Tertio 922 - “Straffe gedreven man”

“Straffe gedreven man”

“Beeld is mijn taal. Ik ben geen grote prater”, verontschuldigt Jan Bosschaert zich bijna aan het begin van ons gesprek. Toch vertelt hij gedreven over het wordingsproces van een opmerkelijk stripproject: Getekend Damiaan wordt vandaag in Leuven voorgesteld.  “Ik schrok van het leven dat Damiaan had, ook voor hij naar Molokai trok.”

Geert De Cubber /   “Van jongs af was ik een stil jongetje, dat vanachter in de tuin met de kevertjes speelde”, steekt illustrator Jan Bosschaert van wal.  “In groep functioneer ik niet echt. Maar dat ik introvert ben, wil niet zeggen dat ik niet geëngageerd ben of me afsluit voor de wereld.”  De strip over Damiaan is dan wel af, toch zijn het drukke dagen voor Bosschaert.  “Eind dit jaar word ik 60 en het overzichtsboek voor die verjaardag moet deze week naar de drukker. Het is zo druk dat ik besloten heb nooit meer 60 te worden (lacht). En dan heb ik ook nog toegezegd een nieuw boek te illustreren voor Marc De Bel.”

Opperfan
“Ik had ooit Damiaan getekend voor mijn  ‘opperfan’  Bart Maessen, een van de scenaristen van de strip. Ik maakte een banner voor het Damiaaninstituut, waar Bart godsdienstleraar is. Hij was zo enthousiast dat hij vroeg waarom we geen strip zouden maken. Dat was al van begin van de jaren 1980 geleden. Het zette me aan voeling te krijgen met de figuur van Damiaan. Iedereen heeft wel een beeld van de man: dat hij een eigen museum heeft en dat hij heilig verklaard is, is algemeen geweten. Maar ik heb veel geleerd en viel achterover van het leven dat Damiaan had, ook voor hij naar Molokai trok”, legt Bosschaert uit.

Voor het project kregen Bosschaert en Maessen ook Ruben Boon mee, projectleider bij Damiaan Vandaag.  “Om mij een beeld van Damiaan te vormen, bekeek ik een massa foto’s en kreeg ik een pak documentatie van Ruben”, gaat Bosschaert verder. “Toen ik zijn brieven las, kreeg ook Damiaans karakter vorm. Dat vervolledigde voor mij het beeld. Voor ik begon te tekenen, dacht ik aan Damiaan als een geestelijke.  ‘Meneer pastoor’. Maar hij moet een straffe en gedreven man geweest zijn, die op tijd en stond botste met zijn omgeving.”


Copyright foto: GDC

“In mijn eerste schetsen ziet hij er anders uit, als een soort knappe superheld, terwijl ik op de foto’s zag dat hij een rond, bol kopke had en een rond brilletje”, concretiseert Bosschaert.  “Dat heb ik bijgesteld terwijl ik bezig was. Hij verandert ook continu. Aangezien zijn vader graanhandelaar was, had hij het niet slecht thuis. Voor hij vertrok was hij wat aan de mollige kant, op Molokai vermagerde hij. Ontbering tekent een mens.”

“Eigenlijk ben ik te snel moeten beginnen tekenen en in een haastig tempo”, zucht Bosschaert.  “De deadline kwam nogal dichtbij en dan moet je vooruit. Die eeuwige deadlines… In feite zou je alles eerst moeten tekenen en dan pas voor echt, maar dan moet ik denken aan de uitspraak: ‘Life is no rehearsal’. Als ik het opnieuw zou doen, zou ik naar Molokai gaan, zelf de boottocht maken en dan pas beginnen tekenen. Ook voor het decor zou dat goed zijn, want nu heb ik alles gebaseerd op internetfoto’s. Je kan best iemand in een zetel tekenen als je zelf in een zetel zit.”

Eigenhandig gebouwd
“Veel mensen zien Damiaan als een vrij braaf figuur, een goedheilig man”, weet Bosschaert.  “Maar dan moeten ze eens de brieven lezen. Wat hij gerealiseerd heeft, kreeg hij niet op een schoteltje. Op Molokai zaten de melaatsen opeengepakt. Ze moesten hun plan trekken: zo kweekten ze zelf hun groenten. Het was een chaos van jewelste waar de wet van de sterkste heerste. Moord en verkrachting waren er niet uitzonderlijk. En dan komt Damiaan. Hij stelt orde op zaken en drijft eigen wetten door. Hij begint huizen te bouwen. Ook de kerk heeft hij eigenhandig gebouwd. In brieven schrijft hij wat hij nodig heeft. Soms moet hij daar een half jaar op wachten om verder te kunnen doen. En tussendoor ging hij naar Hawaii om daar de Mauna Kea te beklimmen. Wij nemen nu onze hoed af voor wie de Mount Everest beklimt, maar daar moet ik wel om lachen. Een expeditie vandaag heeft alle mogelijke equipment om er te geraken. En hun afval laten ze zomaar achter.”

