lopen; leer goed te doen. Zoek het recht" (Jesaja 1,5-17).

Ik weet uit eigen ervaring dat die belofte werkt: ik weet mij gezuiverd en gezegend na jaren van vrijwilligerswerk met slachtoffers en vooral na het geduldig bijstaan van mijn gebroken, behoeftige moeder, en het verheffen van een echtgenote die tot een sinds eeuwenlang vernederd ras behoort. Het is waar wat Jesaja belooft: "Als je deze dingen doet, zullen je zonden, rood als scharlaken, wit worden als sneeuw, wit als wol. Als je naar mij luistert, zal het beste van het land je ten deel vallen. Als je echter koppig bent en niet wil luisteren, zul je door het zwaard vallen" (Jesaja 1,18-20).

Vandaag, twee millennia en een decennium na de geboorte van de Joodse Verlosser, is het hoog tijd de kerk grondig te hervormen. Niet alleen de mannelijke machtsstructuur maar ook de vele voorbijgestreefde leerstellingen en verdorde metaforen zijn aan grondige herziening toe. Van de maagdelijke geboorte van Jezus tot de heropstanding naar het lichaam die een aanfluiting inhoudt van de grote fysieke rol en tol vanwege het moederlichaam. In algemene termen is "hervorming nu!" ook de mening van een integere autoriteit als Roger Burggraeve - zijn tekst is te lezen op www.thomas.be. Christelijke denkers met een zuiver denkvermogen en kritisch-opbouwende houding zoals Loed Loosen, Roger Lenaers en ikzelf, en ook een aantal bekwame vrouwelijke theologen zoals Lytta Basset, die ook persoonlijk door veel lijden is gegaan, en Manuela Kalsky, verdienen nu aandachtiger dan ooit te worden beluisterd. "De Heilige Geest is als de wind, je ziet hem niet, en hij waait waar hij wil. Zo is het ook met ieder die uit de Geest is geboren" (Johannes 3,8). Door haar wangedrag en de al te zeer ik-betrokken houding van vele mannelijke celibataire leiders heeft de heilige Geest zich bij het begin van het nieuwe millennium meer dan ooit van zijn lievelingskind de kerk afgekeerd. Het is aan ons om Hem/Haar door onze goede daden en gedachten weer uit te nodigen in ons huis. De ontroering die wij voelen te midden van de pijn na het verraad en het misbruik van de kleinsten onder ons, kan een kans zijn bij onze diepste menselijke kern te komen, en onszelf te verstaan als nooit tevoren. En dan is er hoop, want "met zelfkennis begint de wijsheid" (Socrates).

Stefaan Hublou Solfrian, Leuven

***

Kansen aan moraal en onschuld
De gevallen van seksueel misbruik in de katholieke kerk komen nu serieel aan het licht. Dat is goed, niet alleen voor de slachtoffers die eindelijk erkenning krijgen, die op verhaal kunnen komen, die solidariteit mogen ervaren. In de huidige crisis in kerk en samenleving - er zijn ook burgerlijke daders als Dutroux en Fritzl - schuilen ook kansen voor de katholieke kerk en voor de ruimere samenleving. In de kerk tonen de gevallen van intiem lichamelijk misbruik die doorgingen gedurende ettelijke decennia aan dat er in de kerk een verkeerde geest van corporatisme, van bescherming van de faam van het instituut en een overdreven cultus van de macht heeft geheerst. De achterliggende structuren en gewoonten moeten nu grondig ter discussie worden gesteld.

Deze crisis is daarnaast ook een kans voor de gelovige om het gezag en de helende waarde van de menswetenschappen, de psychotherapie, psychologie, psychiatrie en seksuologie, te onderkennen. Vandaag is kinderpsychiater en commissievoorzitter Peter Adriaenssens de redder, het baken in bange dagen. Het evangelie bevat veel antwoorden op diepmenselijke vragen, dat is waar, maar die staan er vaak in gecodeerde vorm, eigen aan de tijd van toen. De moderne wetenschap heeft ook een helende capaciteit en die wordt in christelijke kringen soms nog met te veel argwaan bekeken. Aan de reddende rol voor de psychiater hangt een prijskaartje: het geeft minder dan ooit pas dat wij, bijvoorbeeld vanuit trouw aan traditionele kerkelijke denkpatronen of dito structuren, neerkijken op de moderne wetenschappen.

Een andere les die kerk en burgerrechtelijke macht kunnen trekken nu de ergste storm wat is gaan liggen, betreft de verjaring van seksueel misbruik. Die moet worden herbekeken in beide rechtssystemen. Dit zijn misdaden die een mensenleven lang inwerken, die voor de slachtoffers bijna bovenmenselijke kracht en geduldige persoonlijke rijping vragen om ermee naar buiten te komen. Het zal wel waar zijn dat de (canonieke) wetgeving niet ad hoc kan worden aangepast om iemand als een Roger Vangheluwe alsnog een passende straf te bezorgen. Dan moet de gelegenheid wel aangegrepen om die hervorming door te voeren met het oog op de toekomst.

Daarnaast wens ik uit de hele kwestie een diepere, spirituele les te trekken: misschien zijn kerk en maatschappij toe aan een herwaardering van onschuld. Beiden zouden baat hebben bij een cultuur van de onschuld. Die kan ons helpen op diverse terreinen: het aandachtig en zorgzaam omgaan met kinderen, het veranderen van onze leefpatronen en de ecologische impact ervan, een meer ontzagvolle en geïnteresseerde houding tegenover dieren, die per definitie onschuldig zijn, een meer ontzagvolle en aandachtige houding naar volkeren die weinig macht hebben en het opnemen van verantwoordelijkheid in de dagelijkse interactie. Pestgedrag van een groepje tegenover een onschuldige collega, dat mogen wij niet gedogen. In sommige gevallen kan zorg voor het slachtoffer en tijdige, strenge confrontatie van wie het met moraliteit zo nauw niet neemt, letterlijk mensenlevens redden.

Het zou in dit verband goed zijn niet te snel over de strenge veroordeling door Jezus Christus, blijvende 'founding father' van onze Europese cultuur, heen te lezen waar hij spreekt over "hen die de kleine mensen beschadigen of hen de levenshoop ontnemen". Hij sprak zelf zowaar de doodstraf uit over deze daders van wreed, egocentrisch, kwaadaardig gedrag. Het beeld van de molensteen om de nek beklijft. Laten wij vandaag alvast over een gepaste straf voor kinderschenders nadenken en over een nieuwe houding tegenover onschuldigen. Als mens en als christen weet ik mij opgevorderd om elke dag mee de moraliteit te bewaken in mijn leefomgeving. Zonder voortdurende reflectie en gepaste confronterende actie, glijden we al te snel af naar onmenselijke toestanden die zich op termijn op iedereen in de gemeenschap wreken.

Ook hierin moet ik Barack Obama's oordeel onderstrepen. Hij komt uit zijn autobiografische essays naar voor als een bekwaam politicus, maar ook als een moreel natuurtalent en zegt terecht : "We are all in the same boat." De omgang met het onschuldige schepsel heeft iets aanstekelijks. In die aandachtige omgang ligt een uitgelezen kans om gehoor te geven aan de evangelische oproep die paus Benedictus XVI deed tijdens zijn inaugurele eucharistie in het Vaticaan: "Vaar naar het diepe."

Stefaan Hublou Solfrian, Leuven