Tertio 946 - “Stervelingen zijn gemaakt om te leven”

“Stervelingen zijn gemaakt om te leven”

De Franse filosoof Martin Steffens waarschuwt in Tertio van 28 maart 2018 voor een modern “inertieparadigma” waardoor we aan het ware, goede leven voorbijgaan. “Wie daarentegen van overgave en zelfgave een levenshouding maakt merkt een glimp van de latere redding.”

“Wij stervelingen zijn gemaakt om te leven. We blijken en vie, op twee manieren. Om te beginnen houdt een mens – normaal toch – tot de laatste snik vast aan het ondermaanse bestaan. Bovendien vormt dat leven ons enige referentiekader. Het menselijke blikveld blijft beperkt tot deze zijde van de grens tussen leven en dood. Met opgebaarde lichamen, afscheidsvieringen of rouwbeklag stellen we slechts effecten vast, terwijl het eigenlijke doodsmysterie duister en onvatbaar blijft. Wantrouw daarom filosofische stromingen die de totale aanvaarding van onze eindigheid beogen”, geeft Martin Steffens aan. De schrijvende wijsgeer herneemt in gesprek met Tertio zodoende dezelfde kritiek op antieke filosofen waarmee hij L’Éternité reçue opent. “Hun ataraxie – of ideaal van zielenrust in het licht van onze sterfelijkheid – is geen blijk van wijsheid. Veeleer betreft het een poging de dood – die genadeloos in elke familie toeslaat – met gelijke munt terug te betalen door een gelijkaardige kilheid te cultiveren. Van onverschilligheid een deugd maken is echter aartsmoeilijk. Weinig verrassend falen zulke pogingen om de dood te relativeren, omdat je een omgekeerd effect krijgt. Wie doodsgedachten teveel het leven laat bepalen, verwordt immers tot een ‘levende dode’. De referentie aan horrorfilms is hier gewild. (Scherp) Denkers voor wie onze sterfelijkheid geen schandaal is, rollen stenen weg voor graven, zij het niet om de doden te bevrijden. Ze denken de levenden al in het graf.”

“Al brengt erop los leven evenmin echt geluk. Een eenzijdige gerichtheid op lichtzinnige behoeftebevrediging voelt al gauw leeg”, vervolgt de filosoof. “Toch is net dat lichtzinnige alomtegenwoordig binnen onze cultuur. Menig burger ziet en gedraagt zich als een onstuitbare kracht die door niets of niemand mag worden afgeremd. Mij doet het alvast denken aan inertie uit de natuurkunde: een voorwerp dat met constante snelheid in een rechte lijn beweegt volhardt in zijn bewegingstoestand, tenzij een kracht diens richting of snelheid verandert. Een gelijkenis die voor mij meer dan anekdotisch is, want hier raken we aan het wezen van de moderne antropologie. Met een verre echo van Friedrich Nietzsche (1844-1900, nvdr) en zijn ‘wil tot macht’ gelooft een meerderheid blijkbaar dat de zin van ons bestaan de ongestoorde voortzetting van een zelfgekozen levenstraject is. Overdrijf ik daarmee? Nee, naar mijn mening beïnvloedt dat inertiemodel verregaand ons denken, doen en laten. Zo weigeren veel gezonde jongeren stil te staan bij het levenseinde, aangezien zij dat een soort tegengestelde kracht vinden die ons definitief tot ‘stilstand’ brengt. En in hoeveel sectoren percipiëren werknemers hun collega’s niet als concurrerende krachten die mogelijk hun carrière afremmen? Om van onze consumptiepatronen nog te zwijgen. Terwijl bij Aristoteles een bevredigde behoefte nog gewoon verdwijnt, ontstaan tegenwoordig door elk object van ons verlangen waarop we de hand leggen bijkomende behoeften. In deze tijd zonder zichzelf opgelegde begrenzing zijn de verlangens even eindeloos als onbestemd.”

Lees het volledige interview met Martin Steffens deze week in Tertio.

Proefnummer of abonnement: www.tertio.be