Tertio 913 - “Solidariteit vormt grondregel van bestaan”

Zomerreeks / Armoede

“Solidariteit vormt grondregel van bestaan”

“Armoede is een belangrijk christelijk begrip met twee onlosmakelijke aspecten: ook als we haar spiritueel benaderen, mogen we geen abstractie maken van de gruwelijke realiteit van materiële armoede.”  Voor Jacques Haers, hoogleraar systematische theologie aan de KU Leuven, is dat besef cruciaal: “Als we niet goed opletten, kan zelfgekozen armoede een aanfluiting worden van de echte armoede van wie tegen wil en dank arm zijn”.

“De armen willen niet arm zijn. Ze willen uit de armoede geraken. Laten we dat vooral niet vergeten”, benadrukt Jacques Haers.  “De Bijbel heeft daar heel wat over te zeggen. Er zijn bijzonder mooie teksten over de gevoeligheid van Jezus en van God voor de armen en voor wie aan de rand van de samenleving staan –  ‘de weduwe, de wees en de vreemdeling’. Denk alleen al aan het gebod in verband met het aren lezen (Deuteronomium 24, 19-21) en om gul te lenen en geschenken te geven aan wie arm zijn (Deuteronomium 15, 7-11). Bij de profeten komt de zorg voor de armen als een refrein terug en ook in bijvoorbeeld de psalmen horen we regelmatig dat God het opneemt voor de zwakken. Je kan niet om Gods optie voor de armen heen.”

“De Bijbel heeft het ook over  ‘alles achterlaten’  omwille van God – van  Abraham over de profeten tot de apostelen en de rijke jongeling. Die beweging ligt evenmin voor de hand: als feitelijke armoede zo schrijnend is, hoe kan je daar dan voor kiezen? Is zo’n enorme verandering van levensstijl echt wat God van mensen verlangt? Wat betekent dat dan en hoe zit dat in elkaar? Diezelfde vraag stelt zich bij de religieuze gelofte van armoede: kies ik die zelf of wil God dat van mij?”


Copyright foto: Wikimedia

Gods keuze
Voor Haers gaat het om een vraag van solidariteit, om zich te laten stellen bij de minsten onder de mensen.  “In de geestelijke oefeningen van Ignatius zie je daarin verschillende trappen. De volle keuze voor armoede is eigenlijk een keuze van God en van Zijn solidariteit. Het is niet de keuze van een eigenmachtige mens. Tegelijk zit daarin een geloof in een bepaalde strategie: het is niet door rijkdom en macht en eer te hebben dat je de wereld in de diepte verandert. Het Magnificat verwoordt dat zeer sterk. Kunnen wij echt geloven dat Hij  ‘alle machthebbers van hun tronen stoot en de arme en kleine mensen groot maakt’? Willen we aannemen dat de wereld vandaag fundamenteel meer verandert in de vluchtelingen en migranten dan door de grote politieke, economische en militaire machten? Die laatste zijn nodig, maar blijkbaar geven we ze spontaan een vorm die uitmondt in onrechtvaardigheid. Hoe ga je die structuren inrichten vanuit het perspectief van een God die werkt in de minsten?”

Lotsverbondenheid
De jezuïet refereert meermaals aan pater Damiaan wiens solidariteit met de melaatsen op Molokai totaal was.  “Pater Damiaan gaat naar de plaats van de gruwel en verbindt zijn lot met de uitgestotenen. Dat is geen keuze voor armoede. Het is een keuze voor het veranderen van de wereld vanuit lotsverbondenheid met de minsten. Hij is met hen solidair tot in de machteloosheid. Dat is Gods keuze die iemand alleen kan maken als hij ingaat op die roeping. En in dat geval kan je niet anders dan die positie – bij de armen – in te nemen, net zoals de profeten, tegen wil en dank.”

Op de weg die Haers schetst, vind je geen mensen die zich om hun edelmoedigheid trots en tevreden op de borst kloppen.  “Ook dat is in het Magnificat overduidelijk: het is God die geprezen wordt om Zijn onvoorstelbare manier van werken die onze spontane menselijke denk- en handelwijzen, die zo kwetsbaar zijn voor misbruik, grondig in vraag stelt. Wat het betekent goddelijk te leven, kunnen we ontdekken in de aanwezigheid bij de armen – waarmee niet gezegd is dat armen per definitie heiligen zijn; dat zijn ze even veel of even weinig als alle andere mensen.”

Slaaf in Egypte
Wie met succes de armoede overwonnen heeft, verkiest soms volledig te breken met zijn achtergrond.  “Nochtans,  ‘vergeet niet dat je zelf slaaf bent geweest in Egypte’  (Deuteronomium 15, 15). In die herinnering wordt de fundamentele lotsverbondenheid geboren. Tien jaar na het begin van zijn activiteiten in het verzet en de Bekennende Kirche schrijft Dietrich Bonhoeffer in een van zijn gevangenisbrieven:  ‘we hebben geleerd bij de mensen te staan’. Het enige dat hem rechthoudt, is eenvoudige gehoorzaamheid aan God, met als criterium precies de solidariteit met de vervolgde mens.”

