|
|
|
|
|
|
|
Jan De Volder | De heropening van het Congolese consulaat in Antwerpen, kort na het onderhoud van minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere (CD&V) met president Jozef Kabila, is een nieuw teken van de snel verbeterende betrekkingen tussen België en Congo. Vorige zomer heropende België al zijn consulaat in Lubumbashi. De heropening van dat in Bukavu zit ook in de pijplijn. Niets te vroeg, in dit ‘feestjaar’ van de vijftigste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid. De relaties raakten eens te meer gebrouilleerd in 2008, toen president Kabila aanstoot nam aan de open kritiek van toenmalig buitenlandminister Karel De Gucht (Open VLD). Tussen die twee kwam het nooit meer goed. Van-ackere blijkt uit het goede hout gesneden om de relaties weer glad te strijken. Persoonlijke goede relaties zijn belangrijk in diplomatie, zelfs met niet onbesproken personages. Dat neemt niet weg dat ook ons land druk moet blijven zetten op de Congolese leiders om hun land beter te besturen.
Congo-België, het blijft een delicate haat-liefdeverhouding. Van Congolese kant is er, zeker bij de politieke klasse, grote allergie voor elke Belgische kritiek: dan zijn verwijten van neokolonialisme en racisme nooit van de lucht, hoe overtrokken ook. Er bestaat evenwel een onmiskenbare sentimentele band: vele Congolezen voelen zich nog altijd positief verbonden met ons land. Ze beseffen dat de kolonisatie niet alleen verknechting betekende, maar ook verheffing. Een voorbeeldje: het feit dat veel Congolezen een verfijnd Frans spreken en schrijven, is te danken aan het goede katholieke onderwijs dat onze missionarissen er hebben nagelaten. Een opmerkelijk verschil met het erbarmelijke Frans dat je in veel Franse ex-kolonies aantreft. Aan Belgische kant kijkt men vaak kritisch naar de vele dingen die fout lopen in Congo: de hemeltergende corruptie, de moeilijke opbouw van staat en leger, gebrek aan ‘goed bestuur’, de grootschalige schendingen van mensenrechten, de endemische armoede. Zoals MO-journalist John Vandaele stelt: “Dat het budget van een rijk land als Congo maar zo groot is als dat van Gent, is onaanvaardbaar.” En toch blijft er ook betrokkenheid en sympathie. De Belgische diplomatie weet dat Congo een van de weinige plekken blijft, waar haar mening echt een verschil kan maken. En veel gewone Belgen hebben nog altijd een zwak voor het land.
Congo kan elke sympathie, steun en interesse uit ons land blijvend gebruiken, zoveel is duidelijk. In dat opzicht zou het een mooi teken zijn als ook Vlaanderen Congo opnam in het lijstje van landen waar het ontwikkelingssamenwerking mee bedrijft. Want ook wij hebben Congo nodig: om onze blik open te houden en Afrika niet te vergeten. Om te werken aan een 21ste-eeuws partnerschap dat Eurafrika heet. Christenen in Noord en Zuid hebben daarbij een essentiële taak: in de gevoelige relatie tussen blank en zwart, niet de haat, maar de liefde laten triomferen en renderen.
Uw reacties zijn welkom op jan.devolder@tertio.be.
|
|
|
|