TERTIO GeloofwaardigWelkom, u bent nog niet ingelogd. Log hier in.
Home HomeTertio TertioAbonneren AbonnerenBoeken BoekenArchief ArchiefContact ContactZoeken Zoeken

Jan Vanhoof ontdekt de wereld van Poverello:

‘Daar vind ik geluk en vreugde’

 

Jan Vanhoof stapte als pas gepensioneerde binnen bij Poverello in het hartje van Brussel. Nu valt zijn puree in de smaak bij de gasten in de dagopvang. Zelf kreeg hij de smaak te pakken van rust, warmte en eten te geven aan mensen die zelf in de puree zitten. Een heel ander leven dan de banksector van zijn beroepsleven.

Pierre Raemdonck | “Toen ik met pensioen ging, kwam ik terecht in een naamloze wereld. Weg waren de vele sociale contacten en het maatschappelijke prestige verbonden aan mijn intens beroepsleven in de banksector. Vooral in de beginperiode had ik het moeilijk met het ‘thuis zijn’. Ik voelde me afgeschreven.

Als pas gepensioneerde kreeg ik folders van seniorenclubs uit de omgeving die hun activiteiten bekendmaakten. Dan vroeg ik me af wat ik zelf wilde doen. Mijn vrouw Malou werkte al geruime tijd als vrijwilligerster bij Poverello in Brussel, die een dagopvang organiseert voor mensen die in de problemen zitten. Toen ze me vroeg of ik geen interesse had om eens een dag mee te helpen, heb ik ja gezegd. Ik had geen grote verwachtingen. Zelfs van de naam Jan Vermeire, de stichter van Poverello, had ik nog nooit gehoord. De avond na mijn eerste ‘werkdag’ overviel mij een gevoel van loutering. Mijn kleine seniorenproblemen waren plots ver weg en ik stond voor een nieuwe uitdaging. Ik had met mijn eigen ogen gezien dat er nog andere dingen bestonden in de wereld dan mijn carrièredrang.

De grote kracht van dit soort van organisaties is dat alles gebeurt vanuit het hart en niet vanuit het verstand. Er zit ook geen logica in de levenswijze van wie hier te gast is. Die is zoek. Door een samenloop van omstandigheden slagen ze er niet in hun leven een nieuwe wending te geven. Die situatie moet je respecteren en je moet hen tijd geven. Wie hier komt, zit letterlijk aan de grond. De bron van ons engagement zijn niet de christelijke teksten over het belang van naastenliefde. Noch ik noch mijn vrouw praktiseren enig geloof. Ons engagement is simpelweg gegroeid vanuit ons leven. Zo is mijn vrouw de oudste van zeven kinderen en heeft ze altijd al willen zorgen voor haar omgeving of voor wie in nood is. Ze is mijn inspirator.

Vreemd genoeg zei niemand wat ik moest doen bij mijn eerste kennismaking met Poverello. Ik besloot dan maar om mijn vrouw wat te helpen in de keuken met eenvoudige zaken zoals afwassen en koken. Spontaan en zonder enige druk kwam ook de vraag of ik een kraan kon herstellen of een deur kon vastzetten. Hier krijg ik waardering voor de mens die ik ben en voor wat ik doe. Iemand die heel veel dankbaarheid toont, is zuster Hilde. Als ik een simpele herstelling doe op de binnenplaats lijkt het alsof ik het hele gebouw heb gerenoveerd.

Ze spreekt je ook altijd persoonlijk aan. Ze toont op een warme, menselijke manier een compleet andere vorm van appreciatie dan wat ik gewoon was in mijn vroegere werksituatie. Toen kreeg ik voor mijn inzet een betere bezoldiging of een andere functie-invulling. Haar waardering is voor mij een bron van energie. Samen met haar medezusters Beatrijs en Eveline wordt zij geïnspireerd door een onwrikbaar geloof in God. Ze schenken hun liefde aan die verloren groep van de vergeten vierde wereld. Zij zijn de stille heiligen van onze maatschappij.

Bij Poverello komen mensen die volledig ontspoord zijn, afkomstig uit alle lagen van de bevolking. De oorzaken van hun situatie zijn vaak financiële problemen of een echtscheiding. Wanneer je dan niet het karakter bezit om je snel te herpakken, kan het snel gaan. Wie beschikt over genoeg innerlijke kracht komt hier niet. De eenzaamheid isoleert mensen en vaak zoeken ze troost in de roes van te veel drank.

Je mag ook niet de fout maken, die mensen te willen redden. We zijn geen sociale helpers. Ik tracht alleen maar hun leven even aangenamer te maken door letterlijk warmte of eten te geven. Toen ik bij de kerstviering van vorig jaar wat liedjes zong in onze eetzaal, voelde ik hun dankbaarheid. Ik had hen even weggehaald uit hun grijze, grauwe leven. Als ik door die zaal wandel, zeg ik steeds tegen iedereen een goedendag of maak een grapje maar dwing nooit sociaal contact af. Ik stel me bescheiden, bijna afwezig op. Ik hoop alleen dat ze hier wat energie krijgen, zowel mentaal als lichamelijk, om na het sluitingsuur de nacht in volle eenzaamheid te overleven. Je geeft hen ook respect door je vrijwilligerswerk zo goed mogelijk te doen, door met veel zorg hun eten klaar te maken.

Zo is mijn puree alom bekend en uitgegroeid tot de specialiteit van deze buurt. Wie ervan uitgaat dat het toch maar sukkelaars zijn en dat ze daarom geen recht hebben op een verzorgde maaltijd, is fout bezig. Ik ben vooral mijn vrouw dankbaar dat ze me deze wereld leerde kennen waar de grootte van je inkomen of je maatschappelijk aanzien geen rol speelt. Hier vind je geluk in de simpele dingen die je kunt delen met anderen. Iedereen zoekt op zijn manier zijn geluk. Velen denken het te kunnen kopen in onze consumptiemaatschappij. Alleen is dat niet echt. Waar geluk vind je door je medemens bij te staan in zijn leven.

In deze omgeving heb ik mijn geluk gevonden. Geld geven is ook een manier om mensen te steunen, maar dat is minder direct, minder tastbaar. Een andere reden waarom ik graag op deze plek kom, is omdat ze zoveel vreugde bevat ondanks alles. Tussen de vrijwilligers en de gasten wordt er veel plezier gemaakt. Ikzelf ben een geboren animator. Misschien is het geven van plezier in het leven van de andere ook wel een vorm van dienstbaarheid? Een glimlach op het gezicht van de andere is toch ook een geschenk voor jezelf. Nooit heb ik zo’n dankbaar publiek gekend als de mensen bij Poverello. Nu krijg ik de kans om iets terug te doen voor de samenleving. Tenslotte heb ik altijd de luxe gekend van een vaste baan.”

Van de muziek naar de bank

Jan Vanhoof (1948), een energieke zestiger, heeft al een rijk gevuld leven achter de rug. Zelf noemt hij pater Pax uit Halle zijn geestelijke vader. Hij bezorgde hem een opvoeding in het klooster. “Dat was thuis amper mogelijk. Mijn vader heb ik bijna niet gekend omdat hij vroeg gestorven is. Bovendien kon mijn moeder door haar zwakke gezondheid nauwelijks voor mij zorgen”, zegt Vanhoof. De vriendschap met pater Pax kreeg een muzikaal tintje met de oprichting van de groep The Criminals waaruit later de groep rond de Vlaamse zanger Paul Severs is gegroeid. Na zijn humaniora ging Vanhoof in de jaren zeventig een tijdlang door het leven als beroepsmuzikant - als zanger en gitarist. Na zijn muzikale loopbaan kwam hij terecht in de banksector. Eerst bij BACOB en na de fusie bij Dexia waar hij verantwoordelijke voor de facilitaire diensten en later voor de huisvestiging was. Vanhoof woont nog altijd in zijn geboortestad Halle en heeft twee kinderen en twee kleinkinderen. Verder doet hij samen met zijn vrouw nog vrijwilligerswerk voor Intersoc en Jeka. Poverello ontdekte hij twee jaar geleden. (PR)


 Login/registreer als online TERTIO lezer
 Toon alle artikels van dit nummer
 Terug naar het overzicht