De Damiaanstrip verschilt danig van ander tekenwerk van Bosschaert. Zeker aan de avonturen van de Geverniste Vernepelingskes – in samenwerking met Urbanus – wordt hij zichtbaar niet zo graag meer herinnerd:  “Dat was misschien wel wat gortig. Nu, ik sta wel bekend om mijn tekeningen van blote madammen. Maar alles hangt uiteraard af van de opdrachten die je als tekenaar krijgt.”

Gefascineerd
“Het religieuze houdt me bezig”, beaamt Bosschaert, die dit jaar ook meewerkte aan een strip over het offerfeest – Een geschenk uit de hemel. Het verhaal van het offerfeest.  “Ik ben katholiek opgevoed. Mijn zoon (Leuvens theoloog Dries Bosschaert, zie Tertio nr. 825 van 2/12/’15, nvdr) is doctor in de godsdienstwetenschappen. Nee, ik denk niet dat ik een oppervlakkige mens ben. Het religieuze heeft mij altijd gefascineerd. Door dit project is Damiaan – onder meer door zoveel brieven te lezen – ineens toch dichtbij gekomen. Die brieven bleken essentieel voor de strip. Zo merk je dat er veel figuren in zijn leven waren. De technische kant van het tekenen wordt vaak onderschat. Kijk, ik ben niet gewoon van realistisch te tekenen. Ineens moesten voor een tekening van de 19de-eeuwse markt in Leuven ook de kapsels en de koetsen kloppen. Dat vergt veel opzoekwerk. Heel anders dan Jaguar, mijn reeks waar ik figuren en achtergronden teken die niet met de historische realiteit overeen hoeven te komen.”

Kwelgeest
“Ik teken niet graag gebouwen”, bekent Bosschaert.  “Toch moest ik doorbijten totdat Damiaan in Molokai was. Als ik zelf historische figuren moest kiezen, waren het wellicht de Eburonen. Of de Egyptenaren. Dan moet ik alleen maar woestijn tekenen (lacht). Ook Lange Wapper – dat is dan wel geen historische figuur – spreekt mij aan. Zo’n kwelgeest, met zijn mythes en legendes, houdt mij bezig. Het geluid bij de strip maak je zelf”, vindt Bosschaert.  “Als je getekende figuren naar film vertaalt, dan zijn de stemmen altijd verkeerd. Bij Lambik of bij Guust Flater heb ik een bepaald stemmetje in mijn hoofd. Daar blijf je beter af en je laat het beter aan je fantasie over. Ooit wilde ik op mijn eerste strip – eentje zonder woorden – een vervolg maken dat het beeld moest worden bij een plaat van Pat Metheny – As Falls Wichita, so Falls Wichita Falls. Je hoort muziek en ondertussen stemmen en geluiden in de verte, een grote hal of plein. Een heel vreemd sfeertje waarbij ik een verhaal verzonnen had.”

Voor het scenario volgde Bosschaert een andere werkwijze dan bij ander werk.  “Jaguar-scenarist Jean Dufaux schetst kadertjes van het scenario. Anderen tekenen al iets met stokkenmannetjes. Maar Damiaan werd geschreven als een soort dagboekverhaal. In het begin ben ik daar vrij braaf mee omgegaan, maar na een tiental bladzijden ben ik beginnen spelen met de lay-out en met de beelden. En ik heb heel nauw samengewerkt met de inkleurder.”

“Mensen hebben er nauwelijks een idee van, maar een strip tekenen is heel veel werk”, besluit Bosschaert.  “Aan een prentje werk ik soms langer dan aan een schilderij. Dat is het frustrerende aan strips maken. Je moet alles kunnen tekenen: mensen, paarden, gebouwen, boten. Tegelijk is het een voordeel dat het voor een groot publiek gemaakt wordt en dat je er heel veel mensen een plezier mee kan doen. We hopen dat Damiaan gelezen wordt van de zee tot de Ardennen en van België tot Molokai.”

Boekinfo: Ruben Boon & Bart Maessen (scenario), Jan Bosschaert (tekeningen), Getekend Damiaan, Van Halewyck, Antwerpen, 56 blz. Bestellen kan via de Kerknet-shop.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)