|
Je voor je wandaden verontschuldigen bij de slachtoffers is tegenwoordig in, merkt Miel Swillens op. Maar “met waarachtige christelijke inkeer heeft die sorrycultuur niets te maken”, stelt hij vast. Miel Swillens | Het stond in de krant. Vier drugsverslaafden die een mentaal gehandicapte man terroriseerden en folterden, bieden hun excuses aan. Moet je om dit bericht nu lachen of huilen? Tegenwoordig worden misdadigers, moordenaars en verkrachters aangepord zich te verontschuldigen bij hun slachtoffers of de nabestaanden. Dat modeverschijnsel neemt almaar toe. Vooral de media krijgen er niet genoeg van. Telkens opnieuw wordt erop gewezen dat die of die (nog) geen excuses heeft aangeboden. Het succes van dat holle gebaar zegt veel over de ondraaglijke lichtheid van de tijd waarin we leven. Je zegt ‘sorry’ bij moord of verkrachting, net zoals wanneer je per ongeluk tegen iemand aanloopt.
Die sorrycultuur is een symptoom van een dieperliggende kwaal. Onze tijd weet niet om te gaan met het kwaad. Het oude discours over schuld en boete, misdaad en straf klinkt te hard. Excuses worden als een zachtere, alternatieve benadering gezien. De gruweldaden worden daarbij weggemoffeld achter een therapeutisch rookgordijn. In feite bagatelliseert de sorrycultuur het kwaad.
In Too many apologies, een column in The Jewish World Review, wijst de Amerikaanse hoogleraar economie en publicist Thomas Sowell nog op een ander element. Sowell heeft het over excuses aanbieden voor de slavernij. Die vaak gehoorde eis wordt doorgaans gekoppeld aan financiële compensaties voor de zwarte Amerikanen of voor de Afrikaanse landen waar hun voorouders vandaan kwamen.
“Slavernij”, zo betoogt Sowell, “is een veel te ernstige zaak voor excuses en wie geen slavenhouder is, hoeft zich niet te excuseren voor wie dat wel was.” Sowell is zelf Afro-Amerikaan en groeide op in Harlem, het zwarte getto van New York. Hij wijst erop hoe in onze tijd het uithollen van de persoonlijke verantwoordelijkheid gepaard gaat met een culpabilisering van de maatschappij. Een onbestemd ‘wij’ neemt de schuld over van het ‘ik’. Wij zijn allemaal schuldig. Zelfs met terugwerkende kracht. Daarom moeten wij collectief onze verontschuldigingen aanbieden voor de slavernij, ook al heeft niemand van ons ooit een slaaf bezeten.
Dat wollige denken, dat vooral de intelligentsia promoot, gaat door voor een diep inzicht. In werkelijkheid, zo stelt Sowell, ondermijnt dat het individuele verantwoordelijkheidsbesef, waardoor onze maatschappij op termijn onbestuurbaar wordt. Bovendien wordt dat denken alleen toegepast op de westerse wereld. Niemand eist excuses of compensaties van de Arabische landen of de moslims. De rol die zij speelden als slavenhouders en slavenhandelaars begon nochtans lang voor die van de Europeanen en was in omvang en wreedheid vergelijkbaar. Ter illustratie: in 1865 – toen na vier jaar bloedige burgeroorlog de slavernij in de Verenigde Staten tot het verleden behoorde – was de protestantse zendeling David Livingstone er op Zanzibar getuige van hoe Arabische slavendrijvers tienduizenden geketende slaven aanvoerden uit het Afrikaanse binnenland en verscheepten naar de landen rond de Perzische Golf.
Slavenhandel en slavernij waren een wereldwijd fenomeen. Maar de morele verontwaardiging die leidde tot de afschaffing ervan was typisch westers en christelijk. Daar mogen we terecht trots op zijn. De sorrycultuur daarentegen is een zwaktebod, dat handig inspeelt op onze (post)christelijke gevoeligheid voor schuldbelijdenis. Maar die gevoeligheid wordt misbruikt en politiek geïnstrumentaliseerd door allerlei nieuwlichters met een eigen agenda. Met waarachtige christelijke inkeer heeft die sorrycultuur niets te maken.
Uw reacties zijn welkom op redactie@tertio.be.
|