Solidariteit
Voor Haers komen hierin de drie religieuze geloften samen:  “Aan wie ben ik gehoorzaam? Heb ik ook voor de gekwetste en meest verwaarloosde mens respect? Vandaag kan je dat uitbreiden naar de gekwetste natuur. Wat betekent solidariteit op en met een planeet die haar draagkracht in vraag gesteld ziet? Gaan we bijvoorbeeld respectvol om met water, uit respect voor mensen die amper over drinkbaar water beschikken? Het is makkelijker van dat laatste abstractie te maken, maar al in de patristiek zijn er teksten die aangeven dat je niet mag vergeten dat je rijkdom niet van jezelf is, maar van wie arm zijn – en dat je die rijkdom daarom moet behandelen alsof die van de armen zou zijn. Dat besef zet je op een solidaire weg die je niet meer zelf kiest.”

Bevrijdingstheologie
Hiermee begeven we ons geheel op het domein van de bevrijdingstheologie. Wie moet bevrijd worden, waarvan en waartoe?  “Aan de grondslag van de bevrijdingstheologie ligt het schokkende feit dat de zo mooi geschapen wereld –  ‘en God zag dat het goed was’  – door de mensen ingericht wordt op een wijze die haar verwijdert van wat ze is of zou kunnen zijn. Kan je hier nog over schepping spreken? Het is eigenlijk  ‘ont-schepping’. De wijze waarop wij onze wereld inrichten, verwijdert die van wat ze eigenlijk is, perverteert haar. Op de vraag hoe we terug dichter kunnen komen bij de wereld als schepping, is solidariteit – of barmhartigheid – het belangrijkste antwoord.”

“Wij zijn als één schepping gemaakt en dus is het lot van elke mens altijd ook het lot van allen. Daar heeft het Rijk Gods mee te maken: de arme zit mee aan tafel. De bevrijdingstheologie heeft er altijd op gehamerd dat de arme zelf zijn lot in handen mag en moet nemen vanuit een ontwaakt zelfbewustzijn dat hij het vermogen bezit de wereld ten goede te veranderen. Maar datzelfde vermogen zit ook in de rijke – met Óscar Romero als groot voorbeeld. Vaak denken we als rijken onszelf te kunnen beschermen door anderen tekort te doen, maar die gedachte wordt in de scheppingsleer omgekeerd: wat je ten koste van anderen doet, gaat ook ten koste van jezelf. Dat vraagt een bekering van vijandigheid naar gastvrijheid – From hostility to hospitality is niet toevallig de titel van een boek van Miguel González Martín over het thema van de vluchtelingen: rijkdom die vanuit lotsverbondenheid en wederzijdse gastvrijheid wordt beleefd als een gemeenschappelijke weldaad, is een zegen en een groot geschenk; rijkdom die teken is van vijandigheid en afscheiding, is een vloek.”

Menswording
“Solidariteit vormt de grondregel van het bestaan. Je kan die grondregel ontkennen, maar wie het visioen van lotsverbondenheid ontbeert, doet ook zichzelf tekort. Hoe kan je daar dan nee aan zeggen? Ons wordt gevraagd ons toe te vertrouwen aan de schepping – die uitbundig rijk en gul is, die ons de mogelijkheid geeft te leven. En bevrijdingstheologen zouden zeggen dat die trouw erin bestaat aan de kant te staan waar God staat, namelijk bij de armen”, gaat Haers verder.  “God laat zich door mensen bewogen worden. Dat is de kern van de menswording. In het verhaal van Jezus’  ontmoeting met de Syro-Fenicische vrouw (Marcus 7, 24-30) zie je hoe zelfs Jezus dat gaandeweg moet leren, want aanvankelijk wijst Hij haar af en wil Hij niets met haar te maken hebben. Pas als zij aandringt, komt Hij tot het inzicht dat God zich in haar openbaart en dat Hij die oproep van Zijn Vader niet onbeantwoord kan laten zonder afbreuk te doen aan wie Hij is. Pas dan kan de Geest constructief werken en kan haar dochter genezen. De zelfontlediging van God in de menswording is geen daad van afstand nemen en wegtrekken, maar is net een beweging van liefdevolle toenadering vanuit een verlangen het beste in de ander ruimte te geven.”

“De gave van lotsverbondenheid, de schepping, het leven, wordt een opgave – hoe ga je anderen dragen? – en wordt langzamerhand steeds meer ook een overgave aan God en aan degenen aan wie God zich overgeeft. Uiteindelijk begrijp ik maar wie God is door het engagement van God voor en met de armen te delen.”

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)
In de spotlight: