Tertio 892 - Authentiek katholiek onderwijs vraagt engagement

De mening van... Didier Pollefeyt

Authentiek katholiek onderwijs vraagt engagement

Niet-gedoopte leerkrachten die les mogen geven in katholieke basisscholen: de media pikten dat nieuws snel op en maakten ervan dat het doopsel wegvalt als voorwaarde. Didier Pollefeyt zet de zaken terug in context. De katholieke dialoogschool vooronderstelt altijd een gezamenlijk engagement van een voldoende groot aantal gelovige leerkrachten en van andersgelovige leerkrachten die in hun opleiding gevormd zijn om in een katholieke dialoogschool te kunnen werken.

Katholieke hogescholen beklagen er zich vaker over dat hun studenten met moslimachtergrond wel de lerarenopleiding basisonderwijs kunnen volgen maar daarna niet aan de bak komen in het katholiek basisonderwijs – dat in Vlaanderen een marktaandeel heeft van meer dan 60 procent. Schoolbesturen nemen inderdaad liever afgestudeerde leerkrachten aan die gedoopt zijn en meteen ook het vak godsdienst kunnen geven. Die situatie lijkt niet compatibel met de idee van de katholieke dialoogschool waarin iedereen aangesteld kan worden die bereid is – vanuit een binnen- of een buitenperspectief – leerlingen op te voeden in dialoog met elkaar en met de katholieke traditie.

Herverdeling van taken
Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, geeft in zijn commentaar (in De Morgen van 8 maart, nvdr) aan dat niet-gedoopte afgestudeerden van katholieke hogescholen wel degelijk aangeworven kunnen worden in katholieke basisscholen. Ze kunnen dan alle vakken geven behalve het vak rooms-katholieke godsdienst. Dat vak wordt dan een verantwoordelijkheid van de hele basisschool. Het kan dan via herverdeling van taken door een andere leerkracht van de school gegeven worden of gezamenlijk opgenomen worden in co-teaching. Een dergelijke benadering past trouwens binnen de groeiende idee van leerkrachten basisonderwijs als een team met verschillende competenties, interesses en groeikansen.

In de media klinkt het dan al gauw dat het niet meer nodig is gedoopt te zijn om in het katholiek basisonderwijs les te geven. Er is natuurlijk een groot verschil tussen het creëren van openheid voor andersgelovigen in een katholiek dialoogproject en het loslaten van de noodzaak om voldoende gelovigen op school te hebben die mee draagvlak vormen voor de katholieke dialoogschool. Er is alleen dialoog met de katholieke traditie mogelijk als er voldoende mensen zijn die de katholieke traditie kennen, present stellen en beleven. Wat het katholiek basisonderwijs hier doet, is het principe loslaten, althans in zijn hardste vorm, dat elke leraar het vak godsdienst moet kunnen geven.

Noodzakelijke maar onvoldoende voorwaarde
Wat de geloofsbeleving van jonge leerkrachten betreft, toont ons onderzoek aan dat er nu al niet meer bij alle afgestudeerden sprake is van een voorgegeven, sterke integratie van de persoonlijke gelovige spiritualiteit en de pedagogische opdracht, ook al is die integratie natuurlijk bij niemand volmaakt. Het is niet omdat men toevallig als kind nog gedoopt is, dat men automatisch in staat is het vak godsdienst goed te geven. Gedoopt zijn is in die zin een noodzakelijke, maar op zich onvoldoende voorwaarde om het vak godsdienst goed te kunnen geven.

Het is een goede zaak dat dat probleem eindelijk benoemd wordt. Heel wat hogescholen hebben die situatie goed begrepen en laten hun studenten voor het basisonderwijs de keuze tussen (minstens) twee trajecten: een geïntegreerd traject (voor gedoopten) met mandaat voor het vak godsdienst en een traject zonder het vak godsdienst maar met voorbereiding om als andersgelovige te kunnen werken in een katholieke dialoogschool. Beide zijn groeitrajecten, gericht op de geleidelijke vorming van studenten.


Copyright: Rob Stevens

Uitdrukkelijke keuze
Hogescholen beklagen zich nu begrijpelijkerwijze dat leerlingen (vooral moslims) die dat tweede spoor gevolgd hebben, blijkbaar niet overal aangeworven kunnen worden. Dat vergt inderdaad een mentaliteitswijziging bij directies en schoolbesturen. Die zal er met de tijd wel komen. Maar is het probleem niet fundamenteler en moeten ook de hogescholen zich niet verder bezinnen over de inrichting van hun lerarenopleidingen? Het hele systeem werkt onder de voorwaarde dat er in het eerste, geïntegreerde traject binnen de hogescholen werk gemaakt wordt van goede integratie tussen christelijke spiritualiteit en pedagogisch handelen van de student.

Uit ons onderzoek blijkt dat hogescholen die daarop inzetten wel degelijk succes boeken, bijvoorbeeld als men de geloofsgroei van de eerstejaars- en de laatstejaarsstudenten met elkaar vergelijkt. Het vergt wel een uitdrukkelijke keuze van de hogeschool om op dat punt de lat hoog genoeg te leggen in termen van vorming. Zolang het eerste traject een plat afkooksel is van de katholieke traditie of zelfs ronduit pluralistisch,  zal het niet verwonderen dat de meeste studenten die weg van de minste weerstand kiezen, vaak gemengd met opportunistische redenen zoals vlotte toegang tot de katholieke arbeidsmarkt.

Het tweede traject is niet minderwaardig en niet alleen geschikt voor moslims maar voor iedereen die zich niet kan vinden in een volledige integratie van de eigen levensbeschouwelijke identiteit en de katholieke identiteit van de school. Die niet-christelijke studenten worden niet langer in een schizofrene situatie gedwongen maar krijgen de kans zich vanuit hun eigen identiteit en spiritualiteit voor het project van de katholieke dialoogschool te engageren.

Voldoende profilering
Als hogescholen het geïntegreerde traject niet voldoende geprofileerd invullen, zullen ze blijvend geconfronteerd worden met het feit dat hun andere afgestudeerden niet aan bod komen op de arbeidsmarkt. Het is enigszins begrijpelijk dat directies en schoolbesturen, als ze de keuze hebben, liever gaan voor geïntegreerde leerkrachten: dat is zowel inhoudelijk als organisatorisch gemakkelijker. Maar in een postchristelijke cultuur zullen er steeds minder dergelijke écht geïntegreerde profielen op de arbeidsmarkt komen. Dat moet directies en schoolbesturen aanzetten om na te denken over wie ze aannemen op de school.

Van stille secularisering naar kwalitatieve dialoog
Het is niet omdat iemand een doopattest heeft en dus godsdienst mag geven, dat die leerkracht per se de (katholieke) identiteit van de school zal versterken. Soms integendeel. De lat moet hoger liggen. En ook van niet-gedoopten mag in de katholieke lerarenopleiding een vorming en een engagement gevraagd worden ten aanzien van de katholieke dialoogschool. De katholieke dialoogschool is gebaat met goed gevormde, authentieke leerkrachten, die vanuit hun identiteit bereid zijn het gesprek aan te gaan met het katholieke project van de school. Dat nieuwe project van de katholieke dialoogschool schudt onze samenleving door elkaar en vraagt naar meer toelichting, omdat we gewoon zijn geraakt aan de stille secularisering als het impliciete paradigma in het Vlaamse onderwijs. De katholieke dialoogschool brengt ons terug naar de ziel van het pedagogische project.

Didier Pollefeyt is gewoon hoogleraar theologie en vice-rector Onderwijsbeleid KU Leuven.